• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 106 pagina's
Samenvatting

Volledige samenvatting Microbiologie | Hogeschool Gent | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 106 pagina's

Deze samenvatting van microbiologie is heel uitgebreid en alle hoofdstukken kom aan bod, behalve het eerste omdat ik dit al in het middelbaar had gezien. Al de rest komt er tot in de details in, als je deze samenvatting leert ben je zeker klaar voor het examen. Ik heb alleen deze samenvatting als voorbereiding gebruikt en ik had heel goede punten. Hoofdstukken die besproken worden zijn: inleiding, celbouw, morfologie, virussen, microbiële groei, metabolisme, nutriëntencycli en symbioses, taxonomie, industriële microbiologie

Voorbeeld van de inhoud

Microbiologie
H2: celbouw van het M.O.
Prokaryotische vs eukaryotische M.O.

- Celdifferentiatie → cellen die zich tot verschillende soorten met elk een andere functie
ontwikkelen
- M.O. → meestal 1-cellig, indien meercellig weinig differentiatie
- Virussen, prionen en viroïden: geen cellulaire bouw!



MICROBIËLE WERELD:




(Bacteria (bacteriën van nu) VS Archaea (oerbacteriën)
→ + rRNA verschilt, + celmembraansamenstelling


NIET-MICROBIËLE WERELD
➢ Plant, dier → opgebouwd uit eukaryote cellen (behoren tot eukarya)




- Genotype = totaal aan erfelijke eig. dat is vastgelegd in DNA
➔ de volledige beschrijving van de genetische info van een cel
➔ genotype bepaald fenotype
- Fenotype = totaal aan uiterlijke kenmerken van M.O. zoals kleur, vorm, beweeglijkheid,…

,Eukaryote microbiële cel Prokaryote microbiële cel


Ingedeeld in 5 domeinen Ingedeeld in 2 domeinen
Groter Kleiner
Complexe interne structuren Primitieve interne structuren
Cellen MET kern Cellen ZONDER kern
Kern: (Kern):
- Omringd door kernmembraan + kernporiën - Geen kern / kernmembraan

- Drager genetische info - Wel genetisch materiaal: naakt DNA
= genoom bestaande uit genen (DNA) die (niet gebonden aan histonen - vrij in cytopl.)
georganiseerd zijn in chromosomen
- 1 kopij van elk gen
- 1 of meerdere (vb. bij schimmels) nucleoli = genetisch haploïd (meiose niet mogelijk)
= genetisch materiaal bestaat slechts uit
- Meerdere lineaire chromosomen (DNA) 1 chromosoom (bacterieel chromosoom)
gebonden met histonen (=eiwitten)
- 1 cirkelvormig chromosoom (= nucleoid)
- 2 kopijen van ieder gen (2n)
= genetisch diploïd - Extrachromosomaal DNA = plasmide(n)
= zowel mitose (kerndeling, aseksuele) als →niet essentieel, maar kan genen bevatten
meiose (reductiedeling, seksuele) met selectief voordeel
voortplanting mogelijk vb. antibioticaresistentie

Cytoplasma: Cytoplasma:
- Aanwezigheid membraanomhulde - Bevat geen organellen met membraan rond
structuren = celorganellen met bep. functie - Geen mitochondriën
(prokaryoten) - Geen endoplasmatisch reticulum
- Mitochondria (energievoorziening)


DNA (desoxyribonucleïnezuur)

- Ketenvormige molecule opgebouwd uit nucleotiden (= bouwsteen van DNA)
- Nucleotiden aan elkaar gebonden tot polynucleotiden
- Samenstelling nucleotiden:
➢ Een fosfaatgroep (PO43-)
➢ Een C5-suiker: deoxyribose bij DNA, ribose bij RNA
➢ Een base of heterocyclische N-verbinding
→2 verschillende types basen:
1. Purine derivaten: adenine (A) en guanine (G)
2. Pyrimidine derivaten: thymine (T), cytosine (C) en uracil (U)
→telkens 3 naast elkaar gelegen nucleotiden = triplet of codon

