Inleiding
Thema 1 – inleidende beschouwingen
Wat is recht?
Pukkelpop: 18 aug 2011
1
,Er was een contract: ticket = overeenkomst (overeenkomsten strekken de partijen tot wet => contract
= bindend)
Niet na-leving: contractuele aansprakelijkheid
Uitzonderingen:
Overmacht: onvoorziene gebeurtenis, partijen kunnen onmogelijk uitvoeren (wordt niet snel
aanvaard)
Gewijzigde omstandigheden (= imprevisieleer): contract kan worden aangepast door nieuwe
omstandigheden (vroeger niet mogelijk, nu wel)
Andere vergoedingsmechanismen:
Verzekeringen
Fondsen (= collectieve spaarpot voor schade)
Recht is overal in het leven aanwezig:
Buren
Intellectuele eigendom
Privacy
Leeftijdsregels
Recht:
Regelt de werkelijkheid
Bepaalt wat mag, niet mag en moet
Objectief recht: Subjectief recht:
- De regels zelf - De rechten die je uit regels kan halen
- Algemeen, gelden voor iedereen - Individueel, geldt voor jou persoonlijk
- Staan in wetten, reglementen - Wat jij kan eisen obv die wetten
1) Recht: regelt de subjectieve rechten van rechtssubjecten via het objectief recht
Rechtssubjecten = burgers, bedrijven, …
Subjectieve recht = rechten die iedereen heeft als burger van bepaald land of obv rechtsregels
Soorten subjectieve rechten:
Politieke rechten tegenover overheid (publiekrecht)
Civiele rechten tegenover burgers onderling (privaatrecht)
Recht is niet neutraal! Verschilt per land/regio
2) Recht: georganiseerde structuur inzake afdwinging van regels
recht is niet enkel theorie of “papieren regels”, het zorgt ervoor dat regels effectief worden nageleefd
Dit betekent dat er:
Instanties zijn die controleren en bestraffen (bvb rechtbanken, politie, gevangenissen,…)
Procedures bestaan om recht te verkrijgen (bvb procesrecht: hoe je naar de rechter stapt, welke
stappen je moet volgen,…)
Recht kan dus afgedwongen worden, zonder afdwinging zou iedereen de regels kunnen negeren.
3) Recht: georganiseerde structuur voor de verandering van regels
De maatschappij verandert continu -> recht moet evolueren
Wetgeving: parlement maakt nieuwe wetten of past oude aan
Rechtspraak: rechters vullen regels aan en interpreteren ze
Rechtsleer: juristen en professoren beïnvloeden de evolutie van het recht met analyses en
advies
Recht – rechtvaardigheid – juristen en burgers
Recht = rechtvaardig?
Discussie tussen rechtspositivisme (wet = recht) en natuurrecht (recht moet ook rechtvaardig
zijn)
2
, Juristen streven naar rechtvaardigheid (te zien in eed van rechters en advocaten)
MAAR: juiste wet toepassen kan soms onrechtvaardig lijken
Rechter heeft vaak weinig vrijheid
Recht VS rechtswetenschap (bestuderen recht -> theorie)
Recht = rationeel systeem van regels
Iedereen wordt geacht de wet te kennen (geen rechtsdwaling als excuus)
Indeling in rechtstakken: privaatrecht & publiekrecht
Juristen zijn professionals, maar: recht wordt in de praktijk door mensen toegepast
Recht VS rechtspraktijk (toepassen recht in echte leven)
Problemen in de praktijk:
Wetgever kan toekomst niet voorspellen onvoorzienbaarheid
Rechter moet interpreteren subjectief
Mensen maken fouten
Invloeden van buiten het recht: beleidskeuzes, kosten, personeelsgebrek,…
Invloeden binnen het recht: verschillende waarden en visies
Niet alles wat “met recht te maken heeft” is juridisch recht
Recht VS rechtsbedeling (praktische uitvoering van recht door justitie)
Recht hebben ≠ recht krijgen
Waarom: verbod op eigenrichting (je mag niet zelf recht afdwingen)
DUS: recht moet via de overheid (heeft geweldmonopolie -> enkel zij mogen boetes uitdelen,
opsluiten,…)
Rechtspraak senso stricto = alleen rechters doen uitspraken
Rechtbank bepaalt sanctie in concreto = rechter kiest sprecifiek voor dat geval welke straf of
beslissing past
MAAR rechters zijn mensen -> kunnen fouten maken, kunnen regels anders interpreteren, … =>
verschillende uitspraken zijn mogelijk
Een recht? Of Summa Divisio
2 soorten verhoudingen
Privaatrecht: Publiekrecht:
Burger <-> burger Overheid <-> burger
Beide op gelijk niveau Overheid heeft macht
In werkelijkheid vaak door elkaar moeilijk te onderscheiden
Soms discussie: naar 1 systeem? (monisme)
Belang van het onderscheid
Het onderscheid is niet voor niets, het is belangrijk voor:
Te weten naar welke rechter je moet gaan
Bvb burenruzie privaatrechtelijke rechter, problemen met overheid publiekrechtelijke
rechter
Bepaalt welke regels je volgt: regels zijn anders afhankelijk van soort relatie:
Privaatrecht vrijheid van contract, gelijkheid,…
Publiekrecht overheid heeft meer macht (eenzijdige beslissingen)
Gebruiken andere juridische taal en ideeën
Bvb privaatrecht: “goede trouw”, publiekrecht: “continuïteit van dienstverlening”, ….
Helpt bij zoeken naar juist informatie
Bvb in databanken, boeken, wetgeving, …
Thema 2 – Basisbegrippen en indeling van het recht
Basisbegrippen
“Norm”, “Regel”, “Wet, “Bevel”
3
, Terminologie
Norm = manier waarop mensen zich horen te gedragen (gedragsvoorschrift), niet altijd
gesanctioneerd
Wet = officiële norm uitgegeven door overheid of wetgever
Breed: alles wat overheid verplicht
Eng: formele wetgever (parlement)
Regel = algemeen toepasbaar, kan categoriek zijn
Bevel = concreet individueel opgelegd
Gesanctioneerd of niet?
Juridische normen = altijd sanctioneerbaar via overheid
Sanctie zorgt dat regels worden nageleefd
Bvb wet = boete bij overtreding
Gebiedend of verbiedend
Gebod: iets moet gebeuren
Bvb voetganger moet op voetpad wandelen
Verbod: iets mag niet
Bvb moord strafbaar
Regels hertalen in gebod of verbod voor toepassing
Dwingend of aanvullend
Dwingende recht = je mag er niet van afwijken
Bvb huurwetgeving huis moet leefbaar zijn
Aanvullend / suppletief recht = mag aangepast worden via overeenkomst
Bvb koop-verkoop: contract kan details zelf bepalen
Dwingend van openbare orde
Dwingend bescherming individuen / relatieve nietigheid
Openbare orde bescherming maatschappij / absolutie nietigheid
Bvb drugswetten contracten nietig
Algemene normen VS individuele bevelen
Algemeen = voor iedereen of categorieën
Bvb art. 12 GW
Individueel = concreet voor één persoon of zaak
Bvb contract
Belang: weten bij welke instantie he moet aankloppen (RvS, Grondwettelijk Hof, gewone
rechtbanken,…)
Objectief – Subjectief recht
Objectief recht = wat in de wet staat (abstract, los van toepassing)
Subjectief recht = indivduele rechtsaanpraak, concreet afdwingbaar
Rechtssubject = drager van rechten en plichten
Natuurlijke personen: alle mensen
Rechtspersonen: bedrijven, vzw’s, overheidsinstellingen,…
Rechtsobject = waarover rechten bestaan
Bvb auto bij verkoop, dieren, goederen,…
Rechtsbekwaamheid – handelingsbekwaamheid
Rechtsbekwaamheid
Quid: rechten en plichten hebben
Wie? Iedereen vanaf geboorte
Uitz. Conceptie, overleiden, faillissement,…
4