Strafrecht
Les week 1
Cursusmateriaal:
- Handboek zelfde als vorig jaar
o Slides geven de meest actuele versie!
- Wetboek: strafwetboek
o Boek 1: algemene principes van het strafrecht
o Boek 2: lijst waarin de misdrijven staan en hun straf
- Andere wetten waar ook strafwetten instaan
- Slides
- Bijkomende documenten op Ufora
Te kennen:
- Handboek behalve onderdelen waarvan worden aangegeven dat ze worden weggelaten
- Voorbeelden begrijpen
- Slides zijn een goede samenvatting van het handboek
- Slides volgen dezelfde indeling als het boek
- Boek is ingedeeld in 10 stukken
Schriftelijk examen met een casus.
In de les voorbeelden van examenvragen met oplossing en verbetersleutel.
10 lesweken gepland
4 december: extra les theatervoorstelling: fictief proces maakt deel uit van de leerstof.
Algemene inleiding
Definitie
Materieel strafrecht: het geheel der rechtsregels waardoor bepaalde gedragingen strafbaar worden
gesteld en gesanctioneerd (verbodsbepalingen). Verzameling van regels over straffen en misdrijven.
Formeel strafrecht (strafprocesrecht): het geheel van de procedurele spelregels volgens welke het
materieel strafrecht wordt toegepast. De procedure: hoe wordt de strafwet toegepast op mensen.
Welke rechtbank is bevoegd. Wat zijn de termijnen? Kan men beroep instellen?
In dit opleidingsonderdelen behandelen we het materieel strafrecht en niet het formeel strafrecht.
Strafrecht behoort tot het publiekrecht. De overheid heeft het recht om te straffen en doet dit door
strafwetten te maken en een strafprocedure te regelen.
Historiek
Archaïsch
Strafrecht is een systeem waarbij bepaald wordt wat niet mag en als iemand dat toch doet is daar
een strafsanctie voor voorzien. Zo een systeem is enkel mogelijk in een maatschappij waarbij het
gezag centraal georganiseerd is. Dit is vandaag mogelijk, maar dit is niet altijd zo geweest.µ
Het strafrecht in de huidige zin bestond niet.
,Het was een private aangelegenheid. Het was aan het slachtoffer om actie te ondernemen en
eventueel wraak te nemen. Men mocht het recht in eigen handen nemen. Wraak door de familie van
het slachtoffer tegen de familie van de dader.
Middeleeuwen
Accusatoir
Naarmate er meer overheid komt, gaat die overheid zich bezighouden met dingen regelen en ook
verboden opleggen aan wat mensen doen. Ze gaan ook straffen en procedures bedenken.
De overheid begint bemiddelend op te treden. De overheid erkent dat dat misdrijf dat gebeurt is
toch privaat kan zijn. Het blijft een aangelegenheid tussen het slachtoffer en de dader. De overheid
biedt een platform aan waar een proces kan gevoerd worden. De overheid wil de straf opleggen
maar blijft als rechter passief.
Rondtrekkende rechters: rechters gingen ter plaatse om te kijken of er conflicten waren. De rechter
ging op zoek en daar ging zetelen en uitspraken ging doen.
Infamia-procedure: iemand zijn reputatie, geruchten speelden mee. De gemeenschap nam een
beslissing.
Accusatoir: de partijen hebben zelf veel te zeggen. De partijen bepalen de richting van het proces.
Staten met accusatoir systeem: Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten
Inquisitoir
Inquisitoir: de rechter heeft een actieve rol, de staat beslist wat wordt vervolgd en wat niet.
De overheid moest de feiten verzamelen opdat iemand veroordeeld zou kunnen worden, dit kon
eventueel met foltering. Als hij niet bekende bij foltering dan toonde dit aan dat men het niet had
gedaan.
Straffen werden vaak gezien als zeer wreed en ongelijk. Dit moet genuanceerd worden.
Gevangenisstraf is een zeer recente uitvinding (250 jaar). Je moet kunnen uitleggen waarom straffen
in die periode waren zoals ze waren. De vorst had heel veel macht, want hij kon beslissen welke
straffen er waren. Vroeger werd er openbaar gestraft zodat de mensen zagen wat de straffen waren.
Verlichting
Het inquisitoire systeem waarbij veel klemtoon wordt gelegd op de vorst die alles kan opdringen zal
veranderen ten tijde van de verlichting.
