1. Off we go
2. Getting started with R
2.1. Typing commands
[1]: onthoud voor nu “Het antwoord op de eerste vraag is bv. 30.
2.1.1. Be careful to avoid typos
Als je perongeluk 10=20 i.p.v. 10+20 error
Pas dus op want het is dezelfde toets op de computer
Als je perongeluk 10-20 doet wel een uitkomst (maar je wilde “+” doen)
Geen autocorrectie
2.1.1. R is (a bit) flexible with space
10+20 = 10 +20
Citation()= citation( )
o Vertelt hoe je de R handleiding moet citeren
o MAAR cit ation() error
2.2. Doing simple calculations
Operation Operator Example input Example output
Addition + 10+2 12
Substraction - 9-3 6
Multiplication * 5*5 25
Division / 9/3 3
Power ^ of ** 5^2 25
2.2.3. Doing calculations in the right order
1+2*4= 9
(1+2)*4= 12
2.3. Storing a number as a variable
Variable= Op conceptueel niveau kun je een variabele zien als een label voor
een bepaald stukje informatie, of zelfs voor meerdere verschillende stukjes
informatie
Om dat te kunnen doen, gebruiken we een “assignment operator”= <-
Als je dat doet in R krijg je geen output: maar als je dan de variabele intikt,
krijg je wel de value (waarde)
1
, Operation Operator Example input Example output
Storing a number Variable <- Sales <- 350 /
as a variable number
350 -> sales
Number ->
variable
Sales = 350
Variable =
number
2.4. Working with variables
Als je sales <- 300 had, en nadien doe je sales <- 400, dan vergeet R dat sales
eerst 300 was.
2.5. Doing calculations using variables
Revenue: dat is een nieuwe variabele, wat de uitkomst is van een bewerking
van eerder gedefinieerde variabels.
Kan je ook weer aanpassen:
Revenue <- revenu + 500
2.6. Storing many numbers as a vector
Vector= een variabele dat meerdere waarden kan stockeren
De simpelste manier om dat te doen, is om de combine function c() te
gebruiken
Wat als je bij die vector dan een extra variabele wilt doen als je de vector al hebt
gedefinieerd?
Bv. sales.by.month.extended <- c(sales.by.month, 99)
2
,2.7. Working with a vector
Operation Operator Example input Example output
Creating a Variable <- Sales.by.month <- /
vector c(numbers) c(0,100,200,50,0,0,0,0,0,
0,0,0)
Getting Variable [# Sales.by.month [2] 100
information element vector]
out of a vector
Sales.by.month [c(1,2,3)] 0 100 200
Variable [c(#
elements
vector]
Altering the Variable [# sales.by.month [5] <- 25 Change in the vector
elements of a element vector] of element 5
vector
Komt op het einde
sales.by.month. [13] <- 22
“22” bij
Je kan ook een
onbestaand
element
wijzigen (hier is
13 onbestaand)
Creating a c(number:numb c(2:8) 2345678
vector using a er)
(2:8)
shorthand
(number:numbe
0 100 200 50 25 0
r)
sales.by.month[1:6]
variable[#numb
er element : sales.by.month[3:7]<- 2 0 100 2 2 2 2 2 0 0 0
#number 00
element]
Je kan dit ook
gebruiken om
elementen v/d
vector te sales.by.month[1:3] <-
veranderen c(9,19) Warning, maar zal
wel een oplossing
sales.by.month[1:4] <-
geven (zie verder)
c(9,19)
Let op 9 19 9 19 2 2 2 2 0 0
000
3
, 2.8. Doing calculations with vectors
2.8.2. Using another vector
Als je 2 vectors samen telt bv. ‘bonus’ en ‘profit’, dan wordt het n de element van
‘bonus’ opgeteld bij het nde element van profit: bonus_profit <- bonus+profit
2.8.3. The recycling rule
x <- c( 1,1,1,1,1,1 )
y <- c( 0,1 )
x+y
## [1] 1 2 1 2 1 2
Wat als de lengte van de langere vector (5, in dit voorbeeld) geen exact veelvoud
is van de lengte van de kortere.
Zal een warning geven, maar nog steeds wel een uitkomst!!
x <- c( 1,1,1,1,1 )
y <- c( 0,1 )
x+y
## Warning in x + y: longer object length is not a multiple of shorter
object
## length
## [1] 1 2 1 2 1
2.9. Using functions to do calculations
2.9.1. Using a single number
Calling the function= functie aanroepen
Arguments= waarden die je aan de functie meegeeft
Operation Operator Example input Example output
Square root Sqrt() Sqrt(9) 3
Absolute value Abs() Abs(-10) 10
2.9.2. Using a vector
Sqrt(c(25, 49, 36))
[1] 5 7 6
# elements in a Length() Length(sales.by.month 12
vector )
2.10 Combining stuff and the work-from-within-rule
Sqrt(20+5)= 5
Je kan ook de vierkantswortel nemen van de absolute waarde van -25. 2
stappen:
4