Hoorcollege modern.
College 1:
Ons westerse denkbeeld van nu bestaat uit invloeden van de Verlichting en van de
Romantiek. Alle Ismen komen voort uit deze denkbeelden. Westerse samenleving
combinatie van 2 denkwijzen (Verlichting en Romantiek). Alles wat daarna komt kan gelinkt
worden aan een van deze 2 denkwijzen.
West-Europa vanaf 12de eeuw de ruraal-urbane samenleving gaat langzaam veranderen.
Grote opkomst van de steden en dus ook van de handel en de nijverheid. Gekoppeld
daaraan ontstaat iets nieuws nieuwe sociale klasse de burgerij (feitelijk rechteloos).
Huidige situatie: leenheer, graaf, vazal, etc. hebben het voor het zeggen in een gebied. In
zo’n gebied komen de steden op en in dit gebied komt de burgerij op. Deze groep burgers
(leeft van handel en ambacht) gaat een steeds belangrijkere (economische) positie in de
maatschappij krijgen. Er zijn nog geen rechten en positie in de maatschappij zijn nog niet
vastgelegd. Deze burgers gaan op zoek naar legitimering om de bestaande situatie te
veranderen.
Verlichting serie ideeën die de burgerij gebruikt om te kunnen emanciperen
emancipatie van de burgers klimmen in de sociale hiërarchie.
Vorsten dankzij uitmelken burgerij adel passeren en bureaucratie oprichten, maar nog
belangrijker huurleger financieren waarmee hij de adel onder de duim kunnen houden.
Huurleger werd betaald uit de belastingheffing op de burgers. Voor burgers aantrekkelijk
nieuwe baantjes in bureaucratie, nieuwe baantjes als beroepsmilitair klimmen in sociale
hiërarchie.
Burgers konden hierdoor sociaal stijgen, maar politiek stelden ze nog steeds niets voor. Ze
hadden een set denkbeelden nodig om deze paradox te doorbreken. Bestaande situatie van
absolutisme en despotisme doorbreken.
De Verlichting is feitelijk de belichaming van twee grote veranderingen in de christelijke
cultuur van het Westen:
- Theocentrisme naar Anthropocentrisme (van geloof naar mensgerichtheid).
- Vooruitgangsoptimisme (van pessimisme naar optimisme).
Theocentrisme, hierin staat god centraal en was voor het Anthropocentrisme. Het
Anthropocentrisme is een stroming die gericht is op de mens. Door deze
verschuiving/verandering/overgang verandert het wereldbeeld. Het leven is niet langer meer
puur gericht op de kerk en het hiernamaals. Voor het eerst de gedachte: menselijk geluk
realiseerbaar met vooruitgang. In de middeleeuwen dacht men: als je goed leefde kwam je in
de hemel.
Anthropocentrisme:
- Mens centraal.
- Lineair wereldbeeld (gedachte dat het met de mens alsmaar voorwaarts is gegaan in
de loop van de tijd).
- Geluk niet via geloof, maar door vooruitgang.
Vooruitgangsoptimisme mogelijk door resultaten van:
A. Moderne natuurwetenschap.
B. Ontwikkelingen in de wijsbegeerte.
Theocentrisme:
- God centraal.
- Cyclisch wereldbeeld (toekomst zal altijd hetzelfde zijn, aardse leven is vervelende
onderbreking).
- Geluk via geloof in god: de aarde = tranendal.
,A. Moderne natuurwetenschap.
In de middeleeuwen geen eigen onderzoek overnemen van de antieke wetenschap:
Aristoteles.
Het idee was er dat god de aarde geschapen had. God stuurt zijn enige zoon naar de aarde
aarde middelpunt van het heelal (god vergist zich niet). Zoon werd naar Jeruzalem
gestuurd middelpunt van de aarde. Geocentrisch wereldbeeld aarde is het centrum
van het heelal en Jeruzalem is het centrum van de aarde.
Gevolgen:
1. De kerk: opvoeders, geen onderzoekers geen conflict tussen wetenschap en geloof. Er
werd alleen les gegeven in wat gegeven was in de bijbel, waar daarin stond was waar!
2. Bestaande kennis: a. systematiseren (ordenen) b. becommentariëren c. samenvatten in
handboeken. Dit is het enige wat je als wetenschapper kon doen met de kennis die er was.
3. Geen nieuwe kennis rond 1400 waren de Arabieren verder dan het Westen op
wetenschappelijk gebied. In het Westen door het Christendom stilstand in ontwikkeling
wordt rond 1400 duidelijk wanneer de kruistochten op gang kwamen christenen kwamen
erachter dat de Arabieren veel verder waren (Arabische cultuur).
Deze kennis van de Arabieren werd door het Westen overgenomen. Sommige delen
van de kennis afkomstig van de Grieken en uit China.
De middeleeuwse wetenschappelijke methode deductief.
Deductieve methode: algemene lijn + bijzonderheden inpassen (=antieke wetenschap).
Bijzonderheden werden dus ingepast in de algemene lijn die men toen hanteerde.
Wat te doen met afwijkingen:
1. Toch proberen in te passen in de algemene lijn.
2. Negeren.
3. Toeschrijven aan bovennatuurlijke machten (het kwade Satan (duivel)).
Voordelen deductief wereldbeeld:
- Zekerheid.
- Kennis in overeenstemming met de bijbel (=natuurwetenschappelijk handboek).
17de eeuw nieuwe benadering inductieve methode.
Inductieve methode:
- Eerst experimenteren.
- Formuleren regelmatigheid of wetmatigheid.
Je probeert iets een x aantal keren uit en de uitkomst stel je vast als een feit.
Mathematisch omschreven natuurwetten praktisch toepasbaar.
Beginpunt van de inductieve methode: 1632 Galileï: heliocentrisch wereldbeeld de zon
draait niet om de aarde, maar de aarde draait om de zon. Hij kreeg grote problemen met de
kerk zijn inzichten waren sterk in strijd met de bijbel.
1687 Newton: Principia (zwaartekracht) gaf mens de indruk alles te kunnen oplossen.
Oorzaken nieuwe benadering: oude kennis bleek onwaar.
1. Ontdekkingsreizen:
- Onhoudbaarheid van de Aristotelesstelling over de onbewoonbaarheid van tropische
gebieden als je daar te lang verblijft dan wordt je zwart.
- Aarde was niet plat aarde is rond. Magalhães ontdekte dit in 1521 toen hij rond
Zuid-Amerika voer en Afrika. Definitief bewijs!
2. Ontdekking van waarnemings- en meetinstrumenten:
- Lipperheij: verrekijker (heelal).
- Van Leeuwenhoek: microscoop (biologie).
, Gevolg: Nu de oude wetenschappelijke (=kerkelijke kennis) onwaar bleek conflict tussen:
Leer < -------------------------------- > waarheid
Geloof < ---------------------------- > wetenschap
Twijfel aan alles: bijbel en kerkleer.
Geest van twijfel < -------------- > de Kerk
Bang voor wetenschappelijke ontwikkeling i.v.m.
aantasting van het kerkelijk leergezag.
Afweerhouding: kwestie Galileï.
Gevolg:
1 Wetenschap ontwikkelt zich buiten de kerk om secularisatie wetenschap.
2 Ontstaan van een militant anti-clericalisme.
B. De ontwikkeling van de wijsbegeerte
In de Middeleeuwen: scholastiek (Thomas van Aquino 13e eeuw).
Theologie + filosofie.
Filosofie is dienares van de theologie. Zijn 2 verschillende dingen en kunnen daarom niet
met elkaar in de knoop zitten. Verschil tussen iets verstandelijk weten en iets mystiek weten.
17e eeuw: filosofie: zelfstandig.
Taak: zoeken naar de waarheid (naar wat juist is) en begrip van het leven.
Twee nieuwe wijsgerige systemen:
• Het wijsgerig rationalisme (Cartesianisme) overgangssysteem/overgangsfase
tussen het middeleeuws denken en het nieuwe denken (17de eeuws).
• Het wijsgerig empirisme.
Grondlegger rationalisme René Descartes (Cartesius). 1637: Discours de la méthode.
Hij gaat uit van de twijfel aan alles. Via de twijfel aan alles bleef een ding zeker: de twijfel.
Twijfel = denken denken is bestaan: cogito, ergo sum (ik denk, dus ben).
We weten niet waar onze geest zich bevindt, maar wel dát zij zich ergens bevindt en dus dát
wij zijn. Dit is een laatste stuiptrekking van het deductief denken, maar wel een hele
slimme.
Vanuit dit “cognito, ergo sum” kwam Descartes tot de conclusie dat de mens moest
vertrouwen op de ratio, immers de ratio bezit “heldere en klare inzichten van de dingen.”
Dus: twijfel + ratio = kennis !
Grondlegger empirisme John Locke: Essay concerning human understanding (1689).
De mens is tabula rasa onbeschreven blad. De mens wordt gevormd door indrukken en
ervaringen in het leven. Het krijgen van indrukken en ervaringen kan je gaan sturen.
College 1:
Ons westerse denkbeeld van nu bestaat uit invloeden van de Verlichting en van de
Romantiek. Alle Ismen komen voort uit deze denkbeelden. Westerse samenleving
combinatie van 2 denkwijzen (Verlichting en Romantiek). Alles wat daarna komt kan gelinkt
worden aan een van deze 2 denkwijzen.
West-Europa vanaf 12de eeuw de ruraal-urbane samenleving gaat langzaam veranderen.
Grote opkomst van de steden en dus ook van de handel en de nijverheid. Gekoppeld
daaraan ontstaat iets nieuws nieuwe sociale klasse de burgerij (feitelijk rechteloos).
Huidige situatie: leenheer, graaf, vazal, etc. hebben het voor het zeggen in een gebied. In
zo’n gebied komen de steden op en in dit gebied komt de burgerij op. Deze groep burgers
(leeft van handel en ambacht) gaat een steeds belangrijkere (economische) positie in de
maatschappij krijgen. Er zijn nog geen rechten en positie in de maatschappij zijn nog niet
vastgelegd. Deze burgers gaan op zoek naar legitimering om de bestaande situatie te
veranderen.
Verlichting serie ideeën die de burgerij gebruikt om te kunnen emanciperen
emancipatie van de burgers klimmen in de sociale hiërarchie.
Vorsten dankzij uitmelken burgerij adel passeren en bureaucratie oprichten, maar nog
belangrijker huurleger financieren waarmee hij de adel onder de duim kunnen houden.
Huurleger werd betaald uit de belastingheffing op de burgers. Voor burgers aantrekkelijk
nieuwe baantjes in bureaucratie, nieuwe baantjes als beroepsmilitair klimmen in sociale
hiërarchie.
Burgers konden hierdoor sociaal stijgen, maar politiek stelden ze nog steeds niets voor. Ze
hadden een set denkbeelden nodig om deze paradox te doorbreken. Bestaande situatie van
absolutisme en despotisme doorbreken.
De Verlichting is feitelijk de belichaming van twee grote veranderingen in de christelijke
cultuur van het Westen:
- Theocentrisme naar Anthropocentrisme (van geloof naar mensgerichtheid).
- Vooruitgangsoptimisme (van pessimisme naar optimisme).
Theocentrisme, hierin staat god centraal en was voor het Anthropocentrisme. Het
Anthropocentrisme is een stroming die gericht is op de mens. Door deze
verschuiving/verandering/overgang verandert het wereldbeeld. Het leven is niet langer meer
puur gericht op de kerk en het hiernamaals. Voor het eerst de gedachte: menselijk geluk
realiseerbaar met vooruitgang. In de middeleeuwen dacht men: als je goed leefde kwam je in
de hemel.
Anthropocentrisme:
- Mens centraal.
- Lineair wereldbeeld (gedachte dat het met de mens alsmaar voorwaarts is gegaan in
de loop van de tijd).
- Geluk niet via geloof, maar door vooruitgang.
Vooruitgangsoptimisme mogelijk door resultaten van:
A. Moderne natuurwetenschap.
B. Ontwikkelingen in de wijsbegeerte.
Theocentrisme:
- God centraal.
- Cyclisch wereldbeeld (toekomst zal altijd hetzelfde zijn, aardse leven is vervelende
onderbreking).
- Geluk via geloof in god: de aarde = tranendal.
,A. Moderne natuurwetenschap.
In de middeleeuwen geen eigen onderzoek overnemen van de antieke wetenschap:
Aristoteles.
Het idee was er dat god de aarde geschapen had. God stuurt zijn enige zoon naar de aarde
aarde middelpunt van het heelal (god vergist zich niet). Zoon werd naar Jeruzalem
gestuurd middelpunt van de aarde. Geocentrisch wereldbeeld aarde is het centrum
van het heelal en Jeruzalem is het centrum van de aarde.
Gevolgen:
1. De kerk: opvoeders, geen onderzoekers geen conflict tussen wetenschap en geloof. Er
werd alleen les gegeven in wat gegeven was in de bijbel, waar daarin stond was waar!
2. Bestaande kennis: a. systematiseren (ordenen) b. becommentariëren c. samenvatten in
handboeken. Dit is het enige wat je als wetenschapper kon doen met de kennis die er was.
3. Geen nieuwe kennis rond 1400 waren de Arabieren verder dan het Westen op
wetenschappelijk gebied. In het Westen door het Christendom stilstand in ontwikkeling
wordt rond 1400 duidelijk wanneer de kruistochten op gang kwamen christenen kwamen
erachter dat de Arabieren veel verder waren (Arabische cultuur).
Deze kennis van de Arabieren werd door het Westen overgenomen. Sommige delen
van de kennis afkomstig van de Grieken en uit China.
De middeleeuwse wetenschappelijke methode deductief.
Deductieve methode: algemene lijn + bijzonderheden inpassen (=antieke wetenschap).
Bijzonderheden werden dus ingepast in de algemene lijn die men toen hanteerde.
Wat te doen met afwijkingen:
1. Toch proberen in te passen in de algemene lijn.
2. Negeren.
3. Toeschrijven aan bovennatuurlijke machten (het kwade Satan (duivel)).
Voordelen deductief wereldbeeld:
- Zekerheid.
- Kennis in overeenstemming met de bijbel (=natuurwetenschappelijk handboek).
17de eeuw nieuwe benadering inductieve methode.
Inductieve methode:
- Eerst experimenteren.
- Formuleren regelmatigheid of wetmatigheid.
Je probeert iets een x aantal keren uit en de uitkomst stel je vast als een feit.
Mathematisch omschreven natuurwetten praktisch toepasbaar.
Beginpunt van de inductieve methode: 1632 Galileï: heliocentrisch wereldbeeld de zon
draait niet om de aarde, maar de aarde draait om de zon. Hij kreeg grote problemen met de
kerk zijn inzichten waren sterk in strijd met de bijbel.
1687 Newton: Principia (zwaartekracht) gaf mens de indruk alles te kunnen oplossen.
Oorzaken nieuwe benadering: oude kennis bleek onwaar.
1. Ontdekkingsreizen:
- Onhoudbaarheid van de Aristotelesstelling over de onbewoonbaarheid van tropische
gebieden als je daar te lang verblijft dan wordt je zwart.
- Aarde was niet plat aarde is rond. Magalhães ontdekte dit in 1521 toen hij rond
Zuid-Amerika voer en Afrika. Definitief bewijs!
2. Ontdekking van waarnemings- en meetinstrumenten:
- Lipperheij: verrekijker (heelal).
- Van Leeuwenhoek: microscoop (biologie).
, Gevolg: Nu de oude wetenschappelijke (=kerkelijke kennis) onwaar bleek conflict tussen:
Leer < -------------------------------- > waarheid
Geloof < ---------------------------- > wetenschap
Twijfel aan alles: bijbel en kerkleer.
Geest van twijfel < -------------- > de Kerk
Bang voor wetenschappelijke ontwikkeling i.v.m.
aantasting van het kerkelijk leergezag.
Afweerhouding: kwestie Galileï.
Gevolg:
1 Wetenschap ontwikkelt zich buiten de kerk om secularisatie wetenschap.
2 Ontstaan van een militant anti-clericalisme.
B. De ontwikkeling van de wijsbegeerte
In de Middeleeuwen: scholastiek (Thomas van Aquino 13e eeuw).
Theologie + filosofie.
Filosofie is dienares van de theologie. Zijn 2 verschillende dingen en kunnen daarom niet
met elkaar in de knoop zitten. Verschil tussen iets verstandelijk weten en iets mystiek weten.
17e eeuw: filosofie: zelfstandig.
Taak: zoeken naar de waarheid (naar wat juist is) en begrip van het leven.
Twee nieuwe wijsgerige systemen:
• Het wijsgerig rationalisme (Cartesianisme) overgangssysteem/overgangsfase
tussen het middeleeuws denken en het nieuwe denken (17de eeuws).
• Het wijsgerig empirisme.
Grondlegger rationalisme René Descartes (Cartesius). 1637: Discours de la méthode.
Hij gaat uit van de twijfel aan alles. Via de twijfel aan alles bleef een ding zeker: de twijfel.
Twijfel = denken denken is bestaan: cogito, ergo sum (ik denk, dus ben).
We weten niet waar onze geest zich bevindt, maar wel dát zij zich ergens bevindt en dus dát
wij zijn. Dit is een laatste stuiptrekking van het deductief denken, maar wel een hele
slimme.
Vanuit dit “cognito, ergo sum” kwam Descartes tot de conclusie dat de mens moest
vertrouwen op de ratio, immers de ratio bezit “heldere en klare inzichten van de dingen.”
Dus: twijfel + ratio = kennis !
Grondlegger empirisme John Locke: Essay concerning human understanding (1689).
De mens is tabula rasa onbeschreven blad. De mens wordt gevormd door indrukken en
ervaringen in het leven. Het krijgen van indrukken en ervaringen kan je gaan sturen.