Voedingsleer van het kind
Inleiding
Juiste voeding = belangrijke voorwaarde van optimale ontwikkeling ( lichamelijk
als mentaal ). Gezonde voeding = belangrijk vanaf begin, vanaf voor geboorte en
daarna fouten proberen te vermijden.
Zowel foetale- als 1e levensmaanden kritieke periode.
In 1e levensjaren basis gelegd voor latere voedingsgewoonten, van nature =
kind in staat om hoeveelheid te kiezen, vanaf moment dat zuigeling vind dat hij
genoeg krijgt start hechtingsproces.
Aan de voeding w speciale eisen gesteld, kan onderscheiden w in 3 fasen;
0-4 à 6mnd enkel melkvoeding
4-6 à 1jr voedseldiversificatieperiode
peuter – en kleutertijd progressief vertrouwd maken met gezinsvoeding
vanaf 6jr eten volgend voedingsdriehoek.
Parameters voor een goede groei
Bij samenstellen van gezonde kindervoeding kleinste hoeveelheid waarmee
kind gezond is = normale groeicurve in lengte, gewicht & skeletrijping en het
goed functioneert.
Normale groei = als er geen pathologie aan basis ligt v/h groeiproces ( medisch ),
behoren tot normale variatie in gezonde populatie ( biometrisch ).
heel vaak lengte en gewicht als parameter en niet alleen voedingstoestand =
ook een aanwijzing voor algemene gezondheid, welvaart en economie.
De seculaire trend in L, KG en BMI heeft limiet bereikt ( deze tijd : groot, zwaar
eerder kind met overgewicht )
Het geboortegewicht = afhankelijk v/d lengte v/d moeder, iets minder v/d vader.
De totale hoeveelheid & keuze v/d VM verschilt van kind-kind en = sterk
afhankelijk v/d ind groeisnelheid en activiteit. Kind zelf laten bepalen
hoeveel, ouders kwaliteit!
Normale groei en ontwikkeling
Tijdens groei = combi van toename in grootte en gewicht gedurende 1e jr x3
v/h geboortegewicht, ook lengte neemt toe met 150%. Hoofdomtrek neemt toe
van 35-36cm tot 45-46cm. Gemiddelde gewichtstoename/dag = 25-30g
Tijdens groei veranderen vorm, proporties en chemische samenstelling, niet alles
groeit even snel. Het hoofd groeit weinig, extremiteiten groeien het meest
( spier-, vet- en botmassa ). Tijdens 1e levensjaar vermeerderen hersenen het
snel, geboorte 25%, 6mnd 50% en 5jr 90%.
Foetus van 28weken = 90% water
Pasgeborenen = 70%water
Volwassene = 55-65% water
Hoeveelheid extracellulair water daalt, intracellulaire massa neemt toe met
leeftijd maar stijgt in verhouding minder door stijging eiwitgehalte in cel.
1
,Vet% bij foetus met gewicht van 1kg = 1%, om tussen 30 e en 40e week v/d
zwangerschap te stijgen tot 15%. In 1e 6mnd stijgt vet snel om geleidelijk terug
te dalen. Op 10jr 16-17% daarna bij jongens dalen en bij meisjes stijgen.
Spiermassa en botmassa stijgt met leeftijd.
Bepalen van voedingstoestand
= belangrijk om over/ondervoeding snel op te sporen
1. Algemene beoordeling ( subjectief )
a. Klinische blik
b. Medische anamnese : ziektebeeld ( long/hartproblemen ), therapie
( chemo ), maag-darm klachten ( acute/chronische diarree ),
metabole stress ( brandwonden, zware infecties ), longfunctie
( lichamelijk onderzoek )
2. Voedingsanamnese ( bv bij allergieën )
3. Biochemische bepalingen ( leeftijdspecifiek; bloed trekken, labowaarden )
a. + oorzaak bekijken
b. – doorverwijzen
c. – door ziekte kunnen waarden verschillen
4. Antropometrische bepalingen ( meest objectief ) : lintmeter, weegschaal,
metingen
Of met groeicurven
Lengte voor leeftijd
Gewicht voor leeftijd
Hoofdomtrek tot 5jaar
BMI > 2jr voor obesitas, overgewicht en ondergewicht
Jaarlijkse toename in gestalte
bij de curves zijn de grijze zone’s grenzen v/h normale tussen 3-97
Bij de BMI curve zijn grijze zone’s boven de grenzen v overgewicht en onder
extreem ondergewicht, in grijze zone gwn ondergewicht.
Leeftijd lengte en KG moeten in verhouding zijn.
P50 = mediaan ( 50 lichter en 50zwaarder ) moet niet per sé hier zitten, binnen
grijze zone
curves zijn niet te gebruiken voor andere culturen, kinderen met bepaalde
ziekten ( down )
Daarnaast w ook andere referentiewaarden gebruikt;
Gewicht voor lengte
Bovenarmomtrek
Huidplooimeting
Pubertaire ontwikkeling
Voeding bij zuigelingen
Krijgt heel eentonige voeding ( melk ) als iets ontbreekt elke maaltijd, elke
dag.
Er moet rekening gehouden w met behoeften maar ook aspecten uit
ontwikkeling.
2
, Aspecten uit ontwikkeling
Lichamelijke en geestelijke ontwikkeling
Pasgeborene w geconfronteerd met veel sensorische indrukken maar heeft hoog
vermogen tot zelfregulering.
Leren eten = ontwikkelingsproces, er zijn belangrijke mijlpalen id ontwikkeling v/d
mond technische vaardigheden.
Fysieke activiteit = beperkt, slaapt veel, 6-12mnd w baby mobieler. Schept
voldoening in zuigen zelf hechtingsproces.
Bijzonderheden in spijsverteringsstelsel
= in volle ontwikkeling, heel wat ongemakken, zeker als er geen rekening mee w
gehouden.
Smaakvermogen = helemaal ontwikkeld, voorliefde voor zoete smaken,
accepteert caloriedens voedsel dat genoeg E bevat om te blijven leven ( maag
nog geen grote hoeveelheden kan verdragen ). Bittere smaak w gekoppeld aan
gifstoffen, groenten minder snel w geaccepteerd.
Mondtechnische vaardigheden
Geen tanden voeding vl geleidelijk naar vast, vl lijkt veel maar weinig
kcal
Anatomisch = mond goed aangepast voor zuigen zelf
Motorisch bewegingen eerst reflexmatig, zijn al waarneembaar bij foetus
en snel op te wekken na geboorte
o Rootingreflex: actief op zoek naar tepel
o Zuig- en slikreflex: vaste volgorde zuigen, slikken, ademen
o Kokhalsreflex: in begin vooraan, later naar achter
Tussen 3-6mnd w voedingsreflexen vervangen door bewust gemaakte
mondbeweging
6-8mnd zuigtechniek van likzuigen pompzuigen ( drinken uit betker )
kauwen 7 a 8mnd, echt malen pas 18mnd
8-12mnd voedsel zelf naar mond brengen en drinken met rietje pas 14mnd
Passage van het voedsel
Regurgiteren makkelijker door minder efficiënte slokdarmsfincter
Passage door maagdarmkanaal = sneller
Dunne darm = brozer, meer doorlaatbaar en sneller beschadigd
Verteringsmogelijkheden
Conc spijsverteringsenzymen = lager, splitsingsmogelijkheid = afh van
hoeveelheid enzymen en deeltjes grootte.
Maag
Inhoud evolueert 60ml ( 1week ) – 100ml ( 1mnd ) – 180ml ( 6mnd ) –
200ml ( 1jr )
Minder uitgesproken maagcontracties
Maaglediging afh van soort voedsel
Lagere maagzuurproductie ( bacteriën zouden kunnen overleven )
Vorm melkstremsel afhankelijk van soort melk ( koemelk niet geschikt )
Lagere proteaseproductie
Darm
Minder galzure zouten
3
Inleiding
Juiste voeding = belangrijke voorwaarde van optimale ontwikkeling ( lichamelijk
als mentaal ). Gezonde voeding = belangrijk vanaf begin, vanaf voor geboorte en
daarna fouten proberen te vermijden.
Zowel foetale- als 1e levensmaanden kritieke periode.
In 1e levensjaren basis gelegd voor latere voedingsgewoonten, van nature =
kind in staat om hoeveelheid te kiezen, vanaf moment dat zuigeling vind dat hij
genoeg krijgt start hechtingsproces.
Aan de voeding w speciale eisen gesteld, kan onderscheiden w in 3 fasen;
0-4 à 6mnd enkel melkvoeding
4-6 à 1jr voedseldiversificatieperiode
peuter – en kleutertijd progressief vertrouwd maken met gezinsvoeding
vanaf 6jr eten volgend voedingsdriehoek.
Parameters voor een goede groei
Bij samenstellen van gezonde kindervoeding kleinste hoeveelheid waarmee
kind gezond is = normale groeicurve in lengte, gewicht & skeletrijping en het
goed functioneert.
Normale groei = als er geen pathologie aan basis ligt v/h groeiproces ( medisch ),
behoren tot normale variatie in gezonde populatie ( biometrisch ).
heel vaak lengte en gewicht als parameter en niet alleen voedingstoestand =
ook een aanwijzing voor algemene gezondheid, welvaart en economie.
De seculaire trend in L, KG en BMI heeft limiet bereikt ( deze tijd : groot, zwaar
eerder kind met overgewicht )
Het geboortegewicht = afhankelijk v/d lengte v/d moeder, iets minder v/d vader.
De totale hoeveelheid & keuze v/d VM verschilt van kind-kind en = sterk
afhankelijk v/d ind groeisnelheid en activiteit. Kind zelf laten bepalen
hoeveel, ouders kwaliteit!
Normale groei en ontwikkeling
Tijdens groei = combi van toename in grootte en gewicht gedurende 1e jr x3
v/h geboortegewicht, ook lengte neemt toe met 150%. Hoofdomtrek neemt toe
van 35-36cm tot 45-46cm. Gemiddelde gewichtstoename/dag = 25-30g
Tijdens groei veranderen vorm, proporties en chemische samenstelling, niet alles
groeit even snel. Het hoofd groeit weinig, extremiteiten groeien het meest
( spier-, vet- en botmassa ). Tijdens 1e levensjaar vermeerderen hersenen het
snel, geboorte 25%, 6mnd 50% en 5jr 90%.
Foetus van 28weken = 90% water
Pasgeborenen = 70%water
Volwassene = 55-65% water
Hoeveelheid extracellulair water daalt, intracellulaire massa neemt toe met
leeftijd maar stijgt in verhouding minder door stijging eiwitgehalte in cel.
1
,Vet% bij foetus met gewicht van 1kg = 1%, om tussen 30 e en 40e week v/d
zwangerschap te stijgen tot 15%. In 1e 6mnd stijgt vet snel om geleidelijk terug
te dalen. Op 10jr 16-17% daarna bij jongens dalen en bij meisjes stijgen.
Spiermassa en botmassa stijgt met leeftijd.
Bepalen van voedingstoestand
= belangrijk om over/ondervoeding snel op te sporen
1. Algemene beoordeling ( subjectief )
a. Klinische blik
b. Medische anamnese : ziektebeeld ( long/hartproblemen ), therapie
( chemo ), maag-darm klachten ( acute/chronische diarree ),
metabole stress ( brandwonden, zware infecties ), longfunctie
( lichamelijk onderzoek )
2. Voedingsanamnese ( bv bij allergieën )
3. Biochemische bepalingen ( leeftijdspecifiek; bloed trekken, labowaarden )
a. + oorzaak bekijken
b. – doorverwijzen
c. – door ziekte kunnen waarden verschillen
4. Antropometrische bepalingen ( meest objectief ) : lintmeter, weegschaal,
metingen
Of met groeicurven
Lengte voor leeftijd
Gewicht voor leeftijd
Hoofdomtrek tot 5jaar
BMI > 2jr voor obesitas, overgewicht en ondergewicht
Jaarlijkse toename in gestalte
bij de curves zijn de grijze zone’s grenzen v/h normale tussen 3-97
Bij de BMI curve zijn grijze zone’s boven de grenzen v overgewicht en onder
extreem ondergewicht, in grijze zone gwn ondergewicht.
Leeftijd lengte en KG moeten in verhouding zijn.
P50 = mediaan ( 50 lichter en 50zwaarder ) moet niet per sé hier zitten, binnen
grijze zone
curves zijn niet te gebruiken voor andere culturen, kinderen met bepaalde
ziekten ( down )
Daarnaast w ook andere referentiewaarden gebruikt;
Gewicht voor lengte
Bovenarmomtrek
Huidplooimeting
Pubertaire ontwikkeling
Voeding bij zuigelingen
Krijgt heel eentonige voeding ( melk ) als iets ontbreekt elke maaltijd, elke
dag.
Er moet rekening gehouden w met behoeften maar ook aspecten uit
ontwikkeling.
2
, Aspecten uit ontwikkeling
Lichamelijke en geestelijke ontwikkeling
Pasgeborene w geconfronteerd met veel sensorische indrukken maar heeft hoog
vermogen tot zelfregulering.
Leren eten = ontwikkelingsproces, er zijn belangrijke mijlpalen id ontwikkeling v/d
mond technische vaardigheden.
Fysieke activiteit = beperkt, slaapt veel, 6-12mnd w baby mobieler. Schept
voldoening in zuigen zelf hechtingsproces.
Bijzonderheden in spijsverteringsstelsel
= in volle ontwikkeling, heel wat ongemakken, zeker als er geen rekening mee w
gehouden.
Smaakvermogen = helemaal ontwikkeld, voorliefde voor zoete smaken,
accepteert caloriedens voedsel dat genoeg E bevat om te blijven leven ( maag
nog geen grote hoeveelheden kan verdragen ). Bittere smaak w gekoppeld aan
gifstoffen, groenten minder snel w geaccepteerd.
Mondtechnische vaardigheden
Geen tanden voeding vl geleidelijk naar vast, vl lijkt veel maar weinig
kcal
Anatomisch = mond goed aangepast voor zuigen zelf
Motorisch bewegingen eerst reflexmatig, zijn al waarneembaar bij foetus
en snel op te wekken na geboorte
o Rootingreflex: actief op zoek naar tepel
o Zuig- en slikreflex: vaste volgorde zuigen, slikken, ademen
o Kokhalsreflex: in begin vooraan, later naar achter
Tussen 3-6mnd w voedingsreflexen vervangen door bewust gemaakte
mondbeweging
6-8mnd zuigtechniek van likzuigen pompzuigen ( drinken uit betker )
kauwen 7 a 8mnd, echt malen pas 18mnd
8-12mnd voedsel zelf naar mond brengen en drinken met rietje pas 14mnd
Passage van het voedsel
Regurgiteren makkelijker door minder efficiënte slokdarmsfincter
Passage door maagdarmkanaal = sneller
Dunne darm = brozer, meer doorlaatbaar en sneller beschadigd
Verteringsmogelijkheden
Conc spijsverteringsenzymen = lager, splitsingsmogelijkheid = afh van
hoeveelheid enzymen en deeltjes grootte.
Maag
Inhoud evolueert 60ml ( 1week ) – 100ml ( 1mnd ) – 180ml ( 6mnd ) –
200ml ( 1jr )
Minder uitgesproken maagcontracties
Maaglediging afh van soort voedsel
Lagere maagzuurproductie ( bacteriën zouden kunnen overleven )
Vorm melkstremsel afhankelijk van soort melk ( koemelk niet geschikt )
Lagere proteaseproductie
Darm
Minder galzure zouten
3