Thema 5. Attitude, werktevredenheid en werkstress
Hoe voelen individuen zich op het werk en wat doet het er toe?
Rest van H5 niet te kennen!
1 Wat is een attitude
Attitude
= een houding die je hebt tegenover dingen, mensen of bepaalde gebeurtenissen en die
je gedrag leidt bepalen mee het gedrag
3 componenten
1. Cognitie
= perceptie: oordeel over een feitelijke toestand iets dat een persoon in
kwestie vaststelt
Vb. cartoon: zie filmpje bv. mijn baas is er nooit
2. Affect
Wat doet een toestand met jou? Welk gevoel?
Vb. cartoon emotie: verdriet/ wanhoop
3. Gedragsintentie
Vb. cartoon een poster meenemen naar huis dat eigenlijk niet mag
De neiging om dingen mee te nemen dat je niet mag doen
Cognitie = een belangrijk en zeer ruim begrip, waartoe de mentale processen gerekend
worden die optreden wanneer mensen waarnemen, informatie verwerken, leren, denken
en problemen oplossen. Deze mentale processen worden cognitieve processen genoemd.
Emotie is een innerlijke beleving of moeilijk te omschrijven gevoel. De vier
bekendste emoties noemt men angst, vreugde, boosheid en verdriet. Elk mens
toont emoties. Deze kunnen plotseling optreden of tijdens een gebeurtenis geuit worden.
In de psychologie is het affect een patroon van waarneembaar gedrag waarmee een
subjectief gevoel (of emotie) tot uitdrukking wordt gebracht. Als men zich de stemming
van een persoon voorstelt als het emotionele 'klimaat' van die persoon, kan
het affect worden gezien als het emotionele 'weer'.
Houding kan positief of negatief zijn. Kan veranderen, bv. positieve houding ten aanzien
van reizen naar Sri Lanka, door de bomaanslagen minder positief of zelfs negatief
(=ingrijpende gebeurtenis). Positieve houding ten opzichte van een bepaald kledingmerk,
tot blijkt dat er kinderarbeid ingezet wordt om de kleding te maken (=nieuwe
informatie).
3 componenten zijn onderling verbonden.
Gedragsintentie vloeit voort uit emotie en cognitie
Attitudes zijn relatief stabiel, maar kunnen veranderen bv. doordat je meer info
krijgt of door bv. ingrijpende gebeurtenissen: baas veranderd bv.
1
, 2 Attitudes en gedrag: wanneer leiden attitudes tot
gedrag?
VROEGER: men zag de mens als rationaal denkend wezen. Intentie leidt tot het feitelijk
gedrag bv. intentie om te stelen dan gaat men stelen
NU:
Theorie van het geplande gedrag (Ajzen, 1991): intentie bepaalt gedrag
1. Gedragsintentie
Beetje het idee van vroeger: gedragsintentie zal tot feitelijk gedrag leiden (paarse
blokjes)
Houding bepaalt door je gedragsovertuiging: wenselijkheid van het gestelde
gedrag en de mate waarin je denkt dat het gedrag tot een bepaald gevolg gaat
komen hoe meer overtuigt je bent van het gedrag (en de gevolgen) hoe
sterker attitude, intentie en hoe groter de kans dat je het gedrag gaat stellen.
1. Subjectieve normen die iemand ervaart
Andere zaken buiten attitude die het gedrag beïnvloeden
Theorie mens als sociaal wezen
Normen en waarden die in je omgeving gelden (goed of niet goed)
Bv. roken: hoe kijk jij er tegenover (eigen attitude) en hoe kijkt je gezin hier
tegenover (houding sociale omgeving)
Gaat geleidt worden door je normatieve opvattingen: confirmeer je graag tegen
de groepsdruk of zet je je juist af tegen de groepsdruk bepaalt in welke mate je
onderhevig bent aan sociale druk en of je intentie tot gedrag zal vertonen?
2. Zelf-effectiviteit
Mate waarin je zelf denk je gedrag te kunnen stellen zelf ingeschatte
vaardigheid/ beheersing van het gedrag kan je het gedrag zelf uitvoeren?
Beheers overtuiging : hoe meer zelfvertrouwen hoe > de kans dat je jezelf +
inschat hoe > intentie tot gedrag (feitelijk gedrag)
NU: mens als sociaal wezen:
2
Hoe voelen individuen zich op het werk en wat doet het er toe?
