Cardiologie in de huisartsenpraktijk – Samenvatting
Cardiologie in de huisartsenpraktijk –
Samenvatting
Oct 19, 2026 · @Femke
Compacte, overzichtelijke samenvatting van preventie, diagnostiek en behandeling van
hart- en vaatziekten in de huisartsenpraktijk.
1. Cardiovasculaire preventie en sportscreening
Epidemiologie: het lijkt alsof vrouwen vanaf 85+ ineens meer HVZ hebben dan
mannen. Fabels zeggen dat dit een inhaalbeweging is door verlies van bescherming
met de menopauze, dit is niet waar. Dit komt doordat vrouwen langer leven en er dus
dubbel zoveel vrouwen nog in leven zijn dan mannen.
Cardiovasculaire preventie = een gecoördineerde bundel van maatregelen, op populatie
en op individueel niveau, met als doel het elimineren of verminderen van de impact van
cardiovasculaire aandoeningen op de mortaliteit en morbiditeit.
Cardiovasculaire risicofactoren
Onveranderlijk Beïnvloedbaar
Leeftijd Nicotinegebruik
Mannelijk geslacht (premenopauze) Hypertensie
Familiale anamnese (1e graad verwant <50j) Hyperlipemie
Polymorfisme (vb. ACE-gen) Diabetes
Obesitas
Sedentair bestaan
Persoonskenmerken (type D)
Coagulatie (fibrinogeen, F. VII)
CRP
Homocysteïne, jicht
Page 1 of 58
,Cardiologie in de huisartsenpraktijk – Samenvatting
BMI binnen bepaalde range heeft geen grote impact; vooral gezonde/ongezonde
levensgewoonten spelen een rol.
Preventie
Primaire vs secundaire preventie: secundaire preventie richt zich op
hoogrisicopatiënten die reeds een event doormaakten, dus met meer kans op effect.
Primaire preventie richt zich op bredere, lager-risicogroepen.
Levenslange inzet: atheromatose is een progressief proces, in tegenstelling tot
ingrijpen wanneer iets fout loopt. Kinderen dragen op volwassen leeftijd veranderingen
vanuit de jeugd mee: gebrek aan beweging, overgewicht, slaaptekort, …
Primordiale preventie
Individuele benadering vs populatieniveau: gerichte farmacotherapie voor
hypertensie, hyperlipemie, actieve rookstopbegeleiding. Kosten-effectiviteit van elke
benadering blijft belangrijk.
SCORE-kaart (SCORE2 en SCORE2-OP)
Systematic Coronary Risk Evaluation versie 2 en voor oudere personen (OP). Risicokaart
gebaseerd op data van een groot aantal studies (>250.000 Europese patiënten, 7000
fatale cardiovasculaire events).
Voorspelt het risico op het ontwikkelen van een fataal en niet-fataal atherosclerotisch
event (AMI, CVA, perifeer vaatlijden) op 10 jaar.
Integratie van risicofactoren: geslacht, leeftijd, rookgedrag, systolische bloeddruk, non-
HDL-cholesterol.
Leefstijlmaatregelen
Rookstop
Stoppen van elke vorm van roken (ook passief roken); zo nodig begeleiding voorzien,
rookstopconsulent inschakelen, meerdere begeleidingsmethodes.
Zo nodig farmaca: nicotinesubstitutie bij fysieke verslaving (vb. Nicorette®, Niquitin®
kauwgom/zuigtabletten); farmaca die nicotine-afkeer induceren (vb. varenicline,
Champix®).
Elektronische sigaret: ???
Lichaamsbeweging
5u lichaamsbeweging per week, minstens matige belasting (wandelen, lopen, fietsen,
zwemmen → dynamische activiteit).
Page 2 of 58
,Cardiologie in de huisartsenpraktijk – Samenvatting
Bij voorkeur dagelijks minstens 30 min.
Dieetmaatregelen
Gezonde voeding nastreven; beperking van verzadigde vetzuren en koolhydraten.
Bij voorkeur dagelijks 500 g groenten en/of fruit; zoutbeperking.
Beperking alcoholgebruik (<100 g/week); mijden van gesuikerde dranken.
Vermagering bij overgewicht (BMI >28) en obesitas (BMI >30) → nastreven BMI <25.
Hypertensie als risicofactor
Majeure cardiovasculaire risicofactor; interindividuele variatie met een Gauss-curve.
Bloeddruk loopt op met leeftijd en varieert naargelang etnische origine (Europa 20-
30% en Zwarte Afrikanen 40-45% vertonen hypertensie).
Regelmatige bloeddrukmeting op volwassen leeftijd is wenselijk (om de 5j indien
normaal).
Continue positieve relatie tussen oplopen van de druk en CV-ziekte (ASCVD).
Oorzaken en aanpak: zie hoofdstuk Arteriële hypertensie.
Diabetes
DM met cardiovasculaire aantasting → zeer hoog risico; DM zonder cardiovasculaire
aantasting → hoog risico.
Type 1: insuline.
Type 2: dieet, vermagering, beweging; metformine; GLP1-agonist (gewichtsreductie,
CV-eventreductie); SGLT2-inhibitor (vnl. bij hartfalen).
Hyperlipidemie
Een verhoogd totaal cholesterol of verhoogd LDL zijn belangrijke risicofactoren voor
cardiovasculaire schade.
Een laag HDL en verhoogde triglyceriden zijn onafhankelijke risicofactoren.
Statines hebben een gunstig effect op door atheromatose gemedieerde
cardiovasculaire events en prognose.
Antiplaatjesmiddelen
Primaire preventie (zonder CV-aantasting): geen overtuigende evidentie, ook niet bij
DM; gaat ten koste van meer bloedingen.
Page 3 of 58
, Cardiologie in de huisartsenpraktijk – Samenvatting
Secundaire preventie: na ACS (NSTEMI of STEMI) 1 jaar DAPT (salicylaat + ticagrelor,
prasugrel of clopidogrel), gevolgd door levenslang salicylaat. Na TIA/CVA: salicylaat of
alternatief clopidogrel.
Screening
Op verzoek van de patiënt (hulpvraag).
Mannen >40j, vrouwen >50j of postmenopauzaal.
Aanwezigheid van een duidelijke risicofactor: roken, obesitas, diabetes mellitus,
hyperlipemie, hypertensie.
Familiale anamnese van prematuur optreden van CV-events of belangrijke
risicofactoren (vb. familiale hyperlipemie, FH).
Optreden van een cardiovasculair event (ACS, TIA, …).
Sportscreening
Relatief risico op plotse dood 2,7x hoger tijdens sport, maar het absolute risico is laag:
1/50.000 mensen of 0,5-2/100.000 atleten-jaren.
Cost-benefit twijfelachtig bij screening.
De onderliggende aandoening is de oorzaak, sport is de trigger.
Basisprincipes sportmedisch onderzoek: anamnese, familiale anamnese, inschatten
cardiovasculair risicoprofiel, cardiovasculair klinisch onderzoek; ECG?
2. Arteriële hypertensie
Bloeddrukmeting
⚠️ De meerderheid van de elektronische toestellen is niet gevalideerd bij patiënten
met VKF.
Meting in zittende houding, na 5 min rust en met de arm ondersteund op hartniveau.
Bij voorkeur 3x meten, gespreid over 5 min. Bij een eerste meting steeds bilateraal
meten (R + L). Orthostatisme nagaan.
Mijden van isometrische inspanning (druk verhoogt).
Auscultatoire meting van PS en PD met klok of membraan (zachte, egale druk, contact
met kledij mijden). Druk laten zakken met 2-3 mmHg/s of per hartslag.
P(s) meten bij verschijnen van de Korotkov-tonen.
P(d) meten in fase 5 (= verdwijnen van de tonen), lager dan fase 4 (behalve bij
kinderen, zwangere vrouwen, anemie of bejaarde patiënten).
Page 4 of 58
Cardiologie in de huisartsenpraktijk –
Samenvatting
Oct 19, 2026 · @Femke
Compacte, overzichtelijke samenvatting van preventie, diagnostiek en behandeling van
hart- en vaatziekten in de huisartsenpraktijk.
1. Cardiovasculaire preventie en sportscreening
Epidemiologie: het lijkt alsof vrouwen vanaf 85+ ineens meer HVZ hebben dan
mannen. Fabels zeggen dat dit een inhaalbeweging is door verlies van bescherming
met de menopauze, dit is niet waar. Dit komt doordat vrouwen langer leven en er dus
dubbel zoveel vrouwen nog in leven zijn dan mannen.
Cardiovasculaire preventie = een gecoördineerde bundel van maatregelen, op populatie
en op individueel niveau, met als doel het elimineren of verminderen van de impact van
cardiovasculaire aandoeningen op de mortaliteit en morbiditeit.
Cardiovasculaire risicofactoren
Onveranderlijk Beïnvloedbaar
Leeftijd Nicotinegebruik
Mannelijk geslacht (premenopauze) Hypertensie
Familiale anamnese (1e graad verwant <50j) Hyperlipemie
Polymorfisme (vb. ACE-gen) Diabetes
Obesitas
Sedentair bestaan
Persoonskenmerken (type D)
Coagulatie (fibrinogeen, F. VII)
CRP
Homocysteïne, jicht
Page 1 of 58
,Cardiologie in de huisartsenpraktijk – Samenvatting
BMI binnen bepaalde range heeft geen grote impact; vooral gezonde/ongezonde
levensgewoonten spelen een rol.
Preventie
Primaire vs secundaire preventie: secundaire preventie richt zich op
hoogrisicopatiënten die reeds een event doormaakten, dus met meer kans op effect.
Primaire preventie richt zich op bredere, lager-risicogroepen.
Levenslange inzet: atheromatose is een progressief proces, in tegenstelling tot
ingrijpen wanneer iets fout loopt. Kinderen dragen op volwassen leeftijd veranderingen
vanuit de jeugd mee: gebrek aan beweging, overgewicht, slaaptekort, …
Primordiale preventie
Individuele benadering vs populatieniveau: gerichte farmacotherapie voor
hypertensie, hyperlipemie, actieve rookstopbegeleiding. Kosten-effectiviteit van elke
benadering blijft belangrijk.
SCORE-kaart (SCORE2 en SCORE2-OP)
Systematic Coronary Risk Evaluation versie 2 en voor oudere personen (OP). Risicokaart
gebaseerd op data van een groot aantal studies (>250.000 Europese patiënten, 7000
fatale cardiovasculaire events).
Voorspelt het risico op het ontwikkelen van een fataal en niet-fataal atherosclerotisch
event (AMI, CVA, perifeer vaatlijden) op 10 jaar.
Integratie van risicofactoren: geslacht, leeftijd, rookgedrag, systolische bloeddruk, non-
HDL-cholesterol.
Leefstijlmaatregelen
Rookstop
Stoppen van elke vorm van roken (ook passief roken); zo nodig begeleiding voorzien,
rookstopconsulent inschakelen, meerdere begeleidingsmethodes.
Zo nodig farmaca: nicotinesubstitutie bij fysieke verslaving (vb. Nicorette®, Niquitin®
kauwgom/zuigtabletten); farmaca die nicotine-afkeer induceren (vb. varenicline,
Champix®).
Elektronische sigaret: ???
Lichaamsbeweging
5u lichaamsbeweging per week, minstens matige belasting (wandelen, lopen, fietsen,
zwemmen → dynamische activiteit).
Page 2 of 58
,Cardiologie in de huisartsenpraktijk – Samenvatting
Bij voorkeur dagelijks minstens 30 min.
Dieetmaatregelen
Gezonde voeding nastreven; beperking van verzadigde vetzuren en koolhydraten.
Bij voorkeur dagelijks 500 g groenten en/of fruit; zoutbeperking.
Beperking alcoholgebruik (<100 g/week); mijden van gesuikerde dranken.
Vermagering bij overgewicht (BMI >28) en obesitas (BMI >30) → nastreven BMI <25.
Hypertensie als risicofactor
Majeure cardiovasculaire risicofactor; interindividuele variatie met een Gauss-curve.
Bloeddruk loopt op met leeftijd en varieert naargelang etnische origine (Europa 20-
30% en Zwarte Afrikanen 40-45% vertonen hypertensie).
Regelmatige bloeddrukmeting op volwassen leeftijd is wenselijk (om de 5j indien
normaal).
Continue positieve relatie tussen oplopen van de druk en CV-ziekte (ASCVD).
Oorzaken en aanpak: zie hoofdstuk Arteriële hypertensie.
Diabetes
DM met cardiovasculaire aantasting → zeer hoog risico; DM zonder cardiovasculaire
aantasting → hoog risico.
Type 1: insuline.
Type 2: dieet, vermagering, beweging; metformine; GLP1-agonist (gewichtsreductie,
CV-eventreductie); SGLT2-inhibitor (vnl. bij hartfalen).
Hyperlipidemie
Een verhoogd totaal cholesterol of verhoogd LDL zijn belangrijke risicofactoren voor
cardiovasculaire schade.
Een laag HDL en verhoogde triglyceriden zijn onafhankelijke risicofactoren.
Statines hebben een gunstig effect op door atheromatose gemedieerde
cardiovasculaire events en prognose.
Antiplaatjesmiddelen
Primaire preventie (zonder CV-aantasting): geen overtuigende evidentie, ook niet bij
DM; gaat ten koste van meer bloedingen.
Page 3 of 58
, Cardiologie in de huisartsenpraktijk – Samenvatting
Secundaire preventie: na ACS (NSTEMI of STEMI) 1 jaar DAPT (salicylaat + ticagrelor,
prasugrel of clopidogrel), gevolgd door levenslang salicylaat. Na TIA/CVA: salicylaat of
alternatief clopidogrel.
Screening
Op verzoek van de patiënt (hulpvraag).
Mannen >40j, vrouwen >50j of postmenopauzaal.
Aanwezigheid van een duidelijke risicofactor: roken, obesitas, diabetes mellitus,
hyperlipemie, hypertensie.
Familiale anamnese van prematuur optreden van CV-events of belangrijke
risicofactoren (vb. familiale hyperlipemie, FH).
Optreden van een cardiovasculair event (ACS, TIA, …).
Sportscreening
Relatief risico op plotse dood 2,7x hoger tijdens sport, maar het absolute risico is laag:
1/50.000 mensen of 0,5-2/100.000 atleten-jaren.
Cost-benefit twijfelachtig bij screening.
De onderliggende aandoening is de oorzaak, sport is de trigger.
Basisprincipes sportmedisch onderzoek: anamnese, familiale anamnese, inschatten
cardiovasculair risicoprofiel, cardiovasculair klinisch onderzoek; ECG?
2. Arteriële hypertensie
Bloeddrukmeting
⚠️ De meerderheid van de elektronische toestellen is niet gevalideerd bij patiënten
met VKF.
Meting in zittende houding, na 5 min rust en met de arm ondersteund op hartniveau.
Bij voorkeur 3x meten, gespreid over 5 min. Bij een eerste meting steeds bilateraal
meten (R + L). Orthostatisme nagaan.
Mijden van isometrische inspanning (druk verhoogt).
Auscultatoire meting van PS en PD met klok of membraan (zachte, egale druk, contact
met kledij mijden). Druk laten zakken met 2-3 mmHg/s of per hartslag.
P(s) meten bij verschijnen van de Korotkov-tonen.
P(d) meten in fase 5 (= verdwijnen van de tonen), lager dan fase 4 (behalve bij
kinderen, zwangere vrouwen, anemie of bejaarde patiënten).
Page 4 of 58