Inleiding:
Pedagogen = kenner vd pedagogie Opvoeder = iem die opvoedt
Pedagoog = beoefenaar vd pedagogie Opvoeding = het opvoeden
Pedagogie = opvoeding Opvoeden = grootbrengen/ beschaven:
socialiseren, lichamelijk
Pedagogiek = opvoedkunde/ studie vd opvoeding
en geestelijk opvoeden
Didactiek = onderwijskunde/ studie vh lesgeven
Socialiseren = inpassen in de maatschappij
Opvoeden van kind naar volwassene:
- Cognitieve ontwikkeling
- Sociaal-affectieve ontwikkeling
- Psychomotorische ontwikkeling
Ontwikkelen = iets dat er al was ten volle bloei brengen
Bij pedagogisch handelen word je geconfronteerd met onvoorziene situaties gepast op reageren
- Onmiddellijk ageren: je kan de situatie niet bevriezen en rustig mogelijkheden overwegen
- Niet niet ageren: ook als je niet reageert stuur je een boodschap en reageer je eigenlijk wel
o leerkracht handelt pedagogisch en geeft een compliment --> boost naar de lln
o Leerkracht handelt niet pedagogisch en skipt --> attitude van hard werken is niet
belangrijk
- Weeg je interventies af volgens het individu: wat bij het ene kind werkt, werkt niet bij de
ander
Componenten van het pedagogische handelen
- VAC: Kind centraal met zijn basisbehoeften.
- VOUW: basishoudingen van een leerkracht.
- Contexten waarin kinderen zich bevinden.
- Algemeen maatschappij- en mensbeeld.
Het kind en zijn psychologische basisbehoeften
- Verbondenheid: ik hoor erbij
- Competentie: ik kan het
- Autonomie: ik wil het zelf
Basisbehoeften van de leerkrachten
- Waarderen
- Ondersteunen
- Uitdagen
- Vertrouwen