PRIVAAT RECHT
DEEL I: INLEIDING
DEEL IV: PERSONEN-EN FAMILIERECHT
Hoofdstuk I De persoon
I. Begrip
De persoon = ieder wezen die drager is van rechten en plichten => rechtssubject
Juridische persoonlijkheid of rechtspersoonlijkheid = het geheel van rechten en
plichten waardoor de persoon kan deelnemen aan het rechtsverkeer
=> alle menselijke wezens hebben dit
Drukt zich uit in:
– de staat vd persoon: rechtstoestand als individu, in familie of natie
– de bekwaamheid vd persoon: rechten hebben en uit te oefenen
2 categorieën:
1.) Fysieke/natuurlijke persoon: levende mensen, alle mensen komen hiervoor in
aanmerking ongeacht of ze hun rechten kunnen uitoefenen
→ vroeger: burgerlijke dood = dood van rechtspersoonlijkheid
→ dieren: rechtsobjecten → ingedeeld bij zaken
2.) Rechtspersoon: instellingen, stichtingen en groeperingen van individuen of kapitalen,
organisaties
→ titularis van bepaalde rechten en bekwaamheden
→ rechten en plichten: kunnen overeenkomsten sluiten
→ geen fysiek bestaan
→ enkel vermogensrechten (eigendomsrecht, recht om contracten af te sluiten)
→ geen familierechten (huwen, adoptie)
II. De fysieke of natuurlijke persoon
1. Het lichaam
1.1. Bescherming vh lichaam tegen aantasting door derden
onderscheid in:
Publiekrechtelijke verhoudingen: maatschappelijk belang is hoger van waarde dan het
belang van één individu
bv. Verplichte inenting tegen polio, fouillering en arrestatie, behandeling v geesteszieke onder dwang
Privaatrechtelijke verhouding: belangen van enkelingen zijn steeds gelijkwaardig. Het
belang van één persoon kan niet de schending vh lichaam vd andere persoon
rechtvaardigen.
Bv. Wnr men de biologische vader te weten wil komen via DNA-analyse kan die persoon dit weigeren
Indien het fysiek van een persoon toch geschonden wordt dan kan dit 2 gevolgen hebben:
1. Straffunctie (misdrijf slagen en verwondingen)
2. burgerrecht → schadevergoeding (art. 1382)
,1.2. Het bijzondere geval vd medische handeling
Arts kan niet aansprakelijk worden gesteld voor medische behandeling of onderzoek
Wet:
– er moet een medische noodzaak zijn
– redelijke proportie tussen medisch risico en resultaat
– gebaseerd op wetenschappelijke kennis
– toestemming patiënt
1.3. De bescherming vh lichaam en het zelfbeschikkingsrecht vh individu
vb. zelfmoord, euthanasie, abortus, afname van bloed, weefsel en organen
1.4. Besluit
→ Zelfbeschikkingsrecht wordt steeds groter
→ bescherming vh lichaam in relatie tot derden veel intacter gebleven
2. Het leven
2.1. De aanvang vh juridisch leven
→ Wat kiezen we van leeftijd als grens wanneer je drager wordt van je rechten?
3 voorwaarden:
1.) geboorte → wanneer de navelstreng wordt doorgeknipt
2.) leven geboren → ademen (of ten minste één maal geademd hebben)
3.) levensvatbaar zijn → beschikken over alle organen om zelfstandig te leven
→ zonder deze bovenstaande voorwaarden heeft het kind eigenlijk niet bestaan → ook al sterft het kindje na
één dag, eigenlijk geen recht op begraven te worden of zelfs een naam
Embryo of foetus is geen juridische persoon maar uitzonderlijk kan een reeds verwekt, nog
niet geboren kind rechten krijgen:
– erven
– recht op verzekeringsuitkering en schadevergoeding
– erkenning
Voorwaarden → kind moet reeds verwekt zijn en moet leven en levensvatbaar geboren
worden
→ vb. Reden: ongelijkheid wegnemen tussen geboren en ongeboren kinderen, bijvoorbeeld indien de
vader terminaal ziek is en voor de geboorte van zijn kind zal overlijden.
Hetzelfde geldt bijvoorbeeld om te kunnen erven of een schadevergoeding te kunnen krijgen.
