~ COLLECTIEVE ARBEIDSVERHOUDINGEN – LES #2 ~
Organen van sociaal overleg
Sociaal overleg gebeurt op verschillende niveaus:
Buiten de onderneming
• Nationale Arbeidsraad (NAR)
• Paritaire comites (PC) en paritaire subcomites (PSC)
Binnen de onderneming
• Ondernemingsraad (OR)
• Comite voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW)
• Syndicale afvaardiging (SA)
Deze organen zorgen ervoor dat werkgevers en werknemers met elkaar kunnen
overleggen en afspraken maken over arbeidsvoorwaarden en arbeidsorganisatie.
Nationale Arbeidsraad (NAR)
De Nationale Arbeidsraad is een nationaal en interprofessioneel overlegorgaan.
Samenstelling:
• Paritair samengesteld (gelijk aantal werkgevers en werknemers).
• 26 leden, benoemd voor 4 jaar (hernieuwbaar).
• Vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties.
Werkgeverszijde:
• VBO
• Unizo/UCM
• Boerenbond/Groen front
• Unisoc
Werknemerszijde:
• ABVV-FGTB
• ACV-CSC
• ACLVB-CGSLB
, Bevoegdheden:
De NAR kan:
• Adviezen en voorstellen formuleren voor minister en parlement.
• Collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) afsluiten.
Elke cao die in de NAR wordt afgesloten krijgt een nummer.
Paritaire comités (PC) en subcomités (PSC)
Paritaire comites organiseren sociaal overleg op sectoraal niveau, dus binnen een
bepaalde bedrijfstak.
Kenmerken:
• Bestaan uit vertegenwoordigers van representatieve werkgevers- en
werknemersorganisaties.
• Paritair samengesteld.
• Leden worden benoemd voor 4 jaar (hernieuwbaar).
Bevoegdheden:
Paritaire comites kunnen:
• Advies geven aan regering, NAR en CRB.
• Sectorale cao’s afsluiten.
• Geschillen tussen werkgever en werknemers behandelen via een
verzoeningsbureau.
• Andere taken uitvoeren die door de wet worden opgelegd.
Bepalen van het juiste paritair comité
Het paritair comité waaronder een onderneming valt, wordt bepaald door:
• De hoofdactiviteit van de onderneming.
• De werkgever kiest, maar kan advies vragen aan de FOD WASO.
• Bij een betwisting beslist de rechtbank.
Nummering van paritaire comités
De eerste cijfers van het nummer geven het type werknemers aan:
• PC beginnend met 1 → alleen arbeiders
• PC beginnend met 2 → alleen bedienden
• PC beginnend met 3 → gemengd (arbeiders + bedienden)
Voorbeelden:
• PC 116 → scheikundige nijverheid
• PC 207 → bedienden uit de scheikundige nijverheid
• PC 329 → socio-culturele sector