1. HOOFDSTUK 1: ALGEMEEN
Algemene regels:
1. Verwijzen binnen de tekst (p.7)
• Supra: verwijzen naar iets dat je eerder al geschreven hebt, wat hoger
in je tekst staat
• Infra: verwijzen naar iets dat je later nog uitgebreider zal behandelen,
staat lager in je tekst
-> gevolgd door:
◦ Pagina: Supra 25, 1. (= pagina)
◦ Randnummer: Infra 22, nr. 18. (= randnummer)
◦ Voetnoot: Supra 84, vn. 22. (= voetnoot)
Woorden in andere taal altijd in cursief geschreven!!!
2. Herhalen van verwijzing (p.7)
• Ibid. bij directe opvolgende voetnoten: ibid.
• Niet directe opvolging: ibid., 228.
• Bij lange verwijzing kun je verkorte notatie instellen in de eerste
vermelding.
◦ STIJNS S., Clausules.
3. Standpunten binnen referenties en voetnoten (p.6)
• Zie: verwijst naar een bron zonder verdere uitwerking.
• Zie ook: bron behandelt onderwerp ruimer of met nuance.
• Vgl.: bron behandelt onderwerp anders, zonder tegenstrijdigheid.
• Contra: bron verdedigt een tegenstrijdig standpunt.
4. Volgorde in de bibliografie (p.7)
= hiërarchie van de bronnen
• Wetgeving → rechtspraak → rechtsleer → mediabronnen (facultatief).
• Binnen elke rechtsbron ook hiërarchie volgen
5. Interpunctie (p.7)
• Onderdelen van een verwijzing worden gescheiden door komma’s.
• Voetnoten eindigen met een punt.
• Tussen meerdere verwijzingen in één voetnoot gebruik je een
puntkomma.
6. Versies van de rechtsleer (p.7)
-> Je verwijst steeds naar de gebruikte versie van rechtsleer:
• Auteursversie = postprint-versie
• Definitieve versie = uitgeversversie
Beide versies indien beschikbaar
7. Auteursnamen (p.7)
• Initialen voornaam altijd achteraan (geen auteur = X)
• Auteursnamen in hoofdletters of kleine kapitalen
• Meerder auteurs -> gescheiden door komma (laatste voorafgaand met
‘en’)
= 1ste 3 met naam + de rest met ‘e.a’
• Volgorde is volgorde die het werk zelf hanteert
◦ VANSWEEVELT T. en DEWALLENS F.,
, ◦ DE CODT J., DE CONINCK B., HENKES A. e.a. (eds.)
8. Paginanummers en randnummers (p. 7)
• Geen ‘p.’ voor paginanummers; gebruik nr. voor randnummers.
• In uw verwijzing zet je altijd de beginpagina en de pagina naar waar je
zelf wilt verwijzen tussen haakjes.
9. Anderstalige bronnen (p.8)
• Belgische Franstalige/Duitstalige wetgeving: deels vertaald.
• Belgische Franstalige/Duitstalige rechtspraak: volledig vertaald.
• Buitenlandse wetgeving en rechtspraak en anderstalige rechtsleer: niet
vertaald.
10.DOI’s en URL’s (p.8)
• DOI of URL aan het einde van de verwijzing
• URL: verwijzen naar homepage als bron eenvoudig te raadplegen,
zoniet volledige URL
• Bij volatiele media: URL + consolidatiedatum (geraadpleegd op
*datum*)
• Veelgebruikte online vindplaatsen (zie oplijsting p. 9): geen URL
opnemen
• Andere databanken: URL vereist + datum van consultatie
Specifieke regels
• Wetgeving: Zie V&A 2024, pag. 13 e.v.
• Rechtspraak: Zie V&A 2024, pag. 26 e.v.
• Rechtsleer:
◦ Boeken: pag. 34 e.v.
◦ Doctoraten/masterproeven: pag. 37 e.v.
◦ Bijdragen in verzamelwerken: pag. 39 e.v.
◦ Bijdragen in tijdschriften: pag. 42 e.v.
◦ Noten: pag. 45 e.v.
2. HOOFDSTUK 2: WETGEVING
2.1 Wat is wetgeving
Een van de formele bronnen van recht
• Wetgeving (B)
• Rechtspraak (G) geschreven bronnen
• Rechtsleer (G)
• Algemene rechtsbeginselen (B) niet geschreven bronnen
• Gewoonterecht (B)
B: bindend
G: gezaghebbend (geldt maar tussen zaken)
Voor de betrokken partijen: rechtspraak is bindend én gezaghebbend
Voor anderen: rechtspraak is vooral gezaghebbend, niet bindend
Wetgeving
= het geheel van alle rechtsregels + de primaire bron van recht.
Ook primair omdat iedereen geacht wordt ze te kennen –> in Belgisch
Staatsblad
2.1.1 Formele rechtsbronnen vs. Materiele rechtsbronnen
, 1. Wetgeving
2. ARB
3. Gewoonterecht
4. Rechtspraak
5. Rechtsleer
2.1.2 Materiel wet vs. Formele wet
Materieel = elke rechtsregel die algemeen verbindend is (voor alle burgers of
voor een categorie van burgers) en die door een bevoegd overheidsorgaan is
uitgevaardigd
- Algemeen verbindend: is niet altijd op eender welk moment voor iedereen
van toepassing, maar wel op een bepaalde groep van mensen in een
bepaald geval van toepassing
Formele wet: elke beslissing (‘akte’) gestemd door de wetgevende macht van
de federale staat of een van de deelstaten.
- Gaat uit van wetgevende macht (federaal niveau, parlement van
deelstaten)
◦ Deze 2 begrippen is geen of-verhaal: iets is niet het ene of het andere
◦ Ze zijn totaal van elkaar te onderscheiden
◦ Is het materieel of formeel wet? Niet het een of het ander zeggen: iets
kan allebei zijn, iets kan geen van beide zijn, iets kan een van de
twee zijn
= Je beoordeelt deze termen totaal afzonderlijk!!!
“Is elke materiële wet een formele wet?”
Nee, zelfs maar een minderheid. De meerderheid van de wetgeving in
materiële zin wordt uitgevaardigd door ministers via KB’s en MB’s.
“Is elke formele wet een materiële wet?”
Nee, maar wel de meerderheid. De meerderheid van de beslissingen
aangenomen door de wetgevende macht omvat immers algemeen
verbindende rechtsregels.
◦ Uitzonderingen: begrotingswetten, wetten tot toekennen van de
Belgische nationaliteit, …
2.1.3 Belang van onderscheid materiele wet >< formele wet
Belang van onderscheid voor bevoegdheden voor 2 hoogste rechtbanken in ons
land
Grondwettelijk Hof:
Toets wetten aan GW (gaat na of wetten overeenstemmen met GW)
• Artikelen 1 en 26 Bijz. Wet Grondwettelijk Hof: alleen formele wetten
worden aan de Grondwet getoetst.
• Wetten discreten, ordonnanties aftoetsen aan de grondwet
= Niet met KB want dat is materieel
Hof van Cassatie:
Gaat na of vonnissen of arresten in overeenstemming zijn met de wet.
• Artikel 608 Ger.W.: het Hof van Cassatie toetst de wettigheid van de
vonnissen of arresten alleen af aan materiële wetten.
Cassatie is geen derde aanleg!!
• Heeft de rechter in hoger beroep de procedure (de wet) niet heeft
geschonden (materiële wet)