–
1. Wat is psychologie en wat is het niet?
= breed veld, vele specialismen → wetenschap van gedrag en geestelijke processen
Extern = direct waarneembaar → gedrag (vb. activiteit van kind)
Intern = niet direct waarneembaar → geestelijke processen (vb. gedachten over drugs)
6 Basisgebieden (bekijken gedrag + geestelijke processen):
o Ontwikkelingspsychologie → verschillende levensfase mens
o Persoonlijkheidspsychologie → mens individu, verschillen andere
o Cognitieve psychologie → afzonderlijke psychische functies en processen
o Sociale psychologie → gedrag mensen in relatie tot anderen + omgeving
o Biologische psychologie → gedrag uitgaande principes biologie
o Methodenleer → onderzoeksmethoden menselijke gedrag (empirisch)
2. 6 belangrijkste perspectieven psychologie
o Biologische
o Cognitieve
o Behavioristische
o Uit gehele persoon
o Ontwikkelings
o Socioculturele
Modern psychologie → filosofische wortels:
- vooral Griekse; Socrates, Plato, Aristoteles -> speculeren over bewustzijn en gekte
- Azië -> verkenden bewustzijn + via meditatie beheersen
- Afrika -> verklaringen voor persoonlijkheid + psychische stoornissen
- Middeleeuws-Europa; Rooms-Katholieke kerk -> menselijke geest = mysterie
o Na eeuwen nieuwe ideeën over geest + gedrag
3. Scheiding van lichaam en geest en het biologisch perspectief
R. Descartes → relationist
Rationalisme = denken enige middel om aan wetenschap + filosofie te doen
Empirisme = waarnemingen, ervaringen en experimenten → enige ware bronnen van
kennis
Francis Bacon (denken vertroebelt waarneming) + John Locke (mens is bij geboorte
een ongeschreven blad) → empiristen
Biologische ontdekking dieren kunnen prikkels opnemen -> hersenen gaan deze
omzetten → nieuw onderzoek naar verklaring gedrag
o Lichaam en geest gescheiden (nu niet meer)
1
,Modern biologisch perspectief:
- Lichaam + geest samengevoegd
- Geest = product v/d hersenen
- Oorzaken gedrag in zenuwstelsel, endocriene stelsel en genen gezocht
o Variaties hierbinnen:
o Neurowetenschappen
o Evolutionaire psychologie → gedrag = overgeërfd + evolueert
4. Begin wetenschappelijke psychologie en moderne cognitieve psychologie
W. Wundt → eerste psychologische labo (1879) -> experimenten met mensen -> denken
in kaart brengen -> methode van introspectie (zelfreflectie)
=> Structuralisme van Wundt
Introspectie = subjectief → veel commentaar → veel variatie tussen observatoren
o Eerder retrospectie
Kritiek James → kijken naar nut + functie = functionalisme
Computer = metafoor van geest → moderne cognitieve psychologie
5. Behavioristisch perspectief: nadruk op waarneembaar gedrag
= verklaart het gedrag van de mens door wat hij geleerd heeft
J.B. Watson -> behaviorist:
o Geen onderscheid tussen mens en dier bij gedrag
o Menselijk gedrag gestuurd door externe stimuli
o Omstreden uitspraken + experimenten
B.F Skinner → operante conditionering; gedrag beïnvloed door beloning/straf
I. Pavlov → klassieke conditionering → bestudeerde spijsvertering
6. Perspectief vanuit de gehele persoon
S. Freud:
o Ontwikkeling psychodynamische theorie persoonlijkheid
o Onbewuste geest = reservoir energie voor persoonlijkheid
o Techniek vrije associatie
Kritiek; niet toetsbaar aan waarheid (niet falsificeerbaar)
A. Maslow:
o Reactie op behaviorisme + psychoanalyse
o Nature overstijgd nurture
o (On)bewuste processen vormen studieobject psychologie
Humanistische psychologie = nadruk op mogelijkheden, groei, potentie en vrije
wil mens