Vermoeden van verwekking:
– tussen de 300ste en 180ste dag van de geboorte (wettelijk tijdperk vd bevruchting) =>
300 dagen is langer dan een zwangerschap , vroeger kon geen zwangerschap korter
duren dan 180 dagen (6maanden) → nu worden prematuren in leven gehouden
2.2. Het einde vh juridisch leven
→ iemand is dood als een arts hem dood verklaart
,→ statuut lijk
Bijzondere bescherming in het recht:
– lijkbezorging: persoon mag zelf beslissen voor begraving of crematie
→ gewest materie: verschillende regels in Vlaanderen en Wallonië
– lijkopening/autopsie:
→ wetenschappelijke: mensen die hun lichaam afstaan aan de wetenschap
→ politionele: gebeurt op het ogenblik van een verdacht overlijden
vb. moord, bij verkeersongeval, kinderen die sterven aan wiegendood
→ gerechtelijke autopsie: wordt opgelegd door een rechtbank
vb. kan te maken hebben met erfelijkheid
– lijkafstand: zelf kiezen om je lichaam af te staan voor wetenschappelijk onderzoek
– Orgaandonatie en donatie van (ander) menselijk lichaamsmateriaal
→ wet zegt dat je automatisch orgaandonor bent tenzij je tijdens je leven daar verzet hebt
tegen aangetekend
→ in praktijk willen nabestaanden dit liever niet omdat dit een gevoelige kwestie is → nog
steeds tekort aan organen
→ Sinds juli 2020 genuanceerdere wetgeving hieromtrent → je kan specifieker verzet
aantekenen tegen:
– orgaandonatie voor transplantatie
– donatie van menselijk lichaamsmateriaal voor transplantatie
– donatie van menselijk lichaamsmateriaal voor de vervaardiging van geneesmiddelen
– donatie van menselijk lichaamsmateriaal voor onderzoek (niet hetzelfde als lijkafstand
want dat is het gehele lichaam)
III. De rechtspersonen
1.) Publiekrechtelijke rechtspersonen
→ belichamen het algemeen belang en kunnen daardoor dingen doen die private
rechtspersonen niet kunnen doen
vb. gemeenten kunnen eigen belastingen opstellen, de post legt zijn tarieven op, onteigening vb. als er een
nieuwe spoorlijn moet gelegd worden dan zal Infrabel onteigend moeten worden
Het publiek recht gaat over de verhouding van individu en overheid en tussen de optelsom
van alle individuele belangen.
→ worden door de overheid ingericht met oog op het behartigen van algemeen belang
→ deel van openbaar gezag
→ sommigen vallen samen met territoriale afbakeningen zoals de staat, gemeenschappen
en gewesten, de provincies en de gemeenten
→ de grens is soms vaag of je bij de overheid zit of niet → dit komt omdat sommige
rechtspersonen van de overheid zijn maar dat er private aandelen zijn. Wnr ben je vd
overheid? → Als meer dan de helft vd aandelen + 1 bij de overheid = overheid, indien niet
dan ben je private onderneming
vb. Telenet is gestart als bedrijf vd overheid → na een tijd volledig verkocht aan privaat bedrijf
→ anderen zijn actief op het hele grondgebied
bv. Proximus, Bpost
2.) Privaatrechtelijke rechtspersonen
→ groeperingen van personen die een bepaalde bedrijvigheid willen uitoefenen
→ komen tot staat op privaat initiatief
→ hun bestaan hangt af vd wet
bv. Vzw, NV, BV
, Commerciële (ondernemingsrecht) en niet-commerciële ondernemingen (vzw)
3.) de feitelijke vereniging
→ groepering van personen of vereniging die niet de door de wet voorgeschreven
voorwaarden naleeft voor het bekomen van rechtspersoonlijkheid
→ geen juridische erkenning
→ elke lid is persoonlijk aansprakelijk, dus in een rechtszaak zou men alle leden
persoonlijk moeten dagvaarden
bv. Chiro, vakbonden
Voorbeeld:
Je organiseert een festival maar de verkoop valt tegen en er volgt een financiële kater
– als vzw: vzw zal moeten ophouden met te bestaan
– geen vzw: iedereen die een handtekening gezet heeft is verantwoordelijk → stel dat enkel de hoofdleider
zijn handtekening heeft gezet => persoonlijk aansprakelijk: deurwaarder kan komen
– penningmeester van een ijsschaatsclub → ze had schaatsen besteld voor de club uit Canada → dit is niet
voor persoonlijk gebruik omdat er het 100 waren → douanekosten, extra kosten → feitelijke vereniging: zij
heeft haar handtekening gezet en was er verantwoordelijk ervoor
→ je bent beter beschermd met een structuur van een rechtspersoon erbij
→ vakbonden willen dit niet: zij innen lidgelden en sparen dit op voor als er een langdurige staking uitbreekt
→ willen dit geld afschermen van overheidsinmenging
vakbond is een feitelijke vereniging: wnr er een lid vd vakbond een ruit inslaat tijdens betoging → vakbond is
niet verantwoordelijk
IV. De staat van de persoon
→ wat is mijn positie in de samenleving?
→ overkoepelend begrip voor persoonseigenschappen die aan het recht verbonden zijn:
– politieke staat: nationaliteit, bij welke gemeenschap hoor je?
→ fysieke en ondernemingen hebben een nationaliteit
– burgerlijk/familiale staat: getrouwd, alleenstaand, …
→ fysieke personen wel, ondernemingen niet
– individuele staat: Hoe kunnen we je individueel kennen? bv. Naam, woonplaats
→ ook ondernemingen hebben dit
→ eigenschappen zoals ras, godsdienst of filosofische overtuigingen horen hier niet bij
(niet in België)
bv. Ras: vroeger apartheid in Zuid-Afrika of naziregime (Joden)
In België: Getrouwd zijn valt niet onder wetboek omdat dat geen invloed heeft dat je dingen niet zou mogen,
in Saudië-Aurabië als je getrouwd bent wel minder rechten ???
V. De bekwaamheid van de persoon
Rechtsbekwaam of genotsbekwaam = een persoon is bekwaam over zijn eigen
(subjectieve) rechten
→ de rechten vallen je toe, je wordt beschermd, de dingen die je mag doen en de rechten
die je hebt, passieve kant
bv. Een baby kan erven
→ subjectieve recht (zie objectief/subjectief recht): bv vrijheid van meningsuiting
→ voor de Franse revolutie had niemand rechten; nu égalité
Handelingsbekwaamheid = je rechten uitoefenen door rechtshandelingen, actieve kant
bv. Contracten ondertekenen, testamenten opmaken
DEEL I: INLEIDING
DEEL IV: PERSONEN-EN FAMILIERECHT
Hoofdstuk I De persoon
I. Begrip
De persoon = ieder wezen die drager is van rechten en plichten => rechtssubject
Juridische persoonlijkheid of rechtspersoonlijkheid = het geheel van rechten en
plichten waardoor de persoon kan deelnemen aan het rechtsverkeer
=> alle menselijke wezens hebben dit
Drukt zich uit in:
– de staat vd persoon: rechtstoestand als individu, in familie of natie
– de bekwaamheid vd persoon: rechten hebben en uit te oefenen
2 categorieën:
1.) Fysieke/natuurlijke persoon: levende mensen, alle mensen komen hiervoor in
aanmerking ongeacht of ze hun rechten kunnen uitoefenen
→ vroeger: burgerlijke dood = dood van rechtspersoonlijkheid
→ dieren: rechtsobjecten → ingedeeld bij zaken
2.) Rechtspersoon: instellingen, stichtingen en groeperingen van individuen of kapitalen,
organisaties
→ titularis van bepaalde rechten en bekwaamheden
→ rechten en plichten: kunnen overeenkomsten sluiten
→ geen fysiek bestaan
→ enkel vermogensrechten (eigendomsrecht, recht om contracten af te sluiten)
→ geen familierechten (huwen, adoptie)
II. De fysieke of natuurlijke persoon
1. Het lichaam
1.1. Bescherming vh lichaam tegen aantasting door derden
onderscheid in:
Publiekrechtelijke verhoudingen: maatschappelijk belang is hoger van waarde dan het
belang van één individu
bv. Verplichte inenting tegen polio, fouillering en arrestatie, behandeling v geesteszieke onder dwang
Privaatrechtelijke verhouding: belangen van enkelingen zijn steeds gelijkwaardig. Het
belang van één persoon kan niet de schending vh lichaam vd andere persoon
rechtvaardigen.
