BASISBEGRIPPEN VAN RECHT
LES 2
BASISBEGRIPPEN
“privaatrecht” en “publiekrecht”
“objectief recht” en “subjectieve rechten”
Vandaag gaan we het eerste stukje van de echte leerstof zien. De les zal
over rechtssubjecten gaan. Voor de pauze gaan we de ‘fysieke
personen’ zien en na de pauze de ‘rechtspersonen’.
Het rechtspersonenrecht dat bestaat ook, dat is de tweede categorie
rechtssubjecten (naast de fysieke personen hebben we ook de
rechtspersonen). Dat komt nog terug in het opleidingsonderdeel
vennootschappen en verenigingen in derde bachelor.
Ik begin nog eventjes met begrippen die eigenlijk al in het stukje ‘wat is
recht’ vorige keer is aangehaald en die je ook terugvindt in het boek op
die plaats.
Privaatrecht en publiekrecht
Privaatrecht is de horizontale rechtsverhouding tussen gelijken,
tussen burgers onderling.
Publiekrecht is de verticale lijn, de overheid staat vanboven en de
burger vanonder. Het publiekrecht regelt de uitoefening van het
staatsgezag volgens de klassieke definities.
Het volgende is het onderscheid tussen HET objectief recht
(enkelvoud) en de subjectieve rechten (meervoud). Het is eigenlijk
heel simpel, als ik u hier een definitie van vraag HET objectief recht
is gewoon het geheel van rechtsregels die in een bepaalde
samenleving op een bepaald moment zoals bv. vandaag anno
2020 in België gangbaar zijn. Het objectief recht is gewoon een geheel
van regels (dat geheel van gedragsregels zoals we dat in de vorige les
gedefinieerd hebben). Dat noemt men het objectief recht. Men spreekt
niet over de objectieve rechten (dat bestaat eigenlijk niet). En het
subjectief recht dat bestaat wel maar meestal spreekt men over de
subjectieve rechten want dat zijn de rechten van rechtssubjecten zoals u
en ik wij zijn fysieke personen (zullen we straks zien). Dus subjectieve
rechten als je hier een definitie van wil Subjectieve rechten zijn door
1
,het recht bekrachtigde aanspraken van ons rechtssubjecten (wij
zijn rechtssubjecten) en wij hebben allemaal subjectieve rechten
(meervoud) Niemand heeft maar 1 subjectief recht!! Wij hebben als
fysieke personen allemaal meerdere subjectieve rechten maar dat zijn dus
eigenlijk, daar zit een stam in subjectieve rechten zijn eigenlijk rechten
van rechtssubjecten.
Wij zijn nu fysieke personen maar rechtspersonen (die we na de pauze
gaan zien) die hebben ook rechten natuurlijk.
Dus subjectieve rechten zijn eigenlijk door het recht bekrachtigde
aanspraken van rechtssubjecten (fysieke personen of rechtspersonen).
Ten aanzien van bepaalde goederen bijvoorbeeld, iedereen onder u heeft
wel 1 of ander aspect van eigendomsrecht bijvoorbeeld het meisje dat hier
zit is wellicht eigenaar van deze laptop dat is een door het recht
bekrachtigde aanspraak op een goed (dat zal behandeld worden in het
goederenrecht onder het eigendomsrecht). Dus subjectieve rechten zijn
door het recht bekrachtigde aanspraken van rechtssubjecten en
rechtssubjecten kunnen aanspraken hebben op bepaalde goederen
geregeld door het goederenrecht of op bepaalde personen (dat zullen we
later vorderingsrechten noemen en die worden behandeld in het
verbintenissenrecht). In die definitie van subjectieve rechten zie je
eigenlijk al noties van goederenrecht en van verbintenissenrecht samen.
Ik herhaal nog eens subjectieve rechten zijn door het recht bekrachtigde
aanspraken van rechtssubjecten en rechtssubjecten kunnen aanspraken
hebben op bepaalde goederen (geregeld door het goederenrecht) of op
bepaalde personen om dingen te laten presteren dat zijn dan
vorderingsrechten die in het verbintenissenrecht geregeld worden.
We gaan nog een volledige les besteden aan die soorten subjectieve
rechten. Aan objectief recht moeten we geen tijd besteden want we
hebben dat eigenlijk al gedefinieerd vorige keer als we de definitie van
recht hebben gezien. Objectief recht is gewoon het geheel van
gedragsregels.
Maar die subjectieve rechten, ik heb andere subjectieve rechten dan jullie
(ik kom daar straks nog op terug).
BASISBEGRIPPEN
“rechtssubject” = “persoon” voor wie de rechtsnorm rechten
en plichten meebrengt
“rechtsfeiten” en
“rechtshandelingen”
2
,Een rechtssubject (u en ik zijn rechtssubjecten), we hebben fysieke
personen en we hebben rechtspersonen dus een rechtssubject is eigenlijk
een persoon en als je een definitie van een persoon zou willen een
persoon is een drager van rechten en plichten. Dat heb ik ook eens
op het examen gevraagd (definieer juridisch wat een persoon is).
Dus een rechtssubject is een persoon, dat is iets anders dan een
rechtsobject he! Een rechtsobject kan geen drager zijn van rechten en
plichten maar een rechtssubject/een persoon wel.
Dat zijn ook 2 belangrijke begrippen. En ze staan ook weer in het eerste
deeltje van het boek gedefinieerd. Wat zijn nu rechtsfeiten en
rechtshandelingen? Dat zijn totaal 2 verschillende begrippen.
Een rechtsfeit is eigenlijk gewoon een feit waaraan het recht
rechtsgevolgen verbindt. Een feit waaraan het recht rechtsgevolgen
verbindt. Dat is eigenlijk iets passief zou je kunnen zeggen, een rechtsfeit
is iets wat u overkomt. Het ene is passief en het andere de
rechtshandelingen daar zie je die actieve component in.
Voorbeelden van rechtsfeiten een rechtsfeit is dus een feit waaraan het
recht rechtsgevolgen verbindt.
HET klassieke voorbeeld van een rechtsfeit waaraan een massa
rechtsgevolgen verbonden zijn is de geboorte. Door het feit dat je
geboren wordt veranderd u rechtspositie ongelooflijk (we zullen straks zien
als je levend en levensvatbaar geboren wordt en dat was in ons geval zo
want anders zaten we hier nu niet dan ontstaat de juridische
persoonlijkheid). Ineens gebeurd er van alles, je komt ook terecht in een
familie want als je geboren wordt kom je voort uit de moederschoot van
een vrouw en dan gaat er ook meteen een afstammingsband worden
vastgesteld door het feit dat een bepaalde vrouw u gebaard heeft (dat zal
u juridische moeder zijn het afstammingsrecht zegt dat dat de vrouw
die het kind baart juridisch de moeder wordt dan wordt jij kind van de
vrouw die u gebaart heeft, wordt de vrouw die u gebaard heeft moeder
van het kind dat zij gebaard heeft er ontstaat ouderlijk gezag van u
moeder over u, ontstaat er erfrecht in de nalatenschap van de twee (de
twee zullen wederzijds erven van elkaar). Dus de geboorte op zichzelf
heeft een massa rechtsgevolgen. Hebt jij zelf als rechtssubject dat
geboren wordt die geboorte gewild? Neen, dat overkomt u gewoon. Maar
dat is dus wel een feit waaraan het recht gigantisch veel rechtsgevolgen
verbindt.
Het overlijden is juist hetzelfde. We zullen straks zien dat het ogenblik
van overlijden dat dat eigenlijk het ogenblik is waarop je van juridische
persoon overgaat naar het statuut van lijk. Een lijk is geen persoon meer
maar we zullen straks zien dat een lijk wel rechtsbescherming geniet.
3
, Dus het overlijden is ook een voorbeeld van een rechtsfeit. En het
rechtsgevolg van het overlijden zal zijn dat je u juridische persoonlijkheid
en heel veel rechten zult verliezen. Door het feit dat iemand overlijdt zal
ook het erfrecht spelen zal de nalatenschap openvallen en vereffend en
verdeeld moeten worden. Dus het overlijden is zeker en vast ook een
schitterend voorbeeld van een rechtsfeit.
Een ander voorbeeld van een rechtsfeit en dat is iets minder duidelijk
maar het is ook wel zeker een rechtsfeit is met je fiets door het rode
licht rijden. Dat is een feit waaraan het recht rechtsgevolgen verbindt.
De wegverkeerswetgeving zal zeggen door het rood licht rijden mag niet
en je zal een boete riskeren.
Een rechtsfeit is iets wat je overkomt. Je hebt dit eigenlijk niet zelf gewild.
