TIJDLIJN PSYCHOLOGISCHE STROMINGEN
humanistische cognitieve
psychotherapie psychoanalyse behaviorisme systeemdenken
psychologie psychologie
gedragstherapie
neuropsychologi evolutiepsycholo positieve oplossingsgerich narratieve
van de 3e
e gie psychologie te psychologie psychologie
generatie
H1: PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP
1. Kenmerken van wetenschap
Psychologie noemt zichzelf wetenschap, maar dat is interpretatiegevoelig: elk mens is zowel
onderzoeksobject als subject, wat bijzondere problemen oplevert voor objectiviteit en
generaliseerbaarheid.
- Je kan het eens of niet eens zijn met elke psychologische theorie
Domein
Domein = de mens, zowel innerlijke psyche (subjectieve ervaring) als observeerbaar gedrag en interactie
met context waarin hij leeft/leefde
Verscheidenheid binnen psychologie: verschillende stromingen kiezen verschillende deel-domeinen:
- Behaviorisme → observeerbaar gedrag.
- Cognitieve psychologie → denken en mentale processen.
- Systeemdenken → communicatie en relaties.
Gevolg: niet elk deelgebied "lijkt" even wetenschappelijk; sommige onderwerpen (bv. populaire
cultuurtrends) zijn eenvoudig te beschrijven maar moeilijk wetenschappelijk te verklaren.
Hypothesen en theorieën
Definities:
- hypothese = nog te bewijzen wetenschappelijke stelling => beginpunt voor theorie
- theorie = hiërarchisch opgebouwde, getoetste stellingen (bij voorkeur causale verbanden die
hiërarchisch zijn geordend)
Psychologie bevat veel (soms conflicterende) theorieën: klassieke/operante conditionering
(behaviorisme), axioma’s (systeemdenken), Darwins ideeën (evolutiepsychologie), Freudiaanse
hypotheses (psychoanalyse)
Consequentie: de overvloed aan theorieën ondermijnt deels de ambitie tot één eenduidige wetenschap,
maar biedt ook keuzeruimte voor onderzoekers en therapeuten.
1
, Psychologie
Reductie
Reductie: alle wetenschappen vereenvoudigen de werkelijkheid door deelsystemen te isoleren (het
geluid van een orkaan) , dat is hun kracht maar ook beperking.
- Voor psychologie is dit extra problematisch: subjectieve beleving (het 'wat het is om iets te
ervaren') ‘ontglipt’ bij reductie.
o Voorbeeld in de tekst: vergelijking met de vraag “What is it like to be a bat?” => we kunnen
deelsystemen analyseren, maar nooit volledig de totale beleving vangen.
=> geldt ook voor subjectieve, menselijke ervaringen
Gevolg: kwantitatieve, objectiverende methodes (bv. sommige evidence-based benaderingen) kunnen
als ontmenselijkend ervaren worden door stromingen die het subjectieve centraal stellen (bv.
psychoanalyse, humanistische stromingen)
- Gevolg: iedere psychologische theorie faalt als ze een individueel mens willen beschrijven en
verklaren, omdat het zoveel complexer is dan theorieën
Intersubjectieve overeenstemming
“Intersubjectief” betekent: geldig of waar voor meerdere mensen samen.
- In religie of geloof is er ook intersubjectieve overeenstemming (gelovigen delen overtuigingen),
maar die overtuigingen zijn niet noodzakelijk waar.
- Wetenschap zoekt een andere vorm van overeenstemming:
o niet louter menings- of geloofsgemeenschap,
o maar overeenstemming tussen onderzoekers die dezelfde methodologische regels
volgen.
In psychologie is dat moeilijker, omdat verschillende scholen eigen methodes en uitgangspunten
hanteren.
Toch blijft intersubjectiviteit het criterium van wetenschappelijkheid: een uitspraak geldt pas als ze door
andere wetenschappers op dezelfde manier bevestigd kan worden.
Formulering
Om kennis helder te communiceren, gebruikt wetenschap een eigen, precies omschreven taal.
- Psychologie doet dit via begrippen zoals conditionering, ego, IQ, zelfactualisatie…
o Dit jargon maakt communicatie tussen psychologen mogelijk.
▪ Vb. intelligentie (veel definities) => intelligentiequotiënt (duidelijk)
o Maar te veel jargon kan ook vervreemden van de menselijke ervaring.
Voortgang
Elke wetenschap maakt een evolutie door
Thomas Kuhn beweert dat de ontwikkeling en evolutie niet homogeen verloopt: paradigma’s volgen
elkaar op en de overgangen ertussen zijn vaak bruusk
2
, Psychologie
Paradigma
= is een stelsel van met elkaar samenhangende wetenschappelijke visies, theorieën, begrippenkaders
en onderzoeksmethoden. Het is een referentiekader dat bepaald welke de belangrijke vragen zijn en hoe
daarvoor een oplossing kan worden gevonden
Vb. vroeger dacht men dat de aarde rond de zon draaide, nu omgekeerd = ander referentiekader
Binnen psychologie zien we ook dat in bepaalde tijdvakken andere paradigma’s van toepassing waren:
- Psychoanalyse: verklaring in kindertijd en onderbewuste
- Behaviorisme: mens kan veranderen door leerprincipes en omgeving
- Cognitieve therapieën: acceptatie van het hier- en -nu
Wetenschap evolueert ook door een cyclische voortgang:
1) concreet waargenomen feiten
2) formuleren van algemeen geldende hypothese
3) hypothese toetsen in onderzoeksopzet (experimenten bv)
4) hypothese klopt => omzetten naar theorie
5) ontstaan nieuwe onderzoeksvragen en hypothese
experimentele psychologen vonden dat veel concepten in de humanistische psychologie, te vaag waren
om objectief te toetsen
positieve psychologie ontstaan: heeft zelfde doelen dan humanistische psychologie, maar met
aandacht voor wetenschappelijke grondslag
kritisch
men vraagt zich af of het verzamelde feitenmateriaal niet gekleurd is door subjectieve
vooronderstellingen en verwachtingen
- onderzoek wordt aan een wetenschappelijk forum voorgelegd
pas als men tot een intersubjectieve overeenstemming komt, als verschillende wetenschappers het met
elkaar eens zijn, dat conclusies worden geaccepteerd binnen de wetenschap
mensbeeld & filosofisch gedachtengoed
Elke wetenschap (en ieder psychologisch paradigma) draagt een impliciet mens- en wereldbeeld.
Deze visie is ofwel onderliggend bij het formuleren van een nieuw paradigma, ofwel vloeit het als een
onlosmakelijke conclusie voort uit de opgebouwde theorieën
Onderliggende mensbeelden kunnen we indelen in:
- Organisch: mens als geheel (Gestalt, systeemdenken)
o Beinvloed door samengestelde elementen
o Geen lineaire relatie tussen oorzaak en gevolg => organismen zij meer dan de som van de
delen
- Mechanistisch: mens als machine/samenstelling van delen (behaviorisme).
o Entiteiten kunnen afzonderlijk bestudeerd worden
o Lineair verklaringsmodel: gevolgen vloeien voort uit oorzaken
3
, Psychologie
o Her verwerven kan kennis = objectief en controleerbaar
- Personalistisch: mens als uniek, zingeving- en waarden-gericht (humanistische psychologie)
o Ook aandacht voor subjectieve duiding
2. Situering tussen wetenschap
- Wijsbegeerte/ filosofie + formele wetenschappen (wiskunde, logica)
- Ervaringswetenschappen: in te delen in:
o Nomothetisch
o Ideografisch
Nomothetisch Ideografisch
doel Verklaren = fenomeen onderbrengen in Begrijpen (verstehen)
een algemeen aanvaarde, causale
samenhang van de werkelijkheid (erklären)
uitleg Proberen algemeen geldende wetten/ Om een tekst goed te begrijpen, moet men
regels te formuleren de context, taal en bedoelingen aanvoelen
voorbeeld Natuurwetenschappen: Chemie, Geesteswetenschappen: geschiedenis,
aardrijkskunde literatuurstudie
Behaviorisme: nomothetisch => wil leerprincipes formuleren die algemeen geldig zijn (vb.
conditionering)
Humanistische psychologie: Ideografisch => accepteren van het unieke van een persoon
Begrijpen en verklaren kan samen gaan: nu eens met het ene dan weer met het andere
3. Methoden
De methodologie is de discipline die omschrijft aan welke spelregels moet worden voldaan om tot
betrouwbare wetenschappelijke kennis te komen.
- Elke wetenschapsvisie heeft andere onderzoeksitems en methodieken
3.1 mensenkennis
mensenkennis vs wetenschappelijke psychologische kennis
- mensenkennis: iedereen heeft het, algemeen
o subjectief, waardegeladen, cultuurgebonden en niet universeel
- wetenschappelijke kennis: verkregen via strikte onderzoeksmethoden, betrouwbaarder, abstract
en nauwkeurig
kritisch zijn, systematisch te werk gaan en controleerbaarheid helpt bij het verkrijgen van WK
probleem binnen psychologie: WK kan dicht bij mensenkennis liggen => velen voelen zich
hierdoor psycholoog
4