2.Wat is een bedrijf?
= een organisatie gericht op winst die werkt op eigen risico
2 def.
= een organisatie die waarde creëert voor klanten en daar geld mee wilt verdienen => customer value
• Waardecreatie?
=> het creëren van “iets waardevols” voor de klant
=> product, dienst, ervaring, ...
Welke soorten bedrijven bestaan er?
Hangt af van:
1. De aard van de activiteit
- Maakbedrijf-> verwerkt grondstoffen, half afgewerkte producten
- Dienstbedrijf-> niet fysieke diensten
2. Het type klanten
- B2C (business-to-consumer)
- B2B (business-to-business)
3. Het type sector
a. Privaat
= ”de privé”
= for-profit
Bv: landbouw en bosbouw
b. Publiek
= beheer door overheid
Bv: AP
c. Non-profit
= maatschappelijk doel
Bv: Artsen zonder grenzen
d. Publiek-private samenwerking
➔ Privaat sector samen werken met publieke sector
4. De vennootschapsvorm
1) Maatschap
- 2 of meerdere oprichters
- Gemiddelde & weinig k
- Geen rechtspersoonlijkheid
Want onbeperkte aanspraak vr de gemaakte schulden
2) Besloten vennootschap (Bv)
- 1 oprichter= voldoende
- Meer voorwaarden bij oprichting:
, ➔ Akte bij notaris
➔ Toereikt startkapitaal nodig
➔ Financieel plan
3) Naamloze vennootschap (NV)
- Grote & beursgenoteerde bedrijven
- Moet startkapitaal hebben
- Vaak door Kmo’s
- Alle vereisten zoals BV
4) Coöperatieve vennootschap (CV)
- Minstens 3 personen kunnen oprichten
- Vereisten zoals BV
Stakeholders
= iedereen die belang heeft bij het succes van het bedrijf
• Interne stakeholders
= binnen het bedrijf
Shareholders
- Dit zijn de eigenaars van het bedrijf
- Zij nemen risico door te investeren
- Ze verwachten winst (rendement) in ruil => H10
- Ze hebben altijd de eindbeslissing in handen
o Werknemers
o Management
vs
• Externe stakeholders
= buiten het bedrijf
• Klanten
• De lokale gemeenschap
• Leveranciers • Belangenverenigingen
• Media
• Financiële instellingen • De brede samenleving
• Overheden
• Concurrenten
• Maatschappelijke stakeholders
- Overheid
- Lokale gemeenschap
- Belangenverenigingen
,Welke functies heeft een bedrijf?
Bedrijfsmanagement hoofdstuk 4
1. Wat is een bedrijfsmodel?
Wat is dat?
Beschrijft hoe een organisatie waarde:
- Creëert
- Levert
- En behoud
Veel mogelijkheden, elke bedrijf verschilt
Van grote multinational tot lokale ondernemer
Niet altijd succesvol, er zijn geen enkel regels voor succes
Je moet je businessmodel innoveren en transformeren = heel cruciaal
Bedrijfsmodelinnovatie
Werkt goed als:
- Bestendig tegen disrupties & uitdagingen
- Flexibel en kan reageren op andere veranderingen
- Zorgt voor duurzame inkomsten, winst en groei
Uitdagingen en disrupties
- Plotselinge Disruptie (ontwrichting) (bv. corona)
- Nieuwe bedrijven = concurrenten => hoe ga je dat aanpakken (bv. marketing)
- Veranderende consument
Dynamische behoefte die veranderen (bv: hypes)
- Technologie die verandert bv: AI, VR
- Regels en juridische verandering bv:( voedsel regels = streng)
- Fusies en overnames => grote bedrijven kopen dat over (schaalvergroting, consolidatie)
ABinbev nemen kleine brouwerijen in de wereld
Bedrijfmodelinnovatie
, Doel?
- => zorgt, ondanks disrupties en uitdagingen, voor duurzame inkomsten (op lange termijn) , winst
en groei, ondanks disrupties en uitdagen
Drie soorten innovatie
- Productinnovatie
- Procesinnovatie dingen achter de schermen bv productieprocessen
- Waarde innovatie (bv: blue Ocean) niet gewoon op producten of processen renoveren maar hele
business proces aanpassen
2.Concurrentiestrategie
Op zoek naar concurrentievoordeel
1. Concurrentievoordeel is cruciaal voor duurzame inkomsten, winst, en groei
2. Hoe ga je concurreren?
1. Lage kostenstrategie
3. Heet ook wel low-end-strategie
4. Vaak gelinkt aan schaalvoordelen (Schaalvoordelen: sterke leveranciers, groot assortiment,
fusies en overnames, productieschaal, loonkosten, innovatieve processen zoals 3D-printen, ...
- Mogelijk binnen elke bedrijfsfunctie
- Soms door synergiën (samenwerken met zelfde soort bedrijven bv: auto’s) : autobouwers
die eenzelfde chassis gebruiken voor verschillende merken
Voordelen Nadelen
1. Streke concurrentieposities, 1. Soms beperkte assortiment
veel klanten zijn prijsgevoelig bv:( Aldi tegenover Albert hein)
2. Sterke onderhandelingspositie 2. Gestandaardiseerde
aanbiedingen
2.Productdifferentiatie
Concurrentievoordeel door uniek aanbod
Heeft maken met perceptie van de klant bv(Apple zie dia 21)
Verschil uit zich in:
- Eigenschappen
- Service
- Keuzepalet
- Merk en reputatie
- Distributie
- Timing