Bv. Wnr men de biologische vader te weten wil komen via DNA-analyse kan die persoon dit weigeren
Indien het fysiek van een persoon toch geschonden wordt dan kan dit 2 gevolgen hebben:
1. Straffunctie (misdrijf slagen en verwondingen)
2. burgerrecht → schadevergoeding (art. 1382)
,1.2. Het bijzondere geval vd medische handeling
Arts kan niet aansprakelijk worden gesteld voor medische behandeling of onderzoek
Wet:
– er moet een medische noodzaak zijn
– redelijke proportie tussen medisch risico en resultaat
– gebaseerd op wetenschappelijke kennis
– toestemming patiënt
1.3. De bescherming vh lichaam en het zelfbeschikkingsrecht vh individu
vb. zelfmoord, euthanasie, abortus, afname van bloed, weefsel en organen
1.4. Besluit
→ Zelfbeschikkingsrecht wordt steeds groter
→ bescherming vh lichaam in relatie tot derden veel intacter gebleven
2. Het leven
2.1. De aanvang vh juridisch leven
→ Wat kiezen we van leeftijd als grens wanneer je drager wordt van je rechten?
3 voorwaarden:
1.) geboorte → wanneer de navelstreng wordt doorgeknipt
2.) leven geboren → ademen (of ten minste één maal geademd hebben)
3.) levensvatbaar zijn → beschikken over alle organen om zelfstandig te leven
→ zonder deze bovenstaande voorwaarden heeft het kind eigenlijk niet bestaan → ook al sterft het kindje na
één dag, eigenlijk geen recht op begraven te worden of zelfs een naam
Embryo of foetus is geen juridische persoon maar uitzonderlijk kan een reeds verwekt, nog
niet geboren kind rechten krijgen:
– erven
– recht op verzekeringsuitkering en schadevergoeding
– erkenning
Voorwaarden → kind moet reeds verwekt zijn en moet leven en levensvatbaar geboren
worden
→ vb. Reden: ongelijkheid wegnemen tussen geboren en ongeboren kinderen, bijvoorbeeld indien de
vader terminaal ziek is en voor de geboorte van zijn kind zal overlijden.
Hetzelfde geldt bijvoorbeeld om te kunnen erven of een schadevergoeding te kunnen krijgen.
Vermoeden van verwekking:
– tussen de 300ste en 180ste dag van de geboorte (wettelijk tijdperk vd bevruchting) =>
300 dagen is langer dan een zwangerschap , vroeger kon geen zwangerschap korter
duren dan 180 dagen (6maanden) → nu worden prematuren in leven gehouden
2.2. Het einde vh juridisch leven
→ iemand is dood als een arts hem dood verklaart
,→ statuut lijk
Bijzondere bescherming in het recht:
– lijkbezorging: persoon mag zelf beslissen voor begraving of crematie
→ gewest materie: verschillende regels in Vlaanderen en Wallonië
– lijkopening/autopsie:
→ wetenschappelijke: mensen die hun lichaam afstaan aan de wetenschap
→ politionele: gebeurt op het ogenblik van een verdacht overlijden
vb. moord, bij verkeersongeval, kinderen die sterven aan wiegendood
→ gerechtelijke autopsie: wordt opgelegd door een rechtbank
vb. kan te maken hebben met erfelijkheid
– lijkafstand: zelf kiezen om je lichaam af te staan voor wetenschappelijk onderzoek
– Orgaandonatie en donatie van (ander) menselijk lichaamsmateriaal
→ wet zegt dat je automatisch orgaandonor bent tenzij je tijdens je leven daar verzet hebt
tegen aangetekend
→ in praktijk willen nabestaanden dit liever niet omdat dit een gevoelige kwestie is → nog
steeds tekort aan organen
→ Sinds juli 2020 genuanceerdere wetgeving hieromtrent → je kan specifieker verzet
aantekenen tegen:
– orgaandonatie voor transplantatie
– donatie van menselijk lichaamsmateriaal voor transplantatie
– donatie van menselijk lichaamsmateriaal voor de vervaardiging van geneesmiddelen
– donatie van menselijk lichaamsmateriaal voor onderzoek (niet hetzelfde als lijkafstand
want dat is het gehele lichaam)
III. De rechtspersonen
1.) Publiekrechtelijke rechtspersonen
→ belichamen het algemeen belang en kunnen daardoor dingen doen die private
rechtspersonen niet kunnen doen
vb. gemeenten kunnen eigen belastingen opstellen, de post legt zijn tarieven op, onteigening vb. als er een
nieuwe spoorlijn moet gelegd worden dan zal Infrabel onteigend moeten worden
Het publiek recht gaat over de verhouding van individu en overheid en tussen de optelsom
van alle individuele belangen.
→ worden door de overheid ingericht met oog op het behartigen van algemeen belang
→ deel van openbaar gezag
→ sommigen vallen samen met territoriale afbakeningen zoals de staat, gemeenschappen
en gewesten, de provincies en de gemeenten
→ de grens is soms vaag of je bij de overheid zit of niet → dit komt omdat sommige
rechtspersonen van de overheid zijn maar dat er private aandelen zijn. Wnr ben je vd
overheid? → Als meer dan de helft vd aandelen + 1 bij de overheid = overheid, indien niet
dan ben je private onderneming
vb. Telenet is gestart als bedrijf vd overheid → na een tijd volledig verkocht aan privaat bedrijf
→ anderen zijn actief op het hele grondgebied
bv. Proximus, Bpost
2.) Privaatrechtelijke rechtspersonen
→ groeperingen van personen die een bepaalde bedrijvigheid willen uitoefenen
→ komen tot staat op privaat initiatief
→ hun bestaan hangt af vd wet
bv. Vzw, NV, BV
, Commerciële (ondernemingsrecht) en niet-commerciële ondernemingen (vzw)
3.) de feitelijke vereniging
→ groepering van personen of vereniging die niet de door de wet voorgeschreven
voorwaarden naleeft voor het bekomen van rechtspersoonlijkheid
→ geen juridische erkenning
→ elke lid is persoonlijk aansprakelijk, dus in een rechtszaak zou men alle leden
persoonlijk moeten dagvaarden
bv. Chiro, vakbonden
Voorbeeld:
Je organiseert een festival maar de verkoop valt tegen en er volgt een financiële kater
– als vzw: vzw zal moeten ophouden met te bestaan
– geen vzw: iedereen die een handtekening gezet heeft is verantwoordelijk → stel dat enkel de hoofdleider
zijn handtekening heeft gezet => persoonlijk aansprakelijk: deurwaarder kan komen
– penningmeester van een ijsschaatsclub → ze had schaatsen besteld voor de club uit Canada → dit is niet
voor persoonlijk gebruik omdat er het 100 waren → douanekosten, extra kosten → feitelijke vereniging: zij
heeft haar handtekening gezet en was er verantwoordelijk ervoor
→ je bent beter beschermd met een structuur van een rechtspersoon erbij
→ vakbonden willen dit niet: zij innen lidgelden en sparen dit op voor als er een langdurige staking uitbreekt
→ willen dit geld afschermen van overheidsinmenging
vakbond is een feitelijke vereniging: wnr er een lid vd vakbond een ruit inslaat tijdens betoging → vakbond is
niet verantwoordelijk
IV. De staat van de persoon
→ wat is mijn positie in de samenleving?
→ overkoepelend begrip voor persoonseigenschappen die aan het recht verbonden zijn:
– politieke staat: nationaliteit, bij welke gemeenschap hoor je?
→ fysieke en ondernemingen hebben een nationaliteit
– burgerlijk/familiale staat: getrouwd, alleenstaand, …
→ fysieke personen wel, ondernemingen niet
– individuele staat: Hoe kunnen we je individueel kennen? bv. Naam, woonplaats
→ ook ondernemingen hebben dit
→ eigenschappen zoals ras, godsdienst of filosofische overtuigingen horen hier niet bij
(niet in België)
bv. Ras: vroeger apartheid in Zuid-Afrika of naziregime (Joden)
In België: Getrouwd zijn valt niet onder wetboek omdat dat geen invloed heeft dat je dingen niet zou mogen,
in Saudië-Aurabië als je getrouwd bent wel minder rechten ???
V. De bekwaamheid van de persoon
Rechtsbekwaam of genotsbekwaam = een persoon is bekwaam over zijn eigen
(subjectieve) rechten
→ de rechten vallen je toe, je wordt beschermd, de dingen die je mag doen en de rechten
die je hebt, passieve kant
bv. Een baby kan erven
→ subjectieve recht (zie objectief/subjectief recht): bv vrijheid van meningsuiting
→ voor de Franse revolutie had niemand rechten; nu égalité
Handelingsbekwaamheid = je rechten uitoefenen door rechtshandelingen, actieve kant
bv. Contracten ondertekenen, testamenten opmaken