Lever, gal en pancreas
1 Algemene fysiologie
1.1 Anatomie
Lever
• 2 delen: linker leverlob en rechter leverlob
gescheiden door kapsel met ligamentum
teres (restant van navelstreng) (geel)
• Groen = galweg → L en R en komen samen in
ductus choledochus (common bile duct)
• Galblaas = zakvormig orgaan dat gal
opvangt van lever en dient als reservoir
• Galzouten in gal: belangrijk in vorming
micellen
• Galblaas contraheert bij eten → opgestapelde sappen gaan naar ductus choledochus die
doorheen kop van pancreas passeert en vervoegt ductus pancreaticus om uit te monden
in duodenum thv ampulla van vater
o Thv papil kleine sphincter = sphincter van Oddi
• Pacreas: pancreas kop, pancreas lichaam en pancreas start
Portale circulatie
• Lever heeft dubbele bloedsupply:
o A. hepatica: zuurstofrijk bloed naar lever
o V. porta: zuurstofarm bloed, maar voedingstoffenrijk
o 1/4e van hartdebiet gaat naar lever
• Leverhilus = toegangspoort van de lever – waar bloed en
bezenuwing lever binnentreedt
• Vena porta
o = vene zonder klepjes (valveless)
o Bloed rijk aan toxische materialen opgenomen uit
GI stelsel
o Vena lienalis (van de milt): RBCs die stuk zijn
komen ook in portaal bloed
o Insuline en glucagon van pancreas
• Veneus bloed reist doorheen lever naar hepatische venen om uit te monden in VCI (vena
cava inferior)
1/16
,3e Ba BMW Fysiopathologie en ziekteleer Merel De Ridder
Lever lobulus
• 100 000 lever lobuli
• Cilindrische zeshoekige functionele units
o In elke hoek een tak van a. hepatica, v.
porta en galweg
o Centraal: centrale vene die uiteindelijk
uitmonden in hepatische venen en
uiteindelijk in vena cava
• Hepatocyten en kupffercellen
o Kuppfercellen: macrofagen die
fagocytose doen van toxische zaken
o Hepatocyten/levercellen georiënteerd als
spaken van een wiel
• Functionele eenheden goed georganiseerd
o Bloed v. porta → sinussoiden doorheen hepatocyten → centrale vene
o Hepatocyten produceren aan andere kant gal: komt via galkanaal in bile duct
terecht
o Stroom van gal is omgekeerd aan stroom van bloed
o Sinusoiden = dunwandige capillairen die hepatocyten van elkaar scheiden
o Hepatocyten: metaboliseren voedingsstoffen, detoxifying, galproductie
o Kupffercellen: opruimen oude bloedcellen, bloedcelresten, bacteriën en
schadelijke stoffen
1.2 Functie van de lever
1.2.1 Filtratie en opslag van bloed
• Filtratie van bloed dat uit a. hepatica en v. porta komt
• High flow van bloed dat binnenkomt
• Druk in lever is heel laag
• Stapeling van bloed: ca. 450mL met een max van 1L
1.2.2 Metabolisme en detoxificatie
1. Opname, processen en verdelen van voedingsstoffen
o Proteïnen, carbohydraten en vetten (in veel mindere maten)
o Vetten worden meestal opgenomen via lymfesysteem in darmen
2. Interconversie van proteïnen, vetten en carbohydraten
Carbohydraten
• Glucose via lever opgenomen en omgezet in glycogeen dankzij insuline –
glucoseoverschotten opgeslagen als vet in vetweefsel
• Als glucose nodig is, wordt glycogeen afgebroken in glucose o.i.v. glucagon
• Via gluconeogenesis: glucose aanmaken uit AZ en vetzuren
2/16
, 3e Ba BMW Fysiopathologie en ziekteleer Merel De Ridder
Vetmetabolisme
• triglyceriden, fosfolipiden en cholesterol
• Triglyceriden: belangrijke bron van energie bij verhoogde energievraag
• Cholesterol en fosfolipiden: gemaakt of opgenomen met als doel synthese
celmembraan en steroïde hormonen
Verwerkingsmechanisme van vet door lever:
• Lever neemt vrije vetzuren op vanuit bloedstroom (afkomstig van vetweefsel of van
voeding via chylomicronen)
• Lever converteert excess carbohydraten en proteïnen in nieuwe vetzuren
• Bèta-oxidatie: proces in lever dat vetzuren omzetten in energie
o Glucose = voornaamste energiebron – bij tekort aan glucose gaat lichaam op
zoek naar andere energiebronnen (vooral vetten)
o Hierbij afvalproducten in bloed: ketonen
• Export: lever verpakt excess vetzuren in VLDL partikels en secreteert deze in bloedbaan
om energie te bezorgen aan rest van het lichaam
Producten gevormd uit lipiden:
• Triglyceriden: van vetzuren en glycerol → opslag
• ATP en keton bodies: van vetzuren en glycerol → energie
• Cholesterol → hormonen en vit D
Proteïnen
• Lever verwerkt excess van opgenomen AZ in:
o Ammoniak (NH3) via deaminatie – ammoniak wordt omgezet door lever in ureum
en uiteindelijk in urinezuur wat kan worden uitgeplast
o Glutamaat, glutamine en aspartaat
• Synthese van AZ
o Transaminatie = transfer van aminogroep NH2 door aminotransferase
o Essentiële AZ kunnen niet door lever geproduceerd worden en moeten dus via
voeding opgenomen worden
• Productie van coagulatieproteïnen, transportproteïnen (bv. albumine), koper- en
ijzerbindende proteïnen, protease-inhiberende proteïnen, fibrinogeen
Detoxificatie
• Xenobiotisch metabolisme = detoxificatie van toxische componenten
• = chemisch proces dat veranderingen aanbrengt aan toxische substanties zodat ze
minder/niet meer toxisch zijn en zodat toxische substanties verwijderd kunnen worden
uit het lichaam
• Detoxificatie door Kuppfercellen: macrofagen van lever
o Fase 1: deaminatie d.m.v. cytochroom P450
o Fase 2: omvorming naar minder toxisch en wateroplosbare vorm door
transferases
3/16