Samenvatting Plantkunde: (Boek + ppt)
Fysiologie
1. Chemische samenstelling van organismen (enkel ppt)
1.1 Water
Belang voor planten?
• Structurele component (geeft steun)
• Oplos – en transportmiddel
• Neemt deel aan biochemische reacties
• Bijna alle biochemische reacties zijn enkel mogelijk in water
Bepalen van watergehalte in plantendelen
• Drogestofgehalte
• Belangrijk in de landbouw
• 𝑑𝑟𝑜𝑔𝑒𝑠𝑡𝑜𝑓𝑔𝑒ℎ𝑎𝑙𝑡𝑒 = 𝑚𝑑𝑟𝑜𝑜𝑔 /𝑚𝑣𝑒𝑟𝑠 ∙ 100
Organisme bestaat uit:
• Water: 75%
• Drogestof: 25%
o Organische stoffen: 22,5%
o Anorganische stoffen: 2,5%
1.2 Koolstofverbindingen
• 4 belangrijke verbindingen
o Sachariden
o Vetten
o Eiwitten
o Nucleïnezuren
• Belang?
o In bijna alle cellen als bouwstof aanwezig
o Zijn betrokken in de chemische reacties van de cel
o Zijn betrokken in de structuur van de genen
o Belang in het metabolisme
o Kunnen als reserve opgeslagen worden in de cellen
Sachariden
• Monosachariden (glucose, fructose, galactose)
• Oligosachariden (disachariden)
• Polysachariden (zetmeel, cellulose…)
• Polysacharideachtige verbindingen (pectine, lignine…)
1
,Vetten
Eigenlijke vetten
• Glycerol + vetzuren
• Verzadigd/onverzadigd
• Reservestof in zaden
Lipoïden
• Complexe lipiden
• Fosfolipiden
• Carotenoïden
• Suberine, cutine
Eiwitten
• Opgebouwd uit aminozuren
• Planten kunnen alle AZ zelf maken
• Bouwsteen van cellen, enzymen, transportmiddel, antistof…
Nucleïnezuren
• Opgebouwd uit nucleotiden
• Opslag en overdracht van genetische informatie
• Adenine (A), guanine (G), cytosine (C), Thymine (T), Uracil (U)
• Desoxyribonucleïnezuur (DNA) of ribonucleïnezuur (RNA)
2. Herkomst van water, mineralen en koolstofverbindingen
2.1 Opnemen van water en mineralen
De mineralen bevatten de noodzakelijke elementen in de vorm van ionen. De plant
moet goed het licht kunnen opvangen, want dit is belangrijk voor de fotosynthese
(zo kan de plant groeien).
2.1.1 Opnemen van water
De structuur van de wortel is uitstekend geschikt voor de opneming van water.
Water wordt voornamelijk via de wortelharen door osmose opgenomen. De
wortelharen zijn niet bedekt met een cuticula en de celwand is zeer dun. Als de
plant er geen heeft, gebeurt de waterabsorptie door de epidermiscellen met
onverkurkte wanden, gelegen achter de celstrekkingszone.
De opneming van water hangt af van:
• De samenstelling van het celsap;
• De beschikbare waterhoeveelheid in de bodem.
2
, Er zijn 3 soorten water in de bodem:
1. Gravitatiewater: Water in de grote poriën of macroporiën van de bodem
(enkel na een goede regenbui beschikbaar voor de plant).
2. Capillair water: Water dat achterblijft in de kleine poriën of de microporiën na
het wegvloeien van het gravitatiewater. Dit water wordt vastgehouden tegen de
zwaartekracht in. (wordt vooral opgenomen door de plant)
3. Adsorptiewater: Water dat door elektrostatische oppervlaktekrachten is
gebonden aan de bodemdeeltjes.
Het verwelkingspunt van een bodem is het
punt waarop het aanwezige bodemwater niet
meer beschikbaar is voor de plant.
Verder is de zuurstof in het water belangrijk
voor de plant en de temperatuur
(kamertamperatuur).
2.1.2 Opnemen van ionen
Minerale ionen
• Uitbreiding van wortelgestel = zoektocht naar ionen
• C, H, O, N, K, Ca, Mg, Fe, S en P
o Sommige elementen zijn noodzakelijk omdat bv.:
▪ De plant kan niet alle ontwikkelingsfases doormaken zonder dit element;
▪ De plant gaat ziek worden (door ontbreken van mineralen = gebreken);
▪ Het element kan niet vervangen worden door een ander element.
Bv.
• Stikstofgebrek: bladeren krijgen gele kleur;
• Fosforgebrek: bladeren kleuren rood;
• Kaliumgebrek: de bladeren sterven af.
• Magnesiumgebrek: plant wordt bleekgeel, dit is chlorose
(chlorofylmolecule bevat magnesium)
➔ Gebrekziekten: bepaalde delen krijgen een abnormaal uitzicht, de ontwikkeling
wordt geremd en ten slotte sterft de plant.
3
Fysiologie
1. Chemische samenstelling van organismen (enkel ppt)
1.1 Water
Belang voor planten?
• Structurele component (geeft steun)
• Oplos – en transportmiddel
• Neemt deel aan biochemische reacties
• Bijna alle biochemische reacties zijn enkel mogelijk in water
Bepalen van watergehalte in plantendelen
• Drogestofgehalte
• Belangrijk in de landbouw
• 𝑑𝑟𝑜𝑔𝑒𝑠𝑡𝑜𝑓𝑔𝑒ℎ𝑎𝑙𝑡𝑒 = 𝑚𝑑𝑟𝑜𝑜𝑔 /𝑚𝑣𝑒𝑟𝑠 ∙ 100
Organisme bestaat uit:
• Water: 75%
• Drogestof: 25%
o Organische stoffen: 22,5%
o Anorganische stoffen: 2,5%
1.2 Koolstofverbindingen
• 4 belangrijke verbindingen
o Sachariden
o Vetten
o Eiwitten
o Nucleïnezuren
• Belang?
o In bijna alle cellen als bouwstof aanwezig
o Zijn betrokken in de chemische reacties van de cel
o Zijn betrokken in de structuur van de genen
o Belang in het metabolisme
o Kunnen als reserve opgeslagen worden in de cellen
Sachariden
• Monosachariden (glucose, fructose, galactose)
• Oligosachariden (disachariden)
• Polysachariden (zetmeel, cellulose…)
• Polysacharideachtige verbindingen (pectine, lignine…)
1
,Vetten
Eigenlijke vetten
• Glycerol + vetzuren
• Verzadigd/onverzadigd
• Reservestof in zaden
Lipoïden
• Complexe lipiden
• Fosfolipiden
• Carotenoïden
• Suberine, cutine
Eiwitten
• Opgebouwd uit aminozuren
• Planten kunnen alle AZ zelf maken
• Bouwsteen van cellen, enzymen, transportmiddel, antistof…
Nucleïnezuren
• Opgebouwd uit nucleotiden
• Opslag en overdracht van genetische informatie
• Adenine (A), guanine (G), cytosine (C), Thymine (T), Uracil (U)
• Desoxyribonucleïnezuur (DNA) of ribonucleïnezuur (RNA)
2. Herkomst van water, mineralen en koolstofverbindingen
2.1 Opnemen van water en mineralen
De mineralen bevatten de noodzakelijke elementen in de vorm van ionen. De plant
moet goed het licht kunnen opvangen, want dit is belangrijk voor de fotosynthese
(zo kan de plant groeien).
2.1.1 Opnemen van water
De structuur van de wortel is uitstekend geschikt voor de opneming van water.
Water wordt voornamelijk via de wortelharen door osmose opgenomen. De
wortelharen zijn niet bedekt met een cuticula en de celwand is zeer dun. Als de
plant er geen heeft, gebeurt de waterabsorptie door de epidermiscellen met
onverkurkte wanden, gelegen achter de celstrekkingszone.
De opneming van water hangt af van:
• De samenstelling van het celsap;
• De beschikbare waterhoeveelheid in de bodem.
2
, Er zijn 3 soorten water in de bodem:
1. Gravitatiewater: Water in de grote poriën of macroporiën van de bodem
(enkel na een goede regenbui beschikbaar voor de plant).
2. Capillair water: Water dat achterblijft in de kleine poriën of de microporiën na
het wegvloeien van het gravitatiewater. Dit water wordt vastgehouden tegen de
zwaartekracht in. (wordt vooral opgenomen door de plant)
3. Adsorptiewater: Water dat door elektrostatische oppervlaktekrachten is
gebonden aan de bodemdeeltjes.
Het verwelkingspunt van een bodem is het
punt waarop het aanwezige bodemwater niet
meer beschikbaar is voor de plant.
Verder is de zuurstof in het water belangrijk
voor de plant en de temperatuur
(kamertamperatuur).
2.1.2 Opnemen van ionen
Minerale ionen
• Uitbreiding van wortelgestel = zoektocht naar ionen
• C, H, O, N, K, Ca, Mg, Fe, S en P
o Sommige elementen zijn noodzakelijk omdat bv.:
▪ De plant kan niet alle ontwikkelingsfases doormaken zonder dit element;
▪ De plant gaat ziek worden (door ontbreken van mineralen = gebreken);
▪ Het element kan niet vervangen worden door een ander element.
Bv.
• Stikstofgebrek: bladeren krijgen gele kleur;
• Fosforgebrek: bladeren kleuren rood;
• Kaliumgebrek: de bladeren sterven af.
• Magnesiumgebrek: plant wordt bleekgeel, dit is chlorose
(chlorofylmolecule bevat magnesium)
➔ Gebrekziekten: bepaalde delen krijgen een abnormaal uitzicht, de ontwikkeling
wordt geremd en ten slotte sterft de plant.
3