HS1: algemene begrippen
Voedingsleer: studie van voeding in relatie tot het brede begrip van
gezondheid
o Voedingswaarde, voedingsmiddelen, stofwisseling
Voedingsstoffen:
o Essentiele
Noodzakelijk voor groei, onderhoud en herstel
Carbonhydraten, proteïnen , ver, vitaminen, mineralen
en water
Anorganisch (water & mineralen) en organisch (vetten,
eiwitten, KH, vitamines)
3 criteria: afwezigheid leidt tot problemen, herintroductie
herstelt normale functies, biologisch functie is gekend
o Non-nutriënten en bioactieve componenten
Chemische stoffen die geen element zijn van klassieke
nutriënten (geen gekend nadelig effect), bioactieve
voedingscomponenten met gunstig effect (bv.
polyfenolen)
o Xenobiotica en natuurlijke toxines
Intentioneel en niet- intentioneel (onvermijdelijk of
vermijdbaar), natuurlijke toxines
Voedingswaar van voedingsmiddelen
Indeling op basis hoeveelheid voedingsstoffen
Perfect bestaat niet
Belangrijke bron van: - gehalte aan voedingsstoffen, -
gebruikshoeveelheid
Voedingswaarde nutriëntendensiteit
Gezond vs ongezond noodzakelijk vs niet noodzakelijk
Evenwichtige voeding overstijgt productieniveau tot maaltijd en
eetpatroon (voedingsdriehoek)
Biobeschikbaarheid
Inname vs opname
Dekking behoeft afhankelijk van: inname via mond en biologische
beschikbaarheid in darm
Deel van tot hoeveelheid in % aanwezig in voedingsmiddel/
maaltijd/… dat:
o Gebruikt wordt voor metabole functie
, o Niet in wc beland
Vaak laag (Fe: <1-30%), Zn (<15-50%), Ca (25-35%) beïnvloedt door
bv ANF, individu, matrix, chemische vorm
- Biobeschikbaarheid calcium: invloedstoffen uit voeding (lactose
melk, fructose honing, fytinezuur graan,…
Matrix-effect?
Reductionistisch (focus op nutriënten) vs. Holistische benaderingen
(focus op voedingsmiddelen en levensstijl)
Voedingsbehoefte
Optimale inname begrensd: tekort (deficiëntie) –
homeostase(evenwicht zonder hoger risico) – overmaat(toxisch)
Soorten voedingsaanbevelingen: dietary reference values DRV (EU);
dietary reference intakes DRI (US)
1. EAR: estimated average requirement= geschatte gemiddelde
behoefte
2. RDA: recommended dietary allowences= population reference
intakes (PRI) = aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH)
3. AI= adequate inname
4. NOAEL: no observed adverse
effect level
5. MTI: maximum toelaatbare
inname
6. LTI: lowest threshold intake
Groepsnorm groter dan
individuele behoefte
Juiste inneming tussen ADH
en MTI dan minste problemen
Methoden ter bepaling van voedingsaanbevelingen (1.4.2): NIET TE
KENNEN
Voedingstoestand
- Resultaat in lichaam van samenstelling en hoeveelheid van
ingenomen voedsel en vertering, absorptie, metabolisatie en
excretie
- Inname = optimale behoefte optimale voedingstoestand
- Inname < optimale behoefte reserves aanspreken latente
deficiëntie >>> klinische verschijnselen = deficiëntie
- Inname > optimale behoefte reserves aanspreken latente
deficiëntie >>> klinische verschijnselen = intoxicatie
, Bepalen van voedingstoestand
a. Antropometrie: meten -wegen
b. Biochemische gegevens: biomerkers, bloed, urine
c. Klinische symptomen: diagnose, vaststelling na onderzoek
d. Diet of voedingsinname: registratie, bevraging inname
e. Exercise of energiebalans: energieverbruik meten
HS2: lichaamssamenstelling
Afwijkende lichaamssamenstelling: hoge vetmassa metabool syndroom,
lage vet- en spiermasse
verzwakking
5 niveaus:
o Elk niveau bevat
verschillende
componenten
o Componenten van hoger
niveau staan in relatie tot
deze van een lager
Lichaamsniveau: hoofd, hals, romp en ledematen antropometrie
Weefselniveau: vetweefsel, skeletspieren, viscerale organen,
hersenen en skelet fysiologie
Cellulair niveau: extracellulaire vaste stof( collageen-, reticuline, …)
en vocht (water + elektrolyten en eiwitten) en celmassa (metabool
actieve vetvrije een van intracellulaire ruimte, intracellulair vet:
vetcellen en vet in andere cellen) celbiologie
Moleculair niveau: vet (voorraad meest variabele, 9kg vetmassa met
ong 1kg als fosfolipiden en sterolen), mineralen (bot- + week
weefsel mineraal), glycogeen (verwaarloosbare hoeveelheid in leven
en spieren), eiwit (ong 11 kg lichaamseiwit ong 9 kg essentieel),
water ( 60% lichaam: 40% intra, 20% extra) biochemie
Atomair niveau: ong 30 elementen in levend, (O, C, H, N, Ca, P, S, K,
Na, Cl, Mg) chemie
Compartimentmodellen
- Combineren van componenten van niveaus tot compartimenten
- Doel: bepalen van vetcompartiment door massaverschil met BW
Densitometrie: voorbeeld van tweecompartimentmodel
BW: FM +FFM, BV= FV+FFV, BV= FM/0.9 + FFm/1.1
%FM = 4.95 x BV – 4.50 x BW
Directe methoden: