SAMENVATTING TROOSTERS
HOOFDSTUK 1 : INLEIDING
Het leren kennen van verschillende ‘soorten’ inspanning en de eraan gerelateerde
fysiologische concepten
❖ Whole body exercise = met hele lichaam, verschillende spieren aan het werk
➢ Grote inspanning, meer zuurstof, betere hartcapaciteit nodig
■ Constant work rate (constante inspanning met vaste belasting, dezelfde
snelheid, lichaam heeft tijd om te reageren)
■ Incremental (belasting van laag naar hoog)
■ Anaerobic / all out (alles geven)
❖ Lokale inspanning = kleine spiergroep geactiveerd → lokale belasting kan hoog zijn
maar globale metabole systemen worden niet belast
➢ Kracht
➢ Uithouding
➢ Vermoeidheid
SOORTEN INSPANNING
→ deze inspanningen vragen elk een compleet andere inzet van het lichaam
, OVERZICHT VAN DE CURSUS
❖ Soorten inspanning
❖ Inspanningstest
❖ Hoe reageert het lichaam op inspanning
❖ Trainingseffecten en chronische adaptatie
❖ Metabolisme tijdens inspanning
Deconditionering <-> training
❖ Spier die denkt niet veel te moeten werken en verliest capaciteit, grootte en sterkte
❖ Gebeurt veel sneller dan toename van capaciteit door te trainen
INSPANNING: INTEGRATIE VERSCHILLENDE SYSTEMEN
Tijdens inspanning gebeuren heel wat zaken
tegelijk !!
Worden apart uitgelegd maar komen dus samen
voor → die link ook kunnen leggen op examen
TYPES VAN INSPANNING EN TESTEN VAN INSPANNINGSCAPACITEIT
Whole body exercise
❖ Constant work
➢ Labotest (metingen tijdens inspanning in labo)
➢ Field testen (metingen tijdens klinische fieldtest)
❖ Incremental
➢ Labotest
➢ Field test (vb: beeptest)
❖ All out exercise
,Gelokaliseerde inspanning spierfunctie
❖ Spierkracht
❖ Spieruithouding
❖ Spiervermoeidheid
WHOLE BODY EXERCISE
= inspanning geleverd door hele lichaam, grote spiergroepen tegelijk in actie en met
cardiovasculaire en ventilatoire impact
❖ Voorbeelden: zwemmen, fietsen, roeien
❖ Inspanningen die meeste zuurstof vragen: langlaufen, schaatsen
Grafieken zoals deze kunnen interpreteren!
Vb inspanningstest waarbij belasting toeneemt
- Y-as = orgaansysteem
- X-as = intensiteit
→ orgaansystemen gaan anders reageren en
hebben niet steeds dezelfde curve
→ einde op de grafiek wil zeggen dat de
persoon niet meer verder kon
Piekzuurstofcurve
❖ Kan iets zeggen over de prognose van de patiënt
❖ Trainingsprogramma opzetten op basis van deze piek
➢ Aan de juiste intensiteit laten oefenen
➢ Hoe hoger de piek hoe hoger de levensverwachtingen
❖ Peak VO2 zegt iets over de conditie van de patiënt
WHOLE BODY EXERCISE: INSPANNING EN ENERGIE
Beide personen hebben energie nodig,
want er is toename energieverbruik tov
rust
Energie kan je halen door gebruik te
maken van zuurstof met verbranden van
substraat
Substraat zonder O2 = melkzuur = kramp
, - 21% O2 in lucht ademen we in
- 18% O2 adem je terug uit
→ verschil = consumptie = VO2
→ rest dat in lichaam blijft wordt gebruikt
om inspanning te leveren
Rust = 3,5 ml O2 verbruik x lichaamsge.
