~ Inleiding - Deel 3 ~
Evolutie van het sociaal recht
19de eeuw
• Er bestond geen apart juridisch kader voor arbeidsrelaties.
• Enkel het algemeen contractenrecht uit het Burgerlijk Wetboek was van
toepassing.
• Grote contractsvrijheid: werkgever en werknemer konden vrij afspraken maken.
Einde 19de – begin 20ste eeuw
• Ontstaan van afzonderlijke sociale wetgeving.
• Doel: bescherming van werknemers.
Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten
• Bundeling en herwerking van eerdere wetgeving.
• Nog steeds de basiswet voor arbeidsovereenkomsten vandaag.
• Belangrijke recente wijziging:
- Hervorming van het ontslagrecht (eenheidsstatuut).
Bronnen van de verbintenissen
De rechten en plichten van werkgever (WG) en werknemer (WN) worden geregeld in
verschillende rechtsbronnen.
Hiërarchie van rechtsbronnen
Bij tegenstrijdigheden geldt: hogere norm heeft voorrang.
1. Dwingende bepalingen van de wet
2. Algemeen verbindend verklaarde cao’s
3. Niet-algemeen verbindend verklaarde cao’s (waar WG zelf bij betrokken is)
4. Geschreven individuele arbeidsovereenkomst
5. Andere niet-algemeen verbindend verklaarde cao’s
6. Arbeidsreglement
7. Aanvullende bepalingen van de wet
8. Mondelinge individuele overeenkomst
9. Het gebruik