Die absolute vorsten zullen verdwijnen. Belangrijke vordering in het strafrecht. Er is niet 1 iemand die
bepaalt wat er zal gebeuren. Men gaat dat samen regelen wat er mag en niet mag en men gaat dat in
een wetboek schrijven. Wat er in het wetboek staat dat mag allemaal niet en wat er niet instaat dat
mag allemaal wel. Men gaat samen nadenken over de straffen. De straf moet in verhouding staan tot
het feit.
De oude structuur (de koning heeft alles voor het zeggen) dat gaat veranderen. Die revolutie werpt
de koning omver. De Franse revolutie zorgt voor een omwenteling. Het strafrecht wordt op een
andere manier georganiseerd. De burgerij komt aan de macht.
,Bescherming van de burger: het strafrecht is geen instrument van een dictator. Het strafrecht wordt
een element van bescherming van de burger tegen die overheid. Je mag pas vervolgd worden als
bepaalde procedureregels worden nageleefd. De magna carta: 3 belangrijke principes: legaliteit,
subsidiariteit en proportionaliteit
Legaliteit: er moet een wet zijn vooraleer er een misdrijf en een straf kan zijn. Geen straf/misdrijf
zonder wet. Je kan niet straffen zolang het niet in het strafwetboek staat.
Subsidiariteit:
Proportionaliteit: er bestaat een verhouding tussen de ernst van het feit dat gepleegd wordt en de
zwaarte van de straf die wordt opgelegd. Zware misdrijven krijgen een zware straf en lichte
misdrijven krijgen een lichtere straf.
Het maakt niet uit wie het misdrijf pleegt, de straf wordt bepaald door de daad die wordt gepleegd.
Milde straf betekent humanisering van straffen, men krijgt andere straffen dan de vredelijfstraffen,
gevangenisstraf wordt uitgevonden.
Vaste straf: 1 periode in het verleden waar men een vast strafrecht had en dit was bij de
revolutionaire periode. Er is een wetboek gemaakt. Er was 1 straf per misdrijf. Er was geen minimum
en maximumstraf.
De codificatie:
Er zijn terug wrede en vernederende straffen, maar de gevangenisstraf blijft de belangrijkste.
Rechter krijgt een beoordelingsmarge: die vaste straffen dat is er al niet meer.
Vandaag
Voornamelijk het Franse recht was blijven bestaan.
1830: een nieuw land met nieuwe wetboeken. Een Belgisch strafwetboek. Pas in 1867 hebben we
een nieuw strafwetboek gekregen maar het is in grote mate op het Franse strafwetboek gebaseerd.
Vanaf dan zijn verzachtende omstandigheden mogelijk. Er kunnen redenen zijn om te straffen onder
de minimumstraf.
Het wetboek van strafvordering is nooit helemaal hervormd.
Sinds 1867 is er heel weinig veranderd aan het strafwetboek.
Wetboek van strafuitvoering: het was de bedoeling van de wetgever. Strafuitvoering is ook
strafrecht.
Theorieën
Dit zijn visies op strafrecht. Hoe moet gestraft worden? waarom straffen we?
Strafrecht is niet neutraal. Die visies op maatschappij, op mens zijn de laatste jaren erg gewijzigd en
soms zelf tegengesteld zijn.
Je moet de theorieën in de tijd kunnen plaatsen.
Ius Punendi: het recht om te straffen
, Inleiding
De eerste twee zijn erg tegengesteld aan elkaar. De derde zit er ergens tussen. Het laatste refereert
naar een nieuw klassiek strafrecht dat opduikt en terug meer naar het eerste gaat.
De klassieke leer: de klassieke visie op wat straffen moet zijn en waarom we straffen. Het is sterk
gericht om het misdrijf te bestraffen. De interventie is beperkt tot datgene dat in de wet staat en
degene die dat doet zal gestraft worden volgens datgene dat in de wet staat. Iedereen krijgt dezelfde
straf voor hetzelfde feit.
Positivistisch school: Hier ligt de focus op de daad. Je kan naar straffen kijken en kijken naar waarom
mensen misdrijven plegen vanuit de hoek van de dader. Wat iemand doet is minder belangrijk dan
de reden waarom iemand iets doet en wie de dader is. Gevaarlijke mensen moeten lang in de
gevangenis blijven.
Mogelijke functies van straffen:
- Vergelding: oog om oog, tand om tand. Wraak
- Verzoening: partijen verzoenen, een oplossing zoeken
- Herstel van de schade: slachtoffers moeten herstellen, herstel richting maatschappij,
doordat iemand gestraft wordt herstelt het slachtoffer
- Algemene preventie: het bestaan van het strafrecht op zich en het bestaan van de straffen
op zich, doordat er straffen zijn bepaald gaan we geen straffen plegen. Het strafrecht zal
misdrijven verhinderen omdat we weten dat we een straf riskeren.
- Bijzondere preventie: het strafrecht kan misdrijven voorkomen in die gevallen waarin
iemand al eens gestraft is. Als ik gestraft ben zal ik geleerd hebben. Ik leer uit mijn fouten.
- Resocialiserende werking: men kan aan het strafrecht de functie geven om mensen te
verbeteren, te veranderen zodat men weer in de maatschappij zal passen. De mensen
voorbereiden en klaarmaken om als een goede burger na de straf weer te functioneren.
Klassieke leer
Legaliteit en proportionaliteit staat centraal.
Het is gericht op de daad, op het misdrijf. De mensen zijn allemaal gelijk en moeten ook gelijk
behandeld worden.
Men gelooft zeer sterk in algemene en bijzondere preventie. Mensen gaan geen criminaliteit plegen
omdat ze weten welke straffen erop staan. Sommige vergissen zich en zullen gestraft worden en dan
zullen ook deze mensen tot inzicht komen.
Foto links bovenaan: De idee dat mensen die gestraft worden komen tot inzicht. Men laat mensen
gerust, zo weinig mogelijk contact met anderen zodat ze zelf het rechte pad kunnen terugvinden
door meditatie en isolatie. Men ziet dit in de wijze waarop men met gevangenen omgaat. De
gevangenen droegen een kap en volgden een koord zodat ze elkaar niet konden zien en niet
beïnvloed konden worden. Ze moeten zelf tot inzicht komen.
Foto rechts: een iconisch gevangenisbeeld uit een kapel/gevangenis uit Frankrijk. Dat zijn hokjes die
de gedetineerden toelaten om toch gezamenlijk naar de mis te gaan en toch alleen te zijn. Ze kunnen
niet naar rechts en links kijken. Ze mogen elkaar niet beïnvloeden.
Links onderaan: bovenbeeld van de Gentse gevangenis. Dit is een panopticum structuur. Mensen
moeten zo weinig mogelijk contact hebben met elkaar. Het centrum kijkt uit over de verschillende
vleugels, de controle gebeurt op 1 centraal punt.
Les week 1
Cursusmateriaal:
- Handboek zelfde als vorig jaar
o Slides geven de meest actuele versie!
- Wetboek: strafwetboek
o Boek 1: algemene principes van het strafrecht
o Boek 2: lijst waarin de misdrijven staan en hun straf
- Andere wetten waar ook strafwetten instaan
- Slides
- Bijkomende documenten op Ufora
Te kennen:
- Handboek behalve onderdelen waarvan worden aangegeven dat ze worden weggelaten
- Voorbeelden begrijpen
- Slides zijn een goede samenvatting van het handboek
- Slides volgen dezelfde indeling als het boek
- Boek is ingedeeld in 10 stukken
Schriftelijk examen met een casus.
In de les voorbeelden van examenvragen met oplossing en verbetersleutel.
10 lesweken gepland
4 december: extra les theatervoorstelling: fictief proces maakt deel uit van de leerstof.
Algemene inleiding
Definitie
Materieel strafrecht: het geheel der rechtsregels waardoor bepaalde gedragingen strafbaar worden
gesteld en gesanctioneerd (verbodsbepalingen). Verzameling van regels over straffen en misdrijven.
Formeel strafrecht (strafprocesrecht): het geheel van de procedurele spelregels volgens welke het
materieel strafrecht wordt toegepast. De procedure: hoe wordt de strafwet toegepast op mensen.
Welke rechtbank is bevoegd. Wat zijn de termijnen? Kan men beroep instellen?
In dit opleidingsonderdelen behandelen we het materieel strafrecht en niet het formeel strafrecht.
Strafrecht behoort tot het publiekrecht. De overheid heeft het recht om te straffen en doet dit door
strafwetten te maken en een strafprocedure te regelen.
Historiek
Archaïsch
Strafrecht is een systeem waarbij bepaald wordt wat niet mag en als iemand dat toch doet is daar
een strafsanctie voor voorzien. Zo een systeem is enkel mogelijk in een maatschappij waarbij het
gezag centraal georganiseerd is. Dit is vandaag mogelijk, maar dit is niet altijd zo geweest.µ
Het strafrecht in de huidige zin bestond niet.
