Wat zijn informatievaardigheden?
Informatievaardigheden zijn de vaardigheden waarmee je bepaalt welke informatie je
nodig hebt, die informatie efficiënt opzoekt, kritisch beoordeelt en correct en ethisch
verantwoord gebruikt.
Er zijn drie belangrijke stappen:
1. Zoeken: bepalen welke informatie je nodig hebt en relevante informatiebronnen
vinden.
2. Evalueren: nagaan of de gevonden informatie betrouwbaar, relevant en bruikbaar
is.
3. Verwerken en gebruiken: de informatie interpreteren, verwerken tot eigen
inzichten en correct communiceren.
Informatievaardigheden zijn noodzakelijk omdat we vandaag met twee problemen
worden geconfronteerd:
• Overinformatie: er is zoveel informatie beschikbaar dat we onmogelijk alles
kunnen verwerken.
• Informatievervuiling en informatievervalsing: informatie kan onvolledig, foutief,
misleidend of bewust vervalst zijn.
Daarom volstaat het niet om informatie te vinden. Je moet ook kunnen beoordelen
welke informatie waardevol is.
Vijf standaarden van informatievaardigheid
Een informatievaardige student kan:
1. Bepalen welke informatie nodig is en hoeveel informatie vereist is.
2. Informatie efficiënt en effectief vinden.
3. Informatie en informatiebronnen kritisch evalueren.
4. Informatie gebruiken om een bepaald doel te bereiken.
5. Rekening houden met de economische, juridische en sociale context en
informatie ethisch verantwoord gebruiken.
Zes centrale principes van informatieverwerving
De cursus benadrukt zes principes:
1. Informatiecreatie is een proces: informatie wordt gezocht, geanalyseerd en
samengebracht tot nieuwe inzichten.
, 2. Het proces verloopt niet lineair: tijdens het lezen en analyseren kan blijken dat je
opnieuw informatie moet zoeken.
3. Het proces kent geen einde: onderzoek leidt vaak tot nieuwe vragen.
4. Wetenschappelijk onderzoek is een conversatie: onderzoekers bouwen voort op
elkaars inzichten, maar kunnen elkaar ook tegenspreken.
5. Autoriteit is contextafhankelijk: een bron is niet automatisch betrouwbaar omdat
de auteur bekend is. Je moet de expertise en de context beoordelen.
6. Informatie heeft waarde: de productie en verspreiding van informatie worden
beïnvloed door onder meer sociale, politieke en economische belangen.
De DIKW-piramide
De DIKW-piramide beschrijft vier niveaus van informatieverwerking.
Wijsheid (Wisdom)
Weten hoe je kennis toepast.
Kennis (Knowledge)
Informatie begrijpen en in een context plaatsen.
Informatie (Information)
Data interpreteren zodat ze betekenis krijgen.
Data
Losse gegevens of basisfeiten.
Voorbeeld: de losse gegevens Sara, 19, Lubbeek en België zijn data. Wanneer je weet dat
Sara 19 jaar is en in Lubbeek woont, vormen ze informatie. Wanneer je deze informatie
begrijpt in een bredere context, ontstaat kennis. Weten hoe je die kennis verantwoord
toepast, is wijsheid.
Belangrijk verband: informatievaardigheden zijn meer dan zoekvaardigheden. Ze
omvatten het volledige traject van gegevens verzamelen tot kennis ontwikkelen en die
kennis verantwoord toepassen.
,Deel I: Zoeken en vinden van informatie
Dit deel behandelt hoe je informatie ordent, waar je ze kunt vinden en hoe je gericht
zoekt. De centrale gedachte is dat een goede zoekactie begint met een duidelijke
onderzoeksvraag en eindigt met een beheersbaar aantal relevante resultaten.
1. Ordening van informatie
Wat zijn documenten?
Informatie kan mondeling, visueel, geschreven, gedrukt of digitaal worden gedeeld. De
dragers waarop informatie wordt vastgelegd, noemt de cursus documenten.
Voorbeelden zijn boeken, artikelen, grafieken, podcasts, geluidsopnames, websites en
presentaties.
Omdat er zoveel verschillende documenten bestaan, moeten ze worden geordend om
ze gemakkelijk terug te vinden.
Boomstructuren, hiërarchieën en taxonomieën
Een boomstructuur is een manier om informatie in categorieën en subcategorieën
onder te verdelen. De structuur werkt van een algemene categorie naar steeds
specifiekere categorieën.
Voorbeeld:
- Document
• Tekst
o Boek
▪ Wetenschappelijke monografie
▪ Roman
o Artikel
▪ Krantenartikel
▪ Wetenschappelijk artikel
• Beeld
o Foto
o Schilderij
• Geluid
• Hybride document
Een boomstructuur kan op verschillende manieren worden opgebouwd.
Semantische relatie
, De categorieën worden ingedeeld volgens een inhoudelijke of betekenisvolle relatie.
Voorbeeld: een document wordt ingedeeld in tekst, beeld, geluid of hybride document.
Syntactische relatie
De categorieën worden ingedeeld volgens een formeel kenmerk dat niet noodzakelijk
inhoudelijk verbonden is met het onderwerp.
Voorbeeld: films indelen volgens het decennium waarin ze verschenen, zoals films uit
de jaren 1950, 1960 en 1970.
Hetzelfde materiaal kan dus op verschillende manieren worden geordend, afhankelijk
van het gekozen criterium.
Metadata
Metadata zijn gegevens over gegevens. Ze beschrijven de kenmerken van een document
en maken het mogelijk om documenten te ordenen, te identificeren en terug te vinden.
Bij een boek kunnen metadata bijvoorbeeld zijn:
• Auteur
• Titel
• Uitgever
• Plaats van uitgave
• Jaar van uitgave
De cursus onderscheidt twee belangrijke soorten:
• Beschrijvende metadata: beschrijven het document zelf, zoals auteur, titel en
publicatiejaar.
• Administratieve metadata: geven informatie over de oorsprong, het beheer en de
technische eigenschappen van een document. Bij een digitale foto kunnen dit de
bestandsgrootte, resolutie, gebruikte camera en auteursrechtelijke beperkingen
zijn.
Navigatie-instrumenten
Navigatie-instrumenten gebruiken metadata om informatie terug te vinden.
Bibliografie of literatuurlijst
Een geordende lijst van publicaties die volgens een bepaald criterium zijn geselecteerd.
Een bibliografie kan bijvoorbeeld de bronnen van een paper bevatten of een overzicht
geven van publicaties over één auteur of onderwerp.
Bibliografische databank