LONGEN 1
2de Ba geneeskunde
UNIVERSITEIT ANTWERPEN 2020-2021
,1
, Semiologie ademhalingsstelsel:
patiënt met respiratoire klacht
Semiologie = leer der ziekteklachten en -tekenen
• Symptoom/klacht: subjectieve beschrijving door pt van wijziging in het lichaam of zijn
functie => KAN wijzen op aandoening
• Teken: objectieve afwijking waargenomen bij lichamelijk onderzoek
• Syndroom: specifiek complex van symptomen en/of tekenen die verwijst naar
oorzaken
• Test: objectieve meting in een gespecialiseerd lab
1. Ademhalingsanamnese
Factoren die ondervraagd moeten worden:
▪ Medische voorgeschiedenis
▪ Erfelijke aandoeningen (familiaal): astma, muco, kanker etc.
▪ Risicoactoren: bv roken => wat; duur; hoeveel
→ 1 pakje sigaretten/dag gedurende 1 jaar = 1 pakjaar
→ Nooit roker: 0-100 sigaretten gerookt in hele leven
▪ Professioneel-hobby’s
→ Blootstelling aan chemische stoffen, dieren, allergische klachten
2. Ademhalingsklachten
Dyspnoe
= ontregelde adem (subjectieve gevoel moeilijk te kunnen ademen)
Kan zowel fysiologisch (bij inspanning) als pathologisch (in rust of bij beperkte
inspanning) zijn
Tachypnoe: snel, ondiep ademen
Hyperpnoe: snel, diep ademen
Bij pathologisch dyspnoe is er sprake van een dysbalans tussen
• Neurogene stimulatie van ademspieren: verhoogde behoefte aan ventilatie
door
➢ Verandering bloedgassen en pH
2
, ➢ Stimulatie intrapulmonale receptoren
• Ventilatie die bereikt wordt door de ademspieren
➢ Weinig mogelijkheid om aan verhoogde ventilatie behoefte te voldoen
door afwijkingen in long en thorax mechanica
Ventilatie wordt in de hersenen gereguleerd dmv feedback die ze krijgen van
verschillende receptoren:
▪ Luchtwegreceptoren: reageren op veranderingen in luchtstroom
▪ Stretch receptoren: waarnemen veranderingen in volume van de longen
▪ Gewrichtsreceptoren: nemen veranderingen waar in spierverplaatsingen
Dyspnoe is een complex, multifactorieel mechanisme met zowel centrale als perifere
oorzaken
• Hersenen: hyperventilatie als gevolg van stress/ angst
• Bovenste luchtwegen (keel-neus-oor): vernauwing op stemband niveau
• Lagere luchtwegen (longen): obstructieve longaandoening (astma, copd)
• Longparenchym: interstitiële longziekte, verlittekening longweefsel
• Longvlies: verdikking longpleura
• Hartfalen: kortademig bij inspanning
• Circulatoire problemen: shock, lage bloeddruk, anemie
• Metabole stoornissen, spierproblemen
Dyspnoe is ook niet te verwarren met hypoxemie:
➢ Dyspnoe: normaal functionerende oxygenatie en ventilatie (O2 gehalte is
normaal of licht verhoogd bij hyperventilatie
➢ Hypoxemie: verlaagd hoeveelheid O2 in bloed
Hyperventilatiesyndroom
• Vnl bij jonge vrouwen
• Uitgelokt door psychogene factoren en stress
• Symptomen: treden simultaan op
➢ Paresthesieën (tintelingen) in vingers en rond de mond, precordiale
pijn, syncope
➢ Hypocapnie (verlaagde pCO2) -> op lange termijn wordt deze
respiratoire alkalose gecompenseerd door verlaging van HCO3
(bicarbonaat)
Een differentiale diagnose voor dyspnoe kan bekomen worden door te kijken naar
hoelang de klachten bestaan
3
2de Ba geneeskunde
UNIVERSITEIT ANTWERPEN 2020-2021
,1
, Semiologie ademhalingsstelsel:
patiënt met respiratoire klacht
Semiologie = leer der ziekteklachten en -tekenen
• Symptoom/klacht: subjectieve beschrijving door pt van wijziging in het lichaam of zijn
functie => KAN wijzen op aandoening
• Teken: objectieve afwijking waargenomen bij lichamelijk onderzoek
• Syndroom: specifiek complex van symptomen en/of tekenen die verwijst naar
oorzaken
• Test: objectieve meting in een gespecialiseerd lab
1. Ademhalingsanamnese
Factoren die ondervraagd moeten worden:
▪ Medische voorgeschiedenis
▪ Erfelijke aandoeningen (familiaal): astma, muco, kanker etc.
▪ Risicoactoren: bv roken => wat; duur; hoeveel
→ 1 pakje sigaretten/dag gedurende 1 jaar = 1 pakjaar
→ Nooit roker: 0-100 sigaretten gerookt in hele leven
▪ Professioneel-hobby’s
→ Blootstelling aan chemische stoffen, dieren, allergische klachten
2. Ademhalingsklachten
Dyspnoe
= ontregelde adem (subjectieve gevoel moeilijk te kunnen ademen)
Kan zowel fysiologisch (bij inspanning) als pathologisch (in rust of bij beperkte
inspanning) zijn
Tachypnoe: snel, ondiep ademen
Hyperpnoe: snel, diep ademen
Bij pathologisch dyspnoe is er sprake van een dysbalans tussen
• Neurogene stimulatie van ademspieren: verhoogde behoefte aan ventilatie
door
➢ Verandering bloedgassen en pH
2
, ➢ Stimulatie intrapulmonale receptoren
• Ventilatie die bereikt wordt door de ademspieren
➢ Weinig mogelijkheid om aan verhoogde ventilatie behoefte te voldoen
door afwijkingen in long en thorax mechanica
Ventilatie wordt in de hersenen gereguleerd dmv feedback die ze krijgen van
verschillende receptoren:
▪ Luchtwegreceptoren: reageren op veranderingen in luchtstroom
▪ Stretch receptoren: waarnemen veranderingen in volume van de longen
▪ Gewrichtsreceptoren: nemen veranderingen waar in spierverplaatsingen
Dyspnoe is een complex, multifactorieel mechanisme met zowel centrale als perifere
oorzaken
• Hersenen: hyperventilatie als gevolg van stress/ angst
• Bovenste luchtwegen (keel-neus-oor): vernauwing op stemband niveau
• Lagere luchtwegen (longen): obstructieve longaandoening (astma, copd)
• Longparenchym: interstitiële longziekte, verlittekening longweefsel
• Longvlies: verdikking longpleura
• Hartfalen: kortademig bij inspanning
• Circulatoire problemen: shock, lage bloeddruk, anemie
• Metabole stoornissen, spierproblemen
Dyspnoe is ook niet te verwarren met hypoxemie:
➢ Dyspnoe: normaal functionerende oxygenatie en ventilatie (O2 gehalte is
normaal of licht verhoogd bij hyperventilatie
➢ Hypoxemie: verlaagd hoeveelheid O2 in bloed
Hyperventilatiesyndroom
• Vnl bij jonge vrouwen
• Uitgelokt door psychogene factoren en stress
• Symptomen: treden simultaan op
➢ Paresthesieën (tintelingen) in vingers en rond de mond, precordiale
pijn, syncope
➢ Hypocapnie (verlaagde pCO2) -> op lange termijn wordt deze
respiratoire alkalose gecompenseerd door verlaging van HCO3
(bicarbonaat)
Een differentiale diagnose voor dyspnoe kan bekomen worden door te kijken naar
hoelang de klachten bestaan
3