,Het was een private aangelegenheid. Het was aan het slachtoffer om actie te ondernemen en
eventueel wraak te nemen. Men mocht het recht in eigen handen nemen. Wraak door de familie van
het slachtoffer tegen de familie van de dader.
Middeleeuwen
Accusatoir
Naarmate er meer overheid komt, gaat die overheid zich bezighouden met dingen regelen en ook
verboden opleggen aan wat mensen doen. Ze gaan ook straffen en procedures bedenken.
De overheid begint bemiddelend op te treden. De overheid erkent dat dat misdrijf dat gebeurt is
toch privaat kan zijn. Het blijft een aangelegenheid tussen het slachtoffer en de dader. De overheid
biedt een platform aan waar een proces kan gevoerd worden. De overheid wil de straf opleggen
maar blijft als rechter passief.
Rondtrekkende rechters: rechters gingen ter plaatse om te kijken of er conflicten waren. De rechter
ging op zoek en daar ging zetelen en uitspraken ging doen.
Infamia-procedure: iemand zijn reputatie, geruchten speelden mee. De gemeenschap nam een
beslissing.
Accusatoir: de partijen hebben zelf veel te zeggen. De partijen bepalen de richting van het proces.
Staten met accusatoir systeem: Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten
Inquisitoir
Inquisitoir: de rechter heeft een actieve rol, de staat beslist wat wordt vervolgd en wat niet.
De overheid moest de feiten verzamelen opdat iemand veroordeeld zou kunnen worden, dit kon
eventueel met foltering. Als hij niet bekende bij foltering dan toonde dit aan dat men het niet had
gedaan.
Straffen werden vaak gezien als zeer wreed en ongelijk. Dit moet genuanceerd worden.
Gevangenisstraf is een zeer recente uitvinding (250 jaar). Je moet kunnen uitleggen waarom straffen
in die periode waren zoals ze waren. De vorst had heel veel macht, want hij kon beslissen welke
straffen er waren. Vroeger werd er openbaar gestraft zodat de mensen zagen wat de straffen waren.
Verlichting
Het inquisitoire systeem waarbij veel klemtoon wordt gelegd op de vorst die alles kan opdringen zal
veranderen ten tijde van de verlichting.
Die absolute vorsten zullen verdwijnen. Belangrijke vordering in het strafrecht. Er is niet 1 iemand die
bepaalt wat er zal gebeuren. Men gaat dat samen regelen wat er mag en niet mag en men gaat dat in
een wetboek schrijven. Wat er in het wetboek staat dat mag allemaal niet en wat er niet instaat dat
mag allemaal wel. Men gaat samen nadenken over de straffen. De straf moet in verhouding staan tot
het feit.
De oude structuur (de koning heeft alles voor het zeggen) dat gaat veranderen. Die revolutie werpt
de koning omver. De Franse revolutie zorgt voor een omwenteling. Het strafrecht wordt op een
andere manier georganiseerd. De burgerij komt aan de macht.
,Bescherming van de burger: het strafrecht is geen instrument van een dictator. Het strafrecht wordt
een element van bescherming van de burger tegen die overheid. Je mag pas vervolgd worden als
bepaalde procedureregels worden nageleefd. De magna carta: 3 belangrijke principes: legaliteit,
subsidiariteit en proportionaliteit
Legaliteit: er moet een wet zijn vooraleer er een misdrijf en een straf kan zijn. Geen straf/misdrijf
zonder wet. Je kan niet straffen zolang het niet in het strafwetboek staat.
Subsidiariteit:
Proportionaliteit: er bestaat een verhouding tussen de ernst van het feit dat gepleegd wordt en de
zwaarte van de straf die wordt opgelegd. Zware misdrijven krijgen een zware straf en lichte
misdrijven krijgen een lichtere straf.
Het maakt niet uit wie het misdrijf pleegt, de straf wordt bepaald door de daad die wordt gepleegd.
Milde straf betekent humanisering van straffen, men krijgt andere straffen dan de vredelijfstraffen,
gevangenisstraf wordt uitgevonden.
Vaste straf: 1 periode in het verleden waar men een vast strafrecht had en dit was bij de
revolutionaire periode. Er is een wetboek gemaakt. Er was 1 straf per misdrijf. Er was geen minimum
en maximumstraf.
De codificatie:
Er zijn terug wrede en vernederende straffen, maar de gevangenisstraf blijft de belangrijkste.
Rechter krijgt een beoordelingsmarge: die vaste straffen dat is er al niet meer.
Vandaag
Voornamelijk het Franse recht was blijven bestaan.
1830: een nieuw land met nieuwe wetboeken. Een Belgisch strafwetboek. Pas in 1867 hebben we
een nieuw strafwetboek gekregen maar het is in grote mate op het Franse strafwetboek gebaseerd.
Vanaf dan zijn verzachtende omstandigheden mogelijk. Er kunnen redenen zijn om te straffen onder
de minimumstraf.
Het wetboek van strafvordering is nooit helemaal hervormd.
Sinds 1867 is er heel weinig veranderd aan het strafwetboek.
Wetboek van strafuitvoering: het was de bedoeling van de wetgever. Strafuitvoering is ook
strafrecht.
Theorieën
Dit zijn visies op strafrecht. Hoe moet gestraft worden? waarom straffen we?
Strafrecht is niet neutraal. Die visies op maatschappij, op mens zijn de laatste jaren erg gewijzigd en
soms zelf tegengesteld zijn.
Je moet de theorieën in de tijd kunnen plaatsen.
Ius Punendi: het recht om te straffen
, Inleiding
De eerste twee zijn erg tegengesteld aan elkaar. De derde zit er ergens tussen. Het laatste refereert
naar een nieuw klassiek strafrecht dat opduikt en terug meer naar het eerste gaat.
De klassieke leer: de klassieke visie op wat straffen moet zijn en waarom we straffen. Het is sterk
gericht om het misdrijf te bestraffen. De interventie is beperkt tot datgene dat in de wet staat en
degene die dat doet zal gestraft worden volgens datgene dat in de wet staat. Iedereen krijgt dezelfde
straf voor hetzelfde feit.
Positivistisch school: Hier ligt de focus op de daad. Je kan naar straffen kijken en kijken naar waarom
mensen misdrijven plegen vanuit de hoek van de dader. Wat iemand doet is minder belangrijk dan
de reden waarom iemand iets doet en wie de dader is. Gevaarlijke mensen moeten lang in de
gevangenis blijven.
Mogelijke functies van straffen:
- Vergelding: oog om oog, tand om tand. Wraak
- Verzoening: partijen verzoenen, een oplossing zoeken
- Herstel van de schade: slachtoffers moeten herstellen, herstel richting maatschappij,
doordat iemand gestraft wordt herstelt het slachtoffer
- Algemene preventie: het bestaan van het strafrecht op zich en het bestaan van de straffen
op zich, doordat er straffen zijn bepaald gaan we geen straffen plegen. Het strafrecht zal
misdrijven verhinderen omdat we weten dat we een straf riskeren.
- Bijzondere preventie: het strafrecht kan misdrijven voorkomen in die gevallen waarin
iemand al eens gestraft is. Als ik gestraft ben zal ik geleerd hebben. Ik leer uit mijn fouten.
- Resocialiserende werking: men kan aan het strafrecht de functie geven om mensen te
verbeteren, te veranderen zodat men weer in de maatschappij zal passen. De mensen
voorbereiden en klaarmaken om als een goede burger na de straf weer te functioneren.
Klassieke leer
Legaliteit en proportionaliteit staat centraal.
Het is gericht op de daad, op het misdrijf. De mensen zijn allemaal gelijk en moeten ook gelijk
behandeld worden.
Men gelooft zeer sterk in algemene en bijzondere preventie. Mensen gaan geen criminaliteit plegen
omdat ze weten welke straffen erop staan. Sommige vergissen zich en zullen gestraft worden en dan
zullen ook deze mensen tot inzicht komen.
Foto links bovenaan: De idee dat mensen die gestraft worden komen tot inzicht. Men laat mensen
gerust, zo weinig mogelijk contact met anderen zodat ze zelf het rechte pad kunnen terugvinden
door meditatie en isolatie. Men ziet dit in de wijze waarop men met gevangenen omgaat. De
gevangenen droegen een kap en volgden een koord zodat ze elkaar niet konden zien en niet
beïnvloed konden worden. Ze moeten zelf tot inzicht komen.
Foto rechts: een iconisch gevangenisbeeld uit een kapel/gevangenis uit Frankrijk. Dat zijn hokjes die
de gedetineerden toelaten om toch gezamenlijk naar de mis te gaan en toch alleen te zijn. Ze kunnen
niet naar rechts en links kijken. Ze mogen elkaar niet beïnvloeden.
Links onderaan: bovenbeeld van de Gentse gevangenis. Dit is een panopticum structuur. Mensen
moeten zo weinig mogelijk contact hebben met elkaar. Het centrum kijkt uit over de verschillende
vleugels, de controle gebeurt op 1 centraal punt.