Werkcollege 1
Arbeids- en organisatiepsychologie
Uitleg schema:
1. Mens: arbeid: hoe mensen met elkaar omgaan onder invloed van
activiteiten
2. Producent: personen die diensten of goederen creëren
3. Consument: personen die diensten of goederen gebruiken
4. Mens-arbeid: focus op de interactie tussen mens en zijn werk, zoals hoe
mensen omgaan met werkactiviteiten.
5. Mens-mens: hoe mensen binnen organisaties met elkaar omgaan, wat
gedrag en samenwerking betreft.
6. Ergonomie: richt zich op het aanpassen van de werkplek aan de
werknemer om de efficiëntie en het comfort te verbeteren. Bijvoorbeeld,
verstelbare bureaustoelen
, 7. Arbeidspsychologie: De inhoud van de job is vaststaand maar je
kan wel de persoon aanpassen
→ Door werving en selectie , wie je gaat aanwerven aanpassen
→ Via training en ontwikkeling personen aanpassen aan de inhoud van
de job
→ Werknemer past zich aan
8. Organisatiepsychologie: Bestudeert het gedrag van werknemers en
leiders binnen een organisatie.
Inhoud van het vakgebied
•Gedragingen, emoties en cognities van mensen in een “werk”setting
•Zowel individueel als in groep
•Niet over ziektebeelden, pathologieën (klinische psy); wel “gewone”mens in
dagdagelijkse leven op het werk
•Gedrag in organisaties verklaren én voorspellen
Betekenis van werk vandaag:
● Werken: Dit is het proces van het leveren van prestaties. Het gaat niet
alleen om het eindresultaat, maar om het hele proces.
● Werk: Dit gaat verder dan enkel geld verdienen. Het is vaak een
zingever:
○ Identiteit: Mensen halen vaak een deel van hun zelfbeeld en
eigenwaarde uit hun werk.
○ Macht: Werk biedt mogelijkheden voor promotie en invloed binnen
een organisatie
○ Sociaal contact: Werk is ook een sociale omgeving waar mensen
nieuwe vrienden en connecties kunnen maken.
,Motivaties van Werknemers
● Goede vakantieregeling en werktijden, Interessante functie,
Doorgroeimogelijkheden, Loon,...
Gevolgen van Werkloosheid
● Weinig sociaal contact, Inkomensverlies, Psychische gevolgen
Werkcollege 2
Historiek
Voorgeschiedenis
Adam Smith (1723-1790):
•Filosoof
•Grondlegger van de hedendaagse economie & A&O
•boek: The wealth of nations:
•Gehele taak in deeltaken verdelen (iedere medewerker één deeltaak)
•Comparatieve voordelen (= voordelen door specialisatie)
•‘doe alleen hetgeen waar je goed in bent, de rest niet. Op deze wijze wordt de
welvaart maximaal’
→ zeer vernieuwende manier
Scientific management
Frederick Taylor (1856-1915):
•Ingenieur
•Wetenschappelijke bedrijfsvoering niet gewoon met de
flow gaan
The principles of scientific management:
•Productie efficiënter maken
•Aandacht van technologie naar de werknemers
→ medewerkers op wetenschappelijke manier selecteren en bedrijf leiden op
wetenschappelijke manier
, •Tijds- en bewegingsstudies: welke beweging is het meest efficient ? → die
beweging werd aangeleerd aan werknemer
Op welke tijd kan je de job uitvoeren ?
•Medewerkers zijn van nature lui: prestatieloon
→ enkel gemotiveerd door loon
•Horizontale en verticale arbeidsdeling:
verticaal: hiërarchie inbouwen, management en uitvoerende werknemers
horizontaal: deeltaken
Selectie van medewerkers
•Interindividuele verschillen: verschillen tussen individuen
•Intra-individuele verschillen: verschillen binnen 1 persoon
Homo economicus:
•Medewerkers willen zoveel mogelijk verdienen,
•Zo weinig mogelijk doen
•Graag geleid worden door anderen
Quote van Henry Ford
→ gericht op efficiëntie