1
Histogenese van de Tand:
Organogenese:
• 5 fasen tijdens ontwikkeling van orgaan:
o Cytoplasmatische ‘programmatie’
o Inductie
o Determinatie
o Morfogenese
o Differentiatie (histogenese)
• Weefsel-interacties
Embryologie van de mondholte:
• Proliferatie en migratie van cellen
• Week 3:
o 3 primitieve weefsellagen
▪ Ectoderm
▪ Mesoderm
▪ Endoderm
• Week 3 – week 8:
o Differentiatie van hoofd en mond (ze worden gevormd)
o Ontwikkeling van verhemelte
• Neurale tube/lijst:
o Belangrijk voor de mond- en tandstructuur
o Vrijwel alle craniofaciale weefsels zijn afkomstig van migrator-cellen van de neurale
lijst
• Ectoderm:
o Zetten ontwikkeling van de tandkiem in gang
o Ze gaan “ondergronds” en verliezen oppervlakte structuur
▪ Verandering in ecto-mesenchym
o Glazuur
• Ecto-mesenchym:
o Ectomesenchyme beenderen en schedel
o Dentine
o Periodontale ligamenten
o Alveolair bot
, 2
Primaire epitheliale band:
• Ontstaat na 5 weken ter hoogte van de 1ste branchiale boog
o Hoefijzervormige condensatie
▪ Oorsprong toekomstige tanden in boven- en onderkaak
• Band splitst zich op in vestibulaire en dentale lamina
• Vestibulaire lamina:
o Toekomstige omslagplooi
o Minder invasief
o Hand in hand met tandlijst
• Dentale lamina:
o Proliferatie leidt tot vorming van epitheliale extensies in onderliggende
ectomesenchym
Initiatie van de tandkiem (moleculaire signalen):
• Initiatie gestuurd door moleculaire signalen (kleine pakketjes informatie)
o Sturen interacties tussen epitheel en mesenchym
• Signalen zijn specifiek voor type weefsel en orgaan
• Proces:
o Vanuit ectoderm cel komt signaalmolecule
o Signaalmolecule wordt opgepikt door receptor van ectomesenchym cel
o Ontstaan van transcriptiefactor in cytoplasma van ectomesenchym cel
o Transcriptiefactor gaat bepaald deel van DNA overschrijven
▪ Mogelijkheid tot ontwikkelen van:
• Receptor
• Signaalmolecule
• Functies van signaalmoleculen:
o Proliferatie (groei)
o Differentiatie (evolueren naar ander celtype)
o Adhesie (kleven)
o Migratie (verhuizen)
o Apoptosis (celdood)
Celcompetentie:
• Wijze waarop cel op signalen gaat reageren
• Dezelfde signaalmoleculen sturen de ontwikkeling aan van verschillende organen en weefsels
o Reden: verschillen in celcompetentie
• Celcompetentie verandert doorheen celbestaan
o Cel-fenotype verandert (expressie)
, 3
Theorieën van tandkiem initiatie:
• Heel vroeg:
o Interactie van weefsels = inductie
• Verschillende hypothesen:
o Short-range hormonen (uit de hypofyse)
o Cell-to-cell contact (voorwaarde dat de cellen dichtbij zijn)
o Extracellulaire matrix
o Waarschijnlijk niet het geval
• Fundamenteel:
o Overdragen van signaalmoleculen
Placode-vorming:
• Placode:
o Ectodermale verdikkingen
o Essentieel
• Afzonderlijke tandtypes vormen hun eigen placode (snijtanden, hoektanden en molaren)
Genetische factoren:
• Ze bepalen de:
o Positie tandkiem
o Aantal tanden
o Tandtype
▪ Verklaart via veldtheorie/kloontheorie
• Beide modellen zijn naast elkaar actief
Veldtheorie:
• Verklaart plaats en type van de tand in de mond
o Maar niet het aantal per tandsoort
• Er zijn tandtype-specifieke factoren aanwezig in ectomesenchym
• Velden:
o Afzonderlijke ‘velden’ met gradaties naargelang tandtype
o Elk ‘veld’ wordt getypeerd door expressie van combinaties van homeoboxgenen
▪ Deze genen eindigen op een ‘x’
• Tandtype wordt dus bepaald door de homeoboxgenen in dat bepaald veld in het
ectomesenchym door signalen vanuit het ectoderm
• Gevalideerd door wetenschappelijk onderzoek
• Eigenlijk soort van uitwisseling van programmatietaal
