Neurologie
1. Epilepsie
1.1 Wat:
Abnormale elektrische ontlading van neuronen -> fout in de elektriciteit
tussen de neuronen
Hoe het eruit ziet hangt af van de plaats van de epilepsie
o Vb. In de motorische cortex: schokken
Epilepsie: fout in de hersenen door bv. Een tumor
Epileptische aanval: kan iedereen overkomen
1.2 voorkomen
Leeftijd:
o Elke leeftijd
o Eerste aanval voor 18j (aangeboren defect, 75%)
o Prevalentie 0,5% = 1/200
o 50% is jonger dan 10jaar
1.3 indeling
Indeling volgens aard (klinische indeling) :
Globale cerebrale ontlading: links + rechts
Primair gegeneraliseerd:
o Gegeneraliseerde tonisch clonische aanval (grand mal)
Stereotiep verloop :
(kreet), val, bewustloos
Tonische fase: elektriciteit over de gehele hersenen alle
spieren trekken samen: strekken, kaakklem, tongbeet,
oogdeviatie (ogen draaien naar boven en staan open),
ademhalingsstilstand
Effect: cyanose, hypertensie, hyperthermie en
creatinekinase verhoogt in het bloed
Clonische faze: ontspannen, ritmische onderbrekingen
van de tonische fase. => ziet eruit als schokken (duurt
minder dan een minuut)
duur tonische en clonische fase: 1,5min
Stertoreuze fase: alles is slap (ontspannen) de patiënt
is bewusteloos, ademt diep, er staat schuim op de
mond van de patiënt (kan roze kleuren door bloed)
(duurt minutenlang)
Recuperatie: terug bij bewustzijn, 20 min tot 1u lang
recup
Status epilepticus (> 10 min) :
Aanval blijft duren en houdt zichzelf in stand
Atone aanval:
, Spieren spannen niet op maar los tijdens de aanval
(komt nooit alleen voor, is verbonden met epileptische
syndromen)
o Absence:
Bewustzijnsverandering, zonder bewustzijnsverlies
Automatisme (vb. prutsen met de handen)
Genetisch syndroom
Duurt enkele seconden
Wordt op zich niet behandeld (enkel als het storende is)
Komt meestal bij kinderen voor en groeit uit
Patiënt weet zelf niet dat hij/zij een aanval heeft en heeft er
vaak geen last van
o Myoclonie:
Veralgemeende spierschok, geen bewustzijnsverlies
Syndroom: juveniele myoclonus epilepsie genetica
Goedaardig, met soms een aanval, gebeurt typisch ’s
morgens , patiënt voelt het niet aankomen en het is
zeer kort
Partiële epileptische aanval (Gelokaliseerd in de hersenen, dikwijls
symptomatisch):
o Enkelvoudige partiële aanval:
Bewustzijn is intact
Verschijnselen hangen af van de plaats in de hersenen:
Motorisch: schokken
Sensorisch: een bepaalde geur, smaak, zien van
(vegetatieve) aura
Psychisch: déjà vu, hallucinatie, forced thinking
Vb. Enkel schokken in het linker been
Chesoion marsch: begint in een klein stuk en breid verder uit
Vb. begint met de arm dan het been, hoofd , nek…
o Complex partiële aanval:
Elektrische activiteit is meer verspreid
Bewustzijn is gestoord met billaterale ontladingen
Staren oogcontact stoornis
Automatismen (mondbewegingen)
Motorische verschijnselen -> ontladingen vooraan in de
hersenen = complexere bewegingen
Temporale epilepsie:
Smaak, geur, forced thinking
Frontale epilepsie (hypermotorisch):
Zeer wilde bewegingen, gebeurt meestal nachtelijk
(syndroom)
o Secundaire generalisatie
Enkelvoudig partieel
secundaire generalisatie (tonisch-
clonische)
complexpartieel
aura:
eerst een sensorische prikkel (vb. gasgeur in de mond)
, enkelvoudig of partieel complex met secundaire
generalis
o status epilepticus:
epileptische aanval die langer dan 10 min duurt
normale aanval over in 90 sec -> langer dan 5min =
voorbode status epilepticus
hoge mortabiliteit (niet meer ademen door samentrekken ,
nieren en lever gaan kapot)
vaak een onderliggende pathologie: terminaal teken van
patiënt met een hersenziekte
epileptische syndromen:
o gegeneraliseerd nachtelijke frontale epilepsie
juveniele myoclonus epilepsie
o benige epilepsie van kinderen met centrotemporale spikes
o benige kinderepilepsie met occipitale ontladingen
channelopathies
alle genetische defecten zitten in de natrium/kalium
kanalen (menbraam kanalen)
epileptischachtige aanvallen:
o koortsstuipen:
hoge koorts door vb. keelontsteking
2-5% van de kinderen
Prognose 95% (goed)
Genetische predispositie
Hoger risico op epilepsie (zo langdurig en complex)
o Impact epilepsie:
Door een slag op het hoofd is de elektrische lading gestoord
(onmiddellijk na traumata)
Tonisch clonische ontladingen
Geen risico op epilepsie
Geen postictale fase
o Convulsieve syncope :
Na syncope enkele schokken krijgen
Tonisch-clonische fase
Hypoxies (te laag zuurstofgehalte in het bloed)
Geen risico op epilepsie
Geen postictale fase (misselijkheid, vermoeidheid)
o Temper tantrum:
5jr
Cyanose
Tonisch
Breath holding spells
Niet postictaal
o Psychogeen:
Nadoen van een epileptische aanval (niet expres)
Valt op door:
Linker en rechter bewegingen zijn niet synchroon
Gesloten ogen
Pt is bij bewustzijn
Dikwijls bij gekende epilepsie
1. Epilepsie
1.1 Wat:
Abnormale elektrische ontlading van neuronen -> fout in de elektriciteit
tussen de neuronen
Hoe het eruit ziet hangt af van de plaats van de epilepsie
o Vb. In de motorische cortex: schokken
Epilepsie: fout in de hersenen door bv. Een tumor
Epileptische aanval: kan iedereen overkomen
1.2 voorkomen
Leeftijd:
o Elke leeftijd
o Eerste aanval voor 18j (aangeboren defect, 75%)
o Prevalentie 0,5% = 1/200
o 50% is jonger dan 10jaar
1.3 indeling
Indeling volgens aard (klinische indeling) :
Globale cerebrale ontlading: links + rechts
Primair gegeneraliseerd:
o Gegeneraliseerde tonisch clonische aanval (grand mal)
Stereotiep verloop :
(kreet), val, bewustloos
Tonische fase: elektriciteit over de gehele hersenen alle
spieren trekken samen: strekken, kaakklem, tongbeet,
oogdeviatie (ogen draaien naar boven en staan open),
ademhalingsstilstand
Effect: cyanose, hypertensie, hyperthermie en
creatinekinase verhoogt in het bloed
Clonische faze: ontspannen, ritmische onderbrekingen
van de tonische fase. => ziet eruit als schokken (duurt
minder dan een minuut)
duur tonische en clonische fase: 1,5min
Stertoreuze fase: alles is slap (ontspannen) de patiënt
is bewusteloos, ademt diep, er staat schuim op de
mond van de patiënt (kan roze kleuren door bloed)
(duurt minutenlang)
Recuperatie: terug bij bewustzijn, 20 min tot 1u lang
recup
Status epilepticus (> 10 min) :
Aanval blijft duren en houdt zichzelf in stand
Atone aanval:
, Spieren spannen niet op maar los tijdens de aanval
(komt nooit alleen voor, is verbonden met epileptische
syndromen)
o Absence:
Bewustzijnsverandering, zonder bewustzijnsverlies
Automatisme (vb. prutsen met de handen)
Genetisch syndroom
Duurt enkele seconden
Wordt op zich niet behandeld (enkel als het storende is)
Komt meestal bij kinderen voor en groeit uit
Patiënt weet zelf niet dat hij/zij een aanval heeft en heeft er
vaak geen last van
o Myoclonie:
Veralgemeende spierschok, geen bewustzijnsverlies
Syndroom: juveniele myoclonus epilepsie genetica
Goedaardig, met soms een aanval, gebeurt typisch ’s
morgens , patiënt voelt het niet aankomen en het is
zeer kort
Partiële epileptische aanval (Gelokaliseerd in de hersenen, dikwijls
symptomatisch):
o Enkelvoudige partiële aanval:
Bewustzijn is intact
Verschijnselen hangen af van de plaats in de hersenen:
Motorisch: schokken
Sensorisch: een bepaalde geur, smaak, zien van
(vegetatieve) aura
Psychisch: déjà vu, hallucinatie, forced thinking
Vb. Enkel schokken in het linker been
Chesoion marsch: begint in een klein stuk en breid verder uit
Vb. begint met de arm dan het been, hoofd , nek…
o Complex partiële aanval:
Elektrische activiteit is meer verspreid
Bewustzijn is gestoord met billaterale ontladingen
Staren oogcontact stoornis
Automatismen (mondbewegingen)
Motorische verschijnselen -> ontladingen vooraan in de
hersenen = complexere bewegingen
Temporale epilepsie:
Smaak, geur, forced thinking
Frontale epilepsie (hypermotorisch):
Zeer wilde bewegingen, gebeurt meestal nachtelijk
(syndroom)
o Secundaire generalisatie
Enkelvoudig partieel
secundaire generalisatie (tonisch-
clonische)
complexpartieel
aura:
eerst een sensorische prikkel (vb. gasgeur in de mond)
, enkelvoudig of partieel complex met secundaire
generalis
o status epilepticus:
epileptische aanval die langer dan 10 min duurt
normale aanval over in 90 sec -> langer dan 5min =
voorbode status epilepticus
hoge mortabiliteit (niet meer ademen door samentrekken ,
nieren en lever gaan kapot)
vaak een onderliggende pathologie: terminaal teken van
patiënt met een hersenziekte
epileptische syndromen:
o gegeneraliseerd nachtelijke frontale epilepsie
juveniele myoclonus epilepsie
o benige epilepsie van kinderen met centrotemporale spikes
o benige kinderepilepsie met occipitale ontladingen
channelopathies
alle genetische defecten zitten in de natrium/kalium
kanalen (menbraam kanalen)
epileptischachtige aanvallen:
o koortsstuipen:
hoge koorts door vb. keelontsteking
2-5% van de kinderen
Prognose 95% (goed)
Genetische predispositie
Hoger risico op epilepsie (zo langdurig en complex)
o Impact epilepsie:
Door een slag op het hoofd is de elektrische lading gestoord
(onmiddellijk na traumata)
Tonisch clonische ontladingen
Geen risico op epilepsie
Geen postictale fase
o Convulsieve syncope :
Na syncope enkele schokken krijgen
Tonisch-clonische fase
Hypoxies (te laag zuurstofgehalte in het bloed)
Geen risico op epilepsie
Geen postictale fase (misselijkheid, vermoeidheid)
o Temper tantrum:
5jr
Cyanose
Tonisch
Breath holding spells
Niet postictaal
o Psychogeen:
Nadoen van een epileptische aanval (niet expres)
Valt op door:
Linker en rechter bewegingen zijn niet synchroon
Gesloten ogen
Pt is bij bewustzijn
Dikwijls bij gekende epilepsie