FEDERALISME EN BEVOEGHEDEN
België is een federale staat Art 1. GW: België is een federale staat, samengesteld uit de
gemeenschappen en gewesten België is een federale staat met 2 dingen? Moeilijk
- Federaal: restbevoegdheden, heeft geleidelijk bevoegdheden afgestaan aan de deelstaten.
- Gemeenschap: toegewezen bevoegdheden omtrent taal en cultuur
o taalgrens: aan de ene kant de ene taal en aan de andere kant de andere taal.
Taalfaciliteiten (Randstad Brussel): uitzondering hier kan je als Franstalige in
Nederlandstalige gemeenten toch Franse bediening vragen.
- Gewesten: toegewezen grondgebonden bevoegdheden
o Vergt oorspronkelik als oplossing voor Brussels plekje in de GM(schappen, want Brussel
behoort tot geen enkele provincie.
Soorten federalisme:
- Asymmetrisch federalisme: de wijze waarop het Noorden v/h land georganiseerd is
verschilt van de wijze waarop het Zuiden v/h land georganisebv. erd is.
o Vlaanderen: Vlaams Parlement + Vlaamse regering oefenen bevoegdheden van het
Vlaams Gewest en GM-schap uit.
o Wallonië: overheving van bevoegdheden omwille van financiële problemen van de
Franse gemeenschap en de erkenning van eigenheid Duitstalige Gemeenschap
- Centrifugaal Federalisme: in tegenstelling tot andere federale landen, groeit België uit
elkaar de rol van de federale staat verkleint en van de deelstaten vergroot.
o Bv. de VS is van confederaal uitgegroeid tot federale staat, het omgekeerde van België
- Legislatief Federalisme: wetten, decreten en ordonnanties hebben juridisch gezien
dezelfde waarden (wet is bv. niet ondergeschikt aan een decreet)
o Bevoegdheidsconflicten & belangenconflicten (straks meer)
BEVOEGDHEDEN FEDERALE OVERHEID:
- Sociale zekerheid en wetten over sociale bescherming: omwille van het
solidariteitsprincipe vallen ze onder de bevoegdheid van de Federale OV bij de zesde
staatshervorming zijn de gezinsbijslagen wel overgeheveld naar de GM-schappen.
- Economisch vlak: op het vlak van overheidsschuld, monetaire beleid, prijs- en
inkomensbeleid en de bescherming van het spaargeld
o Door verdere uitbouw Europese Unie: komen de kern van dit beleid steeds meer op het
Europees Niveau te liggen.
- Bevoegd voor federale overheidsbedrijven (NMBS) en federale wetenschappelijke en
culturele instellingen
- Verantwoordelijk voor internationaalrechtelijke verplichtingen van België: Europese
Unie en NAVO.
- Residuaire bevoegdheden restbevoegdheden die eigenlijk niet uitdrukkelijk zijn
toegekend aan een bepaald bestuursnvieau.
