03/10/2025
HT1: Sociologische Verbeelding
1.1 Het sociologisch bewustzijn is tamelijk recent
- oudste wetenschap: astronomie, mengeling v astrologie & astronomie
- 2e oudste: natuurkunde, door presocratici gevestigd
- 3e: biologie → Aristoteles & Hippocrates
→ heropbloei na Middeleeuwen = herontdekking wetenschappen in dezelfde
volgorde
→ 1e moderne wetenschappers = sterrenkundigen & biologen
- 17e E = psychologie, 18e E = sociologie
→ verschil: psych = onderzoekt het innerlijke v mens, soc = gaat stap verder,
onderzoekt soc voorwaarden waaronder we mens worden
→ alles wat we typisch menselijk noemen , te danken aan soc verbanden
- Sociologie = juiste antwoorden bieden of waarheid over sociale realiteit
→ goede vragen!
● tijdsgeest!
● sociologische verbeelding!
1.2 De sociologische verbeelding ontstond in crisistijden
- Ontstaan v sociologie duurde lang, wrm?
1. natuurlijke distantie ontbreekt tussen individuele mens & maatschappij, vb: lichaam &
honger
→ we maken ons niet gemakkelijk object v wetensch
→ wetensch v maatsch = moeilijk, want maatsch zit in ons, werkt via opvoeding,
wetten, gewoonten, zeden, sociale structuren in innerlijke roerselen, motieven, gevoelens &
denkbeelden
→ bepaalt onze identiteit: wie we zijn & zouden willen zijn
- maatsch bestaat niet buiten ons, zoals fysische natuur
- individuen & groepen = verweven in alomvattend handelingskluwen dat maatschappij is
→ wij maken de maatsch in wat we doen & laten & tegelijk worden we gemaakt door
maatsch
→ daarom moeilijk om objectieve houding aan te nemen tegenover sml
2. Sociologie ontluistert & wekt weerstand op
- we zijn geneigd om ons beter voor te doen dan in het echt → we zijn niet
eerlijk, ook tegenover onszelf
- obj, rat analyse v menselijk gedrag = weerstand
- Pierre Bourdieu: sociologische waarheid = zo krachtig dat het kwetst
= waarheid waar mensen onder lijden → liever niet onder ogen zien &
projecteren leed terug op sociologen
→ machtigen / leden v elite = voelen zich bedreigd, want waarheid aan het licht =
positie kwijt
→ daarom sociologie = subversief, het ontmaskert
+ idd subversief, want socioloog niet per se gelooft in officiële voorstelling
→ gelooft enkel wat onderzoek oplevert
,- Peter Berger: vergelijkt socioloog met ontdekkingsreiziger, onbekende wereld moet
socioloog aan licht brengen, op manier dat duidelijk wordt hoe al deze groepen in elkaar
steken
- Du Bois: soms bevind je je in situatie dat je binnen & buiten sml staat, vb: als zwarte
ervaarde sml waarin hij leefde maar niet toe behoorde
→ in zijn geval leverde deze positie sociologische inzichten op
→ maar niet correct in alle gevallen, want voor mensen in marginale pos =
meestal wel aanzet, dus de prikkel tot verbeelding, maar geen middelen &
tijd om na te denken over levenssituatie
+ ervaring v niet thuis voelen kan je desoriënteren, ipv scherp inzicht te
ontwikkelen → wereld als onwerkelijk te ervaren
- Montesquieu: sml bekijken door ogen v vreemden !! voor soc verbeelding
→ Lettres Persanes: beschreef indrukken v 2 perzen op doorreis in FR, zij verbaasden zich over
levenswijze v Fransen
→ zo leerde Montesquieu de FR naar hun leven te kijken, de gewoonten te
onderscheiden & te bestuderen = gewoonten, wetten & gebruiken verschillen v regio tot
regio, land tot land & tijdperk tot tijdperk + variaties ≠ lukraak → onderlinge
verbanden tussen religie, wetgeving, leefomgeving & eetgewoonten v volk
→ De l´esprit des lois: omkering v perspectief = bekijk jezelf door de bril v anderen
3. Het sociologisch bewustzijn wordt geprikkeld door crisis
- maatschappij is eeuwenlang aan bewustzijn v mens ontsnapt → te vertrouwd
→ veranderde toen soc verhoudingen doorheen werden geschud & maatsch als
problematisch werd ervaren
→ situeerde zich in 18e-19e E
- relativerende bedenking: ieder tijdperk heeft neiging zichzelf te zien als sleuteltijdperk = tijd
waarin beslissende dingen gebeuren/op het punt staan te gebeuren
→ oppassen wanneer we onze tijd uitroepen tot tijd v grote crises & veranderingen
1.3 De twee revoluties
- stroomversnelling waarin moderne sml terecht kwam = vergelijken met
stap die mensheid 4000-12000 jaar geleden zette → leren gewassen telen &
dieren domesticeren
1. Van landbouw naar industrie: De opkomst v Industriële Maatschappij
- overgang v jacht- & verzameleconomie naar landbouw = grote gevolgen
→ Gordon Childe, 1922: neolithische revolutie
- groepjes rondtrekkende jagers & verzamelaars vestigden zich, gaven nomadische
levenswijze op & leerden akkers bewerken
- grondgebied waarvan ze afh waren toegewezen ⇒ ontstaan eigendom
→ bebouwen & telen = op 1 plek blijven wonen ⇒ dorpen & steden → nieuwe
organisatie v leven: meer complexe arbeidsdeling & bestuur + rechtsregels
= vervanging v besloten stamverband door grotere, meer omvattende soc verbanden + staten
vb: China, Assyrië, Egypte, Rome
→ door ontstaan v grote staatsverbanden & opkomst steden = opgeven v oude
levenswijze
⇒ overgangscrises
,- mythen & religieuze verhalen gaven antwoord op vragen die het leven in groter
samenlevingsverband opwierp
- wij maken ook versnelling mee die mens leven & maatsch opnieuw verandert
→ massale soc transformaties, niet gemakkelijk om in kaart te brengen /
peilen naar oorzaken
→ vaak oorzaken samenbrengen onder 1 noemer = The Great Transformation / de 2
grote revoluties = didactisch nut, want te ruwe vereenvoudiging
2. Franse Revolutie
= pol omwenteling in FR, 1789-1794
→ in snel, tumultueus tempo: revolutionaire vernieuwing op nog
revolutionaire vernieuwing
: vorming v grondwetgevende vergadering → Verklaring v Rechten v de Mens &
Burger, afschaffing v feodaliteit, onteigening v kerkelijke eigendommen,
doodstraf voor koning terreurbewind onder Robespierre
= allemaal gebeurtenissen die tot verbeelding spraken
- EU & wereld keken toe hoe in FR volk aan macht kwam
→ FR Rev heeft ruimere betekenis dan gebeurtenissen in FR = symbool voor
pol modernisering & democratisering in algemeen
- Revolutie in 1789 verschilde sterk v opstanden, al eerder kwamen boeren in opstand =
gericht tegen onrechtvaardige, wrede heren / tegen te hoge lasten, niet tegen adellijke
voorrechten
→ FR Rev = bestaande sociale orde verworpen in naam v nieuwe idealen: vrijheid,
gelijkheid & broederlijkheid
3. Industriële Revolutie
→ begon in Engeland, late 18e E, verspreidde zich over heel W-EU in 19e E
= toepassing op grote schaal v technische innovaties in allerlei sectoren
→ doorbraak: textielnijverheid met uitvinding v spin & weefmachines
→ eerst werkten ze op waterkracht, zo verschenen fabrieken aan waterlopen, maar na
uitvinding v stoommachine maakten fabrieken in steden ook opwachting
- met intrede v machines voltrok zich complete omwenteling in nijverheid
- transport- & communicatiemiddelen werden beter, handel kreeg sterke stimulans
→ arbeids & sociale leven, dat tot aan IR nauw verweven was met organisatie v ambachten
