• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 22 pagina's
Samenvatting

Samenvatting literatuur en jurisprudentie Verbintenissenrecht | Week 1-7 | UvA | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 22 pagina's

Een samenvatting van het vak Burgerlijk Procesrecht jaar 25/26. Bevat een samenvatting van het lesboek en de jurisprudentie

Voorbeeld van de inhoud

VERBINTENISSENRECHT



WEEK 1

ARRESTEN

HR Bunde/Erckens

Indien partijen die een overeenkomst wensen te sluiten, daarin een voor misverstand vatbare uitdrukking
bezigen, die zij elk in verschillende zin hebben opgevat, hangt het antwoord op de vraag, of al dan niet een
overeenkomst tot stand is gekomen, in beginsel af van wat beide partijen over en weer hebben verklaard
en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven
omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen, hebben afgeleid.

Daarbij kan onder meer een rol spelen:
a) of de betekenis waarin de ene partij de uitdrukking heeft opgevat meer voor de hand lag dan die waarin
de ander haar heeft opgevat;
b) of, indien deze uitdrukking een vaststaande technische betekenis heeft, de partij die van deze betekenis
is uitgegaan, mocht verwachten dat ook de andere partij deze betekenis zou toekennen;
c) of de andere partij zich had voorzien van deskundige bijstand en de wederpartij mocht verwachten dat
deze die betekenis kende en die andere partij daaromtrent voorlichtte;
d) of één der door partijen aan de uitdrukking gehechte betekenissen zou leiden tot een resultaat dat met
hetgeen partijen met de overeenkomst beoogden minder goed zou zijn te rijmen.

LITERATUUR:

Zaakwaarneming – 6:198 BW
Grondslag: het is maatschappelijk gewenst dat men in noodsituaties andermans belangen behartigt
zonder bezorgd te hoeven zijn dat men zijn kosten niet vergoed krijgt.
Vereisten
1. Het behartigen van andermans belang;
→ Zaakwaarneming geldt alleen voor het belang van degene die tot schadevergoeding wordt
aangesproken. Er is geen sprake van zaakwaarneming als het gaat om het belang van een derde;
dan moet men deze partij aanspreken.
→ Bij zaakwaarneming is het niet voldoende dat men andermans belang behartigt als bijproduct
van de behartiging van de eigen belangen. De handelswijze moet uitdrukkelijk gericht zijn op de
behartiging van de belangen van die ander. Het feit dat het behartigen van de belangen van een
ander soms mede tot gevolg hebben dat ook eigenbelang daarmee gediend word, hoeft op
zichzelf een zaakwaarneming niet in de weg te staan, zolang de belangen van de ander maar
voorop staan.
→ Zaakwaarneming kan bestaan uit een feitelijke handeling (dak afdekken), of bijv. door het
verrichten van rechtshandelingen (ambulance/wegenwacht inschakelen).
→ Het gevolg van de zaakwaarneming is niet van belang. Het kan zo zijn dat het belang achteraf
wellicht niet behartigd is, dat de activiteit niet geholpen heeft of zelfs schadelijk is geweest. in
deze gevallen kan nog steeds sprake zijn van zaakwaarneming.
2. Willens en wetens
→ De zaakwaarnemer moet de intentie hebben gehad om het belang van de belanghebbende te
bevorderen. Wanneer de zaakwaarnemer zich slechts toevallig met de belangen van de
belanghebbende inlaat, kan er van zaakwaarneming geen sprake zijn.
3. Zonder bevoegdheid daartoe
→ Dient ter afbakening van de zaakwaarneming van allerlei andere rechtsfiguren waarbij iemand
tot belangenbehartiging bevoegd wordt gemaakt.

, → Als grondslag voor een bevoegdheid tot belangenbehartiging buiten de regeling van de
zaakwaarneming valt de denken aan de belangenbehartiging op grond van een rechtshandeling
en een ‘elders in de wet geregelde rechtsverhouding’.
4. Op redelijke grond
→ Een redelijke grond is niet snel aanwezig wanneer de waargenomen handeling een handeling
betreft die de belanghebbende zelf had moeten verrichten.
→ De wil van de belanghebbende zal een rol spelen bij de vraag of zaakwaarneming op redelijke
grond gebeurde. Van een ‘redelijke grond’ zal meestal geen sprake zijn als de zaakwaarnemer op
de hoogte is van een – andersluidende – wil van de belanghebbende.
→ Ook relevant kan zijn of er een noodzaak tot handelen bestond (zo nee, waarschijnlijk geen
redelijke grond).
Als aan de hand van deze vereisten tot zaakwaarneming kan worden geconcludeerd betekent dit nog niet
automatisch dat eventuele schade door de belanghebbende vergoed wordt. Dit hoeft pas als diens
belang ‘naar behoren’ behartigd is.
-> wel zal de schade – ondanks ontbreken zaakwaarneming – vergoed kunnen worden als de
belanghebbende die handelswijze alsnog goedkeurt

In het geval dat het vereiste van ‘een redelijke grond’ ontbreekt, geeft 6:202 BW een uitzondering: de
belanghebbende kan alsnog de regeling der zaakwaarneming van toepassing laten zijn, door de
handelswijze van de zaakwaarnemer goed te keuren.

Gevolgen
→ Verplichtingen van de belanghebbende
 Schadevergoedingsplicht: indien de belagen naar behoren zijn behartigd, rust op de
belanghebbende de plicht om de schade die de zaakwaarnemer heeft geleden te vergoeden.
 Vergoeding voor inkomstenderving: als de zaakwaarnemer in de uitoefening van beroep of
bedrijf heeft gehandeld, heeft de zaakwaarnemer recht op een vergoeding van zijn verrichtingen.
→ Verplichtingen en bevoegdheden van de zaakwaarnemer
 Zorgplicht: hij is gehouden bij de waarneming de nodige zorg te betrachten. De precieze
inrichting van de zorgplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
 Vertegenwoordigingsbevoegdheid: de zaakwaarnemer is bevoegd om rechtshandelingen te
verrichten in naam van de belanghebbende, ook al ontbreekt de volmacht daartoe.
 Voorzettingsplicht: de zaakwaarnemer is gehouden de zaakwaarneming voort te zetten, voor
zover dit althans redelijkerwijze van hem verlangd kan worden.
 Rekening en verantwoordelijkheid: zaakwaarnemer moet zo snel mogelijk verantwoording
afleggen aan belanghebbende voor hetgeen dat hij heeft gedaan.
 Opschortings- en retentierecht: kan worden ingeroepen jegens de belanghebbende, totdat zij
aan diens verplichtingen jegens hem heeft voldaan (o.g.v. 6:52 jo. 3:290 BW)
Ongerechtvaardigde verrijking – 6:212 BW
Grondslag: het normatieve beginsel dat niemand ten koste van een ander ongerechtvaardigd verrijkt mag
worden (ook wel: verrijkingsbeginsel)

Vereisten
1. Verrijking
→ Een vermeerdering in het positieve vermogen (actief);
→ Vermindering van het negatieve vermogen (passief);
→ Besparing van kosten, waardoor de verrijkte geen uitgaven ten laste van zijn vermogen hoeft te
maken.
→ Wordt bepaald aan de hand van de vermogensvergelijking: de hoogte van het vermogen voor en
na de gebeurtenis waarop de vordering uit ongerechtvaardigd verrijking wordt gebaseerd.
2. Verarming (ten koste van een ander)
→ Afname van het actief;
→ Toename van het positief.

, → Wordt vastgesteld op dezelfde wijze als schade (wetgever beschouwt verarming als schade).
Dezelfde regels zijn dus van toepassing op verarming.
→ Eis van het ‘dubbele plafond’: de schadevergoedingsvordering gaat nooit verder dan het
beloop van het laagste bedrag van de verarming en de verrijking.
3. Causaal verband verrijking en verarming
→ De verarmde kan zijn vordering alleen instellen tegen degene die ten koste van hem verrijkt is. Dit
causaal verband is gelegen in de gebeurtenis waardoor de verrijking heeft plaatsgevonden.
4. Ongerechtvaardigd
→ Wanneer het onrechtvaardig is wordt niet vastgelegd in de wettekst. Dit is afhankelijk van de
omstandigheden van het geval, de context waarin die spelen en de plaatsing van het geval binnen
ons rechtssysteem.
5. Rechtvaardiging
→ Door rechtshandeling: een verrijking die gebaseerd is op een geldige rechtshandeling tussen
verarmde en verrijkte niet ongerechtvaardigd.
→ Door de wet: een door de wet gesanctioneerde verrijking is niet ongerechtvaardigd.
6. Redelijkheidstoets
→ Het toepassingsgebied van de algemene vordering uit ongerechtvaardigde verrijking beperkt tot
de gevallen waarin vergoeding van de schade van de verarmde door de verrijkte redelijk is.
→ De vraag of grond bestaat voor een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking moet immers
worden beoordeeld met inachtneming van de omstandigheden van het geval.
→ Deze redelijkheidstoets kan betrekking hebben op twee verschillende aspecten van de
ongerechtvaardigde verrijking: 1) mogelijkheid om ongewenste bemoeizucht niet te belonen; en
2) de wijze waarop de schade vergoed moet worden overeenkomstig de algemene regels
betreffende de wettelijke verplichting tot schadevergoeding.
Gevolgen
Indien aan de vereisten is voldaan, kan de verarmde vergoeding van diens schade vorderen. het
vaststellen van de gevolgen wordt gedaan aan de hand van de volgende factoren:
 Ontstaan van de vordering
De schadevergoedingsvordering van de verarmde ontstaat op het ogenblik van de verrijking. De
hoogte van de schadevergoeding die de verrijkte aan de verarmde moet betalen wordt vastgesteld
naar de situatie van dat ogenblik.
 Beperkingen en verval van de verrijkingsvordering
In eerste plaats wordt er rekening gehouden met een latere vermindering van de verrijking alg gevolg
van een omstandigheid die de verrijkte niet kan worden toegerekend. Voor de bepaling van de omvang
van de schadevergoeding betekent dit dat de verarming slechts vergoed wordt tot het beloop van de –
verminderde – verrijking.
In de tweede plaats is er in sommige gevallen een beperking van de schadevergoedingsplicht van de
verrijkte ook in gevallen waarin de vermindering van de verrijking als zodanig wel aan de verrijkte had
kunnen worden toegerekend, maar deze vermindering heeft plaatsgevonden in een periode waarin hij
redelijke wijze met een verplichting tot schadevergoeding geen rekening hoefde te houden.
 Vaststelling van de schadevergoeding
De schadevergoeding die betaald moet worden wordt begrensd door drie factoren:
1) de verrijkte hoeft aan de verarmde niet meer te betalen dan diens werkelijke schade;
2) de vergoeding reikt niet verder dan de verrijking van de verrijkte;
3) de vergoeding kan worden beïnvloed door de aanvullende redelijkheidstoets.

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789013148312 Druk: 8

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
11 oktober 2026
Aantal pagina's
22
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€10,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
11
Laatst verkocht
4 dagen geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen