Communicatiewetenschap (bekijk kort overzicht aan begin van elke les van vorige les)
H1: Inleiding
Inzicht in communicatie nuttig voor sociologen, politieke wetenschappers, sociaal-economische
wetenschappers, en communicatiewetenschappers… (en anderen):
Sociologie:
Media is bv. een belangrijke socialisatiebron
Media socialiseert mensen om bepaalde normen en waarden aan te nemen die gelden binnen de
maatschappij. Media, ouders en vrienden hebben de grootste invloed.
- De maatschappij daagt de schoonheidsidealen uit
body positivity in de media is een tegenkanteling (shifting point)
- Series die heteroseksuele normen uitdagen
Politiek
media = 4de macht, media is een zeer belangrijk deel van democratie en beïnvloed de publieke opinie.
politici moeten overtuigen, ze gebruikten sociale media om achterban (mensen die een politieke partij
steunen) te behouden en in te spelen op de jongere generaties. Dit beïnvloedt onze politieke keuzes. De
media kan bepaalde onderwerpen voorop dragen, waardoor het maatschappelijk belang groeit en het
ook op de politieke agenda komt.
Sociaal – economische wetenschappers: Social profit organisaties
Influencers mengen zich meer en meer met politieke (populaire) onderwerpen. Ze zijn een belangrijke
actor in sociaal engagement en politiek engagement van de jongeren.
Influencer marketing, promoten bepaalde merken of thema’s. Zijn bekend geworden door hun loutere
zelfpresentatie.
communicatiewetenschappers: verantwoordelijkheid als mediaprofessionals + hoe als
communicatieverantwoordelijke omgaan met pers
Cruciale rol van journalisten in democratie, namelijk de rol om objectieve informatie te verschaffen en
door te geven aan burgers, hierdoor maken burgers keuzes op vlak van politiek, engagement, belangrijk
voor civiele participatie.
Cruciale rol van communicatieverantwoordelijken. Bart de Pauw had beter gewacht op zijn
communicatieverantwoordelijke voor hij publiek had gesproken want zijn boodschap is niet goed
gevallen.
CommunicatieWETENSCHAP
- Centraal in elke wetenschap = formuleren van theorieën over werkelijkheid, concepten/modellen,
empirisch onderzoek om theorieën te testen (onderzoeksbenadering waarbij kennis
wordt verworven door middel van directe observatie/ervaring, is gericht op het verzamelen van verifieerbare gegevens)
- Diverse methoden en technieken gebruikt om theorieën te generen/testen, onderscheid tussen:
▪ Kwantitatief onderzoek: inhoudsanalyse, survey, experiment, meta-analyses
▪ Kwalitatief onderzoek: inhoudsanalyses, diepte-interviews, focusgroups
→ Kwantitatief onderzoek draait om cijfers & meetbare data (zoals percentages of aantallen), terwijl kwalitatief onderzoek
focust op ervaringen/meningen/diepgaand begrip (interviews/observaties)
1
,We willen bepaalde regelmatigheden en patronen ontdekken uit de samenleving. Causaliteit vastleggen
(oorzaak en gevolg). Diepte interviews, surveys, experimenten helpen om causaliteiten te achterhalen.
- Wetenschappelijke literatuur (artikels over bevindingen in academische “journals”, boeken,…)
Social learning theory
Wij als mensen kunnen leren door naar andere mensen te kijken, door observatie van andere mensen
hun gedrag, kunnen wij dit gedrag ook naleven. Als ik zie dat iemand een uitspraak doet waarop
verontwaardigd wordt gereageerd, ga ik zo’n uitspraak niet doen. Men gaat het gedrag adapteren, als het
sociaal aanvaard is, grotere kans dat het wordt overgenomen.
- Bv. Kan het spelen van gewelddadige videogames invloed hebben op gewelddadig gedrag?
The anxious generation – Jonathan Haidt
boek geschreven over de epidemie van sociale media die zorgt voor mentale ongezondheid.
Valkenburg heeft onderzoek gedaan naar andere oorzaken van die toename voor mentale ongezondheid.
Hij wilt een tegenkantelingen brengen tegen het boek van Haidt. Deze debatten benadrukken hoe
belangrijk communicatiewetenschappen is. De wisselwerking tussen verschillende argumenten zorgen
ervoor dat er geen drastische beslissingen worden genomen in verband met sociale media.
Communicatiewetenschappen = relatief jonge discipline
4 invalshoeken die belangrijke basis vormen voor communicatietheoretisch of
communicatiewetenschappelijk denken (Heath & Bryant, 1992)
1. Retoriek: Aristoteles onderzocht welke tactieken sprekers konden gebruiken om gedachten en gedrag
van publiek (die ze normaal niet hebben) te beïnvloeden. Hij had aandacht/invloed gehad op
componenten zoals inhoud en structuur van de boodschap, taalgebruik, persoonlijkheid van spreker
en de kenmerken van publiek
➢ Ethos: charisma, persoonlijkheid van de spreker
➢ Pathos: inspelen op emoties van publiek; vooral politieke figuren en partijen (Trump)
➢ Logos: logica van argumentatie, cijfers en onderzoeken gebruiken
2. Propaganda en media-effecten
➢ Invloed van propaganda werd onderzocht in periode WOI– WOII
➢ Onderzoek over deze onderwerpen binnen takken Psychologie/sociologie/politieke
wetenschappen
3. Informatietheorie
➢ Hoe kan informatie elektronisch verstuurd worden?
➢ Op die vraag antwoord gezocht bij de Bell Laboratories (daar ligt ook basis van communicatiemodellen)
4. Groepsdynamica
➢ Lewin: studie over leiderschap en invloed die mensen op elkaar uitoefenen in kleine groepen
(cfr. Hoofdstuk groepscommunicatie)
➢ Maed: mensen leren elkaar kennen door middel van communicatie
Communicatiewetenschap(pen) = (soms als meervoud gezegd) want grote verscheidenheid aan
communicatiefenomenen
2
,H2: Basisconcepten en modellen
2.1 Communicatiewetenschap = bestuderen van de ‘communicatie’ MAAR geen eenduidige, alles
omvattende ‘correcte’ definitie. Hoe het begrip wordt ingevuld, op welk aspect de klemtoon ligt (zender,
ontvanger..) hangt van de uitgangspositie van de auteur af (en bv in welk subdomein in de
communicatiewetenschap ze werken)
2.2 Wat is communicatie?
Woordenboekdefinties:
1. Overdracht of uitwisseling van informatie (Overdracht: Klemtoon op zender, eenrichtingsverkeer)
Bv. ‘De trein naar Antwerpen heeft 10 minuten vertraging’ = niks over ontvanger
2. Uitwisseling: dynamisch proces, uitwisseling van informatie waar de klemtoon ligt op het
gemeenschappelijk maken van ideeën, gelijkwaardige partners
Een definitie van communicatie is goed wanneer zij:
1. Bruikbaar of operationeel is binnen een bepaalde wetenschappelijke visie
2. Logisch of coherent is
3. Niet tegengesproken wordt door de waarneembare werkelijkheid
4. toelaat het gedefinieerde nauwkeurig te onderscheiden van andere maatschappelijke verschijnselen
Voorbeelden wetenschappelijke definities (door communicatiewetenschappers):
• Communication is a process whereby people assign meanings to stimuli in order to make sense of the world (Trenholm,
1999)
• Every communication act is viewed as a transmission of information, consisting of discriminative stimuli, from a source to a
recipient (T. Newcomb, 1966)
• Communication is “the transmission of information, ideas, emotions, skills, etc. by the use of symbols, words, pictures,
figures, graphs, etc. (B. Berelson & G. Steiner, 1966)
• Communication is the verbal interchange of thought or idea (J.B. Hoben, 1954)
• In the most general sense, we have communication wherever one system, a source, influences another, the destination, by
manipulation of alternative symbols, which can be transmitted over the channel connecting them. (Osgood et al. , 1957)
• Communication may be defined as “social interaction through messages” (Gerbner, 1967)
• Human communication has occurred when a human being responds to a symbol. (Cronkhite, 1976)
• Communicatie is een proces waardoor een zender bewustzijnsinhoud overdraagt of tracht over te dragen aan een of
meerdere ontvangers en dit door middel van een kanaal, signalen en tekens. (Fauconnier = 1 van de grondleggers van de
communicatiewetenschap in Vlaanderen,1973)
!!Definities niet kennen maar zien dat er verschillen zijn aan de hand van de studie (andere klemtoon)!!
Twee belangrijke perspectieven (de 2 visies als 2 scholen beschreven)
Processchool
• Ziet communicatie als transmissie van boodschappen
• Nadruk op hoe zender en ontvanger encoderen en decoderen, hoe kanalen en media efficiënt en
accuraat (zorgvuldig) kunnen worden ingezet, hoe boodschappen worden verzonden en ontvangen
• Communicatie is een beïnvloedingsproces (ene persoon gedrag/gedachten van andere beïnvloedt)
• bedoelde effect kan mislukken en er is geen beïnvloeding= communicatiefout = verschil tussen
output en input
• basis processchool ligt bij psychologie en sociologie
• processchool legt zich toe op de ‘acts of communication’ (communicatieve handelingen, bv.
spreken, schrijven, gebaren, posten op sociale media)
3
, Betekeniscreatieschool
• ziet communicatie als productie en uitwisseling van betekenissen
• bestudeert hoe boodschappen/teksten op mensen inwerken of hoe ze die interpreteren om zo
betekenissen tot stand te brengen
• Dynamisch proces waar zender en ontvanger met elkaar in gelijke hoogte staan. Er is geen beoogd
effect, het gaat om het uitwisselen van gedachtes. De boodschap die men uitzendt kan een totaal
andere betekenis krijgen aan de hand van wie de ontvanger is.
• Afwijkingen tussen zender & ontvanger niet noodzakelijk als “fout” beschouwd, maar bv. als resultaat
van culturele verschillen tussen partijen (buitenlander interpreteert de soap Thuis misschien anders
dan een Vlaming)
• Betekenisschool richt zich primair op producten van communicatie (krantenartikelen, reclamespots,
televisieprogramma’s… = ‘Works of communication’) = Welke betekenis krijgen reclamespots
• Voor deze school: communicatie = studie van teksten
• centrale methode daarvoor = semiotiek ( de studie van tekens en symbolen en hoe ze betekenis
creëren en communiceren)
2.3 Breek- of discussiepunten
Er zijn een aantal belangrijke breek of discussiepunten te erkennen wanneer men communicatie
probeert te definiëren.
Voorbeelden slide 38-40: eenrichtingscommunicatie, geen communicatie (blozen), geen communicatie
want geen beïnvloedingsproces / wel communicatie omdat publiek aangeeft dat het niet grappig is
Er zijn er 4:
1. Intentionaliteit
• teologische opvatting communicatie = intentie/bedoeling ligt aan basis van de opvatting, die gaat
ervan uit dat er pas sprake is van communicatie als de zender de bedoeling heeft een boodschap te
verzenden en de ontvanger te ontvangen (Cfr: processchool)
• Gedragsopvatting = zien communicatie veel ruimer, intentie hoeft er niet te zijn, alle gedrag van
mensen is communicatief (‘niet communiceren is ook communiceren’) bv. Zwijgen is zeggen dat dat
je niks zegt
• Probleem: Intentionaliteit vaak moeilijk vast te stellen (persoon die boos kijkt, wilt die dat mensen
weten dat hij boos is of doet die dat onbewust?)
• Maar ook omgekeerd: bedoelde communicatie als onbedoeld vermomd (bv. Politicus die biertje ipv
wijntje drinkt om een volkser imago te kweken)
4
H1: Inleiding
Inzicht in communicatie nuttig voor sociologen, politieke wetenschappers, sociaal-economische
wetenschappers, en communicatiewetenschappers… (en anderen):
Sociologie:
Media is bv. een belangrijke socialisatiebron
Media socialiseert mensen om bepaalde normen en waarden aan te nemen die gelden binnen de
maatschappij. Media, ouders en vrienden hebben de grootste invloed.
- De maatschappij daagt de schoonheidsidealen uit
body positivity in de media is een tegenkanteling (shifting point)
- Series die heteroseksuele normen uitdagen
Politiek
media = 4de macht, media is een zeer belangrijk deel van democratie en beïnvloed de publieke opinie.
politici moeten overtuigen, ze gebruikten sociale media om achterban (mensen die een politieke partij
steunen) te behouden en in te spelen op de jongere generaties. Dit beïnvloedt onze politieke keuzes. De
media kan bepaalde onderwerpen voorop dragen, waardoor het maatschappelijk belang groeit en het
ook op de politieke agenda komt.
Sociaal – economische wetenschappers: Social profit organisaties
Influencers mengen zich meer en meer met politieke (populaire) onderwerpen. Ze zijn een belangrijke
actor in sociaal engagement en politiek engagement van de jongeren.
Influencer marketing, promoten bepaalde merken of thema’s. Zijn bekend geworden door hun loutere
zelfpresentatie.
communicatiewetenschappers: verantwoordelijkheid als mediaprofessionals + hoe als
communicatieverantwoordelijke omgaan met pers
Cruciale rol van journalisten in democratie, namelijk de rol om objectieve informatie te verschaffen en
door te geven aan burgers, hierdoor maken burgers keuzes op vlak van politiek, engagement, belangrijk
voor civiele participatie.
Cruciale rol van communicatieverantwoordelijken. Bart de Pauw had beter gewacht op zijn
communicatieverantwoordelijke voor hij publiek had gesproken want zijn boodschap is niet goed
gevallen.
CommunicatieWETENSCHAP
- Centraal in elke wetenschap = formuleren van theorieën over werkelijkheid, concepten/modellen,
empirisch onderzoek om theorieën te testen (onderzoeksbenadering waarbij kennis
wordt verworven door middel van directe observatie/ervaring, is gericht op het verzamelen van verifieerbare gegevens)
- Diverse methoden en technieken gebruikt om theorieën te generen/testen, onderscheid tussen:
▪ Kwantitatief onderzoek: inhoudsanalyse, survey, experiment, meta-analyses
▪ Kwalitatief onderzoek: inhoudsanalyses, diepte-interviews, focusgroups
→ Kwantitatief onderzoek draait om cijfers & meetbare data (zoals percentages of aantallen), terwijl kwalitatief onderzoek
focust op ervaringen/meningen/diepgaand begrip (interviews/observaties)
1
,We willen bepaalde regelmatigheden en patronen ontdekken uit de samenleving. Causaliteit vastleggen
(oorzaak en gevolg). Diepte interviews, surveys, experimenten helpen om causaliteiten te achterhalen.
- Wetenschappelijke literatuur (artikels over bevindingen in academische “journals”, boeken,…)
Social learning theory
Wij als mensen kunnen leren door naar andere mensen te kijken, door observatie van andere mensen
hun gedrag, kunnen wij dit gedrag ook naleven. Als ik zie dat iemand een uitspraak doet waarop
verontwaardigd wordt gereageerd, ga ik zo’n uitspraak niet doen. Men gaat het gedrag adapteren, als het
sociaal aanvaard is, grotere kans dat het wordt overgenomen.
- Bv. Kan het spelen van gewelddadige videogames invloed hebben op gewelddadig gedrag?
The anxious generation – Jonathan Haidt
boek geschreven over de epidemie van sociale media die zorgt voor mentale ongezondheid.
Valkenburg heeft onderzoek gedaan naar andere oorzaken van die toename voor mentale ongezondheid.
Hij wilt een tegenkantelingen brengen tegen het boek van Haidt. Deze debatten benadrukken hoe
belangrijk communicatiewetenschappen is. De wisselwerking tussen verschillende argumenten zorgen
ervoor dat er geen drastische beslissingen worden genomen in verband met sociale media.
Communicatiewetenschappen = relatief jonge discipline
4 invalshoeken die belangrijke basis vormen voor communicatietheoretisch of
communicatiewetenschappelijk denken (Heath & Bryant, 1992)
1. Retoriek: Aristoteles onderzocht welke tactieken sprekers konden gebruiken om gedachten en gedrag
van publiek (die ze normaal niet hebben) te beïnvloeden. Hij had aandacht/invloed gehad op
componenten zoals inhoud en structuur van de boodschap, taalgebruik, persoonlijkheid van spreker
en de kenmerken van publiek
➢ Ethos: charisma, persoonlijkheid van de spreker
➢ Pathos: inspelen op emoties van publiek; vooral politieke figuren en partijen (Trump)
➢ Logos: logica van argumentatie, cijfers en onderzoeken gebruiken
2. Propaganda en media-effecten
➢ Invloed van propaganda werd onderzocht in periode WOI– WOII
➢ Onderzoek over deze onderwerpen binnen takken Psychologie/sociologie/politieke
wetenschappen
3. Informatietheorie
➢ Hoe kan informatie elektronisch verstuurd worden?
➢ Op die vraag antwoord gezocht bij de Bell Laboratories (daar ligt ook basis van communicatiemodellen)
4. Groepsdynamica
➢ Lewin: studie over leiderschap en invloed die mensen op elkaar uitoefenen in kleine groepen
(cfr. Hoofdstuk groepscommunicatie)
➢ Maed: mensen leren elkaar kennen door middel van communicatie
Communicatiewetenschap(pen) = (soms als meervoud gezegd) want grote verscheidenheid aan
communicatiefenomenen
2
,H2: Basisconcepten en modellen
2.1 Communicatiewetenschap = bestuderen van de ‘communicatie’ MAAR geen eenduidige, alles
omvattende ‘correcte’ definitie. Hoe het begrip wordt ingevuld, op welk aspect de klemtoon ligt (zender,
ontvanger..) hangt van de uitgangspositie van de auteur af (en bv in welk subdomein in de
communicatiewetenschap ze werken)
2.2 Wat is communicatie?
Woordenboekdefinties:
1. Overdracht of uitwisseling van informatie (Overdracht: Klemtoon op zender, eenrichtingsverkeer)
Bv. ‘De trein naar Antwerpen heeft 10 minuten vertraging’ = niks over ontvanger
2. Uitwisseling: dynamisch proces, uitwisseling van informatie waar de klemtoon ligt op het
gemeenschappelijk maken van ideeën, gelijkwaardige partners
Een definitie van communicatie is goed wanneer zij:
1. Bruikbaar of operationeel is binnen een bepaalde wetenschappelijke visie
2. Logisch of coherent is
3. Niet tegengesproken wordt door de waarneembare werkelijkheid
4. toelaat het gedefinieerde nauwkeurig te onderscheiden van andere maatschappelijke verschijnselen
Voorbeelden wetenschappelijke definities (door communicatiewetenschappers):
• Communication is a process whereby people assign meanings to stimuli in order to make sense of the world (Trenholm,
1999)
• Every communication act is viewed as a transmission of information, consisting of discriminative stimuli, from a source to a
recipient (T. Newcomb, 1966)
• Communication is “the transmission of information, ideas, emotions, skills, etc. by the use of symbols, words, pictures,
figures, graphs, etc. (B. Berelson & G. Steiner, 1966)
• Communication is the verbal interchange of thought or idea (J.B. Hoben, 1954)
• In the most general sense, we have communication wherever one system, a source, influences another, the destination, by
manipulation of alternative symbols, which can be transmitted over the channel connecting them. (Osgood et al. , 1957)
• Communication may be defined as “social interaction through messages” (Gerbner, 1967)
• Human communication has occurred when a human being responds to a symbol. (Cronkhite, 1976)
• Communicatie is een proces waardoor een zender bewustzijnsinhoud overdraagt of tracht over te dragen aan een of
meerdere ontvangers en dit door middel van een kanaal, signalen en tekens. (Fauconnier = 1 van de grondleggers van de
communicatiewetenschap in Vlaanderen,1973)
!!Definities niet kennen maar zien dat er verschillen zijn aan de hand van de studie (andere klemtoon)!!
Twee belangrijke perspectieven (de 2 visies als 2 scholen beschreven)
Processchool
• Ziet communicatie als transmissie van boodschappen
• Nadruk op hoe zender en ontvanger encoderen en decoderen, hoe kanalen en media efficiënt en
accuraat (zorgvuldig) kunnen worden ingezet, hoe boodschappen worden verzonden en ontvangen
• Communicatie is een beïnvloedingsproces (ene persoon gedrag/gedachten van andere beïnvloedt)
• bedoelde effect kan mislukken en er is geen beïnvloeding= communicatiefout = verschil tussen
output en input
• basis processchool ligt bij psychologie en sociologie
• processchool legt zich toe op de ‘acts of communication’ (communicatieve handelingen, bv.
spreken, schrijven, gebaren, posten op sociale media)
3
, Betekeniscreatieschool
• ziet communicatie als productie en uitwisseling van betekenissen
• bestudeert hoe boodschappen/teksten op mensen inwerken of hoe ze die interpreteren om zo
betekenissen tot stand te brengen
• Dynamisch proces waar zender en ontvanger met elkaar in gelijke hoogte staan. Er is geen beoogd
effect, het gaat om het uitwisselen van gedachtes. De boodschap die men uitzendt kan een totaal
andere betekenis krijgen aan de hand van wie de ontvanger is.
• Afwijkingen tussen zender & ontvanger niet noodzakelijk als “fout” beschouwd, maar bv. als resultaat
van culturele verschillen tussen partijen (buitenlander interpreteert de soap Thuis misschien anders
dan een Vlaming)
• Betekenisschool richt zich primair op producten van communicatie (krantenartikelen, reclamespots,
televisieprogramma’s… = ‘Works of communication’) = Welke betekenis krijgen reclamespots
• Voor deze school: communicatie = studie van teksten
• centrale methode daarvoor = semiotiek ( de studie van tekens en symbolen en hoe ze betekenis
creëren en communiceren)
2.3 Breek- of discussiepunten
Er zijn een aantal belangrijke breek of discussiepunten te erkennen wanneer men communicatie
probeert te definiëren.
Voorbeelden slide 38-40: eenrichtingscommunicatie, geen communicatie (blozen), geen communicatie
want geen beïnvloedingsproces / wel communicatie omdat publiek aangeeft dat het niet grappig is
Er zijn er 4:
1. Intentionaliteit
• teologische opvatting communicatie = intentie/bedoeling ligt aan basis van de opvatting, die gaat
ervan uit dat er pas sprake is van communicatie als de zender de bedoeling heeft een boodschap te
verzenden en de ontvanger te ontvangen (Cfr: processchool)
• Gedragsopvatting = zien communicatie veel ruimer, intentie hoeft er niet te zijn, alle gedrag van
mensen is communicatief (‘niet communiceren is ook communiceren’) bv. Zwijgen is zeggen dat dat
je niks zegt
• Probleem: Intentionaliteit vaak moeilijk vast te stellen (persoon die boos kijkt, wilt die dat mensen
weten dat hij boos is of doet die dat onbewust?)
• Maar ook omgekeerd: bedoelde communicatie als onbedoeld vermomd (bv. Politicus die biertje ipv
wijntje drinkt om een volkser imago te kweken)
4