Je kan toch niet zeggen ik rijd doelbewust door het rode licht om dat
rechtsgevolg te verwezenlijken want ik betaal graag boetes. Dat is niet zo.
De actieve component is hier zeker wel aanwezig maar het is wel niet de
bedoeling van die rechtsgevolgen te sorteren neem ik aan. Dus het is
eerder een rechtsfeit dan een rechtshandeling.
Een rechtshandeling is de actieve component. Een rechtshandeling is
eigenlijk een menselijke wilsverklaring waarbij je degene die ze stelt
(degene die de rechtshandeling stelt) de rechtsgevolgen die daaraan
verbonden zijn wil. Dus een rechtshandeling is een menselijke
wilsverklaring die gesteld wordt om rechtsgevolgen te sorteren. De
bedoeling van het stellen van een rechtshandeling zijn die rechtsgevolgen
die het recht daaraan verbindt.
Voorbeelden hiervan ik erken een kind, prachtig voorbeeld van een
rechtshandeling met zware gevolgen.
Ik erken een kind met toestemming van de moeder zoals het
afstammingsrecht dat vereist. En mits toestemming van het kind zelf als
het 12 jaar of ouder is maar als een kind pas geboren is of een kind dat
nog niet geboren is maar al verwekt is kan ook erkend worden, ik wil daar
juridische vader van worden. Prachtig voorbeeld van een rechtshandeling
een vaderlijke erkenning noemt men dat. Wat zeg ik dan? ik wil
vader van dat kind worden. Dus ik wil de rechtsgevolgen die het recht aan
die vaderlijke erkenning verbindt en wat zijn dat? Dat ik ouderlijk gezag
over dat kind verwerf, dat dat kind later van mij zal erven,..
Ik sluit een huwelijk dat is een menselijke wilsverklaring waarbij ik
verklaar dat ik wil toetreden tot de burgerrechtelijke instelling van het
huwelijk met alle mogelijke gevolgen die daaraan verbonden zijn. Zowel
het primair huwelijksstelsel als het secundair wettelijk
huwelijksvermogenstelsel. Massa gevolgen die vanaf dag 1 van het
huwelijk er zijn.
De rechtshandeling het huwelijk aangaan dat is eigenlijk de
rechtshandeling die hier gesteld wordt, het huwelijk aangaan is een
4
LES 2
BASISBEGRIPPEN
“privaatrecht” en “publiekrecht”
“objectief recht” en “subjectieve rechten”
Vandaag gaan we het eerste stukje van de echte leerstof zien. De les zal
over rechtssubjecten gaan. Voor de pauze gaan we de ‘fysieke
personen’ zien en na de pauze de ‘rechtspersonen’.
Het rechtspersonenrecht dat bestaat ook, dat is de tweede categorie
rechtssubjecten (naast de fysieke personen hebben we ook de
rechtspersonen). Dat komt nog terug in het opleidingsonderdeel
vennootschappen en verenigingen in derde bachelor.
Ik begin nog eventjes met begrippen die eigenlijk al in het stukje ‘wat is
recht’ vorige keer is aangehaald en die je ook terugvindt in het boek op
die plaats.
Privaatrecht en publiekrecht
Privaatrecht is de horizontale rechtsverhouding tussen gelijken,
tussen burgers onderling.
Publiekrecht is de verticale lijn, de overheid staat vanboven en de
burger vanonder. Het publiekrecht regelt de uitoefening van het
staatsgezag volgens de klassieke definities.
Het volgende is het onderscheid tussen HET objectief recht
(enkelvoud) en de subjectieve rechten (meervoud). Het is eigenlijk
heel simpel, als ik u hier een definitie van vraag HET objectief recht
is gewoon het geheel van rechtsregels die in een bepaalde
samenleving op een bepaald moment zoals bv. vandaag anno
2020 in België gangbaar zijn. Het objectief recht is gewoon een geheel
van regels (dat geheel van gedragsregels zoals we dat in de vorige les
gedefinieerd hebben). Dat noemt men het objectief recht. Men spreekt
niet over de objectieve rechten (dat bestaat eigenlijk niet). En het
subjectief recht dat bestaat wel maar meestal spreekt men over de
subjectieve rechten want dat zijn de rechten van rechtssubjecten zoals u
en ik wij zijn fysieke personen (zullen we straks zien). Dus subjectieve
rechten als je hier een definitie van wil Subjectieve rechten zijn door
1
,het recht bekrachtigde aanspraken van ons rechtssubjecten (wij
zijn rechtssubjecten) en wij hebben allemaal subjectieve rechten
(meervoud) Niemand heeft maar 1 subjectief recht!! Wij hebben als
fysieke personen allemaal meerdere subjectieve rechten maar dat zijn dus
eigenlijk, daar zit een stam in subjectieve rechten zijn eigenlijk rechten
van rechtssubjecten.
Wij zijn nu fysieke personen maar rechtspersonen (die we na de pauze
gaan zien) die hebben ook rechten natuurlijk.
Dus subjectieve rechten zijn eigenlijk door het recht bekrachtigde
aanspraken van rechtssubjecten (fysieke personen of rechtspersonen).
Ten aanzien van bepaalde goederen bijvoorbeeld, iedereen onder u heeft
wel 1 of ander aspect van eigendomsrecht bijvoorbeeld het meisje dat hier
zit is wellicht eigenaar van deze laptop dat is een door het recht
bekrachtigde aanspraak op een goed (dat zal behandeld worden in het
goederenrecht onder het eigendomsrecht). Dus subjectieve rechten zijn
door het recht bekrachtigde aanspraken van rechtssubjecten en
rechtssubjecten kunnen aanspraken hebben op bepaalde goederen
geregeld door het goederenrecht of op bepaalde personen (dat zullen we
later vorderingsrechten noemen en die worden behandeld in het
verbintenissenrecht). In die definitie van subjectieve rechten zie je
eigenlijk al noties van goederenrecht en van verbintenissenrecht samen.
Ik herhaal nog eens subjectieve rechten zijn door het recht bekrachtigde
aanspraken van rechtssubjecten en rechtssubjecten kunnen aanspraken
hebben op bepaalde goederen (geregeld door het goederenrecht) of op
bepaalde personen om dingen te laten presteren dat zijn dan
vorderingsrechten die in het verbintenissenrecht geregeld worden.
We gaan nog een volledige les besteden aan die soorten subjectieve
rechten. Aan objectief recht moeten we geen tijd besteden want we
hebben dat eigenlijk al gedefinieerd vorige keer als we de definitie van
recht hebben gezien. Objectief recht is gewoon het geheel van
gedragsregels.
Maar die subjectieve rechten, ik heb andere subjectieve rechten dan jullie
(ik kom daar straks nog op terug).
BASISBEGRIPPEN
“rechtssubject” = “persoon” voor wie de rechtsnorm rechten
en plichten meebrengt
“rechtsfeiten” en
“rechtshandelingen”
2
,Een rechtssubject (u en ik zijn rechtssubjecten), we hebben fysieke
personen en we hebben rechtspersonen dus een rechtssubject is eigenlijk
een persoon en als je een definitie van een persoon zou willen een
persoon is een drager van rechten en plichten. Dat heb ik ook eens
op het examen gevraagd (definieer juridisch wat een persoon is).
Dus een rechtssubject is een persoon, dat is iets anders dan een
rechtsobject he! Een rechtsobject kan geen drager zijn van rechten en
plichten maar een rechtssubject/een persoon wel.
Dat zijn ook 2 belangrijke begrippen. En ze staan ook weer in het eerste
deeltje van het boek gedefinieerd. Wat zijn nu rechtsfeiten en
rechtshandelingen? Dat zijn totaal 2 verschillende begrippen.
Een rechtsfeit is eigenlijk gewoon een feit waaraan het recht
rechtsgevolgen verbindt. Een feit waaraan het recht rechtsgevolgen
verbindt. Dat is eigenlijk iets passief zou je kunnen zeggen, een rechtsfeit
is iets wat u overkomt. Het ene is passief en het andere de
rechtshandelingen daar zie je die actieve component in.
Voorbeelden van rechtsfeiten een rechtsfeit is dus een feit waaraan het
recht rechtsgevolgen verbindt.