Rest van H5 niet te kennen!
1 Wat is een attitude
Attitude
= een houding die je hebt tegenover dingen, mensen of bepaalde gebeurtenissen en die
je gedrag leidt bepalen mee het gedrag
3 componenten
1. Cognitie
= perceptie: oordeel over een feitelijke toestand iets dat een persoon in
kwestie vaststelt
Vb. cartoon: zie filmpje bv. mijn baas is er nooit
2. Affect
Wat doet een toestand met jou? Welk gevoel?
Vb. cartoon emotie: verdriet/ wanhoop
3. Gedragsintentie
Vb. cartoon een poster meenemen naar huis dat eigenlijk niet mag
De neiging om dingen mee te nemen dat je niet mag doen
Cognitie = een belangrijk en zeer ruim begrip, waartoe de mentale processen gerekend
worden die optreden wanneer mensen waarnemen, informatie verwerken, leren, denken
en problemen oplossen. Deze mentale processen worden cognitieve processen genoemd.
Emotie is een innerlijke beleving of moeilijk te omschrijven gevoel. De vier
bekendste emoties noemt men angst, vreugde, boosheid en verdriet. Elk mens
toont emoties. Deze kunnen plotseling optreden of tijdens een gebeurtenis geuit worden.
In de psychologie is het affect een patroon van waarneembaar gedrag waarmee een
subjectief gevoel (of emotie) tot uitdrukking wordt gebracht. Als men zich de stemming
van een persoon voorstelt als het emotionele 'klimaat' van die persoon, kan
het affect worden gezien als het emotionele 'weer'.
Houding kan positief of negatief zijn. Kan veranderen, bv. positieve houding ten aanzien
van reizen naar Sri Lanka, door de bomaanslagen minder positief of zelfs negatief
(=ingrijpende gebeurtenis). Positieve houding ten opzichte van een bepaald kledingmerk,
tot blijkt dat er kinderarbeid ingezet wordt om de kleding te maken (=nieuwe
informatie).
3 componenten zijn onderling verbonden.
Gedragsintentie vloeit voort uit emotie en cognitie
Attitudes zijn relatief stabiel, maar kunnen veranderen bv. doordat je meer info
krijgt of door bv. ingrijpende gebeurtenissen: baas veranderd bv.
1
, 2 Attitudes en gedrag: wanneer leiden attitudes tot
gedrag?
VROEGER: men zag de mens als rationaal denkend wezen. Intentie leidt tot het feitelijk
gedrag bv. intentie om te stelen dan gaat men stelen
NU:
Theorie van het geplande gedrag (Ajzen, 1991): intentie bepaalt gedrag
1. Gedragsintentie
Beetje het idee van vroeger: gedragsintentie zal tot feitelijk gedrag leiden (paarse
blokjes)
Houding bepaalt door je gedragsovertuiging: wenselijkheid van het gestelde
gedrag en de mate waarin je denkt dat het gedrag tot een bepaald gevolg gaat
komen hoe meer overtuigt je bent van het gedrag (en de gevolgen) hoe
sterker attitude, intentie en hoe groter de kans dat je het gedrag gaat stellen.
1. Subjectieve normen die iemand ervaart
Andere zaken buiten attitude die het gedrag beïnvloeden
Theorie mens als sociaal wezen
Normen en waarden die in je omgeving gelden (goed of niet goed)
Bv. roken: hoe kijk jij er tegenover (eigen attitude) en hoe kijkt je gezin hier
tegenover (houding sociale omgeving)
Gaat geleidt worden door je normatieve opvattingen: confirmeer je graag tegen
de groepsdruk of zet je je juist af tegen de groepsdruk bepaalt in welke mate je
onderhevig bent aan sociale druk en of je intentie tot gedrag zal vertonen?
2. Zelf-effectiviteit
Mate waarin je zelf denk je gedrag te kunnen stellen zelf ingeschatte
vaardigheid/ beheersing van het gedrag kan je het gedrag zelf uitvoeren?
Beheers overtuiging : hoe meer zelfvertrouwen hoe > de kans dat je jezelf +
inschat hoe > intentie tot gedrag (feitelijk gedrag)
NU: mens als sociaal wezen:
2