ANATOMIE – FYSIOLOGIE – GENETICA EN NKO
DEEL 1: ALGEMENE ANATOMIE EN FYSIOLOGIE
1 INLEIDING
1.1 WAT IS ANATOMIE, WAT IS FYSIOLOGIE?
- Anatome = grieks voor opensnijden (ontleedkunde), de vorm en bouw
- Fysiologie = de werking en eigenschappen Spieren zien op verschillende niveaus:
- Macroscopische = met het bloot oog te zien
- Microscopisch = met een microscoop te zien
- Submicroscopisch = gespecialiseerde microscroop, voor structuur van anatomie te zien
1.1.1 VEGATIEVE OF ANIMALE VERRICHTINGEN
Vegetatieve (onwillekeurig – autonoom - onbewust) à verloopt van zelf, handelt op zijn eigen
- Door het autonoom zenuwstelsel
- Voorbeelden: hartspier, de ademhaling
o Sympatisch (actie bv. in stress)
o Parasympatisch (rust)
- Door het endrocien stelsel
Animale (willekeurig – somatisch – bewust)
- Voorbeelden: skeletspieren, de ademhaling (maar bij eigen wil)
- Door het centraal of perifeer zenuwstelsel
Voorbeeld: ik loop naar mijn trein omdat ik hem ga missen (sympatisch, hartslag gaat naar omhoog, ademhaling stijgt), ik
heb mijn trein gehaald en ik zit neer en kom tot adem (parasympatisch, hartslag gaat bekomen)
Ella Van Reusel - PBA-LA 1
,OLOD – anatomie, fysiologie, genetica en NKO
1.2 TOPOGRAFIE
= plaatsbeschrijving in Grieks, maar hierbij
doorsnijdes
1) Verticaal (sagitaal) – links en recht
2) Verticaal (frontaal) – voor en achter
3) Horizontaal (AXIAALtransversaal
) – boven en onder
1.2.1 ANATOMISCHE TERMEN
- Adductie = naar elkaar toe (dicht)
- Posterior – anterior
- Abductie= van elkaar weg (open)
1.3 MEDISCHE BEELDVORMING (ex wordt gevraagd adhv afbeeldingen)
RX-BEELDEN (RÖNTGENSTRALEN)
- Zacht weefsel (grijs)
- Hard weefsel (wit) bv. beenderen en tanden
- Hoe korter de golflengte, hoe hoger de energie (eigenschap van röntgenstralen) hoogenergetische
elektromagnetische straling (brengt schade aan cellen)
- Wordt het meest aangeraden voor breuken en tanden (harde lichaamsstructuren)
- Makkelijk, MAAR schadelijk (vrouwen worden steeds gevraagd of ze zwanger zijn, door de schadelijkheid)
CT-SCAN (COMPUTER TOMOGRAFIE – RÖNTGENSTRALEN)
- Niet-invasieve beeldvormingstechniek (gebeurt a.d.h.v. computer)
- Vocht en lucht (zwart)
- Zacht weefsel, hersenen (grijs) – Hard weefsel & bloed (wit)
- Frontale coupe = levert een voor- en achterstuk
- Röntgenstralen hoger dan RX-beelden (hoge blootstelling aan stralingdosis)
- Nieuwe techniek = Cone Beam CT (lage straling, hoger resolutie)
MRI (MAGNETIC RESONANCE IMAGING)
- Magnetisch veld (i.p.v. röntgenstralen) coupes maken (gedetailleerde anatomische doorsnede)
- Gebeurt a.d.h.v. waterstofprotonen en radiogolven – bij het loslaten van radiogolven, komt er energie los
- Lucht (zwart) - Zacht weefsel (grijs) - Hard weefsel (wit)
Ella Van Reusel - PBA-LA 2
,OLOD – anatomie, fysiologie, genetica en NKO
PET-SCAN (POSITRONEMISSIETOMOGRAFIE)
- Fysiologische activiteit wordt in beeld gebracht (voordeel) – bij CT en MRI alleen statische beelden
- Radioactieve isotopen (molecules gaan koppelen aan een anti-lichaam om een beeldvorming te krijgen) waar
bevinden de radioactieve isotopen zich?
- Functioneel kijken (hoe functioneren ze?)
- Brengt aandoeningen in beeld om te diagnostisceren
ECHOGRAFIE (GELUIDSGOLVEN)
- Niet schadelijk à wordt gebruikt bij opvolging van ongeboren kind (geluidsgolven met hoge frequentie)
- Zacht weefsel (grijs) – Hard weefsel (wit) – Vocht (zwart)
1.4 DE SPIER (MUSCULUS)
1.4.1 INLEIDING
Functie van de spieren (=musculi)
- Lichaamsbeweging: samentrekken en ontspannen
- Houding van het lichaam
- Ter plaatse houden van organen (bv. in de buikholte)
Begrippen (O – I – F):
- Oorsprongplaats = origo (waar de spier vertrekt)
Ø Caput = spierkop (O)
Ø Venter = spierbuik
Ø Tendo = eindigt in de pees
- Aanhechtingsplaats = insertio (waar de spier toekomt, aanknoopt (pees))
Ø O en I worden naar elkaar toe getrokken bij contractie
- Functie van de spier
à EXAMEN = dit is de spier met dit als oorsprong/ aanhecting, klopt dit of niet? (zie afbeelding), Origo en Insertio wordt
aangeduid, welk spier is dit?
- Circular = origo en instertio maken een verbinding met elkaar (kringspier)
- Convergant = van brede punt origo, gaat convergeren naar smalle punt insertio (waaiervormige spier)
- Bipennate = van de zijkant de origo en insertio op het kraanveer (veervormige spier)
- Parallel = pezen lopen parallel met spiervezels (parallele spieren)
Ella Van Reusel - PBA-LA 3
, OLOD – anatomie, fysiologie, genetica en NKO
1.4.1.1 ENKELE BEGRIPPEN
Spieren kunnen worden ingedeeld naar hun onderlinge werking
Verantwoordelijk voor de
‘hoofdbeweging’
Agonist
à spier korter - contractie
à de hoofdspier, spieren die een
Antagonist
tegengestelde beweging doen
Helpt de hoofdspier (agonist), spieren die
Synergist bij een beweging samenwerken
à dezelfde beweging als agonist
- Contractie = samentrekken van de spieren (spier wordt korter, strakker en kleiner)
- Relaxatie = ontspannen van de spieren (spier wordt langer)
Voor de beweging van de spieren, zijn bepaalde spiergroepen essentieel (werking van zenuwstelsel):
- Willekeurige beweging (animaal): bewust bevel vanuit het somatisch of animale zenuwstelsel
(bv. dwarsgestreepte spieren, de werking van skeletspieren)
- Onwillekeurige beweging (vegetatief): buiten eigen wil, onbewust, gestuurd door autonoom of vegetatief
zenuwstelsel (bv. glad spierweefsel)
1.4.1.2 DRIE TYPEN SPIERWEEFSEL
à Als gevolg van verschil in bouw en functie
- Dwarsgestreept spierweefsel
- Glad spierweefsel
- Hartspierweefsel
Ella Van Reusel - PBA-LA 4