STATISTIEK
EXAMEN
Openboek examen – oefeningen
Pwp alle leerstof – syllabus = ter ondersteuning
HOOFDSTUK 1: GEGEVENS VERWERKEN
1. GEGEVENS VERZAMELEN
DOEL VAN STATISTIEK?
Op basis van beperkte data (steekproef) voorspellingen maken over populatie
Statistische gevolgtrekking
Nemen van beslissingen
Enige onzekerheid: nooit 100% zeker!
4 stappen in het proces
1. Beschrijvende statistiek - verzamelende gegevens/ dataset transformeren naar statistische
kerngetallen (%)
2. Kansrekening
3. Verklarende statistiek
4. (Hypothesetesten)
In essentie: massa aan data verzamelen, organiseren (Excel) & comprimeren in “statistische
getallen”
Vervolgens: getallen interpreteren & verklaren en gebruiken ter ondersteuning van hypothesen
CONCEPTEN
Populatie – specifiek omschrijven
Verzameling van alle te bestuderen objecten in onderzoek – doelgroep
Alle inwoners van België, woonhuizen/appartementen in Vlaanderen, studenten logopedie
HOGent,..
Steekproef
Deelverzameling van populatie – aantal elementen = omvang n (= steekproef grootte)
Selectie van 1500 Belgen, studie van 300 appartementen in Vlaanderen
Moet het spiegelbeeld/ representatie zijn van de populatie
Variabelen
Kenmerken die onderzocht worden, op basis van doel van onderzoek en onderzoeksvraag
Dataset = alle metingen van variabelen
1
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1
, OLOD praktijkgericht onderzoek – statistiek
Lengte, geboortegewicht, prijs, …
Verwerking van alle gegevens in datamatrix – Excel tabel
Kolommen met informatie die gegevens worden – variabelen
GEGEVENS VERZAMELEN
3 METHODEN:
Enquête – sociale, politieke & psychologische wetenschappen
Welzijnsenquête/ vragenlijst op werkvloer
Opiniepeiling tijdens verkiezingsjaar
Observatie
Variabelen meten en de metingen oppakken in functie van de tijd – monitoringen
Passief leren - ondergaan
Jane Goodall: ook apen gebruiken gecoördineerd (dodelijk) geweld
Econometrie: evolutie van vastgoedprijzen in functie van de tijd/ jaar
Quality Assurance: efficiëntie van machines & personeel
Experiment
Invloed van Rilatine op concentratievermogen = onderzoeksvraag onvolledig
Van wie?, leeftijd?, soort meting?, geslacht?,… = variabelen
Op basis van combinaties van variabelen = experimentieel plan maken
Conditie A: geen Rilatine
Conditie B: wel Rilatine
Verschil observatie – experiment
Experiment = experimentieel plan maken – actief leren
Observatie = passief leren – ondergaan – geen plan maken
2
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1
, OLOD praktijkgericht onderzoek – statistiek
1. ONDERZOEK OPERATIONEEL DEFINIËREN
Wie/wat onderzoeken we?!
Belangrijk voor reproduceerbaarheid = resultaten moeten constant blijven = is niet in realiteit
Omgevingsfactoren geven invloed op resultaten
Experimenten moeten kunnen worden herhaald
2. STEEKPROEFKADER - CRITERIA
Administratieve weergave van populatie – variabelen
Concreet: lijst van personen, bedrijven, panden, … waaruit steekproef wordt gehaald
Moet populatie zo goed mogelijk weerspiegelen!!
Berekeningen om steekproef grootte te bepalen
Klein = onbetrouwbaar
Grote = veel administratie
Wat als… steekproefkader onvolledig/slecht gedefinieerd is?
OPTIMAAL:
3. ASELECTE STEEKPROEF
Alle elementen in populatie moeten gelijke kans/ balans hebben om in steekproef te
komen
Randomisatie/ willekeurigheid van elementen in populatie
“Bias” – onzuiverheden: bepaalde elementen hebben meer kans – bv. verhouding tussen
man-vrouw niet gelijk
Voorbeeld: onderzoek naar racisme op werkvloer: 2 onderzoeken
Willekeurig mensen uit willekeurige bedrijven selecteren op basis van resp.
rijksregisternummer en BTW-nummer
Mensen selecteren uit (oude) ledenlijsten van Vlaams Blok = selectief - Bias
3
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1
, OLOD praktijkgericht onderzoek – statistiek
4. BETROUWBAARHEID
Bij herhaling van steekproeftrekking globaal zelfde resultaten
1. Voorbeeld van weegschaal! – er zijn altijd kleine variaties = kunnen we meten
2. Weliswaar variabiliteit in uitkomsten
3. Sterk afhankelijk van omvang!
1. Kleine steekproef = onbetrouwbaar
1. Bv. bij toeval 3 duurste villa’s geselecteerd voor vastgoedonderzoek
2. Te grote steekproef: ook problematisch
1. Bv. onderzoek duurt te lang, populatie “evolueert”
VARIABELEN
Kenmerken of karakteristieken die bij populatie-elementen wordt onderzocht
Type + schaal
TYPE - KWALITATIEVE VARIABELEN
1. Geen numerieke waarden
1. Eigenschappen, aanduidingen, namen
2. Bv. kleur, merk, gebouwtype, …
TYPE - KWANTITATIEVE VARIABELEN
2. Numerieke waarden
1. Bv. aantallen, gewicht, prijzen, rijksregisternummer, …
DISCRETE VARIABELEN CONTINUE VARIABELEN
3. (On)eindig aftelbaar aantal 5. Waardenbereik in interval of
verschillende uitkomsten willekeurig in ℝ
4. Veelal: gehele aantallen 6. “Kommagetallen”
1. Aantal ogen op een dobbelsteen 1. Tijd
2. Aantal auto’s per gezin 2. Afstand
3. Gewicht
SCHALEN
NOMINALE SCHAAL – NAMEN
7. Meet kwalitatieve kenmerken & eigenschappen die geen logische ordening kennen
1. Bv. kleur, merknaam, gebouwtypologie
8. Eventueel wel codenummers, rijksregisternummer = namen weergegeven door een cijfer
9. GEEN rekenkundige bewerkingen!
ORDINALE SCHAAL
10. Gegevens in logische volgorde/rang Heel ontevreden – 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 – 6 – 7 – Heel tevred
1. Bv. FIFA-ranking, Michelinsterren, Likert-schaal (nummerieke variabele op ordinale
schaal)
2. Bv. lengte = klein > groot, tijdstip 1, 2, 3, leeftijdscategorie,..
4
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1