, - Beide ketens zijn complementair zodat ze in elkaar passen
- Wenteltrap
➢ 2 lengte-assen → deoxyribose en fosfaatgroep
➢ Treden loodrecht op 2 lengte-assen → basen
➢ Dubbelehelixstructuur

- Basen via waterstofbruggen met elkaar verbonden volgens principe van basenparing:
➢ Adenine en thymine: 2 H-bruggen gebonden
➢ Cytosine en guanine= 3 H-bruggen gebonden




Cytoplasma

- Bevat inhoud cel – kern(materiaal) → cytoplasma + kern = protoplasma
- Omsloten door celmembraan = cytoplasmatisch membraan
- Bevat een colloïdale substantie: water, allerlei stoffen en subcellulaire deeltjes

- Subcellulaire deeltjes en structuren:
1) Mitochondriën
• In cytoplasma van eukaryotische microbiële cellen
• Omgeven door dubbel membraan (outer en inner membraan)
• Binnenste membraan sterk geplooid = cristae
• Functie: energieproductie via ademhaling en oxidatieve fosforylatie
(= oxidatie van organische stoffen ter vorming van ATP)
• Bij prokaryote M.O. (bacteriën) geen mitochondriën
→energieproductie ter hoogte van cytoplasmatisch membraan



2) Chloroplasten, chromatoforen en chromoplasten
• Celorganellen waarin de fotosynthese plaatsgrijpt
→biochemisch proces waarbij planten, meeste algen en sommige
bacteriën licht als energiebron gebruiken om CO2 en H2O om te zetten in
glucose

• Chloroplasten: bij wieren en planten (eukaryoten)
→bevatten chlorofyl, complexe structuur
• Chromoplasten: bij cyanobacteriën, eenvoudigere structuur
• Chromatoforen: bij fotosynthetische bacteriën
→bevatten bacteriochlorofyl, eenvoudigere structuur



3) Endoplasmatisch reticulum/ER
• Complexe membraanachtige structuur
• Kanalensysteem in cytoplasma met verbinding celmembraan-
cytoplasma-kern
• Glad en rub ER: zonder en met aanhechtribosomen

, • Functie: transport in de cel en productie van eiwitten en vetten:
➢ Glad ER: lipidensynthese
➢ Ruw ER: synthese proteïnen en nieuw membraanmateriaal
+ transport ervan naar kern voor celdeling
• Afwezig bij prokaryotische cel (bacterie)

4) Ribosomen
• Vrij in cytoplasma of gebonden aan ER
• In grote aantallen aanwezig in actieve cellen
• Functie: eiwitsynthese

• Bestaan uit 2 subeenheden, beiden rijk aan rRNA en eiwitten:
ribonucleoproteïnecomplexen




• Op basis van grootte en sedimentatiesnelheid → 2 types:
➢ 70S-ribosomen → prokaryotische M.O. (bacteriën)
➢ 80S-ribosomen → eukaryotische M.O.
• Bacterieel ribosomen zijn kleiner dan eukaryotische ribosomen
• Hoe sneller de cellen groeien, hoe meer ribosomen


Eiwitsynthese
1) Replicatie = duplicaat van de originele molecule




2) Transcriptie = omzetten van DNA naar (m)RNA
➢ vrije nucleotiden hechten zich aan de complementair nucleotide v/d DNA streng
waardoor mRNA ontstaat




3) Translatie = mRNA omzetten naar AZ
➢ Gebeurd aan opp ribosomen waar de codons w gelezen en t-RNA
het (complementair) anticodon brengt zodat een polypeptideketen
w gevormd

Documentinformatie

Geüpload op
18 oktober 2026
Aantal pagina's
106
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€17,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
9
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen