Sociale wetenschappen = sociaalpsychologen, economen, politicologen
(…) bestuderen het samenleven
Er is een eigenheid in hoe het samenleven wordt onderzocht
1. Economie: richt zich vooral op hoe de economie werkt, of op
economische aspecten van bv gezinsleven, onderwijs
2. Historici: houden zich per definitie met het verleden bezig
3. Communicatiewetenschappen: focus op communicatieprocessen
en focus op oude en nieuwe media
4. Politieke wetenschappen: politieke processen en instellingen
Voor sociologie zijn er geen grenzen op vlak van materiële objecten,
alles is mogelijk
Wat zijn de basisvragen van de sociologie?
1. Het sociale orde vraagstuk
= samenleven hoe werkt dat eigenlijk?
2. Maatschappijdiagnose:
= in wat voor maatschappij leven we vandaag?
3. Invloed van de maatschappij op het individuele:
= hoe beïnvloedt de maatschappij onze keuzes?
Uit wat is sociologie gegroeid en wat is de definitie?
Het is gegroeid vanuit de wetenschapsfilosofische traditie van het
positivisme
Deze stroming is gebaseerd op een model van de
natuurwetenschappen waarbij ‘ware’ kennis gebaseerd is op een
combinatie van empirische observatie en logische redeneringen.
Hieruit kan iets wetenschappelijk vertaald worden in empirische
toetsbare verwachtingen
Uit de combinatie van empirische theorieën kunnen algemene
wetten worden afgeleid
Wie zijn de belangrijkste personen binnen de sociologie?
, 1. Auguste Comte
= fransman die het woord sociologie introduceerde
= wordt als vader van het positivisme beschouwd
= sociologie = la physique sociale, hij was grote voorstander van
positivistische benadering
2. Ibn Khaldun
= eerste die pleitte voor een nieuwe academische discipline die de
samenleving met wetenschappelijke methoden zou bestuderen
= de wetenschap van de samenleving
= pleitte hiervoor in zijn historische studie over Arabieren en
Berbers
Sociologie als wetenschap vandaag:
De verschillende theorieën:
1. Grand theory
Fundamentele theoretische denkkaders
Abstracte algemene theorieën, moeilijk direct empirisch te toetsen
2. Middel range theories
Theorie op middenniveau
Staat tussen algemene en abstracte grand theory en specifieke
concrete empirische observaties
Richten zich vaak op specifiek sociaal fenomeen
Deductieve theorievorming
Je kan uit algemene uitspraken meer specifieke verwachtingen over
de werkelijkheid afleiden
3. Grounded theory
Begrippen en algemene uitspraken worden gevormd uit specifieke
empirische observaties
Inductieve theorievorming
Concrete, specifieke observaties geven aanleiding tot het maken van
abstracties
In praktijk vaak abductieve theorievorming waarbij men voor een
bepaalde waarneming een plausibele verklaring wil vinden
Welke soorten methoden zijn er?
, 1. Kwantitatief onderzoek
= samenleving begrijpen aan de hand van cijfers
= gericht op gestandaardiseerde dataverzameling
= gebruikmakend van statistische modellen
2. Kwalitatief onderzoek
= tracht inzicht te krijgen in functioneren van een samenleving in de
diepte
= focus op het begrijpen van motieven van groepen en organisaties
= men doet dit aan de hand van participatieve observatie, diepte-
interviews, discoursanalyse
Doordat men de studie van de specifieke historische context cruciaal
vindt zijn er weinig experimenten in laboratoria zodat er ook weinig
sociologen hun theorieën in formeel-mathematische modellen
vertalen
Sociologen als wereldverbeteraars?
Sociologie streeft ernaar dat wetenschappelijke
onderzoeksmethoden objectief zijn
“We kunnen de maatschappij niet van buitenaf observeren, we zijn
er een deel van”
We streven naar intersubjectiviteit
Natuurwetenschappen vs sociologie:
Uitspraken van natuurwetenschappers hebben doorgaans geen
invloed op de fenomenen die ze bestuderen, bij sociologen is dat wel
vaak het geval
Reflexibiliteit is het bestuderen en produceren van kennis over een
fenomeen dat op zijn beurt dat fenomeen beïnvloedt
3 soorten impact op het sociaal beleid
1. Self-fulfilling prophecy:
= een voorspelling komt uit juist omdat de voorspelling gemaakt
wordt
2. Self-destructing prophecy:
= voorspellingen die zichzelf ondergraven doordat ze gemaakt
worden
3. Preventie paradox:
= wanneer experts waarschuwen dat er onheil op ons afkomt en
maatregelen nodig zijn, passen mensen soms hun gedrag zodanig
aan dat de suggestie voor preventiemaatregelen plot is twijfel
worden getrokken.