en gilden = omgegooid
- trotse ambachtelijk werk: doordrongen v traditie en persoonlijke verhoudingen
tussen meesters en gezellen → leverde betere kwaliteit op dan wat er in
fabrieken werd gemaakt, maar weinig ambachten konden op tegen productiviteit
v fabrieken
→ gaandeweg drong fabriek ambachtelijke productie naar marge
→ ambacht werd folklore → productieverhoudingen werden onpersoonlijker,
arbeiders werden ingehuurd als verwisselbare loonhuurlingen
→ dus, onpersoonlijke soms vijandige verhoudingen tussen
fabriekseigenaars en arbeiders die werkten in penibele omstandigheden
tegen schamel loon
⇒ sociale vraagstuk v 19e E: hoe kunnen sociale klassen samenleven in
vrede en welvaart
, - kortom: ingrijpende soc veranderingen v laatste 2 eeuwen kunnen onder noemer gebracht
worden v industrialisering = IR en democratisering = FR
= complex, invoering v industriële productiewijze en democratie gaat gepaard met
veranderingen op gebied v techniek, verkeer, handel, demografie, landbouw, recht,
verstedelijking, kapitalisme en wetenschap
→ soc: probeert samenspel v veranderingen te begrijpen in licht v
toegenomen menselijke interdependentie
→ belangrijkste kenmerk v veranderingen = modernisering, samenleven werd
doelbewust georganiseerd
- vroeger beheersten mensen hun leven in beperkte mate, ze ondergingen het meer
→ ze stonden eerder hulpeloos tegenover natuur, aanpassen aan natuur
+ samenleven met anderen ontsnapte aan controle, leven in stammen /
landbouwstaten verliep traditioneel = volgens overgeleverde praktijken en
instituties → herhalen wat voorouders deden, afwijken = schuldig voelen
+ minder eigen individuele identiteit, vereenzelvigen meer met groep en weinig vragen
stellen, groepen blijven bestaan als je doet wat er van je verwacht wordt
→ samenleven gebeurde haast vanzelf, niet meer over nadenken
→ Wat is een maatschappij? = vanuit deze interesse dat sociologie is
ontstaan
- sociologisch bewustzijn ontstond doordat maatsch = voorwerp v radicale (r-)evolutie
→ kan je enkel verklaren als je inzicht hebt in specifieke wetmatigheden
& eigenschappen v menselijk samenleven
- soc = wetenschap v sociaal handelen / wetenschap v maatschappij = te ruim
→ sociologen houden zich bezig met hedendaagse maatsch, interesse in
modernisering
→ intellectueel & praktisch nut, hoe meer kennis hoe meer controle
1.4 Intermezzo: beleefde verandering
- Stefan Zweig, 1942: door turbulentie & veranderingen, geen zekerheid /
vanzelfsprekendheid bleef overeind
→ mensen leken zich te bevrijden, vb: lampjes die straten beschijnen vs
elektrisch licht
→ MAAR alomvattende veranderingen hebben ook keerzijde = terugval,
namelijk ontstaan v ideologieën = terugval v mensen in barbarij die we allang vergeten
waanden, met bewust & programmatisch dogma v antihumaniteit
1.5 Het sociaal probleem als bron v sociologische benadering
- sociaal probleem = basis v sociologische vraagstelling, vb: druggebruik, migratie,
criminaliteit, etc.
→ Wat is soc probleem?
= onderhevig aan schommelingen, aantal voorwaarden:
1. er moet objectief iets schorten aan samenleven, vb: armoede, analfabetisme, druggebruik
→ objectief vast te stellen = feiten
2. subjectief component v soc probleem
→ feiten ≠ sociale problemen, vb: in premoderne maatsch konden mensen
niet lezen of schrijven, maar dat werd toen niet gezien als probleem, men
moet het dus eerst als soc probleem ervaren