DOELGROEPEN 3 1920
1. KINDEREN EN JONGEREN MET GEDRAGS - EN EMOTIONELE PROBLEMEN
1.1 OMSCHRIJVING
1.1.1 OMSCHRIJVING VAN GEDRAGS - EN EMOTIONELE PROBLEMEN
1.1.1.1 WANNEER SPREKEN WE NU VAN GEDRAGS- EN EMOTIONELE PROBLEMEN?
• Scholte: gaat ervan uit dat we over probleemG kunnen spreken wanneer ouders, leerkrachten en
andere personen dit G beschouwen als strijdig met de door hen én SL gehanteerde normen en regels
en/of wanneer deskundigen dit G als problematisch beoordelen op basis van valide kenmerken van
psychische (on)gezondheid
• Continuüm van G:
o Heel veel verschillende uitingsvormen van heel ernstig tot minder ernstig van heel dringend
aanwezig tot heel kort voorkomen
• Verschillende banamingen om de kinderen en jongeren aan te duiden
• Zichtbaar ongewoon of abnormaal G:
o Storend G (woedebuien, hyperkinetisch G…)
o Emotionele problemen (angst, depressie…)
o Somatoforme stoornissen (hoofdpijn, buikpijn… maar komt door andere oorzaak bv gepest
worden)
▪ Belangrijk eerst uitsluiten of er geen echte klachten zijn
• Externaliserend probleemG (naar buiten gericht):
o Storend G
• Internaliserend probleemG (op zichzelf gericht):
o Emotionele problemen
o Somatoforme stoornissen
• Term Gprobleem is geen diagnose, het is een symptoom dat weergeeft dat er een onderliggend
probleem is → ijsbergtheorie
o G ‘hier en nu’ moet altijd geplaatst worden tegen achtergrond van vroeger G; en omgekeerd,
het functioneren voordien krijgt vaak andere betekenis in licht van huidige kennis
• Aanmelding externaliserend probleemG:
1
, o Meest voorkomende klacht bij consultatie is agressie
o Hypotheses van waarvan deze Gproblemen vandaan komen:
▪ Ernstige psychiatrische stoornis
▪ ADHD
▪ Oncontroleerbare impuls bij ticsyndroom
▪ Uiting van onmacht bij ASS
▪ Uiting van onderliggende depressie
▪ Auto agressie (verstoord gevoelsleven)
▪ Middelenmisbruik
▪ Lichamelijke ziekte
▪ …
1.1.1.2 WAT IS HET ONDERSCHEID TUSSEN GEDRAGS - EN EMOTIONELE PROBLEMEN EN
GEDRAGSSTOORNISSEN?
• Binnen continuüm Gproblemen onderscheid tussen:
o Lichte, tijdelijke problemen als reactie op nieuwe situaties
▪ In bepaalde situaties of bij bepaalde personen
▪ Gingen die leeftijds- of fasegebonden zijn
o Ernstige, langdurige problemen
▪ = Gedragsstoornissen
• Gstoornissen:
o Minder situatiegebonden dan Gproblemen
o Alle Gstoornissen maken deel uit van grote groep Gproblemen, maar niet alle Gproblemen
zijn ernstig genoeg om als Gstoornis benoemd te worden
o Als diagnose zijn kinderpsychiatrische stoornissen waarbij symptoom Gproblemen zijn
▪ Echter van aard dat stoornis gekaderd kan worden binnen oppositioneel opstandige
Gstoornis (of antisociale Gstoornis)
o → Gproblemen kunnen dus symptoom zijn van onderliggende Gstoornis
1.1.1.3 WANNEER MOGEN WE DAN SPREKEN VAN EEN ANTISOCIALE GEDRAGSSTOORNIS OF EEN
OPPOSITIONEEL OPSTANDIGE GEDRAGSSTOORNIS?
• Oppositioneel G:
o Verzetten zich tegen ouders
o Houden zich bijna nooit aan regels
o Prikkelbaar en opvliegend G
o Incasseringsvermogen is klein
o Snel gefrustreerd en voelen zich vlug beledigd
o Zoeken schuld voor hun G bij anderen en niet bij zichzelf
o → kan worden beschouwd als gemengde stoornis van zowel G als emotie
• Antisociaal G/ normoverschrijdende Gstoornis:
o Normen en rechten worden overtreden
o Gpatroon dat zich hardnekkig blijft herhalen
o Fundamentele rechten van anderen of belangrijke bij de leeftijd passende normen en regels
worden geweld aangedaan
o Vaak gepaard met problematisch functioneren op verschillende domeinen zoals thuis, school
en vrije tijd
o Vaker middelenmisbruik en risicovol seksueel G
o Verhoogd risico op ontw. crimineel G
2
, • → wanneer diagnose Gstoornis gesteld wordt binnen kinderpsychiatrie moet G beantwoorden aan
diagnostische criteria die je kan terugvinden in classificatiesysteem van DSM 5 (niet kennen)
1.1.1.4 WANNEER SPREKEN WE DAN VAN DELINQUENT GEDRAG?
• = Continuüm van Gingen waarbij inbreuk gepleegd wordt op regels, normen en wetten en/of schade
berokkend wordt aan individuen of maatschappij
• Jeugddelinquentie = delicten door minderjarigen
• Manier van kijken vanuit justitie naar jongeren met Gproblemen
• Voorzieningen binnen jeugdzorg maken onderscheid tussen jongeren uit PLS, VOS en MOF → kunnen
wel in zelfde organisaties terecht komen
• Men gaat meestal opzoek naar manieren tot bescherming en heropvoeding
1.1.1.5 WAT VERSTAAN WE ALLEMAAL ONDER STRAFBARE FE ITEN OF DELICTEN?
• Delicten worden onderverdeeld in:
o Geweldsdelicten:
▪ Vb: agressie, moord, zedendelicten…
o Eigendomsdelicten:
▪ Mensen die dingen ontvreemden van anderen
▪ Vb: vandalisme, stelen…
o Statusdelicten:
▪ Feiten die strafbaar zijn omwille van status of leeftijd
▪ Vb: spijbelen, weglopen, drug- of alcoholgebruik
• → delinquent G is vaak zelfde als wat we omschreven zien bij normoverschrijdende Gstoornis
o Alleen gaat jeugdrechter zeggen dat er feiten zijn gepleegd en gaat kinderpsychiater zeggen
dat er een Gstoornis is
1.1.1.6 ZIJN GEDRAGS- EN EMOTIONELE PROBLEMEN ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN?
• Gproblemen en Gstoornissen zijn GEEN ontw.stoornissen
o Bij ontw.stoornissen verloopt ontw. in 1 of meer domeinen vertraagd of verstoord
o Vertonen wel vaak G- en emotionele problemen → ook hier: symptoom dat aanleiding kan
geven tot diagnostisch onderzo kinderpsychiatrie?
• G- en emotionele problemen zijn GEEN synoniemen voor kinderpsychiatrische stoornissen
1.1.1.8 KUNNEN GEDRAGS- EN EMOTIONELE PROBLEMEN OOK EEN UITING VAN
OPVOEDINGSPROBLEMEN ZIJN?
• Termen Gproblemen en Gstoornissen geven soms ten onrechte indruk dat er uitsluitend of in eerste
plaatd met kind wat mis is
• Vaak worden probleemGingen echter uitgelokt of versterkt door omgeving
• Soms beter te spreken van opv.problemen dan Gproblemen
1.1.1.9 DEFINITE GEDRAGSPROBLEMEN
• = Gingen van bepaald kind, die op bepaald moment in de tijd, door bepaalde personen uit omgeving
van kind in welbepaalde socio-economische en culturele context opgemerkt en storend, ongewenst of
ongewoon worden genoemd
• Maar: rekening houden met enkele criteria:
3
, 1.1.2 BIJKOMENDE AANDACHTSPUNTEN BIJ HET OMSCHRIJVEN VAN GEDRAGS - EN EMOTIONELE
PROBLEMEN
• Ijsbergtheorie kan instrument zijn om G en G- en emotionele problemen beter te begrijpen
o G: topje ijsberg
o Ijsberg onder water: belangrijkste, onzichtbare deel
o → afvragen als orthopedagogisch begeleider waar zichtbare G vandaan komt
• Criteria (hieronder) gebruiken om topje van ijsberg (waarneembare G) in kaart te brengen
1.1.2.1 HET ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF
• Hoe oud is het kind
• Wat is gepast voor zijn/ haar leeftijd
o Andere verwachtingen bij kinderen met VB
• Gepast (lastig, maar past bij ontw.leeftijd waarin kind zit):
o Nachtelijk huilG baby 6m
o Koppig G 2j
o Woedebuien kleuter 5j
o ProtestG puber 13j
• Niet gepast:
o 5j die altijd hevig tegenstribbelt als hij naar school moet
o Baby 1j die ‘s nachts blijft doorhuilen
o …
• → kennis van normale ontw. kinderen is noodzakelijk om G in te schatten (ontw.psychologie)
1.1.2.2 DE CONINUÜMGEDACHTE
• Alle kinderen stellen wel eens Gproblemen
• Gproblemen: verschil in ernst, duur en frequentie
1.1.2.3 DE CONTEXT
• Context waarin Gprobleem zich voordoet:
o Soms 1 situatie:
▪ Vb: thuis of op school of bij 1 persoon of bij leeftijdsgenoten…
▪ Kan verschillende oorzaken hebben:
• Vb: opv.probleem, op school hard best doen en thuis enkel zichzelf zijn dus
ontploft daar…
o Soms meerdere situaties (pervasief)
1.1.2.4 DE INFORMANT
• Wie meldt de Gproblemen
o Soms verschil in perceptie:
▪ PHfactoren
▪ Andere band/relatie met kind
▪ G kind verschild echt
1.2 EPIDEMIOLOGIE VAN GEDRAGS- EN EMOTIONELE PROBLEMEN
• Epidemiologie = studie naar de prevalentie en de verspreiding v/e ziekte of toestand in een populatie
• Populatie = bevolkingsgroep
• Prevalentie = voorkomen op bepaald moment in de tijd v/e ziekte of toestand in een populatie
4
1. KINDEREN EN JONGEREN MET GEDRAGS - EN EMOTIONELE PROBLEMEN
1.1 OMSCHRIJVING
1.1.1 OMSCHRIJVING VAN GEDRAGS - EN EMOTIONELE PROBLEMEN
1.1.1.1 WANNEER SPREKEN WE NU VAN GEDRAGS- EN EMOTIONELE PROBLEMEN?
• Scholte: gaat ervan uit dat we over probleemG kunnen spreken wanneer ouders, leerkrachten en
andere personen dit G beschouwen als strijdig met de door hen én SL gehanteerde normen en regels
en/of wanneer deskundigen dit G als problematisch beoordelen op basis van valide kenmerken van
psychische (on)gezondheid
• Continuüm van G:
o Heel veel verschillende uitingsvormen van heel ernstig tot minder ernstig van heel dringend
aanwezig tot heel kort voorkomen
• Verschillende banamingen om de kinderen en jongeren aan te duiden
• Zichtbaar ongewoon of abnormaal G:
o Storend G (woedebuien, hyperkinetisch G…)
o Emotionele problemen (angst, depressie…)
o Somatoforme stoornissen (hoofdpijn, buikpijn… maar komt door andere oorzaak bv gepest
worden)
▪ Belangrijk eerst uitsluiten of er geen echte klachten zijn
• Externaliserend probleemG (naar buiten gericht):
o Storend G
• Internaliserend probleemG (op zichzelf gericht):
o Emotionele problemen
o Somatoforme stoornissen
• Term Gprobleem is geen diagnose, het is een symptoom dat weergeeft dat er een onderliggend
probleem is → ijsbergtheorie
o G ‘hier en nu’ moet altijd geplaatst worden tegen achtergrond van vroeger G; en omgekeerd,
het functioneren voordien krijgt vaak andere betekenis in licht van huidige kennis
• Aanmelding externaliserend probleemG:
1
, o Meest voorkomende klacht bij consultatie is agressie
o Hypotheses van waarvan deze Gproblemen vandaan komen:
▪ Ernstige psychiatrische stoornis
▪ ADHD
▪ Oncontroleerbare impuls bij ticsyndroom
▪ Uiting van onmacht bij ASS
▪ Uiting van onderliggende depressie
▪ Auto agressie (verstoord gevoelsleven)
▪ Middelenmisbruik
▪ Lichamelijke ziekte
▪ …
1.1.1.2 WAT IS HET ONDERSCHEID TUSSEN GEDRAGS - EN EMOTIONELE PROBLEMEN EN
GEDRAGSSTOORNISSEN?
