Parodontologie = tak in thk die zich bezig houdt met preventie, diagnose en
behandeling van tandvlees en onderliggende structuren.
parodontoloog doet ook chirurgische ingrepen en implantologie
Mondhygiënist = preventie en behandeling van parodontale aandoeningen
controles, SRP, herbeoordeling, instructie
! Alles binnen de parodontologie bevat nazorg, dit is super belangrijk, anders
geen vooruitgang
Anatomie, structuur en functie.
Parodontium biedt de nodige ondersteuning om tanden in functie te houden
4 hoofdcomponenten gingiva, parodontale ligamenten, cementum, alveolair
bot
Orale slijmvliezen
1. Gingiva + bedekking harde gehemelte
2. Dorsale gedeelte van de tong
3. Mondslijmvlies
Gingiva
verdeeld in marginale, aangehechte en alveolaire mucosa alle types
gestructureerd om op de juiste manier te functioneren tegen mechanische en
microbiële schade
= barrière tegen het binnendringen van microben en schadelijke stoffen in
diepere weefsels.
Marginaal tandvlees = niet-vastzittend tandvlees. Eindrand van gingiva
dat de tanden als kraag omgeeft. 50% wordt het afgebakend van de
aangrenzende aangehechte gingiva door ondiepe lineaire depressie vrije
gingivagroef. Is meestal 1mm breed, is zachte weefselwand van sulcus.
Gingivale zenit is meest apicale punt van marginale gingiva. Apicocoronale
en mesiodistale afmetingen variëren tussen 0,06 en 0,96mm.
Gingivale sulcus
ondiepe ruimte rondom tand die begrensd door tandoppervlak en epitheel dat
vrije rand van tandvlees bekleed. Is V-vormig, de diepte is een belangrijke
diagnostische parameter.
Ideale diepte is 0mm
Echte diepte is 1,8mm, met variaties van 0 tot 6 mm
0-3mm = gezonde pocket
Diepte van sulcus wordt bepaald met de parodontale sonde waarmee de
sondediepte bepaald wordt.
, Histologische diepte is niet precies gelijk aan de penetratiediepte van de sonde.
Penetratie hangt af van: sondediameter, sondeerkracht en het ontstekingsniveau.
Het junctioneel epitheel (JE) is
een gespecialiseerd type
meerlagig plaveiselepitheel dat
de tand omringt en een directe
hechting vormt tussen het
tandoppervlak (glazuur of cement)
en het tandvlees. Het speelt een
cruciale rol in de bescherming
tegen bacteriën en voorkomt dat
ziekteverwekkers het
onderliggende parodontium
binnendringen.
Aangehechte gingiva
Doorlopend met de marginale gingiva.
Is veerkrachtig en stevig gebonden aan het onderliggende periosteum van het
alveolaire bot.
Strekt zich uit tot relatief losse en beweeglijke alveolaire mucosa, afgebakend
door de mucogingivale junctie
Hoogte = afstand tussen mucogingivale junctie en de parodontale pocket.
Breedte/hoogte van aangehechte gingiva verschilt in verschillende delen
van de mond
o Grootst in gebied van snijtanden (3,5-4,5 mm BK, 3,3-3,9 mm OK)
o Smaller in posterieure segmenten (1,9mm PM1 BK, 1,8mm PM1 OK)
o Mucogingivale junctie blijft gelijk gedurende volwassen jaren
o Veranderingen in breedte van aangehechte gingiva worden
veroorzaakt door veranderingen in positie van coronale deel.
Linguaal = AG eindigt op overgang van linguale alveolaire slijmvlies dat
overloopt in mondbodem
Palataal = opp. AG in BK versmelt met het palatinale slijmvlies
Interdentaal tandvlees
Beslaat de gingivale embrasure = 3d ruimte rondom contactpunt =
interproximale ruimte
contactpunt bepaalt interdentale papil, esthetisch belangrijk in front
Interdentale gingiva kan piramidaal zijn of col-vorm