PUBLIEKRECHT
2025-2026
,1. Inleiding
1.1. Recht?
- Ra,oneel opgebouwd geheel van regels
- van door de overheid uitgevaardigde en via sanc,es afdwingbare normen die dienen tot
- organisa-e, handhaving of herstel van de orde in de samenleving
1.2. Kenmerken recht
- Creëert orde: niet het recht van sterkste (wat zou gelden in de SL indien er geen wetgeving was), maar de sterkte
van het recht à die basisregels waar iedereen zich aan moet houden, ordent de SL
- Vertoont onderlinge samenhang: coherent systeem met een eigen begrippenkader, onderliggende basiswaarden
• Coherent: weGen zouden niet tegenstrijdig mogen zijn tegen elkaar (lukt niet al,jd)
• Eigen begrippenkader à juristen/mensen moeten onder dezelfde begrippen hetzelfde begrijpen (bv.
“rechtsstaat”, iedereen moet aan hetzelfde denken)
• Onderliggende basiswaarden van recht:
® Rechtszekerheid creëren: recht voldoende duidelijk en gelijke gevallen gelijk behandeld worden of in
dezelfde situa,e bevinden onder dezelfde regels valt
® Rechtvaardigheid nastreven: recht wordt aangepast aan individuele noden van een persoon
§ Bv. rechtszekere regel = “60% loon betalen aan de belas,ng” maar is niet rechtvaardig à iemand
die meer verdient of minder geen onderscheid in
- Afgedwongen worden door de staat ≠ andere normen die niet afgedwingen kunnen worden, denk aan:
• Moraal: bv. je vindt het belangrijk om geen vlees te eten maar kan niet door staat afgedwongen worden
• Godsdiens9ge regels: bv. kosher eten maar is niet afdwingbaar
• Afspraken binnen familieverband: bv. de afwas doen binnen gezin, opnieuw niet afdwingbaar
• Wel: bv. je betaalt geen belas,ngen à voor de rechter gesleept
- Recht ~ maatschappij: staan in con,nue interac,e met elkaar en beïnvloeden elkaar
• Recht moet SL ordenen maar msp heeU ook invloed op recht
® Bv. strafwetgeving: verkrach,ng à veel druk vanuit maatschappij à wetgeving aanpassen
1.3. Publiekrecht – privaatrecht
Summa divisio (= hoogste onderscheid binnen recht)
1. Publiekrecht: beheerst de situa,e van en de rela,es tussen overheid en par-culiere (rechts)personen en
overheden onderling
• Bv. fiscaal recht (overheid neemt geld), strafrecht (OM die straf oplegt), mensenrechtenrecht, sociaal recht...
2. Privaatrecht: beheerst de situa,e van en de rela,es tussen par-culiere (rechts)personen
• Bv. contractrecht, erfrecht, familierecht...
à onderscheid niet al-jd duidelijk:
ð Bv. sociaal recht à zorgt ervoor dat arbeiders in goede omstandigheden kunnen werken à dit lijkt
privaatrecht omdat het tussen WN en WG gaat maar ergens ook publiek want de overheid beschermt ons
dat wij bvb niet 60u/week werken
- Staatsrecht = het recht dat betrekking heeU op de rol en structuur van de organen van de staat, de instelling en
func,onering ervan, hun bevoegdheden, hun verhouding tot elkaar en die tot de burgers.
• ~ cons,tu,oneel recht; grondweGelijk recht (door elkaar gebruikt)
• Maw: de staat BE en de ins,tuten ervan à hoe func,oneren ze, verhouden ze zich tot elkaar en tot de
burger
1
,Hoofdstuk 1: Krachtlijnen
1. De kernboodschap
België is een (grondwe4elijke) meergelaagde, democra:sche rechtsstaat in Europa !!
- België staat”: BE = een land, staat à wat maakt dit een staat? Wat zijn de gevolgen ervan?
- GrondweIelijke: landen kunnen democra,sche rechtsstaat zijn maar geen geschreven GW hebben (bv. VK) à BE
heeU dat wel
- Meergelaagd: verschillende democra,sche bestuurslagen (federaal, deelstatelijk, lokaal, Europees) met hun
democra,sche processen
- Democra-e: demos = volk, kratos = macht à systeem waarbij het volk de macht heeU
- Rechtsstaat: overheid is ook onderworpen aan rechtsregels à scheiding der machten volgt hier uit
- Europa: BE bestaat in een interna,onale context en niet op zichzelf
2. De Belgische staat
“Staat” à zowel privaat- als publiekrechterlijke betekenis:
ð “Privaatrechterlijk”: bv. burgerlijke staat (gehuwd zijn)
ð “Publiekrechterlijk”: BE = een staat, en,teit, land à hierop de focus
2.1. Het ontstaan van staten
1. Oorspronkelijk ontstaan: vroeger was dit het geval aangezien de wereld nog niet gekoloniseerd, bezet werd en
kon je makkelijk land claimen en dit eigen land maken. Nu is dit niet meer mogelijk, ongeclaimd land bestaat niet
meer.
2. Afgeleid ontstaan, 4 manieren:
(1) Dekolonisa:e: tweede helU van de 20ste eeuw à soevereiniteit bekomen als staat (bv. Congo in 1960)
(2) Secessie: stuk van een land dat zich wil afsplitsen van een land en zelfstandig wil worden omdat ze zich er
niet meer thuisvoelt (bv. Kosovo)
(3) Dismembria:o: 1 land valt uiteen in 2 nieuwe landen (bv. Tsjecho-Slowakije: nu 2 landen)
(4) Fusie: landen fuseren tot een land (bv. O en W-DL à “DL”)
à Toepassing BE: °door secessie van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
2.2. Het ontstaan van België
- Congres van Wenen (1814): Napoleon,sche rijk werd verslagen à nieuw project door PR, RL, OR en VK
• Basisidee: FR in toom houden à bufferstaten zodat FR geen oorlog duU te starten doordat het omgeven is
door sterke landen die FR zouden aanvallen
• MAAR probleem: in het Noorden had je Koninkrijk Nederland en was niet sterk genoeg als bufferstaat
• Oplossing: stuk van FR (= BE eig) toegevoegd aan Verenigd Koninkrijk der Nederlanden + W-Duitse provincies
+ Luxemburg als bufferstaat à ° Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815): kreeg een GW en werd het
officieel een nieuwe staat onder heerschappij van Koning Willem I
- Zuidelijke provincies snel ontevrede à fric-e tussen Nooderlijke, NL en Zuidelijke, BE deel
• Economische tegenstellingen: economieën kwamen niet goed overeen
® Z = geïndustrialiseerd
® N = handel
• Poli:eke ondervertegenwoordiging van zuidelijke deel (BE) à Willem I wilde hier niets aan doen à °
poli,eke spanning
2
, • Inmenging in Kerk (onderwijs): mengde zich in de Kerk en wilde zelf beslissingen nemen in het onderwijs
• BeknoGng persvrijheid: iedereen die hem bekri,seerde vloog de gevangenis in
• Toen reeds taalconflict à Willem was Nederlands en toevoegd stuk was FR maar wilde hier niets van weten
en het NL doorduwen
- Monsterverbond van zuidelijke elites (Katholieken en Liberalen => staan normaal tegen elkaar):
• Idee: twee groepen samenwerken om druk te zeIen tegen Willem I en streefden nog niet direct naar
onatankelijk maar wel meer rechten en vrijheden
• Resultaat: Willem werd autocra-scher en spanningen groeiden à meer openlijke tegenstand in Zuidelijke
Nederlanden tegen Noordelijke provincies maar zonder effect
• BE onaUankelijkheid vindt kiemen in een Opera in 1830: er heerste een sfeer van patriousme en zorgde
ervoor dat mensen het straatbeeld opgingen en revolu,e starGe
® ° Tiendaagse oorlog tussen Orangisten en Belgen: Belgen wonnen oorlog à interimregering riep
onaUankelijkheid uit door Voorlopig bewind op 4 oktober 1830
§ Nieuwe BE GW opstellen, na,onaal congres, koning
Spanningen tussen N en Z worden weerspiegeld in de GW: je vindt sporen van de geschiedenis en beleid van Willem
terug in de GW
- Voorbeeld: alle bevoegdheden die niet bij de Koning liggen, liggen bij het parlement omdat dit NIET het geval
was bij Willem I die heel veel macht naar zich toetrok
- Voorbeeld: art. 150, als je persmidrijf begaat dan moet je voor de volksjury staan en je wordt dus berecht door je
gelijken ipv het geval was bij Willem I dat je gewoon de gevangenis in ging bij kri,ek
- Voorbeeld: art. 30, taal = vrij à reac,e op taalbeleid van Willem I die Nederlands wilde doordrukken overal
2.3. Voorwaarden om een staat te zijn
- Niet omdat de onatankelijkheid uitgeroepen werd dat je dit ook juridisch bent
- Art. 1 van verdrag van Montevideo:
ð 4 voorwaarden om juridisch staat te zijn, CONSTITUTIEVE VOORWAARDEN (deze volstaan in principe en zijn
de cruciale vw)
1. Permanente bevolking (1 januari 2025: 11.825.551):
• Geen land zonder bevolking à verbonden met elkaar (taal, cultuur, geschiedenis...)
• Juridische band met een land, ‘na,onaliteit’ zoals ‘Belg zijn’ toont dat aan
• Bevolkingscijfer fluctueert, niet sta,sch
2. Afgebakend gebied: grondgebied dat je toebehoort
• Grenzen vastgelegd van BE in het Verdrag van Maastricht (1943)
• Grenzen zijn veranderlijk: moet formeel gebeuren, via de wet
3. Effec-eve overheid:
• Overheid die basistaken uitvoert zoals uitvaardigen en uitvoeren van wetgeving, rechtspreken,
beschermen van de bevolking...
4. OnaUankelijkheid:
• Zonder inmenging van andere landen beslissingen kunnen nemen à diploma,e, lidmaatschap VN,
talloze verdragen...
ð 5de DECLARATIEVE VOORWAARDE:
5. Interna-onale erkenning:
• Declara,eve handeling: het beves,gt een bestaande realiteit, het bestaan van een nieuwe staat
– Als er geen interna,onale erkenning is dan ben je juridisch gezien wel een staat als je aan 4 vw
voldoet maar erkenning speelt wel belangrijke rol
3