• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 27 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Studiemateriaal Personenbelasting | Algemene situering | UCL | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 27 pagina's

Dit studiemateriaal behandelt de fundamentele beginselen van personenbelasting aan de Université catholique de Louvain, met focus op de eerste hoofdstukken over algemene situering. De inhoud dekt cruciale onderwerpen als de definitie en functie van belastingen, belastingheffende instanties (federaal, regionaal, lokaal), grondwettelijke beginselen zoals legaliteit en gelijkheid, en de indeling van directe en indirecte belastingen. Dit materiaal is nuttig voor studenten die zich willen voorbereiden op toetsen of examens, doordat het de kernconcepten helder uiteenzet en de structuur van het Belgische belastingstelsel systematisch uitwerkt.

Voorbeeld van de inhoud

Personenbelasting


Algemene situering – hoofdstuk 1
Waarom betalen we belastingen ?  België is een verzorgingsstaat dus de
belastingdruk is zwaar.
Belasting= een bijdrage, opgelegd door openbare instellingen, voor de
noodwendigheden van hun diensten van algemeen nut, aan de personen of
groepen die gevestigd zijn op het grondgebied van die instellingen of die er
belangen hebben, voor zover die bijdrage bij wet of decreet als belasting erkend
wordt.
 Bijdrage = belastingplichtige dient belastingen te voldoen door de betaling
van een som geld
 Opgelegd= verplichtend van een bijdrage. Bij niet betaling zijn er
consequenties.
 Opgelegd door openbare instellingen
o Europees
o Federaal
o Regionaal
o Provincies, agglomeraties en de gemeenten
 Voor de noodwendigheden van hun diensten van algemeen nut
o Belastingen zijn bestemd op de algemene uitgaven van de overheid te
dekken
Wie mag belastingen heffen?
1. Belastingheffende instanties (art. 170 GW), maar ook de publiekrechtelijke
instellingen van openbaar nut (art. 173 GW)

2. Federale overheid= de Staat
Federale belastingen:
 BTW
 Inkomstenbelastingen
o Personenbelasting !!
o Vennootschapsbelasting
o Rechtspersonenbelasting
o Belasting der niet-inwoners

3. Regionale overheden= gemeenschappen en gewesten, deelstaten
 Eigenlijke/werkelijke regionale belastingen
o Deelstaten zijn onafhankelijk binnen hun territorium
o Hoofdbestanddelen van de belasting (toepassingsgebied, tarief,
vrijstellingen) + bijkomende elementen (sancties, verhogingen,
intresten) mogen door de deelstaten bepaald worden
o De federale overheid kan geen belastingen heffen op water en afval !!!
EN deelstaten mogen geen belastingen heffe op materies die al het
voorwerp uitmaken van een belasting door de Staat.


 Oneigenlijke regionale belastingen
o Overgedragen belasting (art. 3-4 BFW, publiek recht)

,Personenbelasting


Ingevoerd door de federale overheid, maar opbrengst + regelgeving is
voor de deelstaten.
o Toegewezen belastingen (art. 6 BFW)
Regelingsbevoegdheid: federaal
Deel van de opbrengst: regionaal.
o Opcentiemen op de federale personenbelasting (art. 5/1 BFW)
Opcentiem= belasting die een lagere overheid heft op een belasting
van een hogeren overheid.

4. Lokale besturen
 Gemeenten
o Mogen in principe alle belastingen heffen, uiteraard verbonden aan het
territorium, tenzij de federale wet het verbiedt.
o Wat mag niet?  art. 464 WIB
o Wat mag wel?  art. 464/1 en 465 WIB en belasting op 2e verblijf,
allerlei retributies, leegstandheffingen, nachtwinkels, honden, …

 Provincies
o Mogen in principe alle belastingen heffen, uiteraard verbonden aan het
territorium, tenzij de federale wet het verbiedt.
o Wat mag niet?  art. 464 WIB
o Wat mag wel?  art. 464/1 WIB en taks op 2e verblijf aan de kust, taks
op aanplakborden in Vlaams-Brabant.
Grondwettelijke beginselen belastingheffing
 Legaliteitsbeginsel= als er een wet is, is er een belasting. Er is een belasting
zonder wet
 Eenjarigheidsbeginsel= 01/1 – 31/12/2024  aanslagjaar (kalenderjaar)
 Gelijkheidsbeginsel= iedereen gelijk voor de wet, je wordt niet anders
behandeld omdat je meer inkomen hebt.
Indeling van de belastingen
Directe belastingen:
 Inkomstenbelastingen
o Personenbelasting
o Vennootschapsbelasting
o Rechtspersonenbelastingen
o Belasting niet-inwoners
 Met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
o Verkeersbelasting
o Belasting op spelen en weddenschappen

Indirecte belastingen:
 Indirecte belastingen op het verbruik van goederen
o Btw
o Douanerechten en accijnzen
 Indirecte belastingen op het rechtsverkeer
o Registratierechten

, Personenbelasting


Waar haalt de overheid haar inkomsten?
Fiscale inkomsten:
 Directe belastingen door inkomens vb. personenbelasting,
vennootschapsbelastingen,…
 Indirecte belastingen door materiële of juridische handelingen vb. btw,
douanerechten, accijnzen en registratierechten
Niet-fiscale inkomsten:
Door boetes, opbrengst aandelen/onroerend goed.


Kenmerken – hoofdstuk 2
Annaliteit, belastbaar tijdperk en aanslagjaar
Belastbaar tijdperk= jaar waarin de belastingplichtige belastbare inkomsten
heeft gekregen vb. inkomsten van 2024
Aanslagjaar= jaar waarvoor die inkomsten belast worden. In de PB is het
aanslagjaar altijd het jaar dat volgt op het belastbare tijdperk. Vb. inkomsten
2024 worden belast in het aanslagjaar 2025.
Belastbare inkomsten in de PB
De PB die een rijksinwoner verschuldigd is wordt berekend op zijn wereldwijd
inkomen
 Onroerende inkomsten = inkomen van onroerende goederen vb. huur
 Roerende inkomsten= inkomen van roerende goederen en kapitalen vb.
dividenden van aandelen, intresten van spaarboekjes
 Beroepsinkomsten= inkomen van beroepsactiviteit vb. lonen, pensioenen,
vervangingsinkomen, winst
 Diverse inkomsten= inkomen uit diverse handelingen die in de wet
opgesomd worden vb. onderhoudsuitkeringen, meerwaarde op gebouwde
onroerende goederen.
Gezamenlijk belastbaar inkomen
OI + RI (gezamenlijk belaste) + BI (gezamenlijk belaste) + BI (gezamenlijk
belaste) = totaal netto-inkomen


Individuele of gemeenschappelijke aanslag?
Wanneer men een individuele of gemeenschappelijke aanslag aangeeft, word dit
apart gedaan op dezelfde manier als hierboven vermeld.
Gemeenschappelijke aangifte (art. 126 WIB)
 Gehuwd zijn
 Of wettelijk samenwonend
Gevolgen:

Documentinformatie

Geüpload op
11 oktober 2026
Aantal pagina's
27
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€9,94

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
2
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen