Anamnese + klinisch neurologisch onderzoek (KNO) max 5-10 minuten
1. ANAMNESE
Neurologische diagnostiek 2 stappen
1) Probleem anatomisch lokaliseren
2) Pathogenetisch mechanisme verklaren (bv. vasculair, inflammatoir, intoxicatie, …)
Na anamnese: DD testen adhv KNO
Tijdsverloop = heel belangrijk in anamnese
Zeer acuut = seconden-minuten
o Vasculair
o Epilepsie
o Migraine
Subacuut ontstaan (dagen-weken) + spontaan traag verbeteren (relapsing-remitting)
o Inflammatoir + niet-infectieus
Chronisch traag progressief zonder remissies
o Neurodegeneratieve ziekte
o Tumor
Familiale anamnese genetische component bij veel neurologische ziektes!
Medicatie-anamnese neurologische neveneffecten (sedatie, tremor, EPS, geheugen, …)
2. KLINISCH NEUROLOGISCH ONDERZOEK (KNO)
Typische volgorde + opbouw
Bewusteloze patiënt: enkele minuten
Bewuste patiënt met weinig verdenking op neurologisch probleem: 5-10 minuten
Verdenking op neurologisch probleem: 30 minuten tot 1 uur
Volgorde:
o Bewustzijn en mentale toestand
o Craniale zenuwen
o Motoriek
o Gevoeligheid
o Gang
,2.1 – BEWUSTZIJN EN MENTALE TOESTAND
Bewustzijn
Glasgow Coma Scale (GCS) = uniform instrument om bewustzijnsniveau te scoren
3 aspecten:
1) E-score = openen van ogen
4 = spontaan
3 = bij aanspreken
2 = bij pijnprikkel (knokkels op sternum wrijven, handvat stemvork op nagel)
1 = niet
2) M-score = motorische reactie
6 = opdrachten normaal uitvoeren (tong uitsteken, vinger op neus, …)
5 = pijnprikkel lokaliseren (bewegen richting pijnprikkel)
4 = terugtrekken op pijnprikkel (bewegen weg van pijnprikkel)
3 = abnormaal buigen op pijn
o Stereotype flexie armen
2 = strekbewegingen op pijn
o Stereotype extensie armen
1 = geen reactie
3) V-score = verbale reactie
5 = heldere reactie
4 = verwarde zinnen
3 = inadequate woorden (geen zinnen)
2 = enkel geluiden
1 = geen geluid
,Aandacht
Voorwaartse digit span
Reeks cijfers laten nazeggen
o Arts: aantal cijfers opzeggen met interval van 1 seconde
o Patiënt: onmiddellijk herhalen
Reeks van 5 cijfers = normaal gezien perfect herhalen
o Indien niet test herhalen met minder cijfers
o ‘de patiënt heeft een voorwaartse digit span van … cijfers’
Weinig lokaliserende waarde
o Gestoorde aandacht = frequent
o Zowel diffuse, focale als gedrags- en stemmingsstoornissen
Belangrijke aandachtsstoornis
o Geen verdere cognitieve testen uitvoeren
Oriëntatie in persoon, ruimte en tijd
Navragen aan patiënt: naam, datum en locatie
Geheugen
Kortetermijngeheugen
= inprenting/recent geheugen/uitgestelde oproeping/delayed recall
Patiënt 3 woorden laten onthouden
o Onmiddellijk laten herhalen + zeggen dat je ze na enkele minuten opnieuw zal
bevragen
o Na 3-5 minuten (na enkele andere opdrachten) laten herhalen
Inprentingsstoornis dysfunctie limbische systeem (hippocampus)
o Typisch in mediale temporale
kwabben + mediaal diencephalon
Langetermijngeheugen
Patiënt naar historische of verifieerbare
persoonlijke gebeurtenissen vragen
‘Wie was de vorige premier?’
‘Wanneer bent u getrouwd?’
Taal
Fatische taalstoornis (= hogere taalfunctiestoornis) <-> dysartrie (= articulatiestoornis)
Tijdens anamnese luisteren naar spontane spraak patiënt
, Vermoeden fatische taalstoornis verder onderzoeken:
Begrip: gesproken opdrachten uitvoeren (‘steek uw tong uit’, ‘maak een vuist’)
Benoemen: voorwerpen benoemen (pen, horloge, das, bril, …)
Herhalen: gesproken zin herhalen
Lezen: geschreven tekst voorlezen/geschreven opdracht uitvoeren
Schrijven: zin laten opschrijven
Lateralisatie taalcentra
90% bevolking = rechtshandig links-dominant voor taal
10% bevolking = linkshandig
o 50% = rechts-dominant
o 50% = links-dominant
Broca-afasie (= motorische afasie = expressieve afasie)
Letsel motorisch spraakcentrum = gyrus
frontalis inferior (dominante hemisfeer)
o Pars triangularis
o Pars opercularis
Spontane spraak = beperkt niet-
vloeiende spraak
Begrip = intact
Benoemen = gestoord
Herhalen = gestoord
Patiënt = bewust van probleem!
Wernicke-afasie (= sensorische afasie = receptieve afasie)
Letsel sensorisch spraakcentrum (dominante hemisfeer)
o Gyrus temporalis superior
(achterste deel)
o Lobulus parietalis inferior:
Gyrus supramarginalis
Gyrus angularis
Spontane spraak = intact
o Vloeiend, soms logorreïsch (=
ononderbroken en snel praten)
o Grammaticaal in orde <->
inhoudelijk lege zinnen
o Parafasieën
Semantisch: woorden vervangen door gelijkaardige woorden (bv. bus taxi)
Fonemisch: deel van woorden vervangen door gelijkaardige klank (bv. rot rok)
Begrip = gestoord