DEEL 4: Motivatie
1. Wat is motivatie
o Gedragingen zijn verklaarbaar
o Gedragschema -> verklaren hoe psychologen naar gedrag kijken
Centraal: de “blak box” = alles wat binnen jou gebeurt -> zorgt
dat stimulus leidt tot betekenisgeving en zinvolle reactie
o Hoofdstuk emotie: hoe stimulus aanleiding kan geven tot emotie -> zorgt voor fysieke
en mentale arousal
o Motivatiepsychologie: men gaat na hoe die arousal omgezet wordt tot actie/gedrag
1.1. Definitie
o Motivatie = de term voor alle processen die te maken hebben met
® De aanzet
® De richting
® Het volhouden van lichamelijke en psychsiche activiteiten
1.2. Studieobject: de sterkste gedragstendens
o Oorspronkelijk: op zoek naar wat mensen in beweging bracht en liet volhouden
Fout: we vertrekken nooit uit niets, we zijn altijd bezig (eten, slapen, …)
o Dus: het is niet ‘de aanzet tot’ maar -> wat maakt dat een bepaalde gedragtendens
de sterkste wordt en tot het gekozen gedrag leidt
o Gemotiveerd worden + blijven = belangrijk om goed te presteren
2. Theorieën
o Er bestaan verschillende verklaringsmodellen
Wij zien de belangrijkste basismodellen:
Instincttheorie
Drijfveertheorie
Dirfttheorie van Freud: spanningsreductie
Behoeftetheorie van Maslow
Cognitieve theorieën
2.1. Instincttheorie
o Misnt bruikbaar -> wat voorkomt uit ‘instinct’ moeilijk te beïnvloeden is
o Instinct = aangeboren biologische gedragspatronen die essentieel zijn voor overleving
Vb. moederinstinct, als je hard moet remmen met auto, arm voor kind, …
o Misgebruikte termen:
Killerinstinct, instinctief naar de bal grijpen, …
Fout -> deze acties niet essentieel zijn om te overleven
o Instinct verklaar niet alle gedrag
37
MVW
, Psychologie deel 4
2.2. Drijfveerhteorie
o Drijfveren: verklaren het gedrag dat je vertoont om een biologische behoefte te
bevredigen. Zoals: honger, dorst, zin in seks, …
o Ontstaat: uit biologische behoefte -> stuurt gedrag -> zodat behoefte word voorzien
o Het organisme verkeert in een uitgebalanceerde toestand = homeostase
o Drijfveren verklaren maar een deel van ons gedrag
2.3. Drifttheorie van Freud
o De psychodynamische theorie -> verklaring voor drijfveren die niet biologisch van
aard zijn en ons op onbewuste wijze sturen
o Theorie gericht op -> bevredigen van “het Es”
= aangeborden deel van onze psyche
confronteert ons constant me onbewuste driften
Driften -> in te delen in 2 soorten
® Doodsdriften
® Levensdriften
o Ander deel v/o psychisch apparaat -> het “Ubericht”
Gevormd door: verinnerlijking van sociale waarden en normen
Reageert op driften met geboden en verboden
Taak: bemiddelen + optimale weg zoeken -> Es te bevredigen
o Mens kan bevredigen -> ze te verzoenen zijn met de waarden en normen
Is dit niet zo -> bewuste keuze tussen:
Bevredigen
Verdringen of onbewust maken
Sublimeren of omzetten naar aangepast gedrag
2.4. De behoeftepiramide van Maslow
o Maslow -> geloofde meer i/d vrije keuze v/d mens
o Er zijn behoeftes van verschillende niveaus
Fysiologische behoefte (honger, dorst, ...)
Veiliegheidsbehoefte (natuurrampen, criminereln, …)
Sociale behoefte (liefde, affectie, …)
Erkenningsbehoefte (waardering, reputatie, aadacht, …)
Zelfontwikkelingsbehoefte (de zoektocht naar werkelijk diep geluk)
De eigen potentialiteiten actualiseren
o Kritiek op de theorie: de piramide kan per cultuur verschillen …
2.5. Cognitieve theorieën
Dissonantieheorieën
Doeltheorieën
Cognitieve dissonantietheorie
Attributietheorie
Zelfdeterminatietheorie
38
MVW