HET klassieke voorbeeld van een rechtsfeit waaraan een massa
rechtsgevolgen verbonden zijn is de geboorte. Door het feit dat je
geboren wordt veranderd u rechtspositie ongelooflijk (we zullen straks zien
als je levend en levensvatbaar geboren wordt en dat was in ons geval zo
want anders zaten we hier nu niet dan ontstaat de juridische
persoonlijkheid). Ineens gebeurd er van alles, je komt ook terecht in een
familie want als je geboren wordt kom je voort uit de moederschoot van
een vrouw en dan gaat er ook meteen een afstammingsband worden
vastgesteld door het feit dat een bepaalde vrouw u gebaard heeft (dat zal
u juridische moeder zijn het afstammingsrecht zegt dat dat de vrouw
die het kind baart juridisch de moeder wordt dan wordt jij kind van de
vrouw die u gebaart heeft, wordt de vrouw die u gebaard heeft moeder
van het kind dat zij gebaard heeft er ontstaat ouderlijk gezag van u
moeder over u, ontstaat er erfrecht in de nalatenschap van de twee (de
twee zullen wederzijds erven van elkaar). Dus de geboorte op zichzelf
heeft een massa rechtsgevolgen. Hebt jij zelf als rechtssubject dat
geboren wordt die geboorte gewild? Neen, dat overkomt u gewoon. Maar
dat is dus wel een feit waaraan het recht gigantisch veel rechtsgevolgen
verbindt.
Het overlijden is juist hetzelfde. We zullen straks zien dat het ogenblik
van overlijden dat dat eigenlijk het ogenblik is waarop je van juridische
persoon overgaat naar het statuut van lijk. Een lijk is geen persoon meer
maar we zullen straks zien dat een lijk wel rechtsbescherming geniet.
3
, Dus het overlijden is ook een voorbeeld van een rechtsfeit. En het
rechtsgevolg van het overlijden zal zijn dat je u juridische persoonlijkheid
en heel veel rechten zult verliezen. Door het feit dat iemand overlijdt zal
ook het erfrecht spelen zal de nalatenschap openvallen en vereffend en
verdeeld moeten worden. Dus het overlijden is zeker en vast ook een
schitterend voorbeeld van een rechtsfeit.
Een ander voorbeeld van een rechtsfeit en dat is iets minder duidelijk
maar het is ook wel zeker een rechtsfeit is met je fiets door het rode
licht rijden. Dat is een feit waaraan het recht rechtsgevolgen verbindt.
De wegverkeerswetgeving zal zeggen door het rood licht rijden mag niet
en je zal een boete riskeren.
Een rechtsfeit is iets wat je overkomt. Je hebt dit eigenlijk niet zelf gewild.
Je kan toch niet zeggen ik rijd doelbewust door het rode licht om dat
rechtsgevolg te verwezenlijken want ik betaal graag boetes. Dat is niet zo.
De actieve component is hier zeker wel aanwezig maar het is wel niet de
bedoeling van die rechtsgevolgen te sorteren neem ik aan. Dus het is
eerder een rechtsfeit dan een rechtshandeling.
Een rechtshandeling is de actieve component. Een rechtshandeling is
eigenlijk een menselijke wilsverklaring waarbij je degene die ze stelt
(degene die de rechtshandeling stelt) de rechtsgevolgen die daaraan
verbonden zijn wil. Dus een rechtshandeling is een menselijke
wilsverklaring die gesteld wordt om rechtsgevolgen te sorteren. De
bedoeling van het stellen van een rechtshandeling zijn die rechtsgevolgen
die het recht daaraan verbindt.
Voorbeelden hiervan ik erken een kind, prachtig voorbeeld van een
rechtshandeling met zware gevolgen.
Ik erken een kind met toestemming van de moeder zoals het
afstammingsrecht dat vereist. En mits toestemming van het kind zelf als
het 12 jaar of ouder is maar als een kind pas geboren is of een kind dat
nog niet geboren is maar al verwekt is kan ook erkend worden, ik wil daar
juridische vader van worden. Prachtig voorbeeld van een rechtshandeling
een vaderlijke erkenning noemt men dat. Wat zeg ik dan? ik wil
vader van dat kind worden. Dus ik wil de rechtsgevolgen die het recht aan
die vaderlijke erkenning verbindt en wat zijn dat? Dat ik ouderlijk gezag
over dat kind verwerf, dat dat kind later van mij zal erven,..
Ik sluit een huwelijk dat is een menselijke wilsverklaring waarbij ik
verklaar dat ik wil toetreden tot de burgerrechtelijke instelling van het
huwelijk met alle mogelijke gevolgen die daaraan verbonden zijn. Zowel
het primair huwelijksstelsel als het secundair wettelijk
huwelijksvermogenstelsel. Massa gevolgen die vanaf dag 1 van het
huwelijk er zijn.
De rechtshandeling het huwelijk aangaan dat is eigenlijk de
rechtshandeling die hier gesteld wordt, het huwelijk aangaan is een
4