• Binnen continuüm Gproblemen onderscheid tussen:
o Lichte, tijdelijke problemen als reactie op nieuwe situaties
▪ In bepaalde situaties of bij bepaalde personen
▪ Gingen die leeftijds- of fasegebonden zijn
o Ernstige, langdurige problemen
▪ = Gedragsstoornissen
• Gstoornissen:
o Minder situatiegebonden dan Gproblemen
o Alle Gstoornissen maken deel uit van grote groep Gproblemen, maar niet alle Gproblemen
zijn ernstig genoeg om als Gstoornis benoemd te worden
o Als diagnose zijn kinderpsychiatrische stoornissen waarbij symptoom Gproblemen zijn
▪ Echter van aard dat stoornis gekaderd kan worden binnen oppositioneel opstandige
Gstoornis (of antisociale Gstoornis)
o → Gproblemen kunnen dus symptoom zijn van onderliggende Gstoornis
1.1.1.3 WANNEER MOGEN WE DAN SPREKEN VAN EEN ANTISOCIALE GEDRAGSSTOORNIS OF EEN
OPPOSITIONEEL OPSTANDIGE GEDRAGSSTOORNIS?
• Oppositioneel G:
o Verzetten zich tegen ouders
o Houden zich bijna nooit aan regels
o Prikkelbaar en opvliegend G
o Incasseringsvermogen is klein
o Snel gefrustreerd en voelen zich vlug beledigd
o Zoeken schuld voor hun G bij anderen en niet bij zichzelf
o → kan worden beschouwd als gemengde stoornis van zowel G als emotie
• Antisociaal G/ normoverschrijdende Gstoornis:
o Normen en rechten worden overtreden
o Gpatroon dat zich hardnekkig blijft herhalen
o Fundamentele rechten van anderen of belangrijke bij de leeftijd passende normen en regels
worden geweld aangedaan
o Vaak gepaard met problematisch functioneren op verschillende domeinen zoals thuis, school
en vrije tijd
o Vaker middelenmisbruik en risicovol seksueel G
o Verhoogd risico op ontw. crimineel G
2
, • → wanneer diagnose Gstoornis gesteld wordt binnen kinderpsychiatrie moet G beantwoorden aan
diagnostische criteria die je kan terugvinden in classificatiesysteem van DSM 5 (niet kennen)
1.1.1.4 WANNEER SPREKEN WE DAN VAN DELINQUENT GEDRAG?
• = Continuüm van Gingen waarbij inbreuk gepleegd wordt op regels, normen en wetten en/of schade
berokkend wordt aan individuen of maatschappij
• Jeugddelinquentie = delicten door minderjarigen
• Manier van kijken vanuit justitie naar jongeren met Gproblemen
• Voorzieningen binnen jeugdzorg maken onderscheid tussen jongeren uit PLS, VOS en MOF → kunnen
wel in zelfde organisaties terecht komen
• Men gaat meestal opzoek naar manieren tot bescherming en heropvoeding
1.1.1.5 WAT VERSTAAN WE ALLEMAAL ONDER STRAFBARE FE ITEN OF DELICTEN?
• Delicten worden onderverdeeld in:
o Geweldsdelicten:
▪ Vb: agressie, moord, zedendelicten…
o Eigendomsdelicten:
▪ Mensen die dingen ontvreemden van anderen
▪ Vb: vandalisme, stelen…
o Statusdelicten:
▪ Feiten die strafbaar zijn omwille van status of leeftijd
▪ Vb: spijbelen, weglopen, drug- of alcoholgebruik
• → delinquent G is vaak zelfde als wat we omschreven zien bij normoverschrijdende Gstoornis
o Alleen gaat jeugdrechter zeggen dat er feiten zijn gepleegd en gaat kinderpsychiater zeggen
dat er een Gstoornis is
1.1.1.6 ZIJN GEDRAGS- EN EMOTIONELE PROBLEMEN ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN?
• Gproblemen en Gstoornissen zijn GEEN ontw.stoornissen
o Bij ontw.stoornissen verloopt ontw. in 1 of meer domeinen vertraagd of verstoord
o Vertonen wel vaak G- en emotionele problemen → ook hier: symptoom dat aanleiding kan
geven tot diagnostisch onderzo kinderpsychiatrie?
• G- en emotionele problemen zijn GEEN synoniemen voor kinderpsychiatrische stoornissen
1.1.1.8 KUNNEN GEDRAGS- EN EMOTIONELE PROBLEMEN OOK EEN UITING VAN
OPVOEDINGSPROBLEMEN ZIJN?
• Termen Gproblemen en Gstoornissen geven soms ten onrechte indruk dat er uitsluitend of in eerste
plaatd met kind wat mis is
• Vaak worden probleemGingen echter uitgelokt of versterkt door omgeving
• Soms beter te spreken van opv.problemen dan Gproblemen
1.1.1.9 DEFINITE GEDRAGSPROBLEMEN
• = Gingen van bepaald kind, die op bepaald moment in de tijd, door bepaalde personen uit omgeving
van kind in welbepaalde socio-economische en culturele context opgemerkt en storend, ongewenst of
ongewoon worden genoemd
• Maar: rekening houden met enkele criteria:
3
, 1.1.2 BIJKOMENDE AANDACHTSPUNTEN BIJ HET OMSCHRIJVEN VAN GEDRAGS - EN EMOTIONELE
PROBLEMEN
• Ijsbergtheorie kan instrument zijn om G en G- en emotionele problemen beter te begrijpen
o G: topje ijsberg
o Ijsberg onder water: belangrijkste, onzichtbare deel
o → afvragen als orthopedagogisch begeleider waar zichtbare G vandaan komt
• Criteria (hieronder) gebruiken om topje van ijsberg (waarneembare G) in kaart te brengen
1.1.2.1 HET ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF
• Hoe oud is het kind
• Wat is gepast voor zijn/ haar leeftijd
o Andere verwachtingen bij kinderen met VB
• Gepast (lastig, maar past bij ontw.leeftijd waarin kind zit):
o Nachtelijk huilG baby 6m
o Koppig G 2j
o Woedebuien kleuter 5j
o ProtestG puber 13j
• Niet gepast:
o 5j die altijd hevig tegenstribbelt als hij naar school moet
o Baby 1j die ‘s nachts blijft doorhuilen
o …
• → kennis van normale ontw. kinderen is noodzakelijk om G in te schatten (ontw.psychologie)
1.1.2.2 DE CONINUÜMGEDACHTE
• Alle kinderen stellen wel eens Gproblemen
• Gproblemen: verschil in ernst, duur en frequentie
1.1.2.3 DE CONTEXT
• Context waarin Gprobleem zich voordoet:
o Soms 1 situatie:
▪ Vb: thuis of op school of bij 1 persoon of bij leeftijdsgenoten…
▪ Kan verschillende oorzaken hebben:
• Vb: opv.probleem, op school hard best doen en thuis enkel zichzelf zijn dus
ontploft daar…
o Soms meerdere situaties (pervasief)
1.1.2.4 DE INFORMANT
• Wie meldt de Gproblemen
o Soms verschil in perceptie:
▪ PHfactoren
▪ Andere band/relatie met kind
▪ G kind verschild echt
1.2 EPIDEMIOLOGIE VAN GEDRAGS- EN EMOTIONELE PROBLEMEN
• Epidemiologie = studie naar de prevalentie en de verspreiding v/e ziekte of toestand in een populatie
• Populatie = bevolkingsgroep
• Prevalentie = voorkomen op bepaald moment in de tijd v/e ziekte of toestand in een populatie
4