1. Cursusinformatie 4. Forensische wetenschap: kernconcepten
• Vak: Gerechtelijke geneeskunde (Arts in de samenleving). 4.1 Uitwisselingsprincipe van Locard
• 2 studiepunten, academiejaar 2024–2025.
• Docenten: Dr. W. Van Den Bogaert & Dr. J. Wuestenbergs. • “Elke aanraking laat een spoor na.”
• Leerstof bestaat uit: → Sporen gaan altijd heen en weer tussen dader, slachtoffer en
o Wat in de les verteld wordt. omgeving.
o Powerpoints op Toledo. • Basis van criminalistiek (sporenonderzoek).
o Aanbevolen handboek: Forensic Biomedical Sciences
• Evaluatie: 4.2 Retrodictieve wetenschappen
o Schriftelijk examen (MC met giscorrectie).
o Afgenomen samen met medisch recht en deontologie • Niet voorspellend zoals fysica.
• Wel retrodictief: vanuit sporen het verleden reconstrueren.
• “Forensic science predicts the past.”
2. Disclaimer & regels 4.3 Disciplines binnen de forensische wetenschappen
• Slides zijn eigendom van de docent; verspreiding of foto’s • Natuurwetenschappen (geneeskunde, biologie, chemie…)
zijn verboden. • Gedragswetenschappen (psychologie, sociologie)
• Bevat expliciete en gevoelige casussen → respect voor slachtoffers. • Criminalistiek = fysiek sporenonderzoek
• Kan inclusiviteitsfouten bevatten. (≠ criminologie = bestuderen van crimineel gedrag)
• Lesopname verboden.
4.4 Belangrijkste forensische takken
• Forensische geneeskunde
3. Wat zijn Forensic Biomedical Sciences? • Forensische genetica
• Forensische toxicologie
• “Geheel van wetenschappen en technologieën die worden gebruikt • Forensische odontologie
om rechtsvragen op te helderen.” • Forensische antropologie
• Doel: objectieve waarheidsvinding. • Forensische psychiatrie (soms apart genoemd)
• Gericht op het reconstrueren van feiten via wetenschappelijk bewijs:
o Wat is er gebeurd?
o Waar?
o Waarmee?
o Wanneer?
o Wie?
,5. Forensische geneeskunde (FG) 6. Taakgebieden van de gerechtelijke geneeskunde
5.1 Definitie 6.1 Forensische pathologie (postmortaal)
• Medisch specialisme dat medische kennis inzet voor: • Death scene investigation.
o Waarheidsvinding in juridische context. • Uitwendige lijkschouwing.
o Objectieve beoordeling van feiten. • Autopsie.
• Roll’s definitie: medisch oplossen van rechtsproblemen.
• Knight: doel = waarheid of best benaderbare waarheid. 6.2 Forensische kliniek
5.2 Situering in BE vs. NL • Medisch onderzoek bij slachtoffers en verdachten.
• Evaluatie van menselijke schade.
Nederland • Medische rijgeschiktheid.
• Strikte scheiding tussen forensisch arts (uitwendige lijkschouwing) en 6.3 Medische expertises
forensisch patholoog (autopsie).
• Analyseren van medische dossiers.
België • Beoordeling van medisch handelen.
• Advies in gerechtelijke procedures (bv. wedersamenstellingen).
• Sinds 2002 officieel medisch specialisme.
• Opleiding:
o 6 jaar basisarts
o 5 jaar specialisatie:
§ 1,5 jaar pathologische ontleedkunde
§ 3,5 jaar gerechtelijke geneeskunde
§ 60 SP expertisegeneeskunde
• Erkenning door FOD Volksgezondheid & Justitie.
,7. Forensisch medische instituten (FMI) 8. Belgisch justitielandschap
Doel van institutionalisering: • Overzicht van organisaties binnen justitie (bron: justitie.belgium.be).
• Context voor hoe forensische geneeskunde in het gerechtelijk proces
1. Betrouwbare bewijsvoering (chain-of-custody). past.
2. Dark number verminderen (onopgemerkte zaken).
3. Permanente beschikbaarheid van forensische experts.
4. Professionalisering & kwaliteitsvolle dienstverlening.
Korte examengerichte kernsamenvatting
7.1 Erkenningsvoorwaarden FMI (1/2)
• Doel FG: waarheidsvinding + reconstructie feiten.
• 24/7 wachtregeling, afspraken met parketten. • Locard: elke contact laat sporen na.
• Kwaliteitssysteem + BELAC-accreditatie. • FG is retrodictief.
• Infrastructuur voor autopsies + gekoelde opslag + waardig afscheid. • Disciplines: geneeskunde, toxicologie, genetica, odontologie,
antropologie, psychiatrie.
7.2 Erkenningsvoorwaarden FMI (2/2) • België: erkend specialisme (5 jaar), combinatie pathologie +
forensische geneeskunde.
• Samenwerking met radiologie, toxicologie, biochemie, microbiologie. • Taakgebieden: pathologie (autopsies), kliniek (levenden), expertises
• Erkende stageplaats voor arts-specialisten in opleiding. (dossiers).
• Inbedding in slachtofferbejegening. • FMI: kwaliteitscontrole, chain-of-custody, BELAC, 24/7
• Samenwerking met andere gerechtelijke deskundigen. beschikbaarheid.
• Opleiding geven aan zorgverleners, politie en magistraten. • Min. 250 lijkschouwingen + 75 autopsies/jaar voor erkenning FMI.
• Minstens:
o 250 uitwendige lijkschouwingen/jaar
o 75 autopsies/jaar
België:
• 1e FMI: UZ Leuven (sept 2023)
• 2e FMI: Cliniques Universitaires Saint-Luc (jan 2024)
, H2: THANATOLOGIE
1. Wat is thanatologie? 3. Stervensproces
• Wetenschappelijke studie van dood en sterven (θάνατος + λόγος). • Afhankelijk van oorzaak, duur en resterende lichaamsreacties.
• Meerdere invalshoeken: • Agonale perioden:
o Biologisch/medisch: fysiologie van sterven, vitale functies, o Onbestaande agonie: fractie van seconde (explosie…)
postmortale veranderingen. o Korte agonie: minuten (verdrinking, smoring, longembool)
o Psychologisch: rouw, beleving van dood door nabestaanden. o Lange agonie: uren (terminale ziekte)
o Sociaal-cultureel: rituelen, omgang met de doden.
o Ethisch-filosofisch: betekenis van dood, morele vragen.
4. Doodscriteria
2. Vitale functies & doodsbegrippen • Aanwezigheid van lijkverschijnselen.
• Cardiorespiratoire stilstand >3 min.
Vitale functies • Onverenigbare letsels met leven.
• Opgelet: schijndood bij intoxicatie, elektrocutie, hypothermie,
• Ademhaling (longen), circulatie (hart), bewustzijn/sturing (hersenen — epilepsie …
ARAS + ademhalingscentrum).
Doodsbegrippen
5. Hersendood
• Klinische dood
o Geen ademhaling, circulatie, bewustzijn. • Vaststelling bij beademde patiënten.
o Omkeerbaar (CPR). • Wet (13 juni 1986):
• Somatische dood o 3 onafhankelijke artsen, PV met uur en wijze van vaststelling.
o Definitief stilvallen van ademhaling + circulatie o Verdachte/gewelddadige overlijdens → toestemming
→ onherstelbaar verlies hersenfunctie. procureur.
o Organisme als geheel functioneert niet meer. • Gebeurt onder gecontroleerde omstandigheden (T° > 36°C, systole >
• Cellulaire dood 100 mmHg).
o Cellen sterven op verschillende tijdschalen (hersenen snel, • Diagnostiek:
spieren traag). o Klinisch + neurologisch onderzoek
o Maakt orgaandonatie mogelijk. o EEG
• Supravitale fase o Apneutest
o Tussen somatische en cellulaire dood → nog beperkte • Lazarusteken: spinale reflexbewegingen (trekt armen omhoog bij
spierreacties mogelijk. optillen hoofd) → vertragen diagnose maar ≠ herstel.