Cytologie= de studie van cellen
Plasmamembraan = opbouw vh celmembraan Doel: homeostase vd cel
Fysieke isolatie = IC-EC scheiden
Celmembraan Reguleren vd uitwisseling = in en output
= scheidt inhoud binnen en
buiten cel Gevoeligheid = reageren op prikkels
Structurele stevigheid = stabiele structuur
= fosfolipiden
Passage is mogelijk voor
Vetten O2 en CO2
Passage niet mogelijk
Membraanstructuur voor ionen
Transmembraaneiwitten:
= dun en kwetsbaar Volledige doorgang voor
EC/IC
Eiwitten Andere: gedeeltelijke
doorgang
Receptoreiwit
Kanaaleiwit
Dragereiwit
Enzym
Verankeringseiwit
Herkenningseiwit
= vormen complexen met
eiwit/vet aan buitenste
opp
Koolhydraten
Functie: hechting,
smeren, receptor voor EC
verbinding, herkenning