Dierkunde
Hoofdstuk 1: Inleiding
Indeling onderzoek
Naar diergroep
• Malacologie = weekdieren
• Entomologie = insecten
• Helmintologie = wormen
• Parasitologie = parasieten
• Ornithologie = studie van vogels
• Mammalogie = zoogdieren
Naar vraagstelling
• Morfologie = vormen (uitwendige en inwendige bouw)
• Histologie = weefsels
• Fysiologie = levensprocessen
• Ecologie = relatie dier met omgeving
Eigenschappen van het leven
• Moeilijk te definiëren
• Constante evolutie
• Sommige gemeenschappelijke kenmerken
Unieke chemische samenstelling
• Macromoleculen
o Nucleïnezuren
o Proteïnen
o Koolhydraten
o Lipiden
Hiërarchische organisatieniveaus
• Moleculen
• Cellen
• Weefsels
• Organen
• Individuen
• Populaties
• Gemeenschappen
1
,S. Buyens [Typ hier] Dr. Stefanie Lahaye
Voortplanting
• Reproductie van informatie, eventueel met mutaties
• Erfelijkheid en variatie
• Genetische code
• Opeenvolging van nucleïnezuren in meestal DNA
Metabolisme
• Opname van voedingsstoffen uit omgeving, afbraak tot moleculen
• Energie en bouwstoffen
Wat is een dier?
• Onderverdeling leven in drie domeinen, opgedeeld in twee grote groepen
Eukaryoten
• Volledige celbouw (o.a. celkern, organellen)
• Domein eukarya
Protista
Fungi
o Saprofraag (= in dood materiaal), soms parasitair
o Twee phyla:
▪ Myyoxomcophyta (= slijmzammen zonder celwand)
▪ Eumycophyte (= echte zwammen, stijve celwanden)
Plantae
o Stijve celwanden
o Koolhydraten opgeslagen onder vorm van zetmeel
Animalia
o Heterotroof
o Geen celwand, enkel membraan
o Seksuele voortplanting
o Gespecialiseerde intercellulaire verbindingen
o Embryonale ontwikkeling met klievingspatronen
2
,S. Buyens [Typ hier] Dr. Stefanie Lahaye
Prokaryoten
• Geen organellen, geen celkern, meestal wel celwand
Domein Eubacteria
• Microscopisch klein
• Unicellulair meestal
• Foto-autotroof, chemo-autotroof of heterotroof
• Meestal saprofaag of parasitair
• Ubiquist = eender waar kunnen overleven
• Problematische systematiek
Voorbeeld
• Cyanobacteria
o Fotosynthetisch, zuurstof producerend
o Vaak in kolonies
o Endosymbiont in eukaryote cellen
o Ontstaan chloroplasten in planten?
• Purperbacteriën
• Salmonella, Yersinia, …
• Endosymbiont als mitochondria in eukaryoten
Domein archaebacteria
Fylogenetische bomen
• Stamboom maar op basis van soorten en verwantschap
Virussen en aanverwanten
• Virussen leven niet
• Reproduceren wel
• Evolutie is mogelijk
• Geen cel, DNA in eiwitmantel
• Geen metabolisme
• Prionen: infectieuze eiwitten
• Viroïden: kleine stukken infectieus RNA
Organisatiesniveaus Biodiversiteit
• Moleculair en cellulair • Grote diversiteit
• Weefsels en organen • Meeste dieren zijn insecten, dan
• Individuen en populaties gewervelden en weekdieren
• Het dier en zijn omgeving
3
, S. Buyens [Typ hier] Dr. Stefanie Lahaye
Hoofdstuk 2: Celvermeerdering en voortplanting
Celvermeerdering
Mitose
• Vorming gewone cellen
• Verdubbeling celmateriaal (vooral erfelijk materiaal)
• Verdeling kernmateriaal over 2 dochterkernen
• Splitsing tot 2 dochtercellen
Meiose
• Vorming geslachtscellen, enkel in voortplantingsorganen tijdens gametogenesis
o Spermatogenesis
o Oögenesis
• Reductiedeling
• Diploïde (2N) moedercel
• Haploïde (N) dochtercellen
• Crossing over → zorgt voor mutaties etc. (uitwisseling van genetisch materiaal)
Voortplanting
Aseksuele voortplanting
• Slechts 1 ouder
• Geen tussenkomst van gameten
• Klonen
Vormen van aseksuele voortplanting
• Binaire deling (of multiple deling)
o Mitose
• Knopvorming
o Meercellige knop groeit
o Snoert zich af
• Gemmulatie
o Groep van cellen omgeven door resistente omhulling
o Sponzen
• Fragmentatie
o Volwassen organisme breekt in 2 of meer stukken
o Elk stuk groeit terug uit
Seksuele voortplanting
• Bijeenvoegen van erfelijke informatie van verschillende cellen
4