Oude Grieken → sappen in lichaam bepalen karaktertrekken + temperament
2
,7. Ontwikkelingsperspectief: verandering door nature en nurture
J. Piaget:
o Bestudeerde ontwikkeling kennis bij kinderen
o Fase in ontwikkeling → lichamelijke, geestelijke,… ontwikkeling
8. Het sociaal perspectief: het individu in context
o Bijkomend concept nature & nurture
o Sociale invloed = centraal → anders per cultuur
3
, –
1. De wetenschappelijke methoden + soorten wetenschappelijk onderzoek
Empirische cyclus → theorie niet vast → evolueert (vb. vroeger → aarde plat)
Significante verschillen = betekenisvolle verschillen
1.1 Wetenschappelijke methoden; empirische cyclus
Representatieve groep → groep die
maatschappij goed vertegenwoordigt
Mag enkel zeggen dat er een verschil is wanneer
statistisch getest is
1.1.1 Wetenschappelijke methoden; wetenschappelijke theorie
= toetsbare verklaring voor verzameling van feiten of waarneming
→ Gebeurt in 4 methodische stappen:
- Hypothese ontwikkelen → uitleggen vanwaar hypothese komt
- Objectieve date verzamelen
- Resultaten analyseren → met wat geanalyseerd/statistisch getest?/wat is het
resultaat
- Resultaten publiceren → resultaten worden streng nagekeken -> in
wetenschappelijk tijdschrift
Eigenschappen:
- Kan feiten verzamelen
- Kan worden getest
1.1.2 Wetenschappelijke methoden; hypothese
= falsifieerbare (= te weerleggen) voorspelling van de uitkomt van een
wetenschappelijk onderzoek, een bewering over de relatie tussen variabelen
Psychologie houdt zich niet bezig met zaken die NIET falsifieerbaar zijn
H0 = nulhypothese → geen verband
H1 = alternatieve hypothese → wel verband
H0 verworpen → verschil in scores op variabele tussen, verschillende condities groot
genoeg is (= significant)
4
1. Wat is psychologie en wat is het niet?
= breed veld, vele specialismen → wetenschap van gedrag en geestelijke processen
Extern = direct waarneembaar → gedrag (vb. activiteit van kind)
Intern = niet direct waarneembaar → geestelijke processen (vb. gedachten over drugs)
6 Basisgebieden (bekijken gedrag + geestelijke processen):
o Ontwikkelingspsychologie → verschillende levensfase mens
o Persoonlijkheidspsychologie → mens individu, verschillen andere
o Cognitieve psychologie → afzonderlijke psychische functies en processen
o Sociale psychologie → gedrag mensen in relatie tot anderen + omgeving
o Biologische psychologie → gedrag uitgaande principes biologie
o Methodenleer → onderzoeksmethoden menselijke gedrag (empirisch)
2. 6 belangrijkste perspectieven psychologie
o Biologische
o Cognitieve
o Behavioristische
o Uit gehele persoon
o Ontwikkelings
o Socioculturele
Modern psychologie → filosofische wortels:
- vooral Griekse; Socrates, Plato, Aristoteles -> speculeren over bewustzijn en gekte
- Azië -> verkenden bewustzijn + via meditatie beheersen
- Afrika -> verklaringen voor persoonlijkheid + psychische stoornissen
- Middeleeuws-Europa; Rooms-Katholieke kerk -> menselijke geest = mysterie
o Na eeuwen nieuwe ideeën over geest + gedrag
3. Scheiding van lichaam en geest en het biologisch perspectief
R. Descartes → relationist
Rationalisme = denken enige middel om aan wetenschap + filosofie te doen
Empirisme = waarnemingen, ervaringen en experimenten → enige ware bronnen van
kennis
Francis Bacon (denken vertroebelt waarneming) + John Locke (mens is bij geboorte
een ongeschreven blad) → empiristen
Biologische ontdekking dieren kunnen prikkels opnemen -> hersenen gaan deze
omzetten → nieuw onderzoek naar verklaring gedrag
o Lichaam en geest gescheiden (nu niet meer)
1
,Modern biologisch perspectief:
- Lichaam + geest samengevoegd
- Geest = product v/d hersenen
- Oorzaken gedrag in zenuwstelsel, endocriene stelsel en genen gezocht
o Variaties hierbinnen:
o Neurowetenschappen
o Evolutionaire psychologie → gedrag = overgeërfd + evolueert
4. Begin wetenschappelijke psychologie en moderne cognitieve psychologie
W. Wundt → eerste psychologische labo (1879) -> experimenten met mensen -> denken
in kaart brengen -> methode van introspectie (zelfreflectie)
=> Structuralisme van Wundt
Introspectie = subjectief → veel commentaar → veel variatie tussen observatoren
o Eerder retrospectie
Kritiek James → kijken naar nut + functie = functionalisme
Computer = metafoor van geest → moderne cognitieve psychologie
5. Behavioristisch perspectief: nadruk op waarneembaar gedrag
= verklaart het gedrag van de mens door wat hij geleerd heeft
J.B. Watson -> behaviorist:
o Geen onderscheid tussen mens en dier bij gedrag
o Menselijk gedrag gestuurd door externe stimuli
o Omstreden uitspraken + experimenten
B.F Skinner → operante conditionering; gedrag beïnvloed door beloning/straf
I. Pavlov → klassieke conditionering → bestudeerde spijsvertering
6. Perspectief vanuit de gehele persoon
S. Freud:
o Ontwikkeling psychodynamische theorie persoonlijkheid
o Onbewuste geest = reservoir energie voor persoonlijkheid
o Techniek vrije associatie
Kritiek; niet toetsbaar aan waarheid (niet falsificeerbaar)
A. Maslow:
o Reactie op behaviorisme + psychoanalyse
o Nature overstijgd nurture
o (On)bewuste processen vormen studieobject psychologie
Humanistische psychologie = nadruk op mogelijkheden, groei, potentie en vrije
wil mens
Oude Grieken → sappen in lichaam bepalen karaktertrekken + temperament
2
,7. Ontwikkelingsperspectief: verandering door nature en nurture
J. Piaget:
o Bestudeerde ontwikkeling kennis bij kinderen
o Fase in ontwikkeling → lichamelijke, geestelijke,… ontwikkeling
8. Het sociaal perspectief: het individu in context
o Bijkomend concept nature & nurture
o Sociale invloed = centraal → anders per cultuur
3
, –
1. De wetenschappelijke methoden + soorten wetenschappelijk onderzoek
Empirische cyclus → theorie niet vast → evolueert (vb. vroeger → aarde plat)
Significante verschillen = betekenisvolle verschillen
1.1 Wetenschappelijke methoden; empirische cyclus
Representatieve groep → groep die
maatschappij goed vertegenwoordigt
Mag enkel zeggen dat er een verschil is wanneer
statistisch getest is
1.1.1 Wetenschappelijke methoden; wetenschappelijke theorie
= toetsbare verklaring voor verzameling van feiten of waarneming
→ Gebeurt in 4 methodische stappen:
- Hypothese ontwikkelen → uitleggen vanwaar hypothese komt
- Objectieve date verzamelen
- Resultaten analyseren → met wat geanalyseerd/statistisch getest?/wat is het
resultaat
- Resultaten publiceren → resultaten worden streng nagekeken -> in
wetenschappelijk tijdschrift
Eigenschappen:
- Kan feiten verzamelen
- Kan worden getest
1.1.2 Wetenschappelijke methoden; hypothese
= falsifieerbare (= te weerleggen) voorspelling van de uitkomt van een
wetenschappelijk onderzoek, een bewering over de relatie tussen variabelen
Psychologie houdt zich niet bezig met zaken die NIET falsifieerbaar zijn
H0 = nulhypothese → geen verband
H1 = alternatieve hypothese → wel verband
H0 verworpen → verschil in scores op variabele tussen, verschillende condities groot
genoeg is (= significant)
4