ONTWIKKELINGSDOMEINEN EN -VERLOOP
PSYCHOMOTORISCHE ONTWIKKELING
EXAMEN:
- Ontwikkelingen uitleggen + motorische linken
- Verbanden geven
- Uitleggen hoe baby zich ontwikkelt
- Wetten + ruimtes!
1 PSYCHOMOTORIEK:
- Motoriek: functioneren bewegingsapparaat, uitvoeren van bewegingen
- Psyche: geestelijke inbreng
a) cognitief aspect: info verwerking, plan
b) affectief-dynamisch aspect: emoties die onze motoriek kleuren, menselijk maken, karakter,
persoonlijkheid
à Gaat effect hebben op motoriek
à Gaat zorgen voor de output
=> Psychomotoriek is motorisch gedrag waarbij emotionele of cognitieve componenten de beweging mee vormen en
betekenis geven + belang van de context/ stimulerende omgeving
Bv. dansen = input Bv. jeugdbeweging
• Motoriek = bewegingen Input = “spring over de gracht”
• Affectief-dynamisch = stress/ plezier • Motoriek = springen, snelheid
• Cognitie = dans onthouden, concentratie • Cognitie = concentreren, lichaamsbesef over bepaalde
hoger houding aannemen
Output = Na aantal keer wordt output anders • Affectief-dynamisch = stress, adrenaline,
à je leert de dans o beinvloeding van omgeving = goed gevoel
Output = resultaat na sprong
Bv. koken
Input = ik wil julienne snijden
• Motoriek = snelheid, snijden
• Cognitief = opletten zodat je niet in vingers snijdt, weten hoe je moet snijden
• Affectief-dynamisch = veel à goedgevoel, weinig à concentratie
o Hangt ervanaf hoe goed je dit kan
Output = groenten zijn in julienne gesneden
à Verschillen tussen de 3 componenten zorgen voor andere output bij zelfde input
Psychomotoriek is het beleven van zichzelf en van de omgeving, en de wijze waarop men daarop bewegend reageert. à
er moet voldoende bewegingsruimte zijn
• Motorisch component wordt bepaald door je omgeving
à kans op beperkingen van psychomotoriek
o minder ervaringen à minder probleemoplossend denken
• Bv. ouders leggen baby op de buik à stimulus kruipen
• Bv. baby risico op wiegendood à kan niet leren kruipen
• Tekort op affectief-dynamisch component:
à weinig motievatie op spraak-niveau, tekort emoties uiten
à bepaald door omgeving
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1 1
,OLOD – Ontwikkelingsdomeinen en -verloop – Psychomotoriek
TERMEN:
• Motoriek: bewegen waarbij accent ligt op inbreng van spieren, beenderen en gewrichten
• Neuromotoriek: bewegen met accent op inbreng van CZS
• Sensomotoriek: bewegen met accent op inbreng tastzin en proprioceptie (Interne navigator)
• koppeling zintuigen en motoriek
• lichaamsbesef van je lichaam in ruimte, je positie van ledematen bv.
• Perceptuomotoriek: bewegen met accent op inbreng vertezintuigen
• Koppeling tussen het waarnemen en de motoriek
• Psychomotorische opvoeding ≠ psychomotorische therapie
• Psychomotorische opvoeding = de normale opvoeding, ontwikkeling willen stimuleren
• Psychomotorische therapie = ontwikkelen loopt niet hoe het hoort te zijn,
• je gaat dit therapeutisch begeleiden à ergo en kine
NORMALE MOTORISCHE ONTWIKKELING
BESCHRIJVEN VAN BEWEGINGEN
1. Ngl. acties rond de gewrichten
- Flexie – verbuigende bewegingen
- Extensie – strekkende beweging
- Abductie
- Adductie
- Rotatie
2. Ngl. Oorsprong
• Reflexen - onwillekeurig bewegingen
o à Baby’s hebben veel reflexen à nog geen motorisch plan
o à bescherming
• Passieve bewegingen
• Je voort de beweging niet zelf uit
• Geconditioneerde bewegingen
• Aangeleerde beweging
• Vrijwillige bewegingen
BEGRIPPEN IN FUNCTIE VAN ORIËNTATIE
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1 2
, OLOD – Ontwikkelingsdomeinen en -verloop – Psychomotoriek
RUSTTONUS – LICHTE SPANNING IN SPIEREN
= bij baby’s verhoogd
Onderste ledematen: Bovenste ledematen:
• 0-6m: boven normale • 0-1j: boven normale
• 7-24m: onder normale • 1-2j: onder normale
• Ca. 30m: normaal • Ca. 3j: normaal
à Rapper rusttonus bereikt
GROEIPRINCIPES
1. wet van Coghill of cefalocaudale groeirichting (0-6j): controle van de hersenen op de spieractiviteit begint bij
beheersing van de hoofd- en halsspieren en gaat geleidelijk richting onderste ledematen
• van boven naar onder
• baby heeft in als eerst controle over halsspieren
2. Wet van Gesell of principe van proximodistale rijping: neuromotorische organisatie gaat geleidelijk vooruit vanuit
de centrale segmenten tot de periferische/ laterale segmenten
• Centrale segmenten gaan rapper rijpen
• Bv. hand eerst, daarna vingers
3. Principe van de hiërarchische integratie: eenvoudige/ deel- vaardigheden ontwikkelen zich doorgaans afzonderlijk
en onafhankelijk van elkaar, maar worden later geïntegreerd in complexe vaardigheden
4. Principe van de onafhankelijkheid van systemen: verschillende lichaamssystemen kennen een verschillend
groeitempo + afhankelijk per individu
ONTWIKKELING VAN HOUDING VAN HOOFD, ROMP EN LEDEMATEN
PASGEBORENE
HOOFD & ROMP
• Hypotoniciteit bij hoofd en romp = pasgeborene opgetrokken tot zit > valt hoofd achterover
• Rug is gebogen + onvoldoende spierspanning
• Kind in zithouding (vastgehouden aan romp) > hoofd valt naar voren
LEDEMATEN
• In ruglig: hypertonie in de flexoren vd ledematen → benen kunnen niet strekken (verdwijnt 1m)
• In buiklig: foetushouding, knieën opgetrokken, zitvlak omhoog, hoofd opzij gedraaid
• Kan hoofd niet zelf optillen
1 MAAND
HOOFD & ROMP
• In buiklig: tilt af en toe de kin op
• Bij optrekken tot zit valt hoofd nog zwaar achterover
LEDEMATEN
• Armen/benen soepeler in ruglig
• In buiklig: knieën niet meer onder buik, zitvlak nog omhoog; begint kruipachtige bewegingen te maken met
ledematen
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1 3