Waarom volstaan de morele vermogens niet? (die we nu al bezitten)
Mensen hebben op jonge leeftijd al veel morele vermogens ontwikkeld (bv. vanaf jaar 10
al)
Er zijn verschillende soorten morele vermogens
- Pijnempathie
- Fairness (= herverdelende rechtvaardigheid)
- Nog andere
1.1 Pijnempathie
Het vermogen om mee te leven met een persoon die pijn ervaart, en de reflex om de
persoon te helpen. Vanaf 4 jaar hebben kinderen al de capaciteit om hulp aan te bieden
aan mensen in pijn of nood.
Martin Hoffman, ontwikkelingsmodel van de jaren ‘80
Global distress
- 1 maand tot half jaar na geboorte
- Pijnempathie begint al op heel jonge leeftijd, namelijk vanaf dat een kindje in
contact komt met iemand dat leed ervaart. Je kan het fenomeen van reactive
crying waarnemen. Een baby die een andere baby hoort huilen, begint vaak zelf
ook te huilen. Het is specifiek een reactie op het gehuil zelf, er is emotionele
1
, besmetting, het kind raakt besmet van het leed dat het ziet en hoort van een
andere baby.
Egocentrische empathie
- Half jaar tot jaar na geboorte
- Wanneer het kind wordt geconfronteerd met distress, een negatief gevoel, zal
deze zich proberen te verwijderen van dat leed en zich uit de voeten te maken
(kan nu vaak al kruipen, paar stapjes zetten).
Quasi-egocentrische empathie
- 1 jaar tot 2 jaar na geboorte
- Hulpreflex is al op dit punt
o Wanneer het kind iemand in pijn ziet, zal die hulp aanbieden
Waarachtige empathie
- 2 jaar tot 4 jaar na geboorte
- Kind weet nu al wat de behoeften zijn van diegene (bv een ander kind) dat zich in
nood bevindt
o Stel dat een ander kind weent en dat hun moeder hen troost zal bieden,
dan kan het kind tussen 2 en 4 die gaan halen en zo het wenende kind
helpen. In de quasi-ego fase is dit besef er nog niet, dat is het grote
verschil. Hier zal het kind bv de eigen moeder gaan halen
- Theory of mind: mogelijkheid om te beseffen dat je eigen perspectieven en
gedachten niet noodzakelijk overeenkomen met andermans perspectieven en
gedachten
o Stel dat een ander kind weent en dat hun moeder hen troost zal bieden,
dan kan het kind tussen 2 en 4 die gaan halen en zo het wenende kind
helpen. In de quasi-ego fase is dit besef er nog niet, dat is het grote
verschil. Hier zal het kind bijvoorbeeld de eigen moeder gaan halen
- Het kind heeft nu theory of mind; de mogelijkheid om te beseffen dat je eigen
perspectieven en gedachten niet noodzakelijk
overeenkomen met andermans perspectieven
en gedachten
o Wordt getest door Salle & Anne test
▪ Meestal moet men vanaf 4 jaar al
kunnen zien wat het juiste
antwoord is
▪ Als kind antwoordt ‘de doos’, dan
heeft dat kind nog geen theory of
mind
2