Uitgeademde lucht = 4% CO2
Drie zaken zullen harder moeten werken bij inspanning
❖ Ventilatie
❖ Hartdebiet
❖ Spiercontracties
Prestatie hangt niet alleen af van spierfunctie maar ook van
de rest van het lichaam (hart, luchttransport)
De spieren en longen limiteren u niet maar uw cardiovasculair
stelsel wel, de zuurstof kan niet meer worden aangeleverd
WHOLE BODY EXERCISE: CONSTANTE BELASTING
Grafiek toont zuurstofconsumptie bij
inspanning in tijd
Oranje = inspanning
In rust is er al wat zuurstofverbruik
In begin veel inspanning: lichaam heeft tijd
nodig om aan juiste hoeveelheid O2 te raken die
nodig is voor E (ong 3 min)
→ hoe beter je conditie, hoe sneller
Tijd voor voldoende O2 maak je gebruik van
anaerobe processen → je bouwt een
zuurstofschuld die je terug herstelt na
inspanning om nieuwe te kunnen beginnen
HOOFDSTUK 1 : INLEIDING
Het leren kennen van verschillende ‘soorten’ inspanning en de eraan gerelateerde
fysiologische concepten
❖ Whole body exercise = met hele lichaam, verschillende spieren aan het werk
➢ Grote inspanning, meer zuurstof, betere hartcapaciteit nodig
■ Constant work rate (constante inspanning met vaste belasting, dezelfde
snelheid, lichaam heeft tijd om te reageren)
■ Incremental (belasting van laag naar hoog)
■ Anaerobic / all out (alles geven)
❖ Lokale inspanning = kleine spiergroep geactiveerd → lokale belasting kan hoog zijn
maar globale metabole systemen worden niet belast
➢ Kracht
➢ Uithouding
➢ Vermoeidheid
SOORTEN INSPANNING
→ deze inspanningen vragen elk een compleet andere inzet van het lichaam
, OVERZICHT VAN DE CURSUS
❖ Soorten inspanning
❖ Inspanningstest
❖ Hoe reageert het lichaam op inspanning
❖ Trainingseffecten en chronische adaptatie
❖ Metabolisme tijdens inspanning
Deconditionering <-> training
❖ Spier die denkt niet veel te moeten werken en verliest capaciteit, grootte en sterkte
❖ Gebeurt veel sneller dan toename van capaciteit door te trainen
INSPANNING: INTEGRATIE VERSCHILLENDE SYSTEMEN
Tijdens inspanning gebeuren heel wat zaken
tegelijk !!
Worden apart uitgelegd maar komen dus samen
voor → die link ook kunnen leggen op examen
TYPES VAN INSPANNING EN TESTEN VAN INSPANNINGSCAPACITEIT
Whole body exercise
❖ Constant work
➢ Labotest (metingen tijdens inspanning in labo)
➢ Field testen (metingen tijdens klinische fieldtest)
❖ Incremental
➢ Labotest
➢ Field test (vb: beeptest)
❖ All out exercise
,Gelokaliseerde inspanning spierfunctie
❖ Spierkracht
❖ Spieruithouding
❖ Spiervermoeidheid
WHOLE BODY EXERCISE
= inspanning geleverd door hele lichaam, grote spiergroepen tegelijk in actie en met
cardiovasculaire en ventilatoire impact
❖ Voorbeelden: zwemmen, fietsen, roeien
❖ Inspanningen die meeste zuurstof vragen: langlaufen, schaatsen
Grafieken zoals deze kunnen interpreteren!
Vb inspanningstest waarbij belasting toeneemt
- Y-as = orgaansysteem
- X-as = intensiteit
→ orgaansystemen gaan anders reageren en
hebben niet steeds dezelfde curve
→ einde op de grafiek wil zeggen dat de
persoon niet meer verder kon
Piekzuurstofcurve
❖ Kan iets zeggen over de prognose van de patiënt
❖ Trainingsprogramma opzetten op basis van deze piek
➢ Aan de juiste intensiteit laten oefenen
➢ Hoe hoger de piek hoe hoger de levensverwachtingen
❖ Peak VO2 zegt iets over de conditie van de patiënt
WHOLE BODY EXERCISE: INSPANNING EN ENERGIE
Beide personen hebben energie nodig,
want er is toename energieverbruik tov
rust
Energie kan je halen door gebruik te
maken van zuurstof met verbranden van
substraat
Substraat zonder O2 = melkzuur = kramp
, - 21% O2 in lucht ademen we in
- 18% O2 adem je terug uit
→ verschil = consumptie = VO2
→ rest dat in lichaam blijft wordt gebruikt
om inspanning te leveren
Rust = 3,5 ml O2 verbruik x lichaamsge.
Uitgeademde lucht = 4% CO2
Drie zaken zullen harder moeten werken bij inspanning
❖ Ventilatie
❖ Hartdebiet
❖ Spiercontracties
Prestatie hangt niet alleen af van spierfunctie maar ook van
de rest van het lichaam (hart, luchttransport)
De spieren en longen limiteren u niet maar uw cardiovasculair
stelsel wel, de zuurstof kan niet meer worden aangeleverd
WHOLE BODY EXERCISE: CONSTANTE BELASTING
Grafiek toont zuurstofconsumptie bij
inspanning in tijd
Oranje = inspanning
In rust is er al wat zuurstofverbruik
In begin veel inspanning: lichaam heeft tijd
nodig om aan juiste hoeveelheid O2 te raken die
nodig is voor E (ong 3 min)
→ hoe beter je conditie, hoe sneller
Tijd voor voldoende O2 maak je gebruik van
anaerobe processen → je bouwt een
zuurstofschuld die je terug herstelt na
inspanning om nieuwe te kunnen beginnen