gebaseerd?
1. Bronnen van de medische deontologie
1. Moraalfilosofie (o.a. Kant)
o Handelen volgens universele morele plichten, ongeacht de gevolgen.
o Categorisch imperatief:
§ behandel de ander nooit enkel als middel, maar altijd ook als doel op
zich;
§ handel volgens regels die je als algemene wet voor iedereen zou willen.
2. Medische ethiek / bio-ethiek
o Principlisme (Beauchamp & Childress):
1. Weldoen (beneficence) – het welzijn van de patiënt bevorderen.
2. Niet-kwaaddoen (non-maleficence) – primum non nocere, geen schade berokkenen.
3. Autonomie – respect voor het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt.
4. Rechtvaardigheid (justice) – eerlijke verdeling van zorg en middelen.
o Personalisme:
§ de menselijke persoon staat centraal;
§ elke persoon heeft een onschendbare waardigheid;
§ de patiënt is een uniek, relationeel wezen, geen nummer of “casus”.
3. Mensenrechten
o Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM):
§ verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling;
§ bescherming van privacy en privéleven;
§ vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;
§ recht op een voldoende levensstandaard met o.a. geneeskundige
verzorging;
§ benadrukt dat iedereen ook plichten tegenover de gemeenschap heeft.
4. Medisch recht
o WUG (Wet op de uitoefening van de gezondheidsberoepen).
o Kwaliteitswet (kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg).
o Andere relevante wetten:
§ Wet patiëntenrechten, euthanasiewet, wet experimenten op de mens,
wet menselijk lichaamsmateriaal, orgaandonatiewet, enz.
o Deze wetten vertalen ethische principes in bindende juridische regels voor de
arts.
5. Specifieke deontologische regels en codes
o Eed van Hippocrates.
o WMA-verklaringen:
§ Verklaring van Genève (moderne artseneed),
§ Verklaring van Helsinki (experimenten op mensen).
o Europese Handleiding voor Medische Ethiek (1987).
o Code van Medische Deontologie (CMD, 2018) van de Orde der Artsen.
2. Algemene basisprincipes (samengevat)
• Respect voor de waardigheid en uniciteit van elke persoon/patiënt.
• Handelen volgens plicht en universele morele regels (Kantiaans).
• De vier basisprincipes van de medische ethiek:
o weldoen, niet-kwaaddoen, autonomie, rechtvaardigheid.
, • De arts is:
o altruïstisch,
o handelt in het belang van patiënt én maatschappij,
o en respecteert wet, mensenrechten en deontologische code.
Spiekzin
De medische deontologie steunt op moraalfilosofie (Kant), medische ethiek (principlisme en
personalisme), mensenrechten (UVRM), medisch recht (WUG, kwaliteitswet, patiëntenrechten,
…) en specifieke deontologische codes (Hippocrates, Genève, Helsinki, CMD), met als
basisprincipes: weldoen, niet-kwaaddoen, autonomie, rechtvaardigheid en respect voor de
waardigheid van elke persoon.
De medische deontologie steunt op verschillende bronnen die bepalen hoe artsen correct en
plichtsbewust moeten handelen, en op een aantal fundamentele basisprincipes.
1. Bronnen van de medische deontologie
1) Moraalfilosofie (Kant)
• Artsen moeten handelen volgens universele morele plichten, ongeacht de gevolgen.
• Categorisch imperatief:
o behandel de patiënt nooit enkel als middel, maar altijd als doel;
o handel volgens regels die je als algemene wet wilt zien.
→ Basis voor respect, eerlijkheid en niet-instrumentaliseren van patiënten.
2) Medische ethiek / bio-ethiek
a. Principlisme (Beauchamp & Childress – 4 principes):
1. Weldoen – het welzijn van de patiënt bevorderen.
2. Niet-kwaaddoen – geen schade berokkenen (primum non nocere).
3. Autonomie – respect voor het zelfbeschikkingsrecht.
4. Rechtvaardigheid – eerlijke verdeling van zorg en middelen.
b. Personalisme:
• De menselijke persoon heeft intrinsieke waardigheid.
