Samenvatting
psychologisch perspectief
Anne Jongen
, Hoofdstuk 1: Inleiding
1.1. Wat is psychologie?
Gedragswetenschap: gedrag bestuderen en verklaren
‘Definitie’, kern:
Psychologie is de wetenschappelijke studie van het gedrag en de mentale activiteiten van het
individu. De individuele factoren en de factoren uit hun omgeving spelen een belangrijke rol in het
gedrag van mensen.
* Biologen: zoeken naar lichaamsprocessen die gedrag kunnen verklaren.
* Sociologen: verwijzen naar maatschappelijke invloeden die gedrag kunnen verklaren.
Soort gedrag?
Het innerlijke van de mens, letterlijk psycho-logie of ziel-kunde
Het uiterlijk waarneembare gedrag
Hoe aan wetenschap doen?
Geesteswetenschappelijke benadering: begrijpen van denken, voelen, handelen
Natuurwetenschappelijke benadering: via experimenten en objectieve metingen gedrag
verklaren
1.2. Wetenschappelijke psychologie = intuïtieve mensenkennis?
Intuïtieve mensenkennis of gezond verstand ≠ wetenschappelijke manier om naar gedrag te kijken
Intuïtieve mensenkennis = wetenschap:
Algemene doelstelling: gebeurtenissen kunnen voorspellen en/of er vat op krijgen
Basis: ervaringsgegevens
Intuïtieve mensenkennis ≠ wetenschap:
Verschil in soort ervaringen waarop beiden zich baseren (1.2.1)
Verschil in wijze waarop inzichten verworven worden (1.2.2.)
1.2.1. Verschil in het verzamelen van gegevens:
Verschil in soort ervaringen waarop beiden zich baseren
Intuïtieve mensenkennis: gebaseerd op toevallige, subjectieve indrukken uit alledaagse situaties
Wetenschap: gebaseerd op objectieve a waarnemingen, op een systematische b manier verzameld in
gecontroleerde c situaties
a) Objectieve vaststellingen
Objectiviteitsbeginsel: bevindingen moeten gebaseerd zijn op objectieve feiten (gebruik van
instrumenten en technieken*)
1
, Intersubjectiviteit: wanneer het objectiviteitsbeginsel niet voldaan kan worden, afgaan op
subjectieve indrukken
* technieken in de psychologie: natuurlijke observatie / participerende observatie /
vragenlijsten / gebruik van databanken / fysiologische metingen / psychologische tests /
(on)gestructureerd interview representatieve steekproeven
b) Systematische observaties
Alle relevante observaties systematisch bijhouden
Indien niet mogelijk: representatief aantal observaties o.b.v. één toevallige steekproef
c) In gecontroleerde situaties
Mogelijk storende factoren uitschakelen of neutraliseren vertekeningen vermijden
1.2.2. Verschil in het zoeken naar samenhang:
Verschil in wijze waarop inzichten verworven worden
Intuïtieve bewering: snel en oppervlakkig, zonder verklaring
Wetenschappelijke bewering: voorwaarden:
methodisch onderzoek
een verklaring bieden
moet herhaaldelijk getoetst worden aan nieuwe gegevens
Methodisch werken
3 mogelijkheden om te zoeken naar samenhang:
Begrijpende methode:
o Kwalitatief: verbale beschrijvingen
o Gebruik maken van gevalsstudies (vb. geval HM)
o Verschil intuïtieve benadering: systematischer en omzichtiger
o Nadeel = subjectiviteit
Correlationele methode:
o Kwantitatief: gebruik van cijfermateriaal en statische gegevens
o Samenhang tussen verschillende variabelen onderzoeken
o Correlaties: hoe groot is de samenhang tussen variabelen (positief / negatief / nul)
Experimentele methode:
o Kwantitatief: gebruik van cijfermateriaal en statische gegevens
o Oorzakelijk verband vaststellen (Veroorzaakt de ene variabele de andere?)
voorspellingen maken en vat krijgen op gebeurtenissen
o Afhankelijke (wordt beïnvloed?) en onafhankelijke variabele (heeft invloed?)
o Storende variabelen uitschakelen of neutraliseren (vb. Mapletoff experiment)
1.3. Geschiedenis van de psychologie
Verre voorgeschiedenis: oorsprong uit de filosofie
Officieel: 1879
2
, 1.3.1. De verre voorgeschiedenis
4e eeuw VC: opkomst filosofie nieuwe denkwijze (Socrates, Plates, Aristoteles) :
Expliciete manier waarop ze zich met allerlei vragen bezighielden
Systematiek die ze aanbrachten in hun inzichten
1.3.2. De meer directe voorgeschiedenis
16e eeuw:
Ommekeer in het westerse denken: theocentrische (god) antropocentrisme (mens)
Ontwikkelingen in de filosofie: rationalisme & empirisme
Rationalisme Empirisme
René Descartes John Locke
Logisch denken, de ratio Zintuigelijke waarneming, de empirie
“Ik denk, dus ik ben.”
Methodische twijfel: alle zekerheden Mensen tabula rasa = onbeschreven
worden in vraag gesteld blad
Dualisme: Bewustzijn onderzoeken: hoe zit dit in
- de ziel = het denkend vermogen, de geest mekaar? (wet. te onderzoeken)
- het lichaam = wat ruimte inneemt, de
materie (wet. te onderzoeken)
Vorderingen en ontdekkingen natuurwetenschappen
1.3.3. De psychologie als wetenschap van het bewustzijn
1879: ontstaan psychologie
a) Structuralisme
WUNDT (Duitsland) : 1e laboratorium voor experimentele psychologie in Leipzig
(onderzoeken onder gecontroleerde omstandigheden)
Hoe zit de structuur van ons bewustzijn in mekaar? (STRUCTURalisme)
via vb. introspectie
b) Functionalisme
Amerika: Wat zijn de functies van het bewustzijn? (FUNCTIonalisme)
via vb. externe observatie, 1e dierproeven
1.3.4. De behavioristische theorie
Behaviorisme
WATSON (Amerika) : gedrag verklaren op basis van objectief waarneembare feiten /
uitwendig waarneembare gedrag (BEHAVIORisme)
mensen hebben een RESPONS op een STIMULI (S-R-verbindingen)
3