● Hoofdstuk 1: Het sociaal contract
o Het probleem van de maatschappelijke orde
o Hobbes over het eigenbelang
o Locke over de natuurrechten
o Rousseau en de wil van het volk
● Hoofdstuk 2: Het politieke subject
o Het ‘prisoner’s dilemma’
o De evolutionaire antropologie van Tomasello
o De mens als gemeenschapswezen
DEEL II: RECHTVAARDIGHEID
● Hoofdstuk 3: Ethiek
o Utilitarisme
o Kantianisme
● Hoofdstuk 4: Distributieve rechtvaardigheid
o Rawls over ‘justice-as-fairness’
o Dworkin en het ‘luck-egalitarianism’
o Het libertarisme
o De ‘capability’-theorie
● Hoofdstuk 5: De grenzen van het distributieve paradigma
o Young over structurele onrechtvaardigheid
o Fraser over ‘parity of participation’
o Democratie en de ‘politics of difference’
DEEL III: DEMOCRATIE
● Hoofdstuk 6: De liberale democratie
o Van descriptieve naar normatieve modellen
o Deliberatieve democratie van Habermas
o Agonistische democratie volgens Mouffe
, o Lefort en de lege plaats van de macht
● Hoofdstuk 7: Representatie
o Het concept representatie
o Onze parlementaire geschiedenis
o Het politieke theater
● Hoofdstuk 8: Totalitarisme, populisme en technocratie
o Arendt over het totalitarisme
o Populisme
o Technocratie
DEEL IV: DE POSTNATIONALE CONSTELLATIE
● Hoofdstuk 9: Nationalisme en multiculturalisme
o Politieke integratie in de moderne samenleving
o Het liberaal nationalisme
o Het politiek liberalisme van Rawls
o Het constitutioneel patriottisme
● Hoofdstuk 10: Globalisering
o Mondiale rechtvaardigheid
o Een kosmopolitische democratie?
o De Europese Unie
DEEL V: KRITISCHE THEORIE
● Hoofdstuk 11: Economie en samenleving
o Het marxisme
o De vroege Frankfurter Schule
o Habermas en de kolonisering van de leefwereld
● Hoofdstuk 12: Macht en identiteit
o Foucault en de genealogie van de macht
o Het postkolonialisme
o Mills over het raciaal contract
, Hoofdstuk 1: Het sociaal contract
1.Het probleem van de maatschappelijke orde
Centrale vraag bij de politieke filosofie is die naar de politieke orde:
- wie oefent macht uit in onze samenleving?
- Welke zijn de regels op basis waarvan we de samenleving moeten inrichten?
- Hoe kunnen we die machtsverdeling en regels rechtvaardigen?
Premoderne samenleving:
Aristotelisch-thomistisch teleologisch wereldbeeld: wereld als schepping van
god waarin ieder een door God bepaalde essentie heeft: samengaan van
descriptieve (wat is) en normatieve ( wat het ‘moet’ doen)
Duidelijke rollenpatronen en taakverdelingen die van geboorte vastligt
Politieke orde als ‘natuurlijke’ orde, ondersteund door een gedeeld religieus
wereldbeeld (dus legitiem)
God staat garant voor de legitimiteit van politieke machtsuitoefening
In middeleeuwen: feodale orde: onderscheid tussen adel en de rest als
onderscheid tss sterken en zwakken als schepping van god.
Veranderingen vanaf zestiende eeuw (rechtvaardiging van politieke orde wordt
ongeloofwaardiger) :
1)Mechanisering van het wereldbeeld:
Opkomst van de moderne, mechanistische wetenschap (zonder
doeloorzaken)(Galileo en Newton)
Onttovering van de wereld (Weber) wereld geen natuurlijke/goddelijke
betekenissen meer en rol van de mens kan dus niet meer uit natuurlijke
werkelijkheid kunnen afgelezen worden
Kloof tss descriptieve en normatieve (is-ought fallacy): uit wat ‘is’ kan nooit
afgeleid worden wat zou ‘moeten’
2)Religieus pluralisme:
Opkomst protestantisme
, Godsdienstoorlogen (dertigjarige en tachtigjarige oorlog)
3)De mens als autonoom individu:
Kloof tss eigenbelang en algemeen belang (niet langer bereid is om zomaar
op te gaan in groter geheel en zich te schikken naar rol die hem of haar bij
geboorte werd toegekend maar nu eigen invulling geven)
In deze nieuwe moderne context wordt de legitimiteit van de politieke orde een
probleem (niet meer gebaseerd op natuurlijke orde of gedeeld geloof/
gemeenschappelijk belang) :
Volgens welke regels moeten mensen met verschillende waarden en visies op
het goede leven samenleven?
Hoe rechtvaardigen we die regels zonder beroep te doen op de natuur en
zonder gedeelde religie?
Drie antwoorden:
1) Thomas Hobbes: eigenbelang
2) John Locke: natuurrechten
3) JJ Rousseau: de wil van het volk
2.Hobbes (1588-1679) over het eigenbelang
Historische context
Zoon Engelse dominee
In dienst van graaf Devonshire
Contacten met oa Galileo en Descartes
Vlucht naar Frankrijk tijdens de Engelse burgeroorlog
Keert terug tijdens protectoraat van Cromwell
Verdediger van de absolute macht van de ‘soeverein’ als enige garantie tegen
chaos en instabiliteit
Verdacht van atheïsme