• Patiënt = unieke, relationele persoon, nooit een louter “geval”.
3) Mensenrechten (UVRM)
Relevante bepalingen die deontologie mee vormgeven:
• Verbod op foltering en onmenselijke behandeling.
• Respect voor privacy → basis voor beroepsgeheim.
• Vrijheid van gedachte en geweten → basis voor gewetensbezwaar.
• Recht op gezondheid en zorg.
, • Plichten t.o.v. de gemeenschap → arts heeft ook maatschappelijke
verantwoordelijkheid.
4) Medisch recht
Ethische principes worden door de wetgever vertaald naar bindende regels:
• WUG (organisatie van gezondheidsberoepen).
• Kwaliteitswet (visum, bekwaamheid, zorgcontinuïteit…).
• Wet patiëntenrechten, euthanasiewet, wet experimenten op de
mens, orgaandonatie, enz.
5) Deontologische codes
• Eed van Hippocrates.
• WMA-verklaringen: Genève (moderne artseneed), Helsinki (onderzoek).
• Europese Handleiding Medische Ethiek.
• Code van Medische Deontologie (CMD, 2018) – praktisch richtsnoer voor artsen in
België.
2. Algemene basisprincipes (samengevat)
• Respect voor de waardigheid, uniciteit en autonomie van de patiënt.
• Handelen volgens plicht, eerlijkheid en integriteit.
• Toepassing van de vier basisprincipes:
1. Weldoen
2. Niet-kwaaddoen
3. Autonomie
4. Rechtvaardigheid
• Arts handelt altruïstisch, onafhankelijk en binnen de grenzen
van wet, ethiek en deontologie.
• Evenwicht tussen het belang van de patiënt en verantwoordelijkheid tegenover de
maatschappij.
, Aan welke voorwaarden moet men voldoen om de geneeskunde te beoefenen en aan welke
vervolgingen, sancties, maatregelen is de arts blootgesteld?
1. Voorwaarden om geneeskunde te mogen uitoefenen
Volgens de WUG en de deontologie moet je aan drie basisvoorwaarden voldoen:
A. Artsendiploma
• Een artsendiploma van een erkende universiteit.
• Dit vormt de basis van je wetenschappelijke kennis en deskundigheid.
B. Visum van FOD Volksgezondheid
• Een visum uitgereikt door het Directoraat-Generaal Gezondheidszorg (FOD
Volksgezondheid).
• Betekent: officiële “licence to practice”.
• Voorwaarden en controle via de Federale Toezichtscommissie:
o fysiek en psychisch in staat om het beroep uit te oefenen
o bewaking van de kwaliteit:
§ bekwaamheid en expertise
§ portfolio / permanente vorming
§ controle op risicovolle verstrekkingen
§ zorgcontinuïteit, permanentie
C. Inschrijving bij de Orde der Artsen
• Verplichte inschrijving op de lijst van de Orde (Provinciale Raad).
• Jaarlijks lidgeld betalen (onafhankelijkheid t.o.v. overheid en andere belangen).
• De arts onderwerpt zich aan:
o de Code van Medische Deontologie
o het tuchtrecht van de Orde.
➜ Samengevat:
Je mag geneeskunde uitoefenen als je:
1. een artsendiploma hebt,
2. een visum hebt,
3. ingeschreven bent bij de Orde der Artsen.
2. Vervolgingen, sancties en maatregelen waaraan de arts is blootgesteld
Een arts kan op vier niveaus worden aangesproken:
1. Strafrechtelijk
2. Burgerrechtelijk (aansprakelijkheid)
3. Administratief (Toezichtscommissie / minister)
4. Tuchtrechtelijk (Orde der Artsen)