Histogenese van de Tand:
Organogenese:
• 5 fasen tijdens ontwikkeling van orgaan:
o Cytoplasmatische ‘programmatie’
o Inductie
o Determinatie
o Morfogenese
o Differentiatie (histogenese)
• Weefsel-interacties
Embryologie van de mondholte:
• Proliferatie en migratie van cellen
• Week 3:
o 3 primitieve weefsellagen
▪ Ectoderm
▪ Mesoderm
▪ Endoderm
• Week 3 – week 8:
o Differentiatie van hoofd en mond (ze worden gevormd)
o Ontwikkeling van verhemelte
• Neurale tube/lijst:
o Belangrijk voor de mond- en tandstructuur
o Vrijwel alle craniofaciale weefsels zijn afkomstig van migrator-cellen van de neurale
lijst
• Ectoderm:
o Zetten ontwikkeling van de tandkiem in gang
o Ze gaan “ondergronds” en verliezen oppervlakte structuur
▪ Verandering in ecto-mesenchym
o Glazuur
• Ecto-mesenchym:
o Ectomesenchyme beenderen en schedel
o Dentine
o Periodontale ligamenten
o Alveolair bot
, 2
Primaire epitheliale band:
• Ontstaat na 5 weken ter hoogte van de 1ste branchiale boog
o Hoefijzervormige condensatie
▪ Oorsprong toekomstige tanden in boven- en onderkaak
• Band splitst zich op in vestibulaire en dentale lamina
• Vestibulaire lamina:
o Toekomstige omslagplooi
o Minder invasief
o Hand in hand met tandlijst
• Dentale lamina:
o Proliferatie leidt tot vorming van epitheliale extensies in onderliggende
ectomesenchym
Initiatie van de tandkiem (moleculaire signalen):
• Initiatie gestuurd door moleculaire signalen (kleine pakketjes informatie)
o Sturen interacties tussen epitheel en mesenchym
• Signalen zijn specifiek voor type weefsel en orgaan
• Proces:
o Vanuit ectoderm cel komt signaalmolecule
o Signaalmolecule wordt opgepikt door receptor van ectomesenchym cel
o Ontstaan van transcriptiefactor in cytoplasma van ectomesenchym cel
o Transcriptiefactor gaat bepaald deel van DNA overschrijven
▪ Mogelijkheid tot ontwikkelen van:
• Receptor
• Signaalmolecule
• Functies van signaalmoleculen:
o Proliferatie (groei)
o Differentiatie (evolueren naar ander celtype)
o Adhesie (kleven)
o Migratie (verhuizen)
o Apoptosis (celdood)
Celcompetentie:
• Wijze waarop cel op signalen gaat reageren
• Dezelfde signaalmoleculen sturen de ontwikkeling aan van verschillende organen en weefsels
o Reden: verschillen in celcompetentie
• Celcompetentie verandert doorheen celbestaan
o Cel-fenotype verandert (expressie)
, 3
Theorieën van tandkiem initiatie:
• Heel vroeg:
o Interactie van weefsels = inductie
• Verschillende hypothesen:
o Short-range hormonen (uit de hypofyse)
o Cell-to-cell contact (voorwaarde dat de cellen dichtbij zijn)
o Extracellulaire matrix
o Waarschijnlijk niet het geval
• Fundamenteel:
o Overdragen van signaalmoleculen
Placode-vorming:
• Placode:
o Ectodermale verdikkingen
o Essentieel
• Afzonderlijke tandtypes vormen hun eigen placode (snijtanden, hoektanden en molaren)
Genetische factoren:
• Ze bepalen de:
o Positie tandkiem
o Aantal tanden
o Tandtype
▪ Verklaart via veldtheorie/kloontheorie
• Beide modellen zijn naast elkaar actief
Veldtheorie:
• Verklaart plaats en type van de tand in de mond
o Maar niet het aantal per tandsoort
• Er zijn tandtype-specifieke factoren aanwezig in ectomesenchym
• Velden:
o Afzonderlijke ‘velden’ met gradaties naargelang tandtype
o Elk ‘veld’ wordt getypeerd door expressie van combinaties van homeoboxgenen
▪ Deze genen eindigen op een ‘x’
• Tandtype wordt dus bepaald door de homeoboxgenen in dat bepaald veld in het
ectomesenchym door signalen vanuit het ectoderm
• Gevalideerd door wetenschappelijk onderzoek
• Eigenlijk soort van uitwisseling van programmatietaal