Anatomie
De nieren zijn boonvormige, vuistgrote organen dat lumbaal en
retroperitoneaal liggen. Met lumbaal bedoelen we onder de
borstkas, naast de wervelkolom en met retroperitoneaal bedoelt
men dan achter het buikvlies.
De linker nier ligt iets hoger dan de rechter, dit komt door de
lever! De lever is namelijk zo’n groot orgaan waardoor de linker
nier naar beneden gedrukt wordt.
De nier zelf bestaat uit 1 miljoen nefronen, deze nefronen worden op hun beurt
functionele units genoemd. Door massaal te filteren en vervolgens selectief te
reabsorberen kan de nier fijn afstemmen hoeveel water, zouten en andere
stoffen het lichaam behoudt.
1 nefron bestaat uit:
o A: glomerulus: filtereenheid met afferente (bloedvat dat toekomt) + efferente
(bloedvat dat weggaat) arteriole
o B: tubulus: kronkelig buisje met lus
o C: proximale tubulus
o D: lis van henle (dalend en stijgend)
o E: distale tubulus
o F: verzamelbuis (ductus colligens)
o G: ureter
Fysiologie
De nieren spelen een essentiële rol in het behoud van het evenwicht van het lichaam. Ze
zorgen onder andere voor de filtratie van het bloed, de verwijdering van afvalstoffen en
de regeling van de water- en zouthuishouding. De functionele eenheid van de nier is het
nefron, een complexe structuur die uit verschillende delen bestaat en elk een specifieke
taak vervult. In deze samenvatting wordt dieper ingegaan op de verschillende onderdelen
van het nefron, hun bouw en hun functie binnen het proces van urinevorming en de
regulatie van het interne milieu van het lichaam.
Glomerulus
De glomerulus is een netwerk van haarvaten in de nier waar de eerste stap van de
urinevorming plaatsvindt. Door de bloeddruk wordt bloedplasma door een speciale filter
geperst. Hierbij worden water, zouten, aminozuren en
afvalstoffen uit het bloed gefilterd, waardoor voorurine
(filtraat) ontstaat. De filter heeft zeer kleine poriën van
ongeveer 7 nm, waardoor enkel kleine moleculen (kleiner
dan ongeveer 40 kDa) kunnen passeren. Grote eiwitten
1
, blijven normaal in het bloed achter. Daarom bevat gezonde urine slechts een zeer kleine
hoeveelheid eiwit, namelijk minder dan 150 mg per dag.
Proximale tubulus
De proximale tubulus is het eerste deel van de nierbuis waar het grootste deel van de
nuttige stoffen uit de voorurine wordt teruggewonnen. Hier vindt ongeveer 60 tot 80%
van de actieve reabsorptie plaats van stoffen zoals natrium (Na⁺), chloride (Cl⁻), water,
glucose en aminozuren. Deze stoffen worden vanuit de voorurine terug opgenomen in het
bloed, zodat het lichaam geen waardevolle stoffen verliest. Onder normale
omstandigheden wordt alle glucose teruggeresorbeerd, waardoor er geen glucose in de
urine aanwezig is. Wanneer de bloedsuikerspiegel te hoog wordt, zoals bij diabetes
mellitus, kan de nier niet alle glucose terug opnemen en verschijnt er glucose in de urine.
Lis/Lus van Henle
De lis van Henle is het deel van het nefron dat een belangrijke rol speelt bij het
concentreren van de urine. In het dalende deel wordt water (H₂O) terug opgenomen in
het bloed. Hierdoor blijft er minder water in de voorurine achter en wordt de urine steeds
geconcentreerder. In het stijgende deel wordt daarentegen geen water terug opgenomen,
maar wel zouten zoals natrium (Na⁺), kalium (K⁺) en chloride (Cl⁻). Deze reabsorptie helpt
het lichaam om de water- en zouthuishouding in evenwicht te houden.
Distale tubulus en verzamelbuis
De distale tubulus en de verzamelbuis vormen het laatste deel van het nefron en zorgen
voor de fijne regeling van de samenstelling van de urine. Hier worden nog extra zouten
en water terug opgenomen (reabsorptie) in het bloed, afhankelijk van wat het lichaam
nodig heeft. Op die manier helpen deze structuren om de water- en zouthuishouding in
evenwicht te houden en bepalen ze uiteindelijk hoe geconcentreerd of verdund de
definitieve urine wordt.
De belangrijkste functie van de nieren is het constant houden van de
samenstelling van het bloedplasma.
Excretie van wateroplosbare afvalstoffen uit ht bloed, onder andere ureum,
creatinine, urinezuur, bilirubine, …
Reabsorberen van water, elektrolyten om het zuur-base evenwicht te bekomen
Produceren van hormonen
o EPO meer rode bloedcellen
o Renine bloeddrukregulatie (RAAS)
o Calcitriol calciumhuishouding
Nierfunctietesten
Onderzoeken (via bloed- of urineonderzoek) waarmee artsen beoordelen hoe goed
de nieren afvalstoffen uit het bloed filteren en de vocht- en elektrolytenbalans
reguleren.
De glomerulaire filtratiesnelheid (GFR, rate = snelheid)
GFR = de hoeveelheid filtraat (voorurine) die alle glomeruli samen per minuut vormen
(ml/min).
Een verminderde GFR wijst op een verminderde filtratiefunctie!
Hoe ga je dit meten?
2