o Art 35 GW de mogelijkheid om dit om te keren en de federale OV enkel die
bevoegdheden uit te laten oefenen die haar uitdrukkelijk zijn toegekend. (maar dan
moeten de bevoegdheden ingeschreven zijn in de GW)
Bevoegdheidsverdeling tussen Federale Overheid en de gewesten / gemeenschappen niet
absoluut afgebakend is ontstaan er tussen de bestuursniveau geschillen over de vraag wie bevoegd
is om een maatschappelijk probleem op te lossen. (legislatief federalisme)
- Bevoegdheidsconflicten: ontststaan tss de fedearle en deelstatelijke entiteiten om ze
te voorkomen verleent de afdeling wetgeving van De Raad van State advies over
voorontwerpen van wet, decreet of ordonnantie
o Stel: ze kunnen het niet voorkomen oplossen in Grondwettelijk Hof
- Belangenconflicten: doet zich voor wnnr een overheid haar bevoegdheid uitoefent
conform de regels, maar daarbij schade veroorzaakt aan een ander overheidsniveau
o Door politiek karakter worden ze niet juridisch opgelost, maar opgelost via
overlegcomité
DE POLITIEK-BESTUURLIJKE INSTELLINGEN VAN DE FEDERALE OVERHEID:
,We behandelen hier de wetgevende en de uitvoerende macht, maar ook enkele instellingen die daarbij
aanleunen. Dat zijn het Rekenhof, Federale Ombudsman (wetgevende macht) en Raad van State en
Grondwettelijk Hof (opdracht wetgeving toetsen op juridische kwaliteit)
DE WETGEVENDE MACHT
Wordt uitgevoerd door het parlement en De Koning: met koning bedoelen we de regering, want die
draagt immers de verantwoordelijkheid voor de handelingen v/d Koning
- De Kamer van Volksvertegenwoordigers: 150 leden die rechtstreeks door de bevolking
in kieskringen verkozen worden: en heeft de volgende bevoegdheden
o Het maken van wetten
o Het goedkeuren van internationale verdragen
o Het controleren van de uitvoerende macht
Interpellatierecht: het recht van een parlementslid om een minister formeel ter
verantwoording te roepen.
Vertrouwensstemming: formele stemming waarbij het parlement beslist of de
regering nog het vertrouwen geniet
o Parlementaire onderzoekscommissies: onderzoeken probleemsituaties i/d SL
- de Senaat: bestaat uit 50 onrechtstreeks verkozen (deelstaatparlementen) en 10
gecoöpteerde. En sinds de 6e staatshervorming is er geen permanente vergadering meer,
maar op bepaalde momenten. De Senaat wordt afgeschaft
o beperkte bevoegdheden: herziening van de Grondwet en van de wetgeving over de
organisatie en werking van de instellingen van de federale staat & de deelstaten.
- Koning (= regering): bevat het intiatiefrecht en het amenderingsrecht en moeten de
wetten bekrachtigen, een minister moet zich dus akkoord verklaren.
o Intiatiefrecht: regering kan een wet voorleggen aan het parlement
o Amenderingsrecht: regering kan voorstellen tot wijziging indiene voor wetten die in
het parlement gemaakt zijn. veel gebruik
DE UITVOERENDE MACHT
De uitvoerende macht berust bij de Koning (regering). De regering bestaat uit ministers en
staatssecretarissen
- Ministers: de Koning benoemd max. 15 ministers, waarvan evenveel Frans als
Nederlandstalige. Ze zijn bevoegd voor een specifiek beleidsterrein (bv. binnenlandse
zoeken, justitie, financiën, etc) en ze beschikken over ambtenaren om hun beleid mee uit
te voeren.
- Staatssecretarissen: worden toegevoegd aan een minister, zij krijgen bepaalde
bevoegdheden (bv. asiel en migratie) en moeten in sommige gevallen de instemming krijgen
v/d minister aan wie ze zijn toegevoegd.
Er zijn binnen de uitvoerende macht 2 belangrijke vergaderingen: de ministerraad en het
kernkabinet
- De ministerraad: bestaat enkel uit ministers, maar in praktijk wonen ook de
staatssecretarissen de vergadering bij hier worden beslissingen genomen volgens de
conesensusproecedure (niemand tegen).
- Kernkabinet: informele vergadering die bestaat uit de eerste minister en vice-
eersteministers: er worden belangrijke politieke knelpunten uitgeklaard ter voorbereiding
van ministerraad
o Eerste minister: Hij is de stuwende kracht v/d regering: stelt de regeringsverklaring
op, is de woordvoerder van de regering ,waakt over de samenhang van de
regeringsploeg , zorgt voor coördinatie v/d werkzaamheden v/d ministers en is de
verbindingspersoon tussen Koning en Regering.
o Vice-eersteminister: officieel niet erkend, maar is belangrijk per politieke partij die
deelneemt aan de regering wordt er een vice-eersteminister aangeduid.
Bevoegdheden
Beheren van een belangrijk ministrieel departement als vakminister
Schakel tussen partij en regering
Ondersteunen van de eerste minister diens opdrachten
o Directie Algemeen Bestuur: bestaat uit de directeurs van de kabinetten van Vice-
eersteministers o de aangelegenheden i.v.m. hun ambt en vormt een overleg ter
voorbereiding van het kernkabinet.
,Bevoegdheden van de uitvoerende macht: toegewezen bevoegdheden: die de wetgever /
grondwetgever heeft toebedeeld aan de uitvoerende macht
- Het uitvoeren van wetten
- Het bepalen van het beleid van een land maar zijn dus ook bevoegd om maatregelen te
nemen die nodig zijn om goed bestuur te garanderen
o Opstellen van begroting
o Sturen buitelands beleid
o Bevel voeren over het leger
o Organiseren van openbare diensten
o Voeren monetair beleid
o Handhaven van openbare orde
o Verlenen van genade aan veroordeelden genaderecht = kwijtschelden van een straf
Rechterlijke macht: onderverdeeld in rechterlijke macht in grondwettelijke zin, administratieve
rechtcolleges en het grondwettelijk hof.
- Rechterlijke macht in grondwettelijke zin: dit zijn de Hoven en Rechtbanken en hebben
te maken met geschillen (bv. als je recht geschonden is, kan je naar Hoven en
Rechtbanken gaan)
o Gaat over subjectief geschil: geschillen die betrekking hebben op subjectieve rechten
(burgerrechten)
- Administratieve rechtcolleges: bevat raad voor vreemdelingenzaken en Raad van State
en handelen over objectieve geschillen: geschillen die betrekking hebben op de
wettigheid v/d beslissingen van de administratieve overheid.
- Grondwettelijke hof: bevat een specifieke samenstelling: 6 ervaren politicus + 6 ervaren
magistraten / hoogleraren nu willen ze een vereiste van diploma rechten.
o Bevoegdheden; geen toetsing aan de bepalingen van de Grondwet, maar controle op:
Bevoegdheidsgeschillen tussen overheden, maar ook geschillen tussen
overheid en burger
Vernietigingsberoep (objectief): kan wetten, decreten en ordonnanties
vernietigen of een stukje verwijderen en bevriezen tot voldoende informatie.
Als ze in strijd zijn met de bevoegdheidsverdeling tss GM, GW, en FEDOV.
(grondwet & bijzondere wetten)
Als ze ingaan tegen een van de mensenrechten die opgenomen zijn in
TITEL II van de grondwet of art. 170, 172 (belastingzaken) en 191
(vreemdelingengelijk)
Prejudiciële vragen: als een rechter die denkt dat een bepl. artikel
ongrondwettelijk is, moet die een vraag stellen want kan niet zomaar daar een
uitspraak over doen (subjectief voor rechter)
ANDERE BIJZONDERE ORGANEN:
Raad van State: bestaat uit 2 afdelingen
- Afdeling wetgeving: adviesorgaan en moet waken over de juridische kwaliteit van
voorontwerpen van wetten, decreten en ordonnanties en uitvoeringsbesluiten met een
reglementair karakter.
- Afdeling bestuursrechtspraak: hoogste administratief rechtcollege in België
o Vernietigingscontentieux: administratieve rechtshandelingen vernietigen / schorsen
in geval van onwettigheid dat zijn beslissingen van overheidsinstanties die niet tot de
wetgevende / rechtelijke macht behoren. Gaat meestal over Koninklijke besluiten (KB) of
Ministeriële besluiten (MB)
o Cassatiebevoegdheid: oordelen over de juiste interpretatie / toepassing van een
rechtsregel. Voorwerp zijn beslissingen van administratieve rechtcolleges
Niet hetzelfde als in beroep gaan veroordeelde in cassatie is nogsteeds
veroordeeld, in beroep kunnen ze vrij gesproken worden naar aanleiding van
beslissing beroepsrechter.
Rekenhof: De leden zijn benoemd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers voor een
vernieuwbaar mandaat van 6 jaar. Ze controleren de ontvangsten en uitgaven van de federale
staat, de gemeenschappen en de gewesten, de openbare instellingen die van de overheden afhangen
en de provincies. Het doet versch soorten controles
- Begrotingsonderzoek
- Controle op wettigheid en regelmatigheid
, - Auditonderzoek naar goede bestediing van overheidsgelden
- Doelmatigheidscontrole gaat na of de uitgaven ook tot resultaten leiden. (is doel
bereikt?)
het heeft beperkte rechtsprekende functies: het bepaalt de mate waarin ambtenaren
verantwoordelijk zijn voor onvangsten en uitgaven als hun kas een tekort vertoont
De Federale Ombudsman: tussenpersoon tussen burgers, administratie en politieke macht. Er
bestaat zowel een Nederlandstalige als Franstalige ombudsman en ze worden benoemd door de KVV
voor een mandaat van 6 jaar. De Ombudsman heeft verschillende opdrachten:
- Hij onderzoekt klachten en vragen van burgers over de werking van de federale
administraties
- Hij onderzoekt de werking van de federale administraties op vraag van de Kamer van
Volksvertegenwoordigers
- Hij legt de federale administraties en ook de Kamer van Volksvertegenwoordigers
aanbevelingen tot verbetering voor
- Hij brengt hierover verslag uit aan het parlement.
- Hij onderzoekt meldingen over integriteitsschendingen binnen de federale administraties.
(klokkenluidersrol, komend uit federaal klokkenluidersregeling)
klachten worden geanalyseerd o.b.v. ombudsnormen: bv. overeenstemming rechtsregels,
gelijkheid, actieve en passieve informatieverstrekking, afdoende motivering, zorgvuldigheid…
DE ADMINISTRATIEVE INSTELLING VAN DE FEDERALE OVERHEID
We maken een onderscheid tussen vijf soorten administratieve instellingen: De federale
Overheidsdiensten (FOD), De Programmatorische overheidsdiensten (POD), De federale
Wetenschappelijke instellingen, De instellingen van Openbaar Nut en de Openbare instellingen van
Sociale zekerheid (OISZ)
- Enkel de begrijpen in het licht van de belangrijkste hervorming:
DE COPERNICUSHERVORMING
Context: hervorming was een van de grote ambities van de paars-groene coalitieregering opdat
België weer kon uitgroeien tot een modelstaat er waren ook versch crisissen: Dioxinecrisis,
Dutroix, Agusta-schandaal
- Gunstige economische situatie: we zaten in een hoogconjunctuur, de OV kreeg veel geld
binnen en er was veel tewerkstelling wat betekent dat er geld voor een hervorming is
- Verkiezingen 1999: Vlaams Blok scoort enorm goed, waardoor politici wakker schieten
Doel: de federale regering wou aanknopen bij het New Public Management dat ondertussen in
versch landen was ingevoerd. Het was een radicaal en integraal veranderingsproject.
- Kern: de burger is er niet om de administratie & de politici te dienen, maar juist omgekeerd
zij moesten in dienste staan van de burger.
- Radicaal: de federale overheid moest opnieuw uitgevonden worden
- Integraal: omdat men veranderingen wilde op versch terreinen (processen, personeel,
organisatiecultuur)
Gevolg: bepaalde managementpraktijken zoals strategisch planning, bestuursovereenkomsten, zijn nu
standaardprocessen binnen de federale overheid.
DE FOD’S EN DE POD’S , WETENSCHAPPELIJKE INSTELLINGEN, OISZ
Door de Copernicushervorming werd er onderscheid gemaakt tussen horizontale en verticale
Federale overheidsdiensten
- Horizontale overheidsdiensten: hebben een transversale en coördinerende bevoegdheid
- Verticale overheidsdiensten: zijn bevoegd voor een specifiek beleidsdomein
(Binnenlandse Zaken, Justitie, …)