Veranderkunde
Vanuit verschillende theorieën, hoe kunnen wij mensen beter ondersteunen/helpen?
Je haalt dingen uit sociologie, psychologie, filosofie etc. om dan in de praktijk te staan
Wat heb je allemaal nodig om tot verandering te komen?
Wat is agogisch werken?
Het ondersteunen van veranderingsprocessen*, waarbij we vertrekken
vanuit krachten en talenten.
We gaan ervan uit dat iedereen anders is, waardoor we ondersteuning
bieden op maat en vertrekkend vanuit de vraag van de cliënten.
We maken gebruik van een waaier aan werkvormen waarbij creativiteit de
motor is
We werken niet voor, maar samen met mensen (individuen en groepen)
De opvoeder-begeleider is zelf het belangrijkste instrument!
*Veranderingsprocessen agogiek: wetenschap die het agogisch
handelen bestudeert en die richtlijnen/aanbevelingen geeft voor het
agogisch handelen
Wat is agogiek?
De leer van het doen veranderen van mensen* in een voor en door hen gewenste
richting.
*individu, groep, organisatie, netwerk, gemeenschap, samenleving
Praktijkgericht orthopedagoog:
Ontwikkelingsprocessen begeleiden
Innovatiemanagement
Onderscheid zien tss. agogiek en agogisch handelen (definities)
Agogiek = de theorie en wetenschap van begeleiden en
ondersteunen
Agogisch handelen = het concrete uitvoeren van die begeleiding
in de praktijk
Psychologen hebben bv een heel andere blik op een situatie als een
orthopedagoog
bv. meisje komt niet naar afspraken psycholoog, moeder geeft info aan de
psycholoog opmerken: op basis van dagelijkse situaties en ervaring kunnen
orthopedagogen een heel ander beeld schetsen dan een psycholoog.
Misschien heeft patiënt wel iets heel anders nodig dan dat psycholoog dacht
visie psycholoog en orthopedagoog vergelijken & samenzitten
Kijken vanuit meerdere brillen
Focus “hoe gedrag proberen verklaren?” liggen anders
1. Veranderen
1
,AGOGIEK
Doen veranderen = begeleiden, aansturen of beleidsmatig mogelijk maken van
veranderingsprocessen bij mensen
Verandering = het verschil tussen een nieuwe en een oude situatie
Begeleiding:
De verandering is al gebeurd
Persoon wordt gesteund/begeleid
Beleidsmatig mogelijk maken:
Stel leefgroep van 12 tot 18 jaar, maar een persoon van 18 is nog niet klaar
dus wordt die nog wat langer bijgehouden en dan langzaamaan begeleid
verder te gaan
(Regels aanpassen naar de grenzen van de persoon, binnen wat
haalbaar/mogelijk is)
Vaak zet het ene iets in gang dat de rest meetrekt
Verschil= vervangen of toevoegen
Vervangen = iets verdwijnt ten gunste van iets nieuws
bv. achterdochtige houding -> vertrouwen en intimiteit
bv. autoritaire stijl van leidinggeven -> democratische stijl
Toevoegen = het oude blijft bestaan, iets nieuws komt erbij
bv: netwerk uitbreiden, nieuwe houding aannemen, mening vormen over een
(voor hem) nieuwe zaak
Uitgangssituatie: negatief of positief
Negatief: verandering is het oplossen van het probleem (bv. iemand heeft
geen geld, help dan voor een manier te zoeken waarop die wel geld kan
krijgen helpen vakantiejob zoeken)
Positief: verandering is een nog betere toestand, nog meer kunnen
Structurele veranderingen hebben meestal meer effect dan incidentele
Structureel: het wezen van de situatie verandert
Incidenteel: oplossing voor één speciaal geval of voor een beperkte tijd
Spontaan, intuïtief, niet doelgericht vs. doelgericht en bewust
Beargumenteren: “Niet veranderen is soms ook veranderen.”
Dit klopt, aangezien dat je onmogelijk niet kunt veranderen. Door te kiezen om
“niet te veranderen”, verander je nog steeds, aangezien de wereld rondom jou
blijft veranderen. Aan sommige veranderingen kun je niet uit. Als jij
bijvoorbeeld elke dag dezelfde bus neemt, en de buslijn verandert plots, dan
moet je een andere bus nemen. Dit is verandering.
2. Van mensen
Individu, groep, organisatie, netwerk, gemeenschap, samenleving
2
, AGOGIEK
Groepen (Mc Knight)
Zijn bouwstenen van een gemeenschap
Kunnen 3 vormen aannemen:
Een lokale groep die ontstaat in een bepaalde straat, buurt…
Een groep die een bepaald doel/functie heeft: gezinssystemen,
netwerkgroepen, actiegroepen…
Een groep van personen die eenzelfde interesse delen: kookclubs,
muziekgroepjes, boekgroepen…
Een netwerk
= een structuur, afgebakend
Relaties tussen verschillende posities of positiebekleders
Binnen een netwerk is het heel duidelijk welke taak je hebt
Is geen groep? Aanwezigheid van netwerkleden in het leven van een
individu (frequentie, duur, betrokkenheid, aantal levensdomeinen) Hoe
vaak zie je elkaar? Hoe vaak kun je elkaar bv. bellen als er iets is? Etc.
Levensdomeinen (heel breed): fysieke gezondheid, onderwijs, sociale
relaties (vriendengroepen), fysieke omgeving (waar woon je?), vrije tijd
(hobby’s)…
Zaken hebben allemaal invloed op de rest
Kunnen veranderen, bijvoorbeeld van onderwijs naar werk
Een gemeenschap (community) (Mc Knight)
Wordt bewust gecreëerd door mensen
Varieert in grootte en omvang
Brengt gemeenschappelijke belangen, waarden, meningen en
verwachtingen samen
Bv. Jeugdbewegingen waren vroeger gekoppeld aan een bepaalde
zuil (katholieke, liberale etc.)
Katholieke jeugdbewegingen heeft/had als doel om katholieke
waarden te verspreiden/over te brengen
Jeugdbeweging nu nog een gemeenschap? moeilijk
Bv. LGBTQ+, politieke partijen, geloofsgemeenschappen
Kent zich 3 krachten toe:
Een probleem te identificeren
Een oplossing te determineren
Een sleutelrol te vervullen bij het implementeren van een oplossing
(In de cursus wordt een organisatie ook besproken, maar moeten we niet
kennen!)
Bvb. Wendy:
zelfmoordpoging
3