• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 49 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Communicatiewetenschap | Leerstof TT (H1 tem H4) | OP BASIS VAN BOEK | 2026/2027

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 49 pagina's

Deze samenvatting behandeld Hoofdstuk 1 tot Hoofdstuk 4

Voorbeeld van de inhoud

HOOFDSTUK 1: BOUWSTENEN VAN EEN DISCIPLINE EN EEN PRAKTIJK

1.1 INLEIDING: COMMUNICATIE IS MEER DAN COMMUNICEREN

❖ Communicatie is meer dan informatie uitwisselen
❖ Communicatie moet altijd bekeken worden binnen de sociale context waarin ze plaatsvindt
❖ Ze bestaat niet alleen uit rationele informatie of tekens, maar ook uit gevoelens, rituelen, emoties
en sociaal handelen
o BV: samen naar voetbal kijken draait niet alleen om de wedstrijd, maar ook om de sfeer
en het gevoel bij een gemeenschap te horen
❖ Communicatie is dus een complex samenspel van sociale, culturele, gedragsmatige en
cognitieve aspecten

1.2 HET TEKEN ALS BASIS VOOR BETEKENISVOL COMMUNICEREN


1.2.1 SEMIOTIEK (= DE LEER VAN TEKENS)
❖ Semiotiek bestudeert de wijze waarop tekens functioneren en hoe ze betekenis doen ontstaan
❖ Grondleggers:
o Ferdinand de Saussure (in Europa)
▪ Hanteerde eerder de term semiologie en beklemtoonde sterk de sociale functie
en relevantie van een teken
o Charles Sanders Peirce (in de VS)
▪ Had meer aandacht voor de logische, formele of ‘technische’ functie van een
teken zonder daarbij de sociale context uit het oog te verliezen
❖ Tegenwoordig worden semiotiek en semiologie als synoniemen van elkaar gebruikt

❖ 3 centrale domeinen van studie
o (1) de tekens zelf en hun indeling in soorten
o (2) de codes of systemen waarbinnen de tekens georganiseerd zijn
o (3) de brede cultuur waarbinnen de tekens en codes opereren

❖ Subdisciplines van semiotiek:
o Fonologie = de studie van klanken en de kleinste eenheden (letters)
o Syntaxis = de linguïstische studie van taalconventies en betekenisvolle patronen van
tekens
o Pragmatiek = studie van de relatie tussen betekenis en de gebruiker van het teken
(contextuele en sociale factoren die een rol spelen in het proces van betekeniscreatie)
o Semantiek = studie van de relatie tussen een telen en de betekenis die aan een teken
wordt toegekend
▪ Hierbij hoort bijvoorbeeld het onderscheid tussen intensie en extensie van een
woord door Carnap
• Intensie = verwijst naar het geheel van criteria of kenmerken dat
bepaalt of een term wel kan worden toegepast
• Extensie = de klasse van zaken waarop de term correct is toegepast
o Voorbeeld: horrorfilms
▪ Intensie = constante spanning, moordenaars,
slachtoffers
▪ Extensie = Saw, IT, Friday the 13th en andere horrorfilms


1

,1.2.2 TEKEN, TEKENSYSTEEM EN TEKENINDELING

TEKEN
❖ Centraal in semiotiek staat het concept teken als de allerkleinste eenheid van communicatie

❖ Ferdinand de Saussure onderscheidt twee kernelementen:
o Betekenaar (Sa = signifiant) = verwijst naar de materiële tekenvorm of (fysieke)
verschijningsvorm van een teken
o Betekende (Se = signifié) = het (mentale) concept, begrip, beeld of idee waar de
materiële tekenvorm naar verwijst
▪ De relatie tussen betekenaar en betekende is arbitrair: er is geen natuurlijke
band tussen beide. De betekenis ontstaat door historische afspraken, codes en
conventies binnen een taal of cultuur.

o Referent = het eigenlijke fysieke object waar het teken naar verwijst
o Er zijn ook tekens die geen referent hebben zoals ‘liefde’, ‘waarheid’ en ‘vrijheid’
o Voorbeeld: Muzieknoot
▪ Betekenaar (Sa) = lijntjes met bolletjes
▪ Betekende (Se) = notenbalk met de noot ‘la’

❖ Barthes spreekt over denotatie en connotatie:
o Om volledige betekenis of significatie van een teken te bepalen spreken we ook over
denotatie en connotatie
▪ Denotatie = de letterlijke of objectieve betekenis van een teken, dat voor
iedereen hetzelfde is (primair betekenisniveau)
▪ Connotatie = de figuurlijke of subjectieve betekenis van een woord (secundaire
betekenisniveau); wordt gesplitst in twee componenten:
• Evaluatieve lading = connotatie kan verwijzen naar iets wat goed,
slecht of neutraal is
• Referentiële lading = variabele betekenis of verwijzen, naargelang de
persoon, het tijdstip of de culturele context
o Voorbeeld:
▪ Denotatie: “jodenster”
▪ Connotatie:
• Referentiële lading: als je een Jood bent die tijdens WOII leefde, verwijst
de ster voor jou naar vervolging, uitsluiting,…
• Evaluatieve lading: daardoor roept de ster een negatief gevoel/negatieve
waardering op.

o Beck et al. voegen nog een derde betekenisniveau toe:
▪ Ideologie = is een geheel van ideeën over de mens, menselijke relaties en de
inrichting van de maatschappij, dat leeft binnen een maatschappelijke groep,
met name een politieke partij, een denkstroming of een sociale klasse.

▪ Barthes zelf linkt dit niveau aan het concept van mythe
o Mythe = vooraf bestaande, waardegeladen ideeën die via
communicatie worden doorgegeven




2

,TEKENSYSTEMEN
❖ Focus op de organisatorische en relationele component

❖ Tekensysteem van Peirce:
o Drie componenten:
▪ (1) Het representamen of de tekenvorm
▪ (2) Het object waar het teken naar verwijst
▪ (3) De interpretant of de betekenis die aan het teken wordt gegeven
o De relatie tussen het representamen en het object heeft een betekeniseffect in de geest
van de tekengebruiker
o Het mentale concept dat bij de gebruiker wordt opgeroepen door deze relatie is de
interpetant, die onder meer wordt bepaald door persoonlijke ervaringen van de gebruiker
o De relatie tussen het teken en het materiële object is de meest determinerende
component voor het ontstaan van betekenis




❖ Tekensysteem van de Saussure:
o De Saussure was vooral geïnteresseerd in de onderlinge relaties tussen tekens
o De betekenis van een teken komt vooral tot stand uit de verhouding van een teken tot
andere tekens en dus niet zozeer uit de verhouding met het object zoals bij Peirce
o De betekenis van een teken of woord ligt voornamelijk in zijn tegengestelde(n)
▪ Voorbeeld: we weten wat ‘koud’ is als we al weten wat ‘warm’ is
o Het betekende van een bepaald teken wordt telkens een betekenaar voor een ander
teken
▪ Op deze manier wordt de betekenis van een teken bepaald door de wijze waarop
het zich onderscheid van andere tekens




❖ De Saussure onderscheid twee soorten relaties:
o Syntagma = een betekenisvolle combinatie of keten van tekeneenheden volgens een
bepaalde volgorde (combinatie/horizontaal relatie)
▪ Voorbeeld: de zin ‘ik wil koffie’ is een betekenisvolle, horizontale relatie van drie
elementen ‘ik’, ‘drink’ en ‘koffie’
o Paradigma = de keuze uit verschillende mogelijke tekens die
op dezelfde plaats kunnen staan (selectie/verticaal relatie)
▪ Voorbeeld: in “Ik drink koffie” kan je koffie vervangen
door thee, water of melk.




3

, TEKENINDELINGEN
❖ Verschillende soorten van tekens

❖ Tekenindeling van Peirce:
o Onderscheidt 3 soorten tekens
▪ Icoon = een teken dat op visueel, auditief of zelfs olfactorisch vlak een gelijkenis
vertoont met het object waar het naar verwijst
• Voorbeeld: een foto, een landkaart, WC-bord, …
▪ Index = een teken met een rechtstreeks, ‘existentieel’ of natuurlijk verband met
een object
• Voorbeeld: rook is een index voor vuur, koorts is een index voor ziekte, …
▪ Symbool = een teken dat betekenis heeft op basis van een conventie of afspraak
• Voorbeeld: verkeersborden

❖ Tekenindeling van J.M Peters:
o Onderscheidt 4 soorten tekens
▪ Index = wanneer een teken op een natuurlijke wijze verbonden is met datgene
waar het naar verwijst
• Voorbeeld: rook is een index voor vuur, koorts is een index voor ziekte
▪ Conventioneel teken = een teken dat betekenis heeft op basis van een
conventie of afspraak
• Voorbeeld: verkeersborden
▪ Icoon = een teken dat op visueel, auditief of zelfs olfactorisch vlak een gelijkenis
vertoont met het object waar het naar verwijst
• Voorbeeld: een foto, een landkaart, WC-bord
▪ Symbool = associaties
• Voorbeeld: hartje met pijl erdoor = liefde, duif = vrede




1.3 ELEMENTEN VAN HET COMMUNICATIEPROCES

❖ Elementen/bouwstenen van het communicatieproces:
o Communicator, de boodschap, de fase van encoderen en decoderen, de transmissie en
de ontvanger


1.3.1 COMMUNICATOR
❖ Vaak het startpunt van de communicatie
❖ Wilt een boodschap met informatie verspreiden
o Informatie = een georganiseerd geheel van data en feiten over een bepaald onderwerp
❖ Het versturen van een boodschap door de communicator is niet altijd bedoeld en bewust
❖ Communicator kan een individu zijn of een organisatie zoals een omroep of een
krantenuitgeverij

4

Documentinformatie

Geüpload op
22 oktober 2026
Aantal pagina's
49
Geschreven in
2026/2027
Type
Samenvatting
€5